Het Pad van de Pelgrims – Een identiteitsbewijs

Goedemorgen Groen Gelukkig Elfje…ter inspiratie begin ik deze pelgrimsdag met een blauw tintje. 

Laten we vandaag onze weg niet opnieuw kwijtraken. We gaan naar de Hemel en het pad is geëffend. Alleen als we proberen af te dwalen kan er oponthoud zijn en nodeloze tijdverspilling op doornige zijwegen. Alleen God is betrouwbaar en Hij zal onze voetstappen leiden. Hij zal Zijn Zoon in nood niet in de steek laten, noch hem voor eeuwig laten ronddolen ver van zijn thuis. De Vader roept, de Zoon zal gehoor geven. En dat is al wat er te zeggen valt over een wereld die gescheiden lijkt van God, en waar lichamen werkelijkheid hebben.(Wd1.200.9:1-7)  

Voorwaarts pelgrim, ik maak de reis met jou. In het universum creëert het bewustzijn een spel met miljarden vormen. Laten we kijken welke vormen er uit de oceaan van bewustzijn oprijzen en welke gedachten zich als geluidsgolven gaan manifesteren.

2015-06-04 10.11.04De Stilte straalt als de zon en verwarmt het hart van de pelgrims terwijl ze verdergaan via het grasgroene pad door het dal van de rhododendrons, waar frisgroene scheuten de kop opsteken en als nieuw groen geluk in de vallei leven.

2015-06-04 10.18.11Door de stralende zon zijn bij het Blij-vende Elfje de waterdruppels die na de pelgrimsdag van gisteren bij tijd en wijle rijkelijk uit de oogjes stroomden gedroogd, Jan Jerfaas. Maar ook die traantjes dragen bij tot het tot klaarheid brengen van wat er soms teweeggebracht is en ze spoelen een vertroebelde blik schoon. In de Vrede die wederom op en in het Elfje neergedaald is, verdampen de druppels als sneeuw voor de zon.

Zo is het, Tetty. Geholpen door de twee minibeekjes die haar oogjes van binnenuit schoonspoelden, zal zij nog veel meer gaan zien dat de moeite meer dan waard is. En tevens andere dingen die ooit een zekere waarde hadden, maar nu niet meer van dienst zijn. Het zijn oude identiteitsbewijzen, je kon niet zonder, maar wanneer de houdbaarheidsdatum verstreken is, wordt alles anders. Je doet ze weg, het lijkt of je dat eigenlijk nooit was, maar je meende het. Kijk maar eens naar deze statiefoto. Ook een reeds lang verlopen identiteitsbewijs.

Ach, wat een lief klein jongetje dat mij aankijkt met zijn grote donkere oogjes. Oogjes die niet geheel onbevangen de wereld in lijken te kijken. Oogjes die zich niet alleen bewust lijken van het beeld dat er op dat moment letterlijk van hem wordt gemaakt, maar waarin ergens diep van binnen ook al de weerspiegeling voelbaar is van de figuurlijke beelden die er van hem gemaakt zullen worden, waaraan hij letterlijk en figuurlijk zal en denkt te moeten voldoen en die het gezichtje aarzelend en onzeker doen lijken.

Ja, je kunt je niet voorstellen hoe dat was. Toendertijd groeide er een ‘ikje’ in dat 2 jaar oude lichaampje, de wereld leek nog groot en vader en moeder wisten alles en even later kwam God en die zag alles. Wanneer je bedenkt dat er fysiek gesproken van dat kleine lijfje helemaal niets, geen één atoom meer in het bejaarde lichaam van nu terug te vinden is, hoe wonderlijk. Slechts de vorm kan met enig voorstellingsvermogen teruggevonden worden, maar dan in zeer geringe mate. Weldra zal die ook verdwijnen in de gigantische kringloop van de ‘stof’. En dan is er in het zogenaamde brein, hersens zegt men weleens, in die circa 65 jaar ook van alles gebeurd.

Er werd veel informatie in gestopt, allemaal secundaire gegevens, niets van eigen makelij, hoewel de manier waarop het in het brein werd gerangschikt weer iets anders was dan bij welk mens dan ook. Maar het meest geniale van het ‘denken’, wat dat dan ook is, bestaat uit het gebruiken van al die informatie tot speciaal making van het lichaam en de officiële identiteit ervan. Die identiteit noemt het lichaam ‘ik’ en op het identiteitsbewijs staat een andere naam.

Maar er is een andere manier om ernaar te kijken, en het elfje gaat met een heldere klare blik uit de fris gewassen oogjes over het pad naar de poort van het Koninkrijk, waar geen identiteitsbewijs de toegang verschaft, maar een Eenheidsbewijs. Alleen dat verschaft toegang. En mogelijk voert het pad het elfje onderweg nog door een streek die wat Romeins aandoet.

Van het een op het andere moment verandert het decor, alsof er een gordijn dichtgetrokken wordt, waarachter het zonlicht schijnbaar blijvend is. Behalve het elfje lijkt er iets anders door het bewustzijn te fladderen. Na een korte schemering wordt het gordijn opengeschoven en zien de pelgrims in het zonlicht een amfitheater met een Romeinse uitstraling, zoiets als in Pompeji waar JJ weleens geweest is.

Op de tribunes zitten ontelbaar veel mensen. Ze zitten op stoeltjes. Maar de meeste van hen zijn tevens in de arena. Maar als ze daar zijn weten ze niet dat ze ook op de tribune zitten. Op de tribune lijken ze te slapen, maar in de arena zijn ze wakker. Althans dat is hun overtuiging. In de arena zijn allemaal vijanden en wilde dieren, overal is gevaar, ze moeten vechten om te overleven. De angst is overal voelbaar. Maar soms is er een mens die plotseling stilstaat en gebiologeerd naar de tribune staart. Het is alsof daar iets schittert zoals een spiegel in de zon. Dan ziet hij zichzelf in die schittering. Hij ziet zichZelf op de tribune zitten. Hij voelt dat hij plotseling wakker is geworden, ontwaakt. Onmiddellijk verplaatst hij zich naar de tribune, ziet het strijdtoneel in de arena van bovenaf en ook nog een flauwe vorm van datgene waarvan hij kort tevoren dacht dat hij dat was, alsof er een schaduw is achtergebleven. Die schaduw beweegt nog wat mee in het gewoel in de arena, maar het lijkt er nu niet meer bij te horen. Het identiteitsbewijs is eensklaps verlopen.

Zoals ook eensklaps de schitterende voorstelling waar de pelgrims op getrakteerd worden nu afgelopen is. Wat een prachtige vorm die uit het bewustzijn is opgerezen. De pelgrims vinden zichzelf terug op een van de vele elfenbankjes, waar de geluidsgolven zich voortzetten door gezamenlijk nog enkele woorden uit het blauwe boek te lezen.

Terwijl zij hem voorleest verandert de wind, die zwijgend tot zachtjes voelbaar was, in stormachtige windvlagen die ieder woord dat gesproken wordt krachtig de ruimte inblaast, zoals ze ook krachtig de pelgrims ingeblazen worden. Na vele woorden gesproken te hebben, zijn ze aangekomen bij de woorden: En mijn misvattingen omtrent mijzelf zijn dromen. Ik laat ze vandaag varen.

Op dat moment vliegt er, als symbool van de ziel en transformatie, een prachtige witte vlinder over die woorden. Het is alsof de ziel mee wil nemen wat de pelgrim laat varen over wat ze eigenlijk nooit was en het transformeert tot het aanvaarden van Zijn Woord over wat zij werkelijk is.

Zoals M.E. ook schrijft over het proces van leegmaken van de geest om die beschikbaar te krijgen voor het pure zijn: Het is een reinigingsproces waarbij men zich ontdoet van de persoon die men dacht te zijn. In de praktijk bestaat dat doorschrijden vaak uit een kritisch tegen het licht houden van de eigen ideeën en conditioneringen, waardoor zij niet houdbaar blijken en oplossen. Het is veelal een ingewikkeld en heftig proces met nogal wat haken en ogen waar get raakt aan verlies van ego en andere onbewuste gevoelsfortificaties.

Toen M.E. leefde werd de lege geest verkregen via devotie, lijden, ootmoed en nederigheid. In de huidige tijd wordt de persoon afgebouwd middels het langs rationele weg verwijderen van zijn ideeën en concepten zodat een leeg bewustzijn ontstaat, het zuivere zijn. In non-dualiteit is niets specifiek. Ook God niet. Non-dualiteit is volstrekt leeg en blanco, de Ene zonder tweede. Buiten de non-dualiteit is God slechts een concept in de gedachten.

Grote aandacht verdient de ‘eenheid’, wat betekent ‘niet tweeheid’. Non-dualiteit. Het verdwijnen van paren van tegenstellingen. Ja en nee, goed en slecht. De denker en de gedachte! Van hij die ziet en dat wat gezien wordt! Die tegenstellingen verdwijnen. Alles wat bepaald wordt door tijd en ruimte moet weg uit uw hoofd. Globaal betreft dat uw hele ideeënwereld. Daarmee heeft u dan zichzelf als persoon losgelaten. U sterft aan uzelf, zogezegd.

