Het Pad van de Pelgrims – Het Vredespaleis

Gisteravond begaf JJ zich ter ruste terwijl de echo van de gelopen pelgrimsdag nog in zijn geest weerklonk. En niet nachtdromend in de ‘Licht’boot gaat hij in de vroege ochtend aan land in een dagdroom. Diep onder de indruk kan hij niet wachten om het vliegende pelgrimmetje deelgenoot te maken van wat hij meemaakte.

‘Het Vredespaleis’

Hij bevindt zich in een grote ruimte met veel zuilen en hij weet: Ik ben in het Vredespaleis. Hij vraagt Jezus om hem te hulp te komen. En daar komt hij, vaag is een menselijke gestalte zichtbaar in een prachtige lichtbol die de ruimte inkomt. Het licht vult de hele ruimte en dringt door in ieder hoekje, alles wordt zichtbaar. JJ ziet nu dat hij ook zo’n soort lichtwezen is, en er zijn er nog veel meer. Ze bestaan allemaal uit precies dezelfde lichtenergie. 

Jezus wenkt hem nu en zegt: Kijk uit het raam. JJ kijkt naar buiten op een soort plein en ziet daar vele jantjes en tetjes druk praten. Ze gesticuleren en hij hoort ze zeggen: ‘Nee, zo is het niet’ en ‘Het is zo’. En ‘Ik denk dat het…’ en ‘Nou dat denk ik niet’, enzovoort, enzovoort. Kijk, zegt Jezus, weet je waar ze het over hebben? Ze hebben het er over hoe het er hier binnen uitziet en hoe het is om hier te zijn. Maar ze beseffen totaal niet dat ze hier nooit binnen kunnen komen.

JJ kijkt geboeid naar het gedoe daarbuiten en een gevoel van tragiek overvalt hem. Nadat Jezus hem bemoedigend heeft toegeknikt, verflauwt het licht en wordt hij zich weer bewust van het bed waarin hij ligt. En alsof Jezus hem nog een boodschap meegeeft, hoort hij: Dat Vredespaleis ligt in je hoofd, probeer daar zoveel mogelijk in te verblijven, en kijk door het raam naar alles wat je denkt, hoort, ziet en leest. Letterlijk alles speelt zich af op het plein daarbuiten.

Geliefde Elf, het Vredespaleis is gelegen in het Koninkrijk der Hemelen. En heel toepasselijk las ik daarna les 286 van de Cursus in Wonderen. 

De stilte van de hemel omhult vandaag mijn hart.

Vader, wat een stilte vandaag! Wat vallen alle dingen rustig op hun plaats! Dit is de dag die als het tijdstip werd gekozen waarop ik de les begrijpen ga dat het niet nodig is dat ik iets doe. In U is iedere keuze al gemaakt. In U is ieder conflict opgelost. In U is alles wat ik hoop te vinden al gegeven aan mij. Uw vrede is de mijne. Mijn hart is vredig en mijn denkgeest in rust. Uw Liefde is de hemel en Uw Liefde is de mijne.(Wd2.286.1:1-9)

De stilheid van vandaag zal ons hoop geven dat we de weg hebben gevonden en daarlangs heel ver zijn gereisd naar een volkomen zeker doel. Vandaag zullen we niet twijfelen aan de eindbestemming die God Zelf ons in het vooruitzicht heeft gesteld. We vertrouwen in Hem en in ons Zelf, dat nog altijd één is met Hem.(Wd2.286.2:1-3)

Wat een Wonder van de Cursus!

Ja, en de glimp van het Vredespaleis als eindbestemming die je in je dagdroom mocht opvangen zal je inspireren en motiveren om daar te komen. Het middel dat de Cursus je daarvoor aanreikt is vergeving.

Ja, we weten inmiddels dat het bij vergeving allemaal gaat om het wegnemen van blokkades. Al meerdere keren is die mooie blauwe tekst op ons pad gekomen.

De Cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven. Het beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die ons natuurlijk erfgoed is.(T.Inl.1:6-8)

Ha, ha, hoe wonderlijk is het dat ik juist vandaag in de krant las dat het uiterlijke Vredespaleis tot erfgoed verklaard is. Datgene waar de pelgrims innerlijk weet van hebben en waar zij zo veel mogelijk in proberen te verblijven, dringt kennelijk nu ook door tot wat zich buiten op het plein afspeelt.

‘De blokkades wegnemen’ vraagt bereidheid om naar het ego te kijken. Om met Jezus’ liefde aan je zijde voorbij de blokkades te kijken naar de vreugdevolle waarheid over jezelf en je broeders. De Cursus beklemtoont steeds weer dat alle irritatie en woede die door de buitenwereld veroorzaakt lijkt te worden in wezen op het zelf is gericht. Pas wanneer dat beseft wordt, zal het gaan afnemen en kan het Zelf zichtbaar worden. En dan… wanneer de Vrede voelbaar is geworden, dan wordt die ook buiten zichZelf gezien als de werkelijke wereld die vol liefde is.

Maar de jantjes zullen het Vredespaleis in het Koninkrijk nooit binnengaan, zij zullen samen met het lichaam en het persoonsverhaal volledig verdwijnen in de illusie waar ze ook uit voortgekomen zijn. Bij ieder jantje, oftewel projectiebeeld, is het mogelijk een ‘reset’ uit te voeren. De CIW zegt dan bij monde van Jezus: ‘Kies opnieuw.’

Op dat moment kruist de Keuzemaker het pad van de pelgrims.

KeuzemakerZo, zo, TV, al met al misschien wel zware kost voor mijn vliegende medepelgrim. Maar als het goed verteerd wordt zal ze het Licht van de Wereld worden en het pad voor deze medepelgrim verlichten. Je zou het een keuze maaltijd kunnen noemen.

Ik ga voor Groen Geluk!

Het doet mij groot genoegen dat je energieleverancier ‘GreenChoice’ is. Behalve milieuvriendelijk is het ook gratis, althans voor de geestelijke energievorm. Bon Appetit. 

Van HartZelfde!

Hart van de Roos

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 154 - Het Vredespaleis | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Leesstof op het zandpad


Warnsborn augustus 2013 006
Het is nog vroeg als de pelgrims de reis door het wereldse en niet wereldse voortzetten en het landschap hen welkom heet met een beginnende paarse groet. Volop in de zon genieten de pelgrims van de wandeling. Lange tijd is er alleen maar lopen, slechts lopen, en ze voelen zich enkel en alleen aanwezig. Maar het is niet alleen paars wat de klok slaat. Na verloop van tijd springen er regels uit het blauwe en oranje boek tevoorschijn en die zorgen voor veel leesstof op het zandpad.

Tetty, het gaat allemaal over de ‘niet echtheid’ van het gemanifesteerde, inclusief alles wat we daar waarnemen. Luister maar. Hier lees ik enkele passages uit het blauwe boek, voorafgaand aan les 241, waarin gesproken wordt over ‘Wat is de wereld’.

De wereld  is onjuiste waarneming. Ze is uit dwaling voortgekomen en heeft haar bron niet verlaten. Ze zal niet langer blijven bestaan dan de gedachte die haar heeft voortgebracht wordt gekoesterd. Wanneer de gedachte van afgescheidenheid gewijzigd is in een van ware vergeving, zal de wereld in een heel ander licht worden gezien, een dat tot de waarheid leidt, waarin heel de wereld met al haar dwalingen zal verdwijnen. Nu is haar bron verdwenen en zijn haar gevolgen dat eveneens. 

De wereld werd gemaakt als een aanval op God. Ze symboliseert angst. En wat is angst anders dan de afwezigheid van liefde? De wereld was aldus bedoeld als een plaats waar God niet binnen kon gaan en waar Zijn Zoon van Hem gescheiden kon zijn. Hier werd waarneming geboren, want kennis zou dergelijke waanzinnige gedachten niet kunnen voortbrengen. Maar ogen bedriegen en oren horen onjuist. Nu worden vergissingen alleszins mogelijk, omdat er geen zekerheid meer is. 

Waar het zien werd gemaakt om van de waarheid weg te leiden, kan het ook opnieuw worden gericht. Geluiden worden de roep om God, en aan alle waarneming kan een nieuw doel worden gegeven door Degene die God als Verlosser van de wereld heeft aangesteld. Volg Zijn licht en zie de wereld zoals Hij die beziet. Hoor alleen Zijn Stem in alles wat tot jou spreekt. En laat Hij jou de vrede en zekerheid schenken die jij hebt weggegooid, maar die de Hemel voor jou in Hem bewaard heeft. 

Laten we niet voldaan rusten voordat de wereld zich bij onze veranderde waarneming aangesloten heeft. Laten we niet tevreden zijn voordat vergeving totaal is gemaakt. En laten we niet proberen onze functie te wijzigen. Wij moeten de wereld verlossen. Want wij die haar gemaakt hebben, moeten haar door de ogen van Christus zien, opdat wat gemaakt was om te sterven tot eeuwig leven kan worden hersteld.

