Category Archives: 091 – Paulus is zijn naam

Het Pad van de Pelgrims – Paulus is zijn naam

De dag ontluikt in vrede en de verlichte sterrenhemel laat haar magische glans na in de woorden waarmee het elfje door het beekje stralend wordt begroet: ‘Goede Morgen-ster’. En terwijl het beekje meteen van wal steekt, ziet het elfje Paulus ten tonele verschijnen.

In het sprookjesbos woont ook een kabouter. Paulus is zijn naam. De andere bewoners zien hem regelmatig met zijn kale kopje en zijn grijze