Voor het elimineren van de persoon is een bepaalde geesteshouding nodig. Een soort gelatenheid – ‘Uw wil geschiede’. Niet zozeer als een kritiekloze gehoorzaamheid aan ‘God’, maar meer het van binnenuit ‘akkoord’ zeggen tegen de natuurlijke gang van het bestaan. Als men zich herkent als uitsluitend bewustzijn, is men geen persoon meer en daar is ook geen wil meer. Want met de persoon verdwijnt de persoonlijke wil. En dan komt de innerlijke weg vrij voor een vormloze stilte, een blanco interieur, het pure zijn. De ziel vindt zich terug in God, nadat zij alle dingen opgeeft. We zien bovendien dat dan het zien van de dingen een verandering heeft ondergaan en op een ‘volkomen’ wijze geschied. Het kennen van de dingen gebeurt dan in het zijn van de dingen en niet in hun vorm of kleur, of nut of noem maar op, want dat brengt onderscheid aan.

Tetty, nu we op deze pelgrimsdag aangekomen zijn bij deze regels realiseer ik mij hoe geweldig het is om het pad te gaan met velen. Met iemand aan je zijde, maar met de schoongewassen blik worden er veel meer gezien, ze gaan een eindje voor of volgen op enige afstand. Wat een veelkleurig schouwspel op het pad naar de poort van het Koninkrijk.

Praag 2012 240Wij zijn legio en we zijn één. En met deze Eenheidsgroet wordt de pelgrimsdag uitgeluid.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 150 - Een identiteitsbewijs | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Steen des aanstoots

De pelgrimse dagreis door Secret Garden laat geen geheim verhuld en geheimzinnigheid blijft niet in nevelen gehuld. De open communicatie tussen de pelgrims zorgt ervoor dat ze elkaar in klare taal kunnen vertellen wat er door hun hoofd gaat. Ze maken van hun hart geen moordkuil. Zo stuiten ze van tijd tot tijd over en weer op de steen des aanstoots. Het is de persoonlijkheid die nog meespeelt in dit kosmische spel.

2015-08-05 11.29.31Ook al klopt de harteklop van harte, toch moet mij nog iets van het hart. Ook al voelt het elfje zich opgenomen in het midden van de stroom van het beekje, toch heeft zij soms ook het gevoel dat het beekje van haar afdrijft en op afstand blijft. Dat kan veroorzaakt worden door iets wat gezegd of niet gezegd wordt. Op basis daarvan komen gedachten en als gevolg daarvan emoties en kunnen er gemengde gevoelens, onvrede, melancholie…ik noem maar wat…in het elfje leven. Soms met een traan.

Maar hoe is dat mogelijk, is de gedachte die als eerste opkomt? Het elfje kan enorm wijze adviezen geven naar het beekje toe.

Veel van wat ik schrijf of zeg is niet vanuit de persoon, maar vanuit bewustzijn. Veel van wat ik schrijf of zeg is puur vanuit ervaring en niet vanuit theoretiseren of vanuit welke tekst van wie dan ook. Ik probeer de dingen altijd zo onder woorden te brengen dat het raakt aan de essentie, dat het wijst naar de Waarheid, dat het de persoon ontmantelt. Maar het belangrijkste is dat de Liefde gevoeld wordt.

Het elfse gevoel dat het beekje van haar afdrijft en op afstand blijft wordt mede ingegeven doordat bij het minste geringste de dingen waarbij zij het gevoel en de ervaring heeft dat ze je optillen en verheffen in bewustzijn door het beekje teruggetrokken kunnen worden tot het ‘mind’ gebeuren. Ze heeft nog nooit iemand meegemaakt die zo bezig is met het beschouwen en analyseren van de ‘mind’. Altijd komt de ‘mind’ weer om de hoek kijken. Het elfje zou er, en nu klinkt het misschien wat oneerbiedig, zowat een punthoofd van krijgen. Het elfje weet het niet, maar ze heeft zich überhaupt nog nooit zo met de ‘mind’ beziggehouden.

Maar als de sfeer waarin wij Zijn zoals ik het ervaar, soms gelijk de andere kant weer uitgetrokken wordt door praktische vragen en opmerkingen over de ‘mind’, of omdat er een anekdote verteld wordt, dan wekt dat bij mij wel eens de indruk dat ik de dingen totaal anders beleef. Ik voel en ervaar meer en meer het Zijn waarin verder niets meer van belang is of gezegd hoeft te worden. Ik ervaar ook dat wij kennelijk vanuit een verschillend uitgangspunt de pelgrimsroute lopen. Ik ga uit van het Zijn wat ik ben, jij gaat uit van het Zijn dat je bezig bent te worden. Het uitgangspunt dat ik bezig ben te worden, werkt voor mij meer van buiten naar binnen dan van binnen naar buiten.

Nogmaals, het elfje kan enorm wijze adviezen geven naar het beekje toe. Zij weet dat ze samen met het beekje op weg is naar de oceaan om daarin volledig op te gaan. Maar ja…we zijn er nog niet. Vandaar dat er zich af en toe nog eigenschappen van de ‘oude’ mens manifesteren. Dan kunnen er soms dingen als kwetsend worden ervaren. Maar alleen het ego kan gekwetst worden. Ik meen dat er een gezegde is, dat wat slecht is voor het ego, goed is voor de ziel. Dat is de graadmeter waar we al vaker over gesproken hebben, als we ons geraakt voelen door wat een ander zegt of schrijft. Dat is altijd het ego. Ons Ware Zelf kan op geen enkele wijze gekwetst worden. Ook zogenaamde meningsverschillen kunnen bestaan, maar wanneer er heftige overtuigings-acties ontstaan, dan is altijd het ego aan zet. Het ego is eigenlijk een monsterachtig denksysteem, maar het is eigenlijk gewoon de menselijke toestand, niet meer en niet minder en met allerlei gradaties.

Wij zoeken het Koninkrijk Gods, daar is geen melancholie te vinden, want dat zijn emotionele gedachten van het beekje en het elfje. Liefde is Vrede heeft geen enkele neiging iets op te dringen of te bestrijden en ook niet de behoefte om zich te verweren.  Hooguit een enkel woord en met zachte stem uitgesproken. Zover blijken we nog niet te zijn, maar onze Innerlijke Leraar, de Heilige Geest, heeft zich nu over ons ontfermd. De verlossing van onze vereenzelviging met het ego, dat is Zijn functie.

Ik herhaal de woorden uit het oranje boek die ons eerder ter ore zijn gekomen op het pelgrimspad:

Wij hebben begrepen dat de mystieke weg die wij gaan betekent dat we eerst nog denken dat wij als personen op weg zijn naar God die ergens op ons wacht, hoewel we nu al met hem kunnen praten en op hem kunnen vertrouwen. Maar straks bij aankomst blijkt het anders te zijn, Hij was er steeds al in alles en wij zijn als personen totaal verdwenen en opgelost in Hem.

Het ontdekken van wat ik in mijn diepste wezen ben, blijkt de kern te zijn van de mystiek. Ik heb een lichaam, gedachten en gevoelens, maar dat ben ik niet. Datgene wat innerlijk gedachten en gevoelens gewaar wordt, bestaat onafhankelijk daarvan. Dat potentiële gewaarzijn is in feite leeg en alles verschijnt daarin. Die continu aanwezige beschikbaarheid tot gewaarworden is bewustzijn. Dat is het ‘Ik’. Dit bewustzijn ‘schept’ dat wat zich manifesteert; het brengt het tot aanzijn.

Ons diepste ‘ik’ wat in wezen reeds in de oceaan leeft is Bewustzijn. In dat Bewustzijn verschijnt de zogenaamde persoonlijkheid, en in dat kleine bewustzijn binnen die persoonlijkheid verschijnen dan weer die gedachten, emoties, gevoelens enzovoort… Die hebben altijd iets te maken met maar één persoon, die een kortdurend pseudo-bestaan heeft, ook nog voortdurend lijkt te veranderen en aan het eind van het pad verdwenen is. Anders gezegd, als de druppel weer de oceaan is. Nog anders gezegd, als Jerfaas en Tetty Z-elf volkomen identiek blijken te zijn tezamen met nog vele zogenaamde anderen.  

Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper,

één met elk aspect van de schepping en grenzeloos in vrede en in kracht.

(W.d1.95.11:2)

In de Attitudinal Healing die gebaseerd is op de CIW is het uitgangspunt dat de manier waarop mensen elkaar bejegenen, een uiting van liefde is of een roep om liefde. Ieder gevoel van onvrede of vormen van gekwetsheid zijn een roep om liefde. En wat de ene mens jegens de andere ook doet of zegt, het is een uiting van liefde of een roep om liefde. En beide dienen beantwoord te worden met liefde. Jerfaas accepteert alles met Liefde. Hij trekt al jaren met de jantjes op en kent de mens. Ook zal er geen enkel jantje zijn die het elfje iets euvel zal duiden. In het Bewustzijn is vorm niet ter zake doende. Eens aan het einde van de pelgrimsreis vallen alle gedachten geheel weg, dan is er alleen universele ervaring. Dan zijn alle pelgrims gelijk, met dezelfde pelgrimas op hun devote gelaat.

Laten we tot die tijd als water-landers, Oceandreamers, droomreizigers, of hoe dan ook, het pad vervolgen. Het kan een weg vol uitdagingen en beroering zijn. Maar het kenmerk van de ware leerling is om geconcentreerd te blijven, gericht op het goddelijk pad en elkaar het vertrouwen te blijven geven dat alles volgens plan verloopt.

Ja, dat is zo. De ontmoetingsdroom(7-Ontmoeting in de geest) heeft ons echt op dit pad gezet, om met toegewijde saamhorigheid te doen wat we te doen hebben. We hebben een gezamenlijke opdracht, om als woordvoerders van God uit onze schaduw te treden.