Maar iets in ons wil eigenlijk niet aannemen wat daar zo duidelijk staat. Het wil deze wereld echt maken, en dat lukt aardig. Je zoon of dochter heeft bijvoorbeeld een ziekte en dat is dan heel erg. Vele anderen zijn net zo ziek of nog erger, maar dat voelt al een stuk minder erg. Want die zijn niet mijn kind. Zo denkt het ego.

En als ik dan het oranje boek opensla, dan lees ik ook hier dat Meester Eckhart niet voor niets aanraadt om te gaan ‘doorbreken’, de wereld van het gemanifesteerde te verlaten, oftewel uit het bewustzijn te wissen. Want de persoon leeft in die dualiteit, die kan niet mee naar de non-dualiteit.

Ieder wezen verlangt naar zijn allereerste oorsprong omdat het op den duur de meest onvoorstelbare vrede oplevert. Dit verlost zijn van jezelf, deze eeuwigheid die daarvoor in de plaats komt, is van alles wat in dit leven verlangd kan worden, het meest begerenswaardig. Het naar binnen keren van de zintuigen, het doorbreken, kan de ziel  tot de eenheidservaring brengen. Verblijven in zijn is niet anders dan een zich afwenden van alle schepselen en een zich verenigen in de ongeschapenheid.

Zonder in de staat van non-dualiteit te zijn valt de Godsontmoeting niet te realiseren. Het zal duidelijk zijn dat de zuiverheid van Gods natuur nergens anders in kan liggen dan daar waar tijd en ruimte verdwenen zijn, in de non-dualiteit, in de Eenheid. Waar binnenin u nog geen enkele opsplitsing, geen enkel zijn of kwaliteit zich aandient, is de zuiverheid absoluut.

Om in dit pure zijn te geraken adviseert M.E. een moedwillig lege geest. Men moet dus de staat van non-dualiteit realiseren om dit innerlijk koninkrijk binnen te kunnen gaan. Dit betekent dat men de stilte in de geest moet leren bewerkstelligen, en wel bij voortduring. Een stille geest is een geest die zichzelf als object heeft opgeheven, zodat het denkproces wel plaats kan vinden, maar het denken dat alle binnenkomende prikkels kleurt en aanpast, wordt genegeerd. Daarmee wordt het niet relevante deel van het denken geëlimineerd. De gedachten worden niet meer geïnitieerd door hetgeen voorradig is als conditionering, doch alleen door wat zich op dat moment aandient.

Bij het vertoeven in die stille duisternis, bij het gaan naar binnen, komt er een moment dat een kracht de ziel naar steeds diepgaander lagen van haar eigen zijn trekt. Er is een binnendringen in het onbekende Ene, dat stukje bij beetje ten slotte tot een adembenemende afdaling in de leegte wordt. De ziel verliest dan haar houvast op een wijze die overeenkomst vertoont met dat wat plaatsvindt op het moment van de dood, wanneer de ziel het terugtrekken van haar lichamelijke zintuigen opmerkt. Dan voelt zij ook de terugtrekking van bewuste gedachten, van de wil, van die hele binnenwereld waarmee de ziel zich geleidelijk aan had geïdentificeerd. Zij voelt zich verdwijnen en oplossen in een ‘gene zijde’ die desondanks deel is van haar eigen zijn, maar waar nochtans haar besef van aparte existentie volstrekt verdwijnt. Er rest dan niets meer van ‘mij’ en dat heeft het effect van een enorme bevrijding en intense vrede.

Al deze woorden leiden ons op ons pad naar een groots panorama, dat een geweldig uitzicht biedt op de Waarheid. Daar zullen we voorgoed onze persoonlijkheid aan de wilgen hangen, en als zuivere zielen verder zweven naar het hemelse licht.

deel1- (214)

Zonder dat ze nog enkele woorden wisselen die via de leesstof van de oranje weg opdwarrelen, verschijnt opnieuw voor het pelgrimsoog de zandloper waarmee in het oranje boek het doorbreken in de godheid beeldend wordt voorgesteld. Wellicht kunnen ze zich op een volgende pelgrimsdagreis daar nog eens mooi op verder bezinnen, voordat het elfje het kleed van bewustzijn weer aandoet, door de taille van de zandloper glipt en opnieuw geboren wordt, zoals het beekje het voorspiegelde. In de weerspiegeling van het Stille water van de beek doet zij er voor dit moment het zwijgen toe.

En de Oceandreamers in hun ´Licht´bootje varen niet hun eigen koers, maar liggen op Zijn koers…

Deel2- (129)

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 153 - Leesstof op het zandpad | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Mijnopruimingsdienst

Terwijl het elfje opgeruimd van geest de nieuwe dag begroet, zet het woord opruimen bij JJ een gedachtenstroom in gang en Jerfaas kijkt nauwlettend toe wat er gebeurt. De mijnopruimingsdienst treedt in werking en wordt actief in beeld gebracht op het TV-scherm. En aan de hand van de gedachtenstroom van JJ m.b.t. de jantjes, volgt TV m.b.t. de tetjes haar gedachtenstroom.

Mijnopruimingsdienst? Dit klinkt wel heel erg explosief, JJ. Ik krijg gelijk een beeld van een mijnenveld in de buitenwereld, waar men behoedzaam doorheen laveert, om niet vernietigd te worden. Want ja, dan ben je er geweest. Vanuit het materiële denken waarin men zich identificeert met de persoon is dit een beeld waar angst regeert. Vanuit het religieuze denken van de pelgrim ontstaat de gedachte: Maar wie of wat wordt er vernietigd? Wie of wat is er dan geweest? En moet er überhaupt wel iets vernietigd worden?

Tetty, er is een jantje die de ‘opruimer’ speelt van alles wat met ik, mij en mijn te maken heeft. Hij is de killer van het ego zogezegd. Maar hij is een doener en dat is verdacht, dus je zou kunnen zeggen dat dit jantje een collaborateur is. Het ego met al zijn facetten wordt bij JJ door ‘een hoger iets’ aan het licht gebracht en het jantje duikt erop om een ‘mijn’ op te ruimen.

Haha, ik geniet van de wijze waarop jantje ten tonele wordt gevoerd. Ik zie hem in gedachten druk doende en volg met een geamuseerde blik al zijn verrichtingen die hem diverse benamingen opleveren, in dit geval de opruimer. Het is toch wel een geweldig ventje die aandoenlijk zijn best doet waarvoor hij ingehuurd is. Maar iets van de jantjes, of in mijn geval iets van de tetjes, kan alleen maar aan het licht gebracht worden als het er, laat maar zeggen, ‘verborgen in het donker’ nog is. Iets wat er niet meer is, kan ook niet meer aan het licht gebracht worden, want dat is licht geworden. Wat maakt nu dat iets er niet meer is? Door het te laten zijn precies zoals het is. Acceptatie.

Het is dus zo, dat jantje de opruimer ook weer wordt gezien, en dat kan best een tijd duren voor hij verdwijnt. Maar het feit dat hij minder opduikt is een gevolg van de mindere aandacht die hij krijgt. En die aandacht, dat is volgens JJ de sleutel. Iets wat weggedaan wordt in fysieke zin krijgt geen directe aandacht meer, hooguit in memoriam zou je kunnen zeggen, maar ook dat kan zich herhalen. Wanneer je bijvoorbeeld een stoffelijk ding weg doet, kan het ook dan nog in gedachten terugkomen. Dus laat staan de ‘gedachten’ waaruit vrijwel ons hele innerlijk bestaat. Die staan vaak op de repeat, of qua vorm, letterlijk, of qua structuur, soort van gedachten.

Ik begrijp wat je hiermee bedoeld te zeggen, maar het maakt het verhaal niet anders. Die aandacht waar jij het over hebt is eveneens gerelateerd aan jantje de opruimer en al die andere ego-facetten die het denken bevolken en waarvan gedacht wordt dat ze ‘weggedaan’ moeten worden.

Het geen of mindere aandacht geven aan de jantjes en tetjes betekent nog niet dat ze geaccepteerd zijn. Voor TV is acceptatie de sleutel. Om iets geen directe aandacht meer te geven, hoeft het niet weggedaan te worden. Iets willen wegdoen betekent dat het niet geaccepteerd wordt zoals het is. Iets willen wegdoen is doorgaans iets ontkennen en daarmee continueer je het. Iets wat mindere aandacht krijgt c.q. weggedaan wordt blijft om meer aandacht vragen. Iets wat helemaal geen aandacht meer krijgt, wil nog meer aandacht. Het voelt zich ontkend en wil zich laten kennen. Het lijkt of het minder opduikt, maar dat komt omdat het vaak niet meer via de directe weg gebeurt, maar via de indirecte weg, zoals gezegd, in memoriam. En dat is doorgaans in sluimerende toestand nog hardnekkiger. Want terwijl je het ogenschijnlijk niet in de gaten hebt, kan het onverwachts als een soort sluipmoordenaar op herhaling tevoorschijn springen. Acceptatie is als het ware het huurcontract van de jantjes en tetjes opzeggen en alles laten zijn precies zoals het is. In acceptatie is de aandacht opgelost.