Tetty, innerlijk hoor ik Jerfaas zeggen: We hebben jullie samengebracht omdat jullie elkaar nodig hebben, want zonder een ander iemand als spiegel kunnen jullie moeilijk verdere vooruitgang boeken. Jullie hebben niet voor niets dit  ‘pad’ aangereikt gekregen, want het zal jullie verder samenbrengen en het volledige inzicht geven in die gebieden waar de persoonlijkheid bij beiden nog actief is.

Ja, zo is het helemaal. Zolang die persoon niet geëlimineerd is, zit die persoon ook niet stil. Want ja, die voelt kennelijk ook wel wat er gebeurt, en laat zich dubbel en dwars gelden om mij het zicht op mij Zelf te ontnemen. In het proces van ont-persoonlijking draagt het voor mij daarom ook bij middels zelfreflectie om te kijken naar de persoonlijke kenmerken die kennelijk nog een rol spelen in het overeind houden van die persoon, en waarvoor mogelijk blindheid is. In het opheffen van die blindheid, is het Zelf steeds duidelijker te zien. Met andere woorden, is het Zelf steeds duidelijker te voelen en kan het Zelf zich steeds duidelijker laten voelen.

Jerfaas zegt: Dus ga verder op het pad, intensiever dan ooit. Besef dat Jezus al zei: ‘Tenzij gij uzelf verloochene, zult gij het Koninkrijk niet zien’. Hoe belangrijk is het in te zien wie gij uzelf noemt. Verplaats het centrum van het ik-gevoel uit de persoon in deze wereld. Kijk er als het ware van een afstand naar en verbaas je hoe eenvoudig het is om uit je kleine zelf te treden. Als grote Zelf, en kijkend van die afstand, zijn er geen gevoelens van verdriet of frustratie. 

Ik herinner mij dat er al eerder is gesproken over: ‘Tenzij gij uzelf verloochene, zult gij het Koninkrijk niet zien’.(39-De uitnodiging) Jezelf verloochenen is jouw eigen kleine wil overgeven aan de grote wil van wie Jezus ‘de Vader’ noemt. Amen.

2015-08-05 11.28.54Dus in welke hoedanigheid en ‘sprookjestaal’ de personen Jan en Tetty ook communiceren, het is leerzaam, inzichtgevend en bovendien hartstikke leuk. Daarnaast volgen we het pad van M.E. We weten waar het ons naar toe leidt, maar af en toe ligt er een steen waar we ons aan stoten. Geen medepelgrim zal die daar bewust met die bedoeling neergelegd hebben. Zeer wel mogelijk hoort die steen bij het pad. Laten we ons realiseren dat we niet onze gevoelens en gedachten zijn. Ze duiken op als bedriegertjes, en ze gaan weer weg.

Er is geen vrede dan de vrede van God. Laat me niet afdwalen van het pad van vrede, want ik verdwaal op iedere andere weg. Maar laat me Hem volgen die me huiswaarts leidt, en vrede is even zeker als de Liefde van God.(Wd1.220:1-3)

Laten we de Ultieme Samenvatting van het pad van Jezus als doel voor onze pelgrimsogen houden. 

Niets werkelijks kan bedreigd worden

Niets onwerkelijks bestaat

Hierin ligt de Vrede van God

…en in die ultieme Vrede leven wij zonder het te beseffen!  

Geliefde Elf, alle vrede van de wereld gewenst, intern en extern. JJ, de (af)drijvende kracht, hoopt en bidt dat het Elfje weer blij blij blij is, en niet alleen nu, maar Blij-vend.

En het elfje Elft Groen Gelukkig… dag ‘Spiegel’end Beekje…

Tuin 2013 019…en al mijmerend  over de gelopen dag haiku-t ze er tot slot levenslustig op los… 

vol van verlangen

zo betraden zij het pad

dat voert naar leegte

≈ 

als twee personen

met als allergrootste wens

zich te verliezen

≈ 

zij gaan dag na dag

over bergen en dalen

naar hun eigen bron

≈ 

om aan te komen

als een schaduw van weleer

in het licht van Zijn

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 149 - Steen des aanstoots | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Het poëtische schilderij

Wederom wordt de Elf van Zelf vanZelfsprekend een sprookjesachtige en misschien wel poëtische nacht en dag toegewenst. Maak u geen gedachten, ze komen wel…misschien wel in de vorm van een gedicht…

En dat laat de Elf zich wel twee keer, maar geen drie keer zeggen, zoals de volgende dubbel elfde dag op de 22e zal blijken. En PP poëet mee.

als de dag in mij opstaat

en ik binnentreed in het ochtendgloren

klinkt mijn wezen in stilte

en beweeg ik mij op de toon

van een nieuwe belofte

DSC_2002

in de eerste zonnestralen

die waterdruppels doet glinsteren

worden lichaam en ziel gevoed

met dagelijks brood en

Hij die mijn dagelijks brood is

gehuld in een oranje omslag

≈ 

stemmen van de wereld ontwaken

en nemen bezit van de morgen

maar de stilte beweegt zich voort

langs velden en wegen

in schoonheid en vrede

ademt God de natuur

≈ 

zonlicht spreidt zich uit

als een warme deken

waaronder de aarde rust

en de wereld zucht

≈ 

op de groene heuvel

langs de bloemgetooide wei

zet ik mij neer in de schaduw

van de Schuilplaats des Allerhoogsten

waarboven de hemel blauw welft

met hier en daar een witte wolk

≈ 

golven van stilte

overspoelen de heiligheid

van het bestaan

slechts een wonderschone melodie

in parelende klanken

klinkt vanuit het struikgewas.

≈ 

in de zweem van een briesje

wordt een aloud lied gedragen

dat opstijgt met een windvlaag

en er ruist langs de wolken

een lieflijke Naam

die hemel en aarde verenigt tezaam

Warnsborn juli 2013 010

op deze dubbel elfde dag

zit ik in de koelte

onder een bladergroen dak

aan de oever van het meer

waar de witte lelie bloeit

verschijnen in het trage water

aan het vrolijke vissertje

vier vredige vissen

≈ 

de rust luiert voort

in vrede en harmonie

waarin de liefde straalt

als dank aan de eeuwigheid

≈ 

op deze bezielde dag

in Gods scheppingswerk

meegevoerd op golven van stilte

door de Stream Garden

vonkte alom bewustzijn

Oh wonderbaarlijke dichteres, magische meesteres der woordkunst, hoe hebt gij deze schier bovenaardse compositie van woorden toch geschapen. Hoewel gij u beweegt binnen datgene waarvan het laatste woord van uw laatste vers getuigt, maar tevens zijt gij het zelve, hoe kan ik u duiden?

En…vraagt de nederige schrijver dezes zich af…stel dat het sprookjesachtige gedicht nog een elfde vers zou krijgen, hoe zou het alom vonkende bewustzijn dat dan vorm geven?

want in de roep van God

en het antwoord van zijn Zoon

-ik weet niets, U weet alles-

lossen beelden op

die over bewustzijn liggen

omdat de roep en het antwoord

voor eeuwig één zijn

in de harteklop van Liefde

de grondslag van het bestaan

God

Nu heeft zij, zo ware het mogelijk, zichzelve overtroffen. Een magische cirkel werd uit vrije hand getrokken, want ditmaal is het laatste woord tevens het eerste, de alfa en de omega, het begin en het einde. Hij schiep het licht zodat de dag kan opstaan en ook de zon die het leven op de wereld brengt. Ook de Visser zou niet bestaan als Hij niet eerst de vis geschapen had. Stilte werd geschapen zodat roep en antwoord hoorbaar werden. Maar de snelle harteklop van lezer dezes is het teken dat de Elf met het Elfde vers de kroon van perfectie op haar meesterwerk heeft gezet. En zou er wel een persoonlijke God bestaan, dan zou Hij instemmend knikken bij het lezen van deze woorden. 

De lyrische bewoordingen van ‘hem’ waarmee ‘de dubbel elfde dag’ van ’haar’ omlijst wordt, maakt het poëtische schilderij tot een één-duidig  Meesterstuk. Waarmee de vraag ‘hoe kan ik u duiden? is beantwoord. En de harteklop klopt van harte.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 148 - Het poëtische schilderij | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Het hart van het Zelf

Het sprookjesbos bezit adembenemend natuurschoon en het is niet zomaar dat het elfje daar woont. Ook de Secret Garden is van ‘outstanding natural beauty’, zoals onlangs nog te zien was aan het inkijkje van deze mysterieuze plek. Maar de droomkiosk van JJ, met in het midden bovenop een rood hart (58 – De Kiosk), is door de harteklop van Paulus nog meer herkenbaar geworden en hiermee lijkt een droom in vervulling te gaan.

Hallo ElfenZelf.

Goedemorgen Paulus, om maar gelijk met de deur, die hier niet is, in huis te vallen; de gedachte dat het elfje het hart van het Zelf is, voel jij dat ook?

De gedachte kwam met overtuiging en ‘van ganser harte’, maar nu deze vraag komt en ‘in stilte’ een antwoord van Jerfaas gehoord wordt, kan dat alleen op de volgende manier worden doorgegeven.

Aan het woord ‘hart’ wordt vaak de betekenis van het middelpunt of de kern van iets gegeven, maar nog vaker wordt er de symbolische plaats van liefde en emotie mee bedoeld. Wanneer we die twee samenvoegen, ontstaat de betekenis van een emotioneel centrum in de mens, waar verschillende emoties zich kunnen voordoen. Ook kunnen zich geen emoties voordoen. Het ‘hart’ zou dan meer of minder en soms wel en soms niet actief kunnen zijn. Maar alle emoties van het hart verschijnen in het bewustzijn van het ene universele Zelf wat op volkomen gelijke wijze in ieder mens zetelt. Wanneer echter met ‘het hart’ louter Liefde bedoeld wordt, dan is dat de kern van het Zelf. Jan Jerfaas als mens voelt dat, hij voelt Liefde bij de ander als er verbinding is binnen het Zelf. Wordt die Liefde niet gevoeld dan is er, oftewel verschijnt er in het bewustzijn, alleen het kleine zelf.

En dan wijst Jerfaas op een stukje uit de inleiding van het boekje ‘Het Onpersoonlijke Leven’ waarin de ‘jerfaas in ieder mens’ wordt beschreven.

Tracht in de eerste plaats te beseffen dat de ‘IK’ die door de gehele boodschap heen tot je spreekt, de geest in je is, het onpersoonlijke Zelf, je eigen ziel, je Ware Ik. Het is hetzelfde Zelf dat je op andere ogenblikken van rust wijst op je vergissingen, je dwaasheden en zwakheden; dat je steeds berispt en je helpt om te leven naar Zijn idealen, die het bij voortduring aan je geestesoog voorhoudt. 

Zo komt men steeds weer op die ‘definities’. En dat zijn dan ook weer woorden, dus uiteindelijk tellen alleen de ervaringen die eigenlijk heel moeizaam in woorden kunnen worden uitgedrukt. Wanneer we echter de ‘persoon’ kunnen afleggen en overgaan naar zuiver bewustzijnsbesef, waar ook M.E. over spreekt, dan betreden we geheel en al het Zelf en zijn we er het hart, de Liefde, van. 

tussen de Aarde

en de blauwe Hemelen

klopt het rode Hart

≈ 

en het klopt van Zelf

het klopt voor mij en voor jou

en voor iedereen

≈ 

van hartelozen

tot aan de hartedieven

is de harteklop

hartje is zo blij

kaboutertje is blij blij

elfje blij blij blij.

Aldus sprak PP, Paulus Poëet, alias Paulus Pelgrim.

Warnsborn juli 2013 006 - kopie - kopie

wordt vervolgd…tot NU…

 

Posted in 147 - Het hart van het Zelf | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Schuilplaats des Allerhoogsten

Aan de oever zit het elfje naar het beekje te kijken. Langzaam stroomt het water aan haar voorbij. De zon schijnt op het water en een zachte windvlaag doet het oppervlak voor een moment rimpelen. Eigenlijk is het beekje altijd in beweging en verandert constant. Zo bekeken heeft het nooit dezelfde vorm en is het in wezen vormloos, net zoals het elfje in essentie ook vormloos is.

Na deze mijmering staat het elfje op en zegt: Dag Bosbeekje, ik ga je vandaag volgen…

Veluwe augustus 2013 016en dat voelt Groen Gelukkig…

Dit voornemen doet het beekje volop glinsteren en het is alsof de stem van de medepelgrim uit de diepte klinkt: Laten we dan het oranje pad van M.E. en C.B.Z. maar weer oppakken en als het ware recht door zee het Licht volgen. Dat ongekende Vrede op u nederdale.

Het is aan het begin van de middag als het elfje een rondje rondom ‘Jan Jerfaas en Tetty’ gaat lopen. (139-De M.E.’ers) Het is nog niet zo lang geleden dat de twee vrienden een bruin/groen aarde-tapijt aan hun voeten hadden liggen. Het elfje ziet nu dat ze in vruchtbare grond staan, want inmiddels staan ze tot aan hun knieën in het hoog opgeschoten maïs. En dromerig als ze is weet het elfje dat als je door een weelderig groen maïsveld loopt, dit staat voor geluk en echte vrienden.

Rondje Jan Jerfaas en Tetty 011Zoals de, door het stromend beekje gewenste, ongekende Vrede op haar neerdaalt, zo daalt even later ook de stromende regen op haar neer. Ze ruikt de frisheid van deze zomerse regenbui, die de zwaarte van de warmte doet optrekken. Wat een verfrissend gebeuren. De natuur klaart ervan op, evenals de wattigheid in haar bolletje. Alles wordt weer helder, evenals haar vertroebelde blikveld. Het elfje ziet dat het pad ook al vrucht begint te dragen, dat is een goed teken, en hier en daar kan ze al een paar bramen snoepen.  

Als het elfje aan het eind van haar rondje is gekomen, maar weet dat aan alles geen eind komt, loopt ze verder richting de plek bij de zuivere bron. Het elfje komt bij de verharde weg, maar zoals het beekje als het ware recht door zee gaat, zo besluit het elfje nu recht door het bos te gaan. Voor haar uit loopt een smal pad wat ze nog nooit eerder heeft gelopen en waarvan ze ook niet weet waar het uit zal komen. Al gauw merkt ze dat het pad een paadje wordt, omdat het zelden of nooit door voeten wordt betreden en de begroeiing vrij spel heeft. Het paadje is van een ongerepte natuurlijke schoonheid en het elfje voelt zich wederom als Djaiana die in het boek ‘Het woud der inwijding’ van Marcel Messing het dichte woud gaat betreden. 

Haar parapluutje blijkt daarbij een behulpzaam middel bij het banen van de weg en het doorstaat dapper alle doornige prikkels die de takken van de braamstruiken uitdelen. Eén keer slaat de twijfel toe of ze toch wel dit paadje moet blijven volgen, en het ‘of zal ze teruggaan?’ doet haar blik achterom kijken. Maar nee, het beekje gaat ook recht door zee en ze weet dat ze vooruit moet. Dan stuit het elfje op een klein meertje dat de regen op het pad heeft achtergelaten. Voorzichtig zet ze haar voetjes bij het omzeilen daarvan neer en het lukt om niet in het moerassige weg te zakken. Uiteindelijk komt ze aan het eind van het paadje uit op een breed pad, waarvan ze weet dat het rechts naar haar boshut zal leiden. Nog even kijkt ze naar links, en wat ziet ze daar? Het pad leidt licht omhoog. Ja, natuurlijk leidt het pad ‘licht’ ‘omhoog’, denkt het elfje. Het beekje heeft vanmorgen al gesproken over het pad oppakken en het licht volgen.  

In de verte, aan het eind van het pad, ziet ze iets waar ze onweerstaanbaar naar toe getrokken wordt. Dichterbij komend roept het opnieuw een beeld uit ‘Het woud der inwijding’ in haar op. Zoals Tetty het in haar beleving ziet, leidt het pad namelijk naar de, zelfs voor de ogen, zichtbare hut van Anananda, waarover ze leest in dat boek. Maar ook ‘De Schuilplaats des Allerhoogsten’ komt in haar op. En ze weet nu al dat er ook iemand is, namelijk de Goed Heilig Man, die het zal kunnen herkennen als: ‘Op de heuvel aan de bosrand was een ronde kiosk geplaatst, met een puntdakje, en de kiosk was aan alle kanten open, zodat de windvlagen van alle kanten toegang hebben.’(58 – De kiosk)

Warnsborn juli 2013 016Terwijl ze het pad loopt, weet ze dat ze bij leven en welzijn, zo de Here wil, dit pad ook met Jan Jerfaas gaat lopen. Nu zet ze zich daar voor een poos neer en slaat het oranje boek open.

In gezelschap van M.E. en C.B.Z. die haar, nadat ze het ‘wonder van bewustzijn’ en ‘God-Schepper’ op de ‘repeat’ heeft, vertellen over het ontvangen van het geschapen bestaan en innerlijke processen.

Het wonder van bewustzijn.

Voorbij de waarneming en het daaraan gekoppelde denken, beide slechts fysieke processen, is er het wonder dat iets tot ‘zijn’ geraakt in bewustzijn. Deze levende beleving, daar kijken we de hele dag overheen, omdat het zo normaal lijkt. Het onverklaarbare en wonderbaarlijke ervan, moet ooit tenminste éénmaal gezien worden. Dan is bewustzijn geen automatisme meer, maar een zijnswijze.

God-schepper.

Het tot werkelijkheid geraken van dingen in bewustzijn noemt M.E. het ‘scheppen’ van dingen door God. Het is het tot ‘zijn’ brengen van de dingen in mijn binnenste.

Het geschapen bestaan ontvangen.

Het leven is een aaneenschakeling van ‘het ontvangen van het geschapen bestaan’. De wereld wordt voordurend ‘gemaakt’ in bewustzijn. Nu, elk moment tot aanzijn gebracht. God vult als schepper het bewustzijn continu met het bestaan. Hij ‘giet zich uit’ in zijn schepselen als het ‘zijn’. De voortdurende schepping noemt M.E. ‘uitstromen’ of ‘naar buiten treden’.

Innerlijke processen.

In het binnenste en in het hoogste van de ziel schept God de hele wereld. De Godheid is de oorzaak van het Zijn, en daarmee van alles, en daarover is niets te weten te komen. Het is in mijn innerlijk, waar de bron is en waar het zijn, alle besef en bewustzijn uit voortkomt.

Geruime tijd laat ze deze woorden op zich inwerken. Zo wordt de plek ingewijd in afwachting van de komst van de pelgrims die daar ‘Het woud der inwijding’ ongetwijfeld ook zullen openslaan om van daaruit de woorden in ontvangst te nemen die hen ook begeleiden op De Route.