Inderdaad is acceptatie de sleutel. Mijn leraar Tolle zegt steeds: ‘Don’t react to content, because it is already as it is’. Daar hadden we het onlangs nog over; wat een van ons beiden ook zegt, alles wat we ervan vinden is onze eigen interpretatie en zegt iets over ons innerlijk. Acceptatie geeft rust, wat er ook gezegd of gedacht wordt.

De CIW les van vandaag zegt: Laat alles precies zijn zoals het is. Eigenlijk staat daar: ‘laat ik mogen zien zoals het werkelijk is’, want wij kijken en luisteren door de bril van de jantjes en zien niet hoe het werkelijk is. Wij zien en horen vaak iets wat ons niet aanstaat, niet beseffende dat het ons innerlijk is wat als een waas over de werkelijkheid ligt. Maar het is ‘mijn’ werkelijkheid die gezien wordt, dus als het ‘mijn’ weggehaald is, zou die werkelijkheid wel eens aanzienlijk mooier kunnen zijn.

Hé pelgrim, zolang we kijken door de bril van de jantjes en tetjes maken we gebruik van de omgekeerde kijk. Daar moet de focus niet op liggen. Weet je wat we doen? We zetten gewoon die bril van de jantjes en tetjes af. Om te zien hoe het werkelijk is hebben we geen bril nodig. Om te zien hoe het werkelijk is hoeven we alleen maar van kijkrichting te veranderen. Dan zien we niet langer het ‘mijn’ wat er is, maar het Zijn dat Is. En dat is inderdaad aan’zien’lijk mooier en het aanzien meer dan waard.

Feitelijk hoeft er dus niets gedaan en opgeruimd te worden en hoeft er geen ego ge-killed te worden. Als het ego met al zijn facetten niet uit het zicht geruimd wordt, hoeft het ook niet aan het licht oftewel aan het zicht gebracht te worden. Dat scheelt dan een hoop werk en met dit inzicht heeft jantje de opruimer het nakijken en is tetje de opruimer ook het werk uit handen genomen… mijnopruimingsdienst opgeheven… opgeruimd staat netjes.

Nou, wat zullen we nu eens gaan doen? Gewoon lekker spelen in het mijnenveld, waar niets vernietigd hoeft te worden omdat je niet vernietigd kunt worden, omdat je door, in en met alles het pad van je eigen vreugde volgt wat je bent. Want ‘het hoger iets’, waar jij over spreekt regeert met liefde over en in het mijnenveld. En ineens komt een aloude versregel naar boven:

 Waar liefde woont, gebiedt de Heer den zegen:

Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,

en ‘t leven tot in eeuwigheid.

 Ja, ja, zo gek zijn die aloude psalmen nog niet. Omdat alle dogma’s in de verlichting opgeheven zijn, dringt de waarheid van wat gezongen wordt door in waar de pelgrimsziel van zingt.

En terwijl Jantje Opruimer zich aangespoord voelt om schoon schip te maken, klinkt vanuit ‘het hoger iets’ voor de Oceandreamers, onderweg in hun bootje…

Noorwegen 2014 064Ik ben een onbegrensde Oceaan.

Waar de geesteswind opsteekt

ontstaan er vele werelden,

als golven in het water

≈ 

Gaat in het water van mijn Wezen

de geesteswind weer liggen,

dan zinkt de universumboot

met al wat er gezag voert.

≈ 

(Ashtavakra’s Zang)

Noorwegen 2014 085

wordt vervolgd…tot NU… 

Posted in 152 - Mijnopruimingsdienst | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Licht-en-Beek route

Voordat de avond opgaat in de nacht vormt zich nog een TV voorstelling uit het sprookjesbos. 

Terwijl het elfje op haar grijze ros Oosterbeek binnenrijdt, de plek waar de zon over de beek opgaat, ziet ze in gedachten aan de dag met het beekje dat de zon nu bezig is om onder te gaan. De zon is, omfloerst door vage nevelige wolken, een zacht schijnend licht in een tere blauwe lucht. ‘En de avondzon schijnt met milde gloed over alles wat er gebeurd is’, komt in het elfje naar boven.

Noorwegen 2014 162De zon heeft de hele dag zijn licht laten schijnen tijdens het samenzijn met het beekje. Daarom besluit het elfje op de terugweg in het spoor van het beekje te blijven en langs de haar bekende LichtenBeek route te gaan. Licht en Beek, hoe mooi! In het samengaan van die woorden ligt alles besloten. Wat zou het elfje daar nog over willen zeggen?……

Dat het beekje het Licht is, dat het beekje voor het elfje als een licht is op haar pad, dat er via het beekje iets aan het licht gebracht wordt, dat er door het beekje soms een lichtje opgaat bij het elfje, en dat zij samen op weg zijn om het Levenslicht te zullen aanschouwen.

Dit gaat allemaal door het elfje heen terwijl ze de weg door LichtenBeek volgt via het meest groene Gotische raam dat ze zich kan voorstellen. Ooit toen ze hier reed, had ze net gelezen hoe in de tijdgeest van M.E. de gedrukte Romaanse bouwstijl plaatsmaakte voor de naar de hemel getrokken, van kunstige glas-in-loodramen voorziene Gotiek. En ze zag met eigen ogen hoe langs deze route het meest ‘natuur’lijke Gotische raam is ontstaan. Meterslang kan ze er doorheen rijden. En alle keren dat ze daar rijdt, is ze zich bewust van het feit dat deze spitsboog symbool staat voor het ‘naar de hemel getrokken worden’ wat in de geest van de mensen gebeurt, zoals M. E. schrijft.

Nog eenmaal staat het elfje stil om de inmiddels adembenemend mooie grote oranjekleurige zon achter de bomenrij te zien zakken. Hoe schitterend! Op haar grijze ros door het sprookjesbos rijdend ziet ze vanaf de weg het rondje ‘Jan Jerfaas en Tetty’ liggen. Ze ziet dat het er vredig bij ligt in de avondschemering. Alles is tot stilte gekomen. En het elfje ziet dat het goed is.

Het elfje voelt zich al met al opgeruimd en opgewekt. En ‘opgeruimd’ gaat ze in haar boshut verder met het opruimen van vele goederen die de kast bevolken. Allerhande zaken gaan het veld ruimen. Het opruimen hiervan staat ook symbool voor het proces van ontpersoonlijking. Ruimte creëren voor…ja, wie zal het zeggen, voor misschien wel… niets. Het Niets waar de pelgrims naar op weg zijn. En dan is het uiteindelijke doel van het ‘opruimen’ bereikt.

En ‘opgewekt’ ziet ze het vrolijke vissertje weer tevoorschijn komen. Zoals het vrolijke vissertje lang en kort geleden haar huisje tussen de baardgrasjes had verlaten om ter bezinning haar elfenvleugeltjes neer te strijken bij haar boshutje te midden van het groen bij de zuivere bron (64-Het beekje), zo gaat ze nu in omgekeerde volgorde het pad volgen om haar oren weer te luisteren leggen bij het zachte suizen van de wind door de baardgrasjes. 

Maar…

Waar zij zich ook bevindt,

het maakt niet uit.

Slechts de omgeving kan veranderen,

de vorm kan veranderen.

≈ 

Maar…

Het elfje is het elfje.

Het sprookjesbos blijft het sprookjesbos.

Het beekje is het beekje.

Paulus is Paulus.

Paulus 001

Waar je ook gaat, daar ben je

En gezien het feit dat het elfje, buiten hier en daar een prikkeling, altijd bijzonder geniet van de voorstelling van zaken van het beekje, spreekt het elfje de wens uit dat het beekje er Levens-lichtig op los blijft murmelen.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 151 - Licht-en-Beek route | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Een identiteitsbewijs

Goedemorgen Groen Gelukkig Elfje…ter inspiratie begin ik deze pelgrimsdag met een blauw tintje. 

Laten we vandaag onze weg niet opnieuw kwijtraken. We gaan naar de Hemel en het pad is geëffend. Alleen als we proberen af te dwalen kan er oponthoud zijn en nodeloze tijdverspilling op doornige zijwegen. Alleen God is betrouwbaar en Hij zal onze voetstappen leiden. Hij zal Zijn Zoon in nood niet in de steek laten, noch hem voor eeuwig laten ronddolen ver van zijn thuis. De Vader roept, de Zoon zal gehoor geven. En dat is al wat er te zeggen valt over een wereld die gescheiden lijkt van God, en waar lichamen werkelijkheid hebben.(Wd1.200.9:1-7)  

Voorwaarts pelgrim, ik maak de reis met jou. In het universum creëert het bewustzijn een spel met miljarden vormen. Laten we kijken welke vormen er uit de oceaan van bewustzijn oprijzen en welke gedachten zich als geluidsgolven gaan manifesteren.