Zo komt het elfje aan het eind van de middag terug op het terras van haar boshutje, waar ze met haar vingertjes wijzend naar haar lichtschriftje dit alles aan het beekje schrijft. Zodat het hem mogelijk niet langer zal ontbreken aan stuwkracht van eventueel geplengde tranen. En mocht ze zelf een keer geen gebrek aan tranen hebben, dan weet ze dat het er nooit toe zal leiden dat er meer beekjes zullen ontstaan in het sprookjesbos. Omdat er voor het elfje maar één beekje is en er maar één beekje kan Zijn. En de Bosbeek volgend, ziet ze dat niet alleen zij, maar ook hij, omringd is door Groen Geluk.

Veluwe augustus 2013 017Dag Bosbeekje, stroom maar zacht de avond en nacht in. Ik zie dat je er gelukkig weer lustig op los kabbelt, misschien ook door het vooruitzicht op morgen, en anders zijn er morgen mogelijk wat regendruppels die daar een bijdrage aan kunnen leveren. Want regen of zonneschijn, wat zal ons weerhouden om, desnoods onder moeders paraplu, op weg te gaan naar de hut van Anananda, waar de pelgrims zelfs bij regen kunnen schuilen in de Schuilplaats des Allerhoogsten.

11-9-6-12

Terwijl het beekje in alle rust de dag uitstroomt, stromen er in het hoofd van Paulus nog vele gedachten over de onlangs gehouden pelgrimsdag waar gesproken werd over ‘gedachten, het zelf en Zelf en zo ongeveer datgene wat er buiten de zintuigen om in het bewustzijn kan verschijnen. Het is toch een kwestie van definities, en de ‘mind’ is zo slim. Wellicht is het goed om de verstrekte definities samen goed te bespreken, en hoe dat te verwoorden. Uiteindelijk is dat de spil van de hele spiritualiteit; het denken of het ontbreken ervan, de overtuigingen die er zijn of dienen te verdwijnen, en overtuigingen die wenselijk kunnen zijn. De hele interactie tussen mensen speelt zich daar in feite af, in dat zintuigloze gebied, en wanneer de lichamen middels de zintuigen mee gaan doen is dat van een andere orde. En in het tussengebied is er de ‘mind’, is dat gewoon een bundel gedachten? Naarmate de onpersoonlijking vordert zal alles in een helderder licht komen, neemt hij aan. En met deze constatering schud hij de gedachten van zich af. De torenklok slaat middernacht.

Maar de stilte in zijn hoofd is bedrieglijk, want de nachtelijke stilte bedient hem nog van Self service. Beeldend bedenkt hij zich dat het zelfbedienings-elfje meestal blijk geeft van een ongehoord rijk en gevariëerd aanbod van woordprodukten. Het lijkt alsof er dan een inspiratiebron aangeboord is en  de woorden en zinnen spuiten op niet mis te verstane wijze het universum in. Daar komt bij dat de inhoud van de teksten van onbetaalbare wijsheid is en derhalve hoeft er bij de kassa niets betaald te worden. Dus alles is ‘for free’ en bovendien gaat het allemaal van zelf – naar zelf – want er is maar één zelf. We are one…nou, er is een uitzondering…she’s double one, the one and only Fairy. Maar ook zij is een onderdeel, nee…een bovendeel van het Zelf. Nee…ook dat niet, zij is het hart van het Zelf. Dus, morgen zal Paulus met snelle harteklop zich melden bij de Elf. En nu wenst hij zichzelf, of wenst zijn Zelf hem…ach, laat ook maar…een Fairy Good Night.

Warnsborn juli 2013 006 - kopie 

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 146 - Schuilplaats des Allerhoogsten | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Uit beeld en in beeld

Wat een poëtische nacht betreft is de afgelopen nacht er niet echt uitgesprongen voor het elfje. Maar dat kan bedrieglijk lijken natuurlijk… 

Dagenlang bevindt het elfje zich in een soort niemandsland in de geest. Er wordt van alles gedaan en tegelijkertijd lijkt het of er niets wordt gedaan. Er wordt gegeten, er wordt gedronken, er wordt gezeten. En dat is het. Binnen dit alles lijkt er niets te gebeuren. Waar zou nog een gedachte aan gewijd moeten worden? Met de hitte gaat ‘voor pampus’ en ‘in het water’ zitten vanzelf, maar ach, wat maakt het uit. De mens bestaat toch al voor negentig procent uit water, dus of zich dat nu binnen of buiten de huid bevindt…

Tetty’s lieve bolletje, zo genoemd door JJ, voelt mogelijk door de hitte als een wattig bolletje en bij het elfje is het uiterlijk blikveld wazig en vertroebeld. Haar ganzenveertje is verdroogd en het elfenschriftje blijft gesloten. Het enigszins koelere weer dat voorspeld wordt, lacht haar vanuit de verte toe als een Fata Morgana van een gletscher in de desert van het sprookjesbos. Maar vooralsnog is het leeg, futloos, saai, en ongeïnspireerd wat de klok slaat. Hopelijk is het zombie level snel uitgespeeld en kan er een frisse start worden gemaakt. Dan zal TV kijken naar wat er opduikt in haar bolletje en wordt het lichtschriftje mogelijk weer geopend.

Het beekje stroomt nauwelijks deze week. De stuwkracht van de geplengde tranen als gevolg van hetgeen het elfje vaak zo ontroerend zegt of schrijft, ontbreekt kennelijk. Het beekje voelt haar aanwezigheid ook niet, hij is alleen, zo lijkt het wel. Hij zoekt onder water naar haar, maar daar is ze niet, en kijkt hij boven water, dan is dat ook vergeefs. Er is ook geen hi hi gelach te horen, ze is spoorloos, zo lijkt het. Eventjes voelt hij een golf van paniek, maar al snel wordt het water weer rustig en geeft hij de moed niet op. Hij stroomt nog wel ietsje, maar is het wel in de goede richting naar de oceaan? Of is hij ongemerkt teruggestroomd weer dieper het sprookjesbos in. Maar als hij op een gegeven moment weer even boven water kijkt, ziet hij een bekend beeld…

secret garden 007Met een niet in woorden uit te drukken gevoel van vreugde, weet hij dat hij nog steeds op de goede weg is. Maar dan is er nog steeds het grootste gemis; het elfje. Terwijl hij boven water verder speurt, langs de oever, in de bomen en in de blauwe lucht, is het alsof een klein wit wolkje snel dichterbij komt. Het lijkt te vibreren en als het nog dichterbij komt, ziet hij dat het een postduifje is.

Het komt rechtstreeks naar hem toe en geeft hem een boodschap van het elfje, alsof ze niet uit beeld is geweest. Hopelijk kan het Elfje klaarheid brengen in zijn toestand.

Hey Beekje, wat maak je mij nou, je moet het elfje niet gaan missen, want dan mis je jezelf. Het elfje zit toch in jou en jij zit toch in het elfje? Natuurlijk zit je nog steeds op de weg. Dat laat Secret Garden je maar weer zien. We zijn goed afgestemd en als AL wijze man moet je je niet van de wijs laten brengen. En als het elfje spoorloos lijkt, volg je gewoon het spoor van je hart. Dat doet het elfje ook als ze in niemandsland zit en zo’n beetje dezelfde toestand voelt die het beekje voelt.

En dan herinnert ze zich de regels van een lied: 

Cast your eyes on the ocean

Cast your soul to the sea

When the dark night seems endless

Please remember me

Please remember me

(Dante’s Prayer – Loreena McKennitt)

Maar het is goed dat het beekje weer richting de zuivere Bron gaat stromen, waar de elf op het beekje wacht. Want ook al voelt het elfje het beekje, ze verheugt zich er ook heel erg op het beekje weer te zien.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 145 - Uit beeld en in beeld | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De Bedriegertjes

Uit de bron van gedachten borrelt voor middernacht nog het een en ander op. JJ zit nog buiten. De thermometer geeft met 30 graden het gevoel van een zomeravond aan de Rivièra. De vogels zijn na hun avondgezang eindelijk muisstil en ook verder klinkt er geen enkel geluid. Ook in het bolletje van JJ is het stil, en er komt een gedachte op over het stilzijn in het bolletje. ‘Hhmmm, grappig’, is de volgende gedachte. En daarna begint de contemplatie.

En de TV functie van zenden en ontvangen is op dit late uur nog ingeschakeld, zodat de gedachten van JJ opgevangen worden en van ‘commentaar’ kunnen worden voorzien.

Wat is wel een gedachte en wat niet? 

Kan er sprake zijn van wat wel of niet een gedachte is? Een gedachte is een gedachte. Op het moment dat je een gedachte gaat beschouwen, kom je al snel in je denken terecht. Goed beschouwd is iedere gedachte te ontleden of te herleiden tot niets. En dan ben je weer waar je Bent en wilt Zijn.  

Jij kunt niet met je denken de gedachte proberen te begrijpen, net zoals je met je denken ook niet kunt proberen te begrijpen waar de gedachte vandaan komt en waar hij heen gaat. Voor de rest kan het niet duidelijker verwoord worden dan de Today Talk heeft gedaan. 

Tetty adviseert: ‘luister naar je Zelf’. Nu heeft JJ dat al vaak geprobeerd natuurlijk, maar er is ook nog een zelf met een kleine letter z. Hoe houd je die uit elkaar? De ‘mind’ is arglistig als een slang en kan zich voordoen als een engel des lichts. En wie luistert er dan naar het Zelf of zelf? En wat hoor je dan? Een soort stem? 

Er is geen ‘ik’ die luistert naar het Zelf. Er is luisteren. Er is geen ‘ik’ die het Zelf ervaart. Het Zelf kun je alleen maar Zijn. Het Zelf Is. Zelf en zelf moet je niet uit elkaar willen houden, want dan houd je het zelf in stand en blijf je in de dualiteit. Dan blijft er afstand en blijf je heen en weer pendelen.  