2015-06-04 10.11.04De Stilte straalt als de zon en verwarmt het hart van de pelgrims terwijl ze verdergaan via het grasgroene pad door het dal van de rhododendrons, waar frisgroene scheuten de kop opsteken en als nieuw groen geluk in de vallei leven.

2015-06-04 10.18.11Door de stralende zon zijn bij het Blij-vende Elfje de waterdruppels die na de pelgrimsdag van gisteren bij tijd en wijle rijkelijk uit de oogjes stroomden gedroogd, Jan Jerfaas. Maar ook die traantjes dragen bij tot het tot klaarheid brengen van wat er soms teweeggebracht is en ze spoelen een vertroebelde blik schoon. In de Vrede die wederom op en in het Elfje neergedaald is, verdampen de druppels als sneeuw voor de zon.

Zo is het, Tetty. Geholpen door de twee minibeekjes die haar oogjes van binnenuit schoonspoelden, zal zij nog veel meer gaan zien dat de moeite meer dan waard is. En tevens andere dingen die ooit een zekere waarde hadden, maar nu niet meer van dienst zijn. Het zijn oude identiteitsbewijzen, je kon niet zonder, maar wanneer de houdbaarheidsdatum verstreken is, wordt alles anders. Je doet ze weg, het lijkt of je dat eigenlijk nooit was, maar je meende het. Kijk maar eens naar deze statiefoto. Ook een reeds lang verlopen identiteitsbewijs.

Ach, wat een lief klein jongetje dat mij aankijkt met zijn grote donkere oogjes. Oogjes die niet geheel onbevangen de wereld in lijken te kijken. Oogjes die zich niet alleen bewust lijken van het beeld dat er op dat moment letterlijk van hem wordt gemaakt, maar waarin ergens diep van binnen ook al de weerspiegeling voelbaar is van de figuurlijke beelden die er van hem gemaakt zullen worden, waaraan hij letterlijk en figuurlijk zal en denkt te moeten voldoen en die het gezichtje aarzelend en onzeker doen lijken.

Ja, je kunt je niet voorstellen hoe dat was. Toendertijd groeide er een ‘ikje’ in dat 2 jaar oude lichaampje, de wereld leek nog groot en vader en moeder wisten alles en even later kwam God en die zag alles. Wanneer je bedenkt dat er fysiek gesproken van dat kleine lijfje helemaal niets, geen één atoom meer in het bejaarde lichaam van nu terug te vinden is, hoe wonderlijk. Slechts de vorm kan met enig voorstellingsvermogen teruggevonden worden, maar dan in zeer geringe mate. Weldra zal die ook verdwijnen in de gigantische kringloop van de ‘stof’. En dan is er in het zogenaamde brein, hersens zegt men weleens, in die circa 65 jaar ook van alles gebeurd.

Er werd veel informatie in gestopt, allemaal secundaire gegevens, niets van eigen makelij, hoewel de manier waarop het in het brein werd gerangschikt weer iets anders was dan bij welk mens dan ook. Maar het meest geniale van het ‘denken’, wat dat dan ook is, bestaat uit het gebruiken van al die informatie tot speciaal making van het lichaam en de officiële identiteit ervan. Die identiteit noemt het lichaam ‘ik’ en op het identiteitsbewijs staat een andere naam.

Maar er is een andere manier om ernaar te kijken, en het elfje gaat met een heldere klare blik uit de fris gewassen oogjes over het pad naar de poort van het Koninkrijk, waar geen identiteitsbewijs de toegang verschaft, maar een Eenheidsbewijs. Alleen dat verschaft toegang. En mogelijk voert het pad het elfje onderweg nog door een streek die wat Romeins aandoet.

Van het een op het andere moment verandert het decor, alsof er een gordijn dichtgetrokken wordt, waarachter het zonlicht schijnbaar blijvend is. Behalve het elfje lijkt er iets anders door het bewustzijn te fladderen. Na een korte schemering wordt het gordijn opengeschoven en zien de pelgrims in het zonlicht een amfitheater met een Romeinse uitstraling, zoiets als in Pompeji waar JJ weleens geweest is.

Op de tribunes zitten ontelbaar veel mensen. Ze zitten op stoeltjes. Maar de meeste van hen zijn tevens in de arena. Maar als ze daar zijn weten ze niet dat ze ook op de tribune zitten. Op de tribune lijken ze te slapen, maar in de arena zijn ze wakker. Althans dat is hun overtuiging. In de arena zijn allemaal vijanden en wilde dieren, overal is gevaar, ze moeten vechten om te overleven. De angst is overal voelbaar. Maar soms is er een mens die plotseling stilstaat en gebiologeerd naar de tribune staart. Het is alsof daar iets schittert zoals een spiegel in de zon. Dan ziet hij zichzelf in die schittering. Hij ziet zichZelf op de tribune zitten. Hij voelt dat hij plotseling wakker is geworden, ontwaakt. Onmiddellijk verplaatst hij zich naar de tribune, ziet het strijdtoneel in de arena van bovenaf en ook nog een flauwe vorm van datgene waarvan hij kort tevoren dacht dat hij dat was, alsof er een schaduw is achtergebleven. Die schaduw beweegt nog wat mee in het gewoel in de arena, maar het lijkt er nu niet meer bij te horen. Het identiteitsbewijs is eensklaps verlopen.

Zoals ook eensklaps de schitterende voorstelling waar de pelgrims op getrakteerd worden nu afgelopen is. Wat een prachtige vorm die uit het bewustzijn is opgerezen. De pelgrims vinden zichzelf terug op een van de vele elfenbankjes, waar de geluidsgolven zich voortzetten door gezamenlijk nog enkele woorden uit het blauwe boek te lezen.

Terwijl zij hem voorleest verandert de wind, die zwijgend tot zachtjes voelbaar was, in stormachtige windvlagen die ieder woord dat gesproken wordt krachtig de ruimte inblaast, zoals ze ook krachtig de pelgrims ingeblazen worden. Na vele woorden gesproken te hebben, zijn ze aangekomen bij de woorden: En mijn misvattingen omtrent mijzelf zijn dromen. Ik laat ze vandaag varen.

Op dat moment vliegt er, als symbool van de ziel en transformatie, een prachtige witte vlinder over die woorden. Het is alsof de ziel mee wil nemen wat de pelgrim laat varen over wat ze eigenlijk nooit was en het transformeert tot het aanvaarden van Zijn Woord over wat zij werkelijk is.

Zoals M.E. ook schrijft over het proces van leegmaken van de geest om die beschikbaar te krijgen voor het pure zijn: Het is een reinigingsproces waarbij men zich ontdoet van de persoon die men dacht te zijn. In de praktijk bestaat dat doorschrijden vaak uit een kritisch tegen het licht houden van de eigen ideeën en conditioneringen, waardoor zij niet houdbaar blijken en oplossen. Het is veelal een ingewikkeld en heftig proces met nogal wat haken en ogen waar get raakt aan verlies van ego en andere onbewuste gevoelsfortificaties.

Toen M.E. leefde werd de lege geest verkregen via devotie, lijden, ootmoed en nederigheid. In de huidige tijd wordt de persoon afgebouwd middels het langs rationele weg verwijderen van zijn ideeën en concepten zodat een leeg bewustzijn ontstaat, het zuivere zijn. In non-dualiteit is niets specifiek. Ook God niet. Non-dualiteit is volstrekt leeg en blanco, de Ene zonder tweede. Buiten de non-dualiteit is God slechts een concept in de gedachten.

Grote aandacht verdient de ‘eenheid’, wat betekent ‘niet tweeheid’. Non-dualiteit. Het verdwijnen van paren van tegenstellingen. Ja en nee, goed en slecht. De denker en de gedachte! Van hij die ziet en dat wat gezien wordt! Die tegenstellingen verdwijnen. Alles wat bepaald wordt door tijd en ruimte moet weg uit uw hoofd. Globaal betreft dat uw hele ideeënwereld. Daarmee heeft u dan zichzelf als persoon losgelaten. U sterft aan uzelf, zogezegd.

Voor het elimineren van de persoon is een bepaalde geesteshouding nodig. Een soort gelatenheid – ‘Uw wil geschiede’. Niet zozeer als een kritiekloze gehoorzaamheid aan ‘God’, maar meer het van binnenuit ‘akkoord’ zeggen tegen de natuurlijke gang van het bestaan. Als men zich herkent als uitsluitend bewustzijn, is men geen persoon meer en daar is ook geen wil meer. Want met de persoon verdwijnt de persoonlijke wil. En dan komt de innerlijke weg vrij voor een vormloze stilte, een blanco interieur, het pure zijn. De ziel vindt zich terug in God, nadat zij alle dingen opgeeft. We zien bovendien dat dan het zien van de dingen een verandering heeft ondergaan en op een ‘volkomen’ wijze geschied. Het kennen van de dingen gebeurt dan in het zijn van de dingen en niet in hun vorm of kleur, of nut of noem maar op, want dat brengt onderscheid aan.