De ervaring van JJ is dat wanneer er een plotselinge verandering is van zijnstoestand zonder denken, een flits van zijn zonder jan of een flits van inzicht, dat het als het Zelf ‘voelt’. Het is ook in zekere zin abstract, vredig en eigenlijk met een tikkeltje humor. Maar er zijn geen woorden. 

Misschien heb je het met deze woorden zo goed als mogelijk omschreven. Het ‘voelt’ als je Zelf.  

En het subtiele bewustworden van egogedachten voelt als een liefdevolle correctie via inzicht. Je zou het de Heilige Geest kunnen noemen. De vrijwel constante aanwezigheid van een neutrale waarnemer is dan Jerfaas genoemd, is dat het Zelf? Of is Jerfaas een functie van het Zelf?

Ja, wat zal TV zeggen. Ik heb niet het gevoel dat er een functie van het Zelf is. Er is jou eerder gevraagd Jan Jerfaas: Als jij bij je geboorte nu alleen maar de naam Jan had gekregen, hoe zou je dan alles verwoorden als de naam Jerfaas er niet aan gegeven kan worden? Je antwoordde toen: Dan had ik me Paulus genoemd en zou ik als kabouter in het bos bij het Elfje  gaan wonen. Aldus geschiedde. Maar als ik jou die vraag nu stel, wat is dan buiten het sprookje om jouw antwoord? 

De beste benaming is ‘Hoger Zelf’ of Heilige Geest of ‘Ik Ben’.

In de illusie heeft alles wat een naam heeft een functie. Jij verbindt de naam Jerfaas aan dat wat naamloos is. Als jij die naam eraf haalt, is er ook geen functie. 

Maar dan de gedachten, ze wellen plotseling op als gevolg van een situatie of gebeurtenis, maar ook zomaar zoals nu, nu JJ buiten in de stilte zit. Zoals nu ook plotseling het beeld opdoemt van de vroegere kinderattractie De Bedriegertjes, waar hij ooit met een schoolreisje was. Je liep dan over een pleintje of zo, en dan begonnen onverwachts fonteintjes water te spuiten vanuit het plaveisel waar je over liep. Je wist nooit waar het zou gaan spuiten of wanneer, je liep op goed geluk. Afwachten maar. 

Zo komen ook de gedachten, soms afkeurend, soms vol humor, soms verdrietig, maar ook met liefde, waardering of ontroering. Als je ze ziet, lijkt het of je ze kunt stoppen, althans qua onderwerp, maar je kunt er ook in meegaan en er ook wel mee spelen. Het is heel wonderlijk. Maar het plotselinge opduiken en de manier waarop lijkt op De Bedriegertjes. Dus de TV-vraag is: Is Tetty ooit in De Bedriegertjes geweest en vindt zij dat ze nu nog wel eens onverwachts opduiken in haar lieve bolletje. Het kan zijn in de vorm van een mening, een gedicht, noem maar op.

Ja, ik ben ooit als volwassene in De Bedriegertjes geweest. Het is mij dus bekend wat De Bedriegertjes teweegbrengen. Dus als we de Bedriegertjes zien als onze gedachten die op de meest onverwachte momenten kunnen opduiken…ja, dat is wel een mooie beeldspraak…

Als jij er niet nat door wilt worden, zul je alert zijn op waar en wanneer ze opduiken. Op het moment dat ze tevoorschijn springen zul je, om eraan te ontspringen, allerlei sprongen maken. Er kan een moment zijn dat ze er niet zijn, maar voor je er op bedacht bent, hupakee, daar begint het spektakel weer. En je kunt je ermee bezighouden en zolang jij je ermee bezig houdt, zullen ze jou bezig houden. Zolang jij ze aandacht geeft, zullen ze jouw aandacht vragen. Je kunt er niet aan ontkomen. Het is zoals het is. Op het moment dat jij eraan wilt ontkomen, geef je waarde en bevestig je de waarde van datgene wat van zichzelf geen waarde heeft. De enige manier om eraan te ontkomen is het te laten zijn voor wat het is. 

Op het moment dat het jou niet deert dat je nat wordt, m.a.w. dat jij ze gewoon hun gang laat gaan en ze accepteert voor wat ze zijn en dat ze er zijn, zonder dat jij je daar op enigerlei wijze door laat beïnvloeden, hoef je geen pogingen te doen ze te ontlopen, maar loop je gewoon door zonder er verder aandacht aan te schenken.

Het dient zich spontaan aan en het wordt geaccepteerd zoals het zich aandient. Zonder voorwaarden. Je bent de acceptatie. Onvoorwaardelijke liefde is acceptatie zonder voorwaarden. Als jij alles kunt accepteren zonder voorwaarden, ben jij onvoorwaardelijke liefde. Als jij moeite hebt met accepteren ontken je de acceptatie die bent. Jij bent de Liefde die alles verwelkomt zoals het komt en het laat zijn voor wat het is. Dat is de enige manier om eraan te ontkomen. Dan is er rust, vrede en stilte. Dan loop je niet meer op goed geluk. Dan ben je geluk. 

Misschien is ‘spelen met gedachten’ wel de beste omschrijving. Dat houdt het speels en luchtig. Je kunt er alle kanten mee op, niks ligt vast, je kunt er wat mee doen, je hoeft er niks mee te doen. Het maakt allemaal niet uit. Wat jij wilt. Het enige wat je je zou kunnen afvragen is: Wat zou Liefde doen?

Warnsborn juli 2012 021

Niet toevalligerwijze heeft TV11 onlangs al fladderend door het sprookjesbos De Bedriegertjes van een afstand bekeken. Wellicht schuilt hier een mooie symboliek in. Je zit erbij en je kijkt ernaar. Dus ja, dit is zoals Tetty het ervaart. En dan is het nu tijd om de TV functie van zenden en ontvangen op dit late uur uit te schakelen.

Dan wenst uw metgezel JJ vanaf de plek waar hij nog steeds zit, en waar het om elf uur nog 26 graden is, de Elf van Zelf een sprookjesachtige en misschien wel poëtische nacht en dag toe. Maak u geen gedachten, ze komen wel…misschien wel in de vorm van een gedicht…

Maar vooreerst komt er niks…tenminste…niet zo snel als JJ gedacht en gehoopt had… Zijn de elfenvleugels door de hitte uitgedroogd? Is de woordenstroom door de hitte opgedroogd? Hij is in stille afwachting van het postduifje. Eén dag is als duizend jaren, en duizend jaren zijn als één dag. In groot verlangen ziet hij uit naar het duizend-en-één-nacht sprookje.

wordt vervolgd…tot NU…

 

Posted in 144 - De Bedriegertjes | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Gedachtewisseling

De Today Talk brengt bij de pelgrims ´de gedachten´ in gedachten. En Jnani vraagt: Waar komen de gedachten vandaan? 

Bhakta roept haar Her-Innering (16-Her-Innering) en een eerdere ‘gedachte’wisseling (74-Doe niets) in herinnering en antwoordt:  

Drie dagen lang ben ik, non-duaal bewustzijn. Ik ben bewustzijn waarin alles plaatsvindt. Er is zitten, liggen, lopen, doen, zonder dat er iemand is die zit, ligt, loopt, doet. Ik Ben. Er zijn gedachten die komen en gaan, zonder dat er enige binding mee is. Er is geen identificatie mee. Er is geen denker. Dus als zodanig zijn het ook niet mijn gedachten, maar gedachten. 

Gedachten zijn er. Gedachten komen en gaan. Gedachten zullen altijd komen en gaan. Punt. Zolang jij ze laat komen en gaan, ben je er niet bij betrokken en raak je er ook niet bij betrokken. Zodra jij je gaat afvragen waar ze vandaan komen, verbind jij je ermee en maak je ze tot jouw gedachten. Dan ben jij de denker geworden. De denker is het ik dat denkt, en dan ben je afgescheiden van het Zijn. Zolang jij je er niet mee verbindt, ben je als het ware de getuige. Het gewaarzijn. Tot je beseft dat er ook geen getuige is. Er is slechts aandacht. Je Bent. 

Nogmaals, houd je niet bezig met waar gedachten vandaan komen. Gedachten zullen er altijd zijn. Gedachten kun je als het ware niet uitschakelen, het enige wat je kunt uitschakelen is je identificatie met de gedachten. Op het moment dat jij je niet meer identificeert met je gedachten, zul je ze als zodanig ook niet meer ervaren en zul je ‘zonder gedachten’ zijn.  

Je slaat de spijker exact op zijn kop, wijze Bhakta. We zijn niet onze gedachten, tenzij we geloven dat het onze gedachten zijn. En de kwestie: ‘Waar komen de gedachten vandaan?’ is niet zozeer iets wat  ‘ík’ wil weten, maar komt naar boven om te duiden dat alles wat wij menen en/of zeggen in feite een gedachte is. In onze gesprekken wisselen wij gedachten uit, die komen ergens vandaan en zijn dan mogelijk ergens op gebaseerd. Iets wat wij gelezen hebben of ervaren hebben, maar ze komen uit het verleden. Het is niet NU. 

Jan kan menen dat hij iets gelezen heeft en dat het zeer aannemelijk is en vervolgens zeggen, ‘zo is het’. Er is een reservoir van impulsen dat ons bepaalde gedachten geeft en ons lichaam bepaalde dingen laat doen. Deels om het in stand te houden en deels om andere mensen in hun gedrag, hun uiterlijk of hun mening af te keuren. Dat laatste is dan het ego. 

Wanneer JJ dus zegt: ‘Waar komen de gedachten vandaan?, is dat socratisch bedoeld. En niet iets wat JJ dan wil weten, want dat kan niet, is mijn mening. Dus alles wat ik tot nu toe gezegd heb zijn meningen van de laatste twee minuten, die zomaar weer anders kunnen zijn over twee minuten. Ze hebben geen enkele waarde. Ze gebeuren, that’s it. 

Wat is dan uiteindelijk de waarde van datgene wat gezegd wordt? Hoe moeilijk dingen soms ook te verwoorden zijn, omdat woorden vaak ontoereikend zijn om een ervaring weer te geven, ik probeer altijd te putten vanuit de bron omdat ik de Bron ben? Om steeds zuiverder te voelen en te luisteren wat er vanuit de Bron opwelt, en dat zo zuiver mogelijk te verwoorden. Om met jouw woorden te spreken, vanuit Jerfaas die alles al weet. 

Tetty, ik heb een filmpje bekeken van de spiritueel leraar Mooji. Zijn naam heb ik al eens eerder genoemd en je weet dat ik graag naar hem luister. (100-Jerfaas de mysticus) Maar wat Mooji zegt in dat filmpje is in feite precies wat jij over ´de gedachten´ zegt. Je bent dus in goed gezelschap.

Als jij constateert dat ik precies zeg wat Mooji zegt, dan hoef ik dus niet naar hem te luisteren. Dat is trouwens een gevoel dat ik de laatste tijd wel vaker heb op het pelgrimspad. Waarom zou ik nog luisteren naar anderen? In gezelschap van M.E. en C.B.Z. voel ik mij, met de uiterst heldere en zuivere oranje routebeschrijving in de hand, steeds meer uitgenodigd worden om alleen maar uit mijn Zelf te putten. Waarom nog luisteren naar wat anderen zeggen, als ik het Zelf kan zeggen. Het Zelf voelen en ervaren, het Zelf in mijzelf aan het licht brengen, brengt mij bij de oceaan.  

Maar als er nu eens geen anderen zijn? Als alles wat in bewustzijn verschijnt het Zelf is? Als alles Liefde is en al ‘het andere’ niet werkelijk is? Socratisch vraagje: wat is dan ‘het andere?’ 

Er is geen ander of het andere. Alles en iedereen is het Zelf, zoals het Elfje Zelf is. Maar waarom zou ze nog luisteren naar hoe het Zelf via de mond van bijv. Tolle, Mooji of wie dan ook komt. Terwijl het ook via haar mond komt of kan komen. Want dat is de weg die ze gaat. En dan kun je misschien zeggen: ja, die Tolle en Mooji zijn verlicht of wat dan ook, maar die zijn niet meer of minder verlicht dan jij Zelf, ook al denk jij dat dat nog niet zo is. Waarom gebruik je hen om te luisteren naar wat er via hun mond gezegd wordt. Je kunt toch gewoon luisteren naar wat er via jouw mond komt en of dat beantwoordt aan de Liefde?

Inderdaad luister ik graag naar bepaalde spirituele leraren van wereldformaat. Niet dat ik ze op een voetstuk zet, maar ik voel me ontzettend goed als ik ze hoor. Hun stem heeft voor mij een bepaalde frequentie zodat ik meen te horen dat ze niet alleen de Waarheid vertellen maar ook dat ze zonder ego zijn. En dat is de clou. Dat is de weg die JJ gaat, samen met Tetty.

Het is inderdaad moeilijk wat gedachten en zelven betreft om gevoel en ervaring daarmee in woorden te vatten. Dat zijn maar gebrekkige symbolen en meestal erg persoonlijk qua nuance. Jerfaas geeft me zicht op twee bronnen waaruit de gedachten voortkomen. De ene bron is die van Vreugde en Liefde, wat me vaak ontroerend verbindt met mensen, dieren en de natuur. De andere bron brengt gedachten die vaak subtiel verschillen aandragen tussen Jan en anderen, vormen van lichte irritatie of zwemen van zorg of verdriet. Duidelijk ego-gerelateerd. En dan is er eigenlijk nog een derde soort. De gewone neutrale voortgangs-gedachten die eigenlijk van het lichaam komen, zoals ‘ik heb honger, laat ik wat eten’. Maar die kunnen ook snel een ego-component krijgen. Hoe dan ook, Jerfaas laat dat zien.

En voor de rest is alles wat wij ervan vinden. Voor de een is iets mooi terwijl de ander het afkeurt. Wat voor de een juist is, is voor de ander totaal fout. We scheppen zelf wat we waarnemen en vinden er dan iets van. Maar…Gelukkig…is alleen…Liefde…Werkelijk.

Het gaat er niet om wat ervan gevonden wordt. Het gaat erom of het raakt aan de essentie en de essentie weergeeft. Als je tot de essentie wilt geraken, dien je de essentie uit te drukken. Zo binnen, zo buiten. Wees Liefde. Je kunt alleen maar ‘verlicht’ raken, Liefde worden, door Liefde te Zijn, door de Liefde die je bent te leven. Als je dat schept, is er niemand meer die nog iets vindt. Dan heb je Het gevonden, dan is Het gevonden, oftewel, dan heeft Het jou gevonden. De dualiteit voorbij. Maar zolang je blijft kijken naar al ‘het andere’ dat een illusie is, en zogezegd, de jantjes hun gang maar wat laat gaan, houd je de illusie in stand in plaats van dat de illusie oplost.  

Als jij Jerfaas bent, leef dan vanuit Jerfaas. Wees Jerfaas, en geef Jerfaas een plaats in je leven en laat dat tot uitdrukking komen in gedachte, woord en daad, die steeds meer een weerspiegeling zullen zijn van Jerfaas. Waarbij Jerfaas staat voor Hoger Zelf of Heilige Geest of IK BEN. 

In dit leven op aarde is geen Jerfaas, of de andere benamingen, als persoon actief. Hij ziet toe en inspireert en geeft inzichten in een flits. Het zijn geen gedachten te noemen, dat is ‘een andere bron’.

wordt vervolgd…tot NU… 

Posted in 143 - Gedachtewisseling | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Bhakta Talk

De pelgrimsdag heeft nog maar net groen licht gekregen, of het wordt al weer oranje. Terwijl de Jnani pelgrim zich voortrept, rept hij voort over wat gisteren ook al kleur gaf aan de dag.  

Wat me bijzonder treft is dat M.E. in zijn leringen over de Godsontmoeting geen of weinig aandacht besteedt aan de middelaars. Dat is voor ons, zijnde van Christelijke huize, wel even wennen. 

Aan de hand van het oranje boekje en een aantal zaken die daarin genoemd worden, zoals spirituele zoekers, kerk en middelaars, heeft Bhakta nog even teruggekeken hoe zij dat op haar weg heeft beleefd en nu beleeft. Deze zaken zijn natuurlijk al eens eerder de revue gepasseerd op het TV-scherm. (68-De viskraam)(72-Een ‘Kerk’elijk praatje)

Maar met uw welnemen wil ik het Jnani toch nog even in herinnering brengen, want alles bij elkaar maakt het wel deel uit van de routebeschrijving. En wat de spirituele zoeker betreft (105-Zoekt en gij zult vinden) wil ik nog even een stukje terugblik onder woorden brengen.

Ik zie grote groepen spirituele zoekers, waarvan velen zich ook vaklui noemen. Heel soms had ik mij ook in het rijtje zoekers geschaard, omdat ik mij had laten overtuigen door de vaklui die mij wisten te overtuigen van de inhoud van hun gereedschapskist. Het stuk gereedschap dat zij hanteerden zou mij ook van nut kunnen zijn om de eenheid die ik verdund voelde onverdund te laten stromen. Maar de hoogst enkele keer dat ik het aangeboden gereedschap gehanteerd had, had het voor dat moment wel een inzicht gegeven, maar ook niet meer dan dat.  

Men bleef druk doende met het vermogen tot het hanteren van de bewustzijnsgereedschappen in plaats van dat men zich bewust werd van het scheppend vermogen van het bewustzijn. In plaats van tot bewustzijn te komen leek het bewustzijn buiten bewustzijn te raken. Het is zoals in de meeste gevallen het geval is met spirituele zoekers; het spirituele circus en de persoon, kortom de hele illusie, wordt in stand gehouden. 

Er wordt gezegd dat een spirituele zoeker eerder zoekt naar hoe hij zijn problemen kwijt kan of hoe hij zich goed kan voelen, dan dat hij alles op het spel zet om waarheid omtrent zichzelf te vinden. Ik zie dat een spirituele zoeker in veel gevallen niet zoekt naar een oplossing van zijn probleem, maar zoekt naar een oplossing voor hoe hij met zijn probleem om kan gaan. En in plaats van alles op het spel te zetten, blijft hij het spel spelen.

En wat M.E. ook duidelijk maakt is dat het geloven, in zekere zin, louter een overtuiging is gebaseerd op bepaalde verkregen informatie, en dat die specifiek is omdat andere informatie niet of nog niet verkregen is. Daarbij rijst de vraag of de ervaringen die wij gehad hebben ook door die informatie beïnvloed zijn of niet.  

Het lijkt mij heel aannemelijk dat onze ervaringen enerzijds gekleurd zijn door de verkregen informatie tot dat moment. Anders zou er mogelijk geen herkenning zijn in datgene wat ervaren wordt. Waarbij het ook zo is dat via de herkenning middels verkregen informatie anderzijds ook geraakt wordt aan een stukje innerlijk weten wat tot op dat moment nog niet bewust was en door de ervaring als zodanig aan jou bewust gemaakt wordt. En de vorm waarin de ervaring gegoten wordt maakt gebruik van die beelden die het diepste raakt aan jouw gevoel en waarin de boodschap het beste tot je kan komen. 