Tetty, nu we op deze pelgrimsdag aangekomen zijn bij deze regels realiseer ik mij hoe geweldig het is om het pad te gaan met velen. Met iemand aan je zijde, maar met de schoongewassen blik worden er veel meer gezien, ze gaan een eindje voor of volgen op enige afstand. Wat een veelkleurig schouwspel op het pad naar de poort van het Koninkrijk.

Praag 2012 240Wij zijn legio en we zijn één. En met deze Eenheidsgroet wordt de pelgrimsdag uitgeluid.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 150 - Een identiteitsbewijs | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Steen des aanstoots

De pelgrimse dagreis door Secret Garden laat geen geheim verhuld en geheimzinnigheid blijft niet in nevelen gehuld. De open communicatie tussen de pelgrims zorgt ervoor dat ze elkaar in klare taal kunnen vertellen wat er door hun hoofd gaat. Ze maken van hun hart geen moordkuil. Zo stuiten ze van tijd tot tijd over en weer op de steen des aanstoots. Het is de persoonlijkheid die nog meespeelt in dit kosmische spel.

2015-08-05 11.29.31Ook al klopt de harteklop van harte, toch moet mij nog iets van het hart. Ook al voelt het elfje zich opgenomen in het midden van de stroom van het beekje, toch heeft zij soms ook het gevoel dat het beekje van haar afdrijft en op afstand blijft. Dat kan veroorzaakt worden door iets wat gezegd of niet gezegd wordt. Op basis daarvan komen gedachten en als gevolg daarvan emoties en kunnen er gemengde gevoelens, onvrede, melancholie…ik noem maar wat…in het elfje leven. Soms met een traan.

Maar hoe is dat mogelijk, is de gedachte die als eerste opkomt? Het elfje kan enorm wijze adviezen geven naar het beekje toe.

Veel van wat ik schrijf of zeg is niet vanuit de persoon, maar vanuit bewustzijn. Veel van wat ik schrijf of zeg is puur vanuit ervaring en niet vanuit theoretiseren of vanuit welke tekst van wie dan ook. Ik probeer de dingen altijd zo onder woorden te brengen dat het raakt aan de essentie, dat het wijst naar de Waarheid, dat het de persoon ontmantelt. Maar het belangrijkste is dat de Liefde gevoeld wordt.

Het elfse gevoel dat het beekje van haar afdrijft en op afstand blijft wordt mede ingegeven doordat bij het minste geringste de dingen waarbij zij het gevoel en de ervaring heeft dat ze je optillen en verheffen in bewustzijn door het beekje teruggetrokken kunnen worden tot het ‘mind’ gebeuren. Ze heeft nog nooit iemand meegemaakt die zo bezig is met het beschouwen en analyseren van de ‘mind’. Altijd komt de ‘mind’ weer om de hoek kijken. Het elfje zou er, en nu klinkt het misschien wat oneerbiedig, zowat een punthoofd van krijgen. Het elfje weet het niet, maar ze heeft zich überhaupt nog nooit zo met de ‘mind’ beziggehouden.

Maar als de sfeer waarin wij Zijn zoals ik het ervaar, soms gelijk de andere kant weer uitgetrokken wordt door praktische vragen en opmerkingen over de ‘mind’, of omdat er een anekdote verteld wordt, dan wekt dat bij mij wel eens de indruk dat ik de dingen totaal anders beleef. Ik voel en ervaar meer en meer het Zijn waarin verder niets meer van belang is of gezegd hoeft te worden. Ik ervaar ook dat wij kennelijk vanuit een verschillend uitgangspunt de pelgrimsroute lopen. Ik ga uit van het Zijn wat ik ben, jij gaat uit van het Zijn dat je bezig bent te worden. Het uitgangspunt dat ik bezig ben te worden, werkt voor mij meer van buiten naar binnen dan van binnen naar buiten.

Nogmaals, het elfje kan enorm wijze adviezen geven naar het beekje toe. Zij weet dat ze samen met het beekje op weg is naar de oceaan om daarin volledig op te gaan. Maar ja…we zijn er nog niet. Vandaar dat er zich af en toe nog eigenschappen van de ‘oude’ mens manifesteren. Dan kunnen er soms dingen als kwetsend worden ervaren. Maar alleen het ego kan gekwetst worden. Ik meen dat er een gezegde is, dat wat slecht is voor het ego, goed is voor de ziel. Dat is de graadmeter waar we al vaker over gesproken hebben, als we ons geraakt voelen door wat een ander zegt of schrijft. Dat is altijd het ego. Ons Ware Zelf kan op geen enkele wijze gekwetst worden. Ook zogenaamde meningsverschillen kunnen bestaan, maar wanneer er heftige overtuigings-acties ontstaan, dan is altijd het ego aan zet. Het ego is eigenlijk een monsterachtig denksysteem, maar het is eigenlijk gewoon de menselijke toestand, niet meer en niet minder en met allerlei gradaties.

Wij zoeken het Koninkrijk Gods, daar is geen melancholie te vinden, want dat zijn emotionele gedachten van het beekje en het elfje. Liefde is Vrede heeft geen enkele neiging iets op te dringen of te bestrijden en ook niet de behoefte om zich te verweren.  Hooguit een enkel woord en met zachte stem uitgesproken. Zover blijken we nog niet te zijn, maar onze Innerlijke Leraar, de Heilige Geest, heeft zich nu over ons ontfermd. De verlossing van onze vereenzelviging met het ego, dat is Zijn functie.

Ik herhaal de woorden uit het oranje boek die ons eerder ter ore zijn gekomen op het pelgrimspad:

Wij hebben begrepen dat de mystieke weg die wij gaan betekent dat we eerst nog denken dat wij als personen op weg zijn naar God die ergens op ons wacht, hoewel we nu al met hem kunnen praten en op hem kunnen vertrouwen. Maar straks bij aankomst blijkt het anders te zijn, Hij was er steeds al in alles en wij zijn als personen totaal verdwenen en opgelost in Hem.

Het ontdekken van wat ik in mijn diepste wezen ben, blijkt de kern te zijn van de mystiek. Ik heb een lichaam, gedachten en gevoelens, maar dat ben ik niet. Datgene wat innerlijk gedachten en gevoelens gewaar wordt, bestaat onafhankelijk daarvan. Dat potentiële gewaarzijn is in feite leeg en alles verschijnt daarin. Die continu aanwezige beschikbaarheid tot gewaarworden is bewustzijn. Dat is het ‘Ik’. Dit bewustzijn ‘schept’ dat wat zich manifesteert; het brengt het tot aanzijn.

Ons diepste ‘ik’ wat in wezen reeds in de oceaan leeft is Bewustzijn. In dat Bewustzijn verschijnt de zogenaamde persoonlijkheid, en in dat kleine bewustzijn binnen die persoonlijkheid verschijnen dan weer die gedachten, emoties, gevoelens enzovoort… Die hebben altijd iets te maken met maar één persoon, die een kortdurend pseudo-bestaan heeft, ook nog voortdurend lijkt te veranderen en aan het eind van het pad verdwenen is. Anders gezegd, als de druppel weer de oceaan is. Nog anders gezegd, als Jerfaas en Tetty Z-elf volkomen identiek blijken te zijn tezamen met nog vele zogenaamde anderen.  

Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper,

één met elk aspect van de schepping en grenzeloos in vrede en in kracht.

(W.d1.95.11:2)

In de Attitudinal Healing die gebaseerd is op de CIW is het uitgangspunt dat de manier waarop mensen elkaar bejegenen, een uiting van liefde is of een roep om liefde. Ieder gevoel van onvrede of vormen van gekwetsheid zijn een roep om liefde. En wat de ene mens jegens de andere ook doet of zegt, het is een uiting van liefde of een roep om liefde. En beide dienen beantwoord te worden met liefde. Jerfaas accepteert alles met Liefde. Hij trekt al jaren met de jantjes op en kent de mens. Ook zal er geen enkel jantje zijn die het elfje iets euvel zal duiden. In het Bewustzijn is vorm niet ter zake doende. Eens aan het einde van de pelgrimsreis vallen alle gedachten geheel weg, dan is er alleen universele ervaring. Dan zijn alle pelgrims gelijk, met dezelfde pelgrimas op hun devote gelaat.

Laten we tot die tijd als water-landers, Oceandreamers, droomreizigers, of hoe dan ook, het pad vervolgen. Het kan een weg vol uitdagingen en beroering zijn. Maar het kenmerk van de ware leerling is om geconcentreerd te blijven, gericht op het goddelijk pad en elkaar het vertrouwen te blijven geven dat alles volgens plan verloopt.

Ja, dat is zo. De ontmoetingsdroom(7-Ontmoeting in de geest) heeft ons echt op dit pad gezet, om met toegewijde saamhorigheid te doen wat we te doen hebben. We hebben een gezamenlijke opdracht, om als woordvoerders van God uit onze schaduw te treden.

Tetty, innerlijk hoor ik Jerfaas zeggen: We hebben jullie samengebracht omdat jullie elkaar nodig hebben, want zonder een ander iemand als spiegel kunnen jullie moeilijk verdere vooruitgang boeken. Jullie hebben niet voor niets dit  ‘pad’ aangereikt gekregen, want het zal jullie verder samenbrengen en het volledige inzicht geven in die gebieden waar de persoonlijkheid bij beiden nog actief is.

Ja, zo is het helemaal. Zolang die persoon niet geëlimineerd is, zit die persoon ook niet stil. Want ja, die voelt kennelijk ook wel wat er gebeurt, en laat zich dubbel en dwars gelden om mij het zicht op mij Zelf te ontnemen. In het proces van ont-persoonlijking draagt het voor mij daarom ook bij middels zelfreflectie om te kijken naar de persoonlijke kenmerken die kennelijk nog een rol spelen in het overeind houden van die persoon, en waarvoor mogelijk blindheid is. In het opheffen van die blindheid, is het Zelf steeds duidelijker te zien. Met andere woorden, is het Zelf steeds duidelijker te voelen en kan het Zelf zich steeds duidelijker laten voelen.

Jerfaas zegt: Dus ga verder op het pad, intensiever dan ooit. Besef dat Jezus al zei: ‘Tenzij gij uzelf verloochene, zult gij het Koninkrijk niet zien’. Hoe belangrijk is het in te zien wie gij uzelf noemt. Verplaats het centrum van het ik-gevoel uit de persoon in deze wereld. Kijk er als het ware van een afstand naar en verbaas je hoe eenvoudig het is om uit je kleine zelf te treden. Als grote Zelf, en kijkend van die afstand, zijn er geen gevoelens van verdriet of frustratie. 

Ik herinner mij dat er al eerder is gesproken over: ‘Tenzij gij uzelf verloochene, zult gij het Koninkrijk niet zien’.(39-De uitnodiging) Jezelf verloochenen is jouw eigen kleine wil overgeven aan de grote wil van wie Jezus ‘de Vader’ noemt. Amen.

2015-08-05 11.28.54Dus in welke hoedanigheid en ‘sprookjestaal’ de personen Jan en Tetty ook communiceren, het is leerzaam, inzichtgevend en bovendien hartstikke leuk. Daarnaast volgen we het pad van M.E. We weten waar het ons naar toe leidt, maar af en toe ligt er een steen waar we ons aan stoten. Geen medepelgrim zal die daar bewust met die bedoeling neergelegd hebben. Zeer wel mogelijk hoort die steen bij het pad. Laten we ons realiseren dat we niet onze gevoelens en gedachten zijn. Ze duiken op als bedriegertjes, en ze gaan weer weg.

Er is geen vrede dan de vrede van God. Laat me niet afdwalen van het pad van vrede, want ik verdwaal op iedere andere weg. Maar laat me Hem volgen die me huiswaarts leidt, en vrede is even zeker als de Liefde van God.(Wd1.220:1-3)

Laten we de Ultieme Samenvatting van het pad van Jezus als doel voor onze pelgrimsogen houden. 

Niets werkelijks kan bedreigd worden

Niets onwerkelijks bestaat

Hierin ligt de Vrede van God

…en in die ultieme Vrede leven wij zonder het te beseffen!  

Geliefde Elf, alle vrede van de wereld gewenst, intern en extern. JJ, de (af)drijvende kracht, hoopt en bidt dat het Elfje weer blij blij blij is, en niet alleen nu, maar Blij-vend.

En het elfje Elft Groen Gelukkig… dag ‘Spiegel’end Beekje…

Tuin 2013 019…en al mijmerend  over de gelopen dag haiku-t ze er tot slot levenslustig op los… 

vol van verlangen

zo betraden zij het pad

dat voert naar leegte

≈ 

als twee personen

met als allergrootste wens

zich te verliezen

≈ 

zij gaan dag na dag

over bergen en dalen

naar hun eigen bron

≈ 

om aan te komen

als een schaduw van weleer

in het licht van Zijn

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 149 - Steen des aanstoots | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Het poëtische schilderij

Wederom wordt de Elf van Zelf vanZelfsprekend een sprookjesachtige en misschien wel poëtische nacht en dag toegewenst. Maak u geen gedachten, ze komen wel…misschien wel in de vorm van een gedicht…

En dat laat de Elf zich wel twee keer, maar geen drie keer zeggen, zoals de volgende dubbel elfde dag op de 22e zal blijken. En PP poëet mee.

als de dag in mij opstaat

en ik binnentreed in het ochtendgloren

klinkt mijn wezen in stilte

en beweeg ik mij op de toon

van een nieuwe belofte

DSC_2002

in de eerste zonnestralen

die waterdruppels doet glinsteren

worden lichaam en ziel gevoed

met dagelijks brood en

Hij die mijn dagelijks brood is

gehuld in een oranje omslag

≈ 

stemmen van de wereld ontwaken

en nemen bezit van de morgen

maar de stilte beweegt zich voort

langs velden en wegen

in schoonheid en vrede

ademt God de natuur

≈ 

zonlicht spreidt zich uit

als een warme deken

waaronder de aarde rust

en de wereld zucht

≈ 

op de groene heuvel

langs de bloemgetooide wei

zet ik mij neer in de schaduw

van de Schuilplaats des Allerhoogsten

waarboven de hemel blauw welft

met hier en daar een witte wolk

≈ 

golven van stilte

overspoelen de heiligheid

van het bestaan

slechts een wonderschone melodie

in parelende klanken

klinkt vanuit het struikgewas.

≈ 

in de zweem van een briesje

wordt een aloud lied gedragen

dat opstijgt met een windvlaag

en er ruist langs de wolken

een lieflijke Naam

die hemel en aarde verenigt tezaam

Warnsborn juli 2013 010

op deze dubbel elfde dag

zit ik in de koelte

onder een bladergroen dak

aan de oever van het meer

waar de witte lelie bloeit

verschijnen in het trage water

aan het vrolijke vissertje

vier vredige vissen

≈ 

de rust luiert voort

in vrede en harmonie

waarin de liefde straalt

als dank aan de eeuwigheid

≈ 

op deze bezielde dag

in Gods scheppingswerk

meegevoerd op golven van stilte

door de Stream Garden

vonkte alom bewustzijn

Oh wonderbaarlijke dichteres, magische meesteres der woordkunst, hoe hebt gij deze schier bovenaardse compositie van woorden toch geschapen. Hoewel gij u beweegt binnen datgene waarvan het laatste woord van uw laatste vers getuigt, maar tevens zijt gij het zelve, hoe kan ik u duiden?

En…vraagt de nederige schrijver dezes zich af…stel dat het sprookjesachtige gedicht nog een elfde vers zou krijgen, hoe zou het alom vonkende bewustzijn dat dan vorm geven?

want in de roep van God

en het antwoord van zijn Zoon

-ik weet niets, U weet alles-

lossen beelden op

die over bewustzijn liggen

omdat de roep en het antwoord

voor eeuwig één zijn

in de harteklop van Liefde

de grondslag van het bestaan

God

Nu heeft zij, zo ware het mogelijk, zichzelve overtroffen. Een magische cirkel werd uit vrije hand getrokken, want ditmaal is het laatste woord tevens het eerste, de alfa en de omega, het begin en het einde. Hij schiep het licht zodat de dag kan opstaan en ook de zon die het leven op de wereld brengt. Ook de Visser zou niet bestaan als Hij niet eerst de vis geschapen had. Stilte werd geschapen zodat roep en antwoord hoorbaar werden. Maar de snelle harteklop van lezer dezes is het teken dat de Elf met het Elfde vers de kroon van perfectie op haar meesterwerk heeft gezet. En zou er wel een persoonlijke God bestaan, dan zou Hij instemmend knikken bij het lezen van deze woorden. 

De lyrische bewoordingen van ‘hem’ waarmee ‘de dubbel elfde dag’ van ’haar’ omlijst wordt, maakt het poëtische schilderij tot een één-duidig  Meesterstuk. Waarmee de vraag ‘hoe kan ik u duiden? is beantwoord. En de harteklop klopt van harte.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 148 - Het poëtische schilderij | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Het hart van het Zelf

Het sprookjesbos bezit adembenemend natuurschoon en het is niet zomaar dat het elfje daar woont. Ook de Secret Garden is van ‘outstanding natural beauty’, zoals onlangs nog te zien was aan het inkijkje van deze mysterieuze plek. Maar de droomkiosk van JJ, met in het midden bovenop een rood hart (58 – De Kiosk), is door de harteklop van Paulus nog meer herkenbaar geworden en hiermee lijkt een droom in vervulling te gaan.

Hallo ElfenZelf.

Goedemorgen Paulus, om maar gelijk met de deur, die hier niet is, in huis te vallen; de gedachte dat het elfje het hart van het Zelf is, voel jij dat ook?