Als ik mijn BDE als voorbeeld neem, dan komt de hemel zoals ik die ervaar niet alleen tot uitdrukking in de last die van mij afgenomen wordt en de rust en vrede en gelukzaligheid die ik ervaar. Maar het gevoel van acceptatie en onvoorwaardelijke liefde raakt aan mijn innerlijk weten van Gods Liefde. Een Liefde die ik alleen vanuit verkregen informatie niet herkend zou hebben maar vanuit mijn innerlijk weten kende en nu herkende. Dan is er geen sprake meer van geloven, maar van weten. En het beeld van de gouden hemelpoort waar ik voor sta completeerde als het ware de hemel voor mij.  

Voor een ander, zoals bijvoorbeeld JJ, in wie psalm 42 heel sterk leeft, zal het beeld van de hemel mogelijk bestaan uit groene weiden met frisse waterstromen en een niet hijgend hertje. Maar wat moet een Indiaan met dat soort beelden? Hij die grootgebracht is met het beeld van de hemel als eeuwige jachtvelden, zal staande voor een gouden poort in zijn gevoel mogelijk geen herkenning vinden en zich wellicht afvragen waar hij in godsnaam terechtgekomen is.

Met andere woorden, de hemel laat zich aan ons zien in de vorm waarin wij hem ook zullen herkennen en dienovereenkomstig zullen voelen. En uiteindelijk gaat het dan niet om de vorm, maar waar die vorm naar verwijst. Het opgenomen worden in Het Licht en opgaan in het Niets kent zijn weerga niet. Daarin is geen plaats meer voor vormen en beelden. Dat is de allerlaatste stap. 

Maar zou je door andere of meer informatie anders of meer gaan geloven, of zou je geloof dan meer of minder specifiek worden? Geloven heeft altijd nog met de persoon te maken. Er is altijd nog iemand die gelooft. In hoeverre kom je los van geloven en vindt er een verschuiving plaats naar het innerlijk weten? En dan nog. Komt het innerlijk weten vanuit de ziel? En is dan de volgende stap van het innerlijk weten tot een niet weten komen. Het niet weten waarin al het weten oplost. Ben je dan in de Geest? Het pure Zijn? Dan BEN IK? Ja, zoiets… 

Dit zijn zomaar enkele gedachten van Bhakta m.b.t. jouw opmerking, Jnani, waar natuurlijk nog veel meer over te zeggen zou zijn. Maar tot zover deze Bhakta Talk. Morgen valt er vast en zeker weer genoeg te praten over allerlei andere zaken die genoemd zijn. Ik verheug mij er nu al op. Dus tot de volgende gedachten. Tot Tomorrow Talk. 

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 142 - Bhakta Talk | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Geestelijk voedsel

Zonder moeite en met frisse zin in de dag zijn de pelgrims al vroeg uit de veren. De indruk bestaat bij JJ dat iedere dag weer een verdieping geeft van de voorafgaande dagen. Met het oranje boek van C.B. Zuijderhoudt op schoot komt er bij hem een gevoel naar boven dat het rustig lezen en herlezen nu van essentieel belang is. En als onderdeel van het reisplan wil hij als Spiritbrenger voor TV graag Meester Eckhart aan het woord laten over IK, Bewustzijn, en Scheppen en Ervaren.

Het ontdekken van wat ik in mijn diepste wezen ben, blijkt de kern te zijn van de mystiek. Ik heb een lichaam, gedachten en gevoelens, maar dat ben ik niet. Datgene wat innerlijk gedachten en gevoelens gewaar wordt, bestaat onafhankelijk daarvan. Dat potentiële gewaarzijn is in feite leeg en alles verschijnt daarin. Die continu aanwezige beschikbaarheid tot gewaarworden is bewustzijn. Dat is het ‘ik’. Dit bewustzijn ‘schept’ dat wat zich manifesteert; het brengt het tot aanzijn.

Bewustzijn is het pure zijnsbesef, het kenvermogen waardoor het bestaan wordt ervaren. Met dit gewaarzijn wordt geen subjectieve werkelijkheid gevormd. De geest vult de betekenis in van wat in bewustzijn ervaren wordt. De geest/mind is datgene in de mens wat denkt, wil en voelt. In bewustzijn is dus alles vervat. Er is niets buiten bewustzijn. Het is het besef dat ik ben en het maakt dat wat zich voordoet wordt opgemerkt, dat alles is. Bewustzijn is mijn kern, en ik kan niet verder terug in mijn zoektocht naar wat ik in wezen lijk te zijn.

Scheppen is iets tevoorschijn brengen uit niets. Dat is wat gebeurt als ik gedachten ‘zie’ of iets ervaar. Ik breng het tot aanzijn, tot bestaan in bewustzijn. Ik schep het zelf in bewustzijn. In mij geraken dingen tot werkelijkheid. Dat is het wonder van de schepping. Alles verschijnt in bewustzijn, en de realiteit of substantie van iedere ervaring is (ook) bewustzijn. Toch is bewustzijn niet een iets, het kent geen vorm, locatie of afmeting, het is vormloos. Het is alomtegenwoordig.

Dus mijn wezen, mijn ‘ík’, bestaat uit het vermogen tot bewustzijn. Bewustzijn is het scheppend vermogen dat het ontstaan van dingen in besef bewerkstelligt. Bewustzijn is niet ruimtelijk bepaald en heeft evenmin een materieel geschapen bestaan. Ik kan de wereld en wat zich binnenin mij afspeelt niet anders ervaren dan middels bewustzijn. Daarmee zijn niet de dingen, maar is bewustzijn mijn enige werkelijkheid. 

En wat betreft ervaren als identificatie: Ik besta in mijn diepste wezen uit louter bewustzijn. Het ervaren van wat dan ook in bewustzijn vormt een ongedeeld geheel met bewustzijn. En dat bewustzijn is onverbrekelijk verbonden met haar inhoud, met hetgeen ik ervaar. Dus met de gedachte, met het gevoel en met de wereld zoals die bij mij binnenkomt. Bewustzijn neemt de vorm aan van de ervaring. Alles wat zich voordoet ben ik zelf (als bewustzijn). Ik kan mij niet losmaken van wat ik ervaar! Dat wat gebeurt is mijn wezen. Dus ik schep die ervaring en ben die tevens. 

Na de inname van dit geestelijk voedsel blijven de pelgrims Hier en Nu terwijl ze gaan. De oranje route wordt vervolgd en de Jnani pelgrim vat ondertussen voor de Bhakti pelgrim de eerste hoofdstukken uit het oranje boek samen om de beginselen van wat nog komt goed in te laten werken.

De inzichten van M.E. blijken een tijdloos karakter te hebben, wat van onschatbare waarde is voor de mystieke kant van de hedendaagse christelijke religie. M.E. preekte een contemplatief systeem wat leidt tot de eenwording. Voor het begrip godsontmoeting of wedergeboorte valt in onze tijd ook het woord ‘verlichting’ (advaita) en ‘satori’ (zen) te gebruiken.

Mystiek zondert zich altijd wat af van de reguliere geloofswijze, vanwege de eenwording die slechts voor een enkeling is weggelegd. Die mystieke eenwording komt niet tot stand door georganiseerde rituelen en dogma’s, of door intelligent denkwerk, maar verlangt diepgaande zelfwerkzaamheid, alsmede de genadefactor. De rechtstreeksheid, de samensmelting waarvan sprake is in geval van een mystieke vereniging verdraagt vanuit haar aard geen middelaars. M.E. liet in zijn preken duidelijk de rechtstreekse mogelijkheid van een voor iedereen bereikbare godsontmoeting zien.

De vier thema’s van M.E. zijn:

1. Hoe groot het wonder is dat alles in de geest geschapen wordt en tot werkelijkheid geraakt in bewustzijn.

2. Het herkennen van mijn diepste wezen als bewustzijn in nondualiteit. Hierbij lost de zijnswijze als persoon op en dat brengt de geboorte van puur zijn.

3. Het losmaken van alle dingen en het leeg maken van de geest, wat het verblijven in puur zijn mogelijk maakt.

4. De goddelijke natuur is de oorsprong van het zijn en van het bewustzijn. De zuiverheid daarvan is gelegen in de nondualiteiy. Het doorbreken in de godheid is het verdwijnen in deze nondualiteit, in de grond van dit pure zijn.

Zoals het blauwe boek met stip genoteerd staat tijdens het pelgrimspad, zo geldt dat ook voor het oranje boek.

Warnsborn juli 2014 029Na al dit geestelijk voedsel trekt het elfje zich tegen de avond terug in haar boshutje om zich fysiek te gaan voeden en de avond vliegt voorbij en ademt vrede. Morgen zal de oranje route verder gevolgd worden. Voortgedreven door het stuwende beekje zullen de pelgrims helemaal op dreef komen. En gedragen door de elfenvleugels zullen ze tot grote hoogte stijgen. 

Warnsborn juli 2014 034

Nog even en life will be more exciting than you ever dreamed. En de blik van de ene pelgrim richt zich weer op het ‘Hoge Holy’ noorden, in gezelschap van de andere pelgrim die niets anders kan zijn dan de Spiritbrenger want ‘His holy presence living in you’. Dit was TV Spirit. Goedenacht.

wordt vervolgd…tot NU… 

Posted in 141 - Geestelijk voedsel | Leave a comment