De gedachte kwam met overtuiging en ‘van ganser harte’, maar nu deze vraag komt en ‘in stilte’ een antwoord van Jerfaas gehoord wordt, kan dat alleen op de volgende manier worden doorgegeven.

Aan het woord ‘hart’ wordt vaak de betekenis van het middelpunt of de kern van iets gegeven, maar nog vaker wordt er de symbolische plaats van liefde en emotie mee bedoeld. Wanneer we die twee samenvoegen, ontstaat de betekenis van een emotioneel centrum in de mens, waar verschillende emoties zich kunnen voordoen. Ook kunnen zich geen emoties voordoen. Het ‘hart’ zou dan meer of minder en soms wel en soms niet actief kunnen zijn. Maar alle emoties van het hart verschijnen in het bewustzijn van het ene universele Zelf wat op volkomen gelijke wijze in ieder mens zetelt. Wanneer echter met ‘het hart’ louter Liefde bedoeld wordt, dan is dat de kern van het Zelf. Jan Jerfaas als mens voelt dat, hij voelt Liefde bij de ander als er verbinding is binnen het Zelf. Wordt die Liefde niet gevoeld dan is er, oftewel verschijnt er in het bewustzijn, alleen het kleine zelf.

En dan wijst Jerfaas op een stukje uit de inleiding van het boekje ‘Het Onpersoonlijke Leven’ waarin de ‘jerfaas in ieder mens’ wordt beschreven.

Tracht in de eerste plaats te beseffen dat de ‘IK’ die door de gehele boodschap heen tot je spreekt, de geest in je is, het onpersoonlijke Zelf, je eigen ziel, je Ware Ik. Het is hetzelfde Zelf dat je op andere ogenblikken van rust wijst op je vergissingen, je dwaasheden en zwakheden; dat je steeds berispt en je helpt om te leven naar Zijn idealen, die het bij voortduring aan je geestesoog voorhoudt. 

Zo komt men steeds weer op die ‘definities’. En dat zijn dan ook weer woorden, dus uiteindelijk tellen alleen de ervaringen die eigenlijk heel moeizaam in woorden kunnen worden uitgedrukt. Wanneer we echter de ‘persoon’ kunnen afleggen en overgaan naar zuiver bewustzijnsbesef, waar ook M.E. over spreekt, dan betreden we geheel en al het Zelf en zijn we er het hart, de Liefde, van. 

tussen de Aarde

en de blauwe Hemelen

klopt het rode Hart

≈ 

en het klopt van Zelf

het klopt voor mij en voor jou

en voor iedereen

≈ 

van hartelozen

tot aan de hartedieven

is de harteklop

hartje is zo blij

kaboutertje is blij blij

elfje blij blij blij.

Aldus sprak PP, Paulus Poëet, alias Paulus Pelgrim.

Warnsborn juli 2013 006 - kopie - kopie

wordt vervolgd…tot NU…

 

Posted in 147 - Het hart van het Zelf | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Schuilplaats des Allerhoogsten

Aan de oever zit het elfje naar het beekje te kijken. Langzaam stroomt het water aan haar voorbij. De zon schijnt op het water en een zachte windvlaag doet het oppervlak voor een moment rimpelen. Eigenlijk is het beekje altijd in beweging en verandert constant. Zo bekeken heeft het nooit dezelfde vorm en is het in wezen vormloos, net zoals het elfje in essentie ook vormloos is.

Na deze mijmering staat het elfje op en zegt: Dag Bosbeekje, ik ga je vandaag volgen…

Veluwe augustus 2013 016en dat voelt Groen Gelukkig…

Dit voornemen doet het beekje volop glinsteren en het is alsof de stem van de medepelgrim uit de diepte klinkt: Laten we dan het oranje pad van M.E. en C.B.Z. maar weer oppakken en als het ware recht door zee het Licht volgen. Dat ongekende Vrede op u nederdale.

Het is aan het begin van de middag als het elfje een rondje rondom ‘Jan Jerfaas en Tetty’ gaat lopen. (139-De M.E.’ers) Het is nog niet zo lang geleden dat de twee vrienden een bruin/groen aarde-tapijt aan hun voeten hadden liggen. Het elfje ziet nu dat ze in vruchtbare grond staan, want inmiddels staan ze tot aan hun knieën in het hoog opgeschoten maïs. En dromerig als ze is weet het elfje dat als je door een weelderig groen maïsveld loopt, dit staat voor geluk en echte vrienden.

Rondje Jan Jerfaas en Tetty 011Zoals de, door het stromend beekje gewenste, ongekende Vrede op haar neerdaalt, zo daalt even later ook de stromende regen op haar neer. Ze ruikt de frisheid van deze zomerse regenbui, die de zwaarte van de warmte doet optrekken. Wat een verfrissend gebeuren. De natuur klaart ervan op, evenals de wattigheid in haar bolletje. Alles wordt weer helder, evenals haar vertroebelde blikveld. Het elfje ziet dat het pad ook al vrucht begint te dragen, dat is een goed teken, en hier en daar kan ze al een paar bramen snoepen.  

Als het elfje aan het eind van haar rondje is gekomen, maar weet dat aan alles geen eind komt, loopt ze verder richting de plek bij de zuivere bron. Het elfje komt bij de verharde weg, maar zoals het beekje als het ware recht door zee gaat, zo besluit het elfje nu recht door het bos te gaan. Voor haar uit loopt een smal pad wat ze nog nooit eerder heeft gelopen en waarvan ze ook niet weet waar het uit zal komen. Al gauw merkt ze dat het pad een paadje wordt, omdat het zelden of nooit door voeten wordt betreden en de begroeiing vrij spel heeft. Het paadje is van een ongerepte natuurlijke schoonheid en het elfje voelt zich wederom als Djaiana die in het boek ‘Het woud der inwijding’ van Marcel Messing het dichte woud gaat betreden. 

Haar parapluutje blijkt daarbij een behulpzaam middel bij het banen van de weg en het doorstaat dapper alle doornige prikkels die de takken van de braamstruiken uitdelen. Eén keer slaat de twijfel toe of ze toch wel dit paadje moet blijven volgen, en het ‘of zal ze teruggaan?’ doet haar blik achterom kijken. Maar nee, het beekje gaat ook recht door zee en ze weet dat ze vooruit moet. Dan stuit het elfje op een klein meertje dat de regen op het pad heeft achtergelaten. Voorzichtig zet ze haar voetjes bij het omzeilen daarvan neer en het lukt om niet in het moerassige weg te zakken. Uiteindelijk komt ze aan het eind van het paadje uit op een breed pad, waarvan ze weet dat het rechts naar haar boshut zal leiden. Nog even kijkt ze naar links, en wat ziet ze daar? Het pad leidt licht omhoog. Ja, natuurlijk leidt het pad ‘licht’ ‘omhoog’, denkt het elfje. Het beekje heeft vanmorgen al gesproken over het pad oppakken en het licht volgen.  

In de verte, aan het eind van het pad, ziet ze iets waar ze onweerstaanbaar naar toe getrokken wordt. Dichterbij komend roept het opnieuw een beeld uit ‘Het woud der inwijding’ in haar op. Zoals Tetty het in haar beleving ziet, leidt het pad namelijk naar de, zelfs voor de ogen, zichtbare hut van Anananda, waarover ze leest in dat boek. Maar ook ‘De Schuilplaats des Allerhoogsten’ komt in haar op. En ze weet nu al dat er ook iemand is, namelijk de Goed Heilig Man, die het zal kunnen herkennen als: ‘Op de heuvel aan de bosrand was een ronde kiosk geplaatst, met een puntdakje, en de kiosk was aan alle kanten open, zodat de windvlagen van alle kanten toegang hebben.’(58 – De kiosk)

Warnsborn juli 2013 016Terwijl ze het pad loopt, weet ze dat ze bij leven en welzijn, zo de Here wil, dit pad ook met Jan Jerfaas gaat lopen. Nu zet ze zich daar voor een poos neer en slaat het oranje boek open.

In gezelschap van M.E. en C.B.Z. die haar, nadat ze het ‘wonder van bewustzijn’ en ‘God-Schepper’ op de ‘repeat’ heeft, vertellen over het ontvangen van het geschapen bestaan en innerlijke processen.

Het wonder van bewustzijn.

Voorbij de waarneming en het daaraan gekoppelde denken, beide slechts fysieke processen, is er het wonder dat iets tot ‘zijn’ geraakt in bewustzijn. Deze levende beleving, daar kijken we de hele dag overheen, omdat het zo normaal lijkt. Het onverklaarbare en wonderbaarlijke ervan, moet ooit tenminste éénmaal gezien worden. Dan is bewustzijn geen automatisme meer, maar een zijnswijze.

God-schepper.

Het tot werkelijkheid geraken van dingen in bewustzijn noemt M.E. het ‘scheppen’ van dingen door God. Het is het tot ‘zijn’ brengen van de dingen in mijn binnenste.

Het geschapen bestaan ontvangen.

Het leven is een aaneenschakeling van ‘het ontvangen van het geschapen bestaan’. De wereld wordt voordurend ‘gemaakt’ in bewustzijn. Nu, elk moment tot aanzijn gebracht. God vult als schepper het bewustzijn continu met het bestaan. Hij ‘giet zich uit’ in zijn schepselen als het ‘zijn’. De voortdurende schepping noemt M.E. ‘uitstromen’ of ‘naar buiten treden’.

Innerlijke processen.

In het binnenste en in het hoogste van de ziel schept God de hele wereld. De Godheid is de oorzaak van het Zijn, en daarmee van alles, en daarover is niets te weten te komen. Het is in mijn innerlijk, waar de bron is en waar het zijn, alle besef en bewustzijn uit voortkomt.

Geruime tijd laat ze deze woorden op zich inwerken. Zo wordt de plek ingewijd in afwachting van de komst van de pelgrims die daar ‘Het woud der inwijding’ ongetwijfeld ook zullen openslaan om van daaruit de woorden in ontvangst te nemen die hen ook begeleiden op De Route.

Zo komt het elfje aan het eind van de middag terug op het terras van haar boshutje, waar ze met haar vingertjes wijzend naar haar lichtschriftje dit alles aan het beekje schrijft. Zodat het hem mogelijk niet langer zal ontbreken aan stuwkracht van eventueel geplengde tranen. En mocht ze zelf een keer geen gebrek aan tranen hebben, dan weet ze dat het er nooit toe zal leiden dat er meer beekjes zullen ontstaan in het sprookjesbos. Omdat er voor het elfje maar één beekje is en er maar één beekje kan Zijn. En de Bosbeek volgend, ziet ze dat niet alleen zij, maar ook hij, omringd is door Groen Geluk.

Veluwe augustus 2013 017Dag Bosbeekje, stroom maar zacht de avond en nacht in. Ik zie dat je er gelukkig weer lustig op los kabbelt, misschien ook door het vooruitzicht op morgen, en anders zijn er morgen mogelijk wat regendruppels die daar een bijdrage aan kunnen leveren. Want regen of zonneschijn, wat zal ons weerhouden om, desnoods onder moeders paraplu, op weg te gaan naar de hut van Anananda, waar de pelgrims zelfs bij regen kunnen schuilen in de Schuilplaats des Allerhoogsten.

11-9-6-12

Terwijl het beekje in alle rust de dag uitstroomt, stromen er in het hoofd van Paulus nog vele gedachten over de onlangs gehouden pelgrimsdag waar gesproken werd over ‘gedachten, het zelf en Zelf en zo ongeveer datgene wat er buiten de zintuigen om in het bewustzijn kan verschijnen. Het is toch een kwestie van definities, en de ‘mind’ is zo slim. Wellicht is het goed om de verstrekte definities samen goed te bespreken, en hoe dat te verwoorden. Uiteindelijk is dat de spil van de hele spiritualiteit; het denken of het ontbreken ervan, de overtuigingen die er zijn of dienen te verdwijnen, en overtuigingen die wenselijk kunnen zijn. De hele interactie tussen mensen speelt zich daar in feite af, in dat zintuigloze gebied, en wanneer de lichamen middels de zintuigen mee gaan doen is dat van een andere orde. En in het tussengebied is er de ‘mind’, is dat gewoon een bundel gedachten? Naarmate de onpersoonlijking vordert zal alles in een helderder licht komen, neemt hij aan. En met deze constatering schud hij de gedachten van zich af. De torenklok slaat middernacht.

Maar de stilte in zijn hoofd is bedrieglijk, want de nachtelijke stilte bedient hem nog van Self service. Beeldend bedenkt hij zich dat het zelfbedienings-elfje meestal blijk geeft van een ongehoord rijk en gevariëerd aanbod van woordprodukten. Het lijkt alsof er dan een inspiratiebron aangeboord is en  de woorden en zinnen spuiten op niet mis te verstane wijze het universum in. Daar komt bij dat de inhoud van de teksten van onbetaalbare wijsheid is en derhalve hoeft er bij de kassa niets betaald te worden. Dus alles is ‘for free’ en bovendien gaat het allemaal van zelf – naar zelf – want er is maar één zelf. We are one…nou, er is een uitzondering…she’s double one, the one and only Fairy. Maar ook zij is een onderdeel, nee…een bovendeel van het Zelf. Nee…ook dat niet, zij is het hart van het Zelf. Dus, morgen zal Paulus met snelle harteklop zich melden bij de Elf. En nu wenst hij zichzelf, of wenst zijn Zelf hem…ach, laat ook maar…een Fairy Good Night.

Warnsborn juli 2013 006 - kopie 

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 146 - Schuilplaats des Allerhoogsten | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Uit beeld en in beeld

Wat een poëtische nacht betreft is de afgelopen nacht er niet echt uitgesprongen voor het elfje. Maar dat kan bedrieglijk lijken natuurlijk… 

Dagenlang bevindt het elfje zich in een soort niemandsland in de geest. Er wordt van alles gedaan en tegelijkertijd lijkt het of er niets wordt gedaan. Er wordt gegeten, er wordt gedronken, er wordt gezeten. En dat is het. Binnen dit alles lijkt er niets te gebeuren. Waar zou nog een gedachte aan gewijd moeten worden? Met de hitte gaat ‘voor pampus’ en ‘in het water’ zitten vanzelf, maar ach, wat maakt het uit. De mens bestaat toch al voor negentig procent uit water, dus of zich dat nu binnen of buiten de huid bevindt…

Tetty’s lieve bolletje, zo genoemd door JJ, voelt mogelijk door de hitte als een wattig bolletje en bij het elfje is het uiterlijk blikveld wazig en vertroebeld. Haar ganzenveertje is verdroogd en het elfenschriftje blijft gesloten. Het enigszins koelere weer dat voorspeld wordt, lacht haar vanuit de verte toe als een Fata Morgana van een gletscher in de desert van het sprookjesbos. Maar vooralsnog is het leeg, futloos, saai, en ongeïnspireerd wat de klok slaat. Hopelijk is het zombie level snel uitgespeeld en kan er een frisse start worden gemaakt. Dan zal TV kijken naar wat er opduikt in haar bolletje en wordt het lichtschriftje mogelijk weer geopend.

Het beekje stroomt nauwelijks deze week. De stuwkracht van de geplengde tranen als gevolg van hetgeen het elfje vaak zo ontroerend zegt of schrijft, ontbreekt kennelijk. Het beekje voelt haar aanwezigheid ook niet, hij is alleen, zo lijkt het wel. Hij zoekt onder water naar haar, maar daar is ze niet, en kijkt hij boven water, dan is dat ook vergeefs. Er is ook geen hi hi gelach te horen, ze is spoorloos, zo lijkt het. Eventjes voelt hij een golf van paniek, maar al snel wordt het water weer rustig en geeft hij de moed niet op. Hij stroomt nog wel ietsje, maar is het wel in de goede richting naar de oceaan? Of is hij ongemerkt teruggestroomd weer dieper het sprookjesbos in. Maar als hij op een gegeven moment weer even boven water kijkt, ziet hij een bekend beeld…

secret garden 007Met een niet in woorden uit te drukken gevoel van vreugde, weet hij dat hij nog steeds op de goede weg is. Maar dan is er nog steeds het grootste gemis; het elfje. Terwijl hij boven water verder speurt, langs de oever, in de bomen en in de blauwe lucht, is het alsof een klein wit wolkje snel dichterbij komt. Het lijkt te vibreren en als het nog dichterbij komt, ziet hij dat het een postduifje is.

Het komt rechtstreeks naar hem toe en geeft hem een boodschap van het elfje, alsof ze niet uit beeld is geweest. Hopelijk kan het Elfje klaarheid brengen in zijn toestand.

Hey Beekje, wat maak je mij nou, je moet het elfje niet gaan missen, want dan mis je jezelf. Het elfje zit toch in jou en jij zit toch in het elfje? Natuurlijk zit je nog steeds op de weg. Dat laat Secret Garden je maar weer zien. We zijn goed afgestemd en als AL wijze man moet je je niet van de wijs laten brengen. En als het elfje spoorloos lijkt, volg je gewoon het spoor van je hart. Dat doet het elfje ook als ze in niemandsland zit en zo’n beetje dezelfde toestand voelt die het beekje voelt.

En dan herinnert ze zich de regels van een lied: 

Cast your eyes on the ocean

Cast your soul to the sea

When the dark night seems endless

Please remember me

Please remember me

(Dante’s Prayer – Loreena McKennitt)

Maar het is goed dat het beekje weer richting de zuivere Bron gaat stromen, waar de elf op het beekje wacht. Want ook al voelt het elfje het beekje, ze verheugt zich er ook heel erg op het beekje weer te zien.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 145 - Uit beeld en in beeld | Leave a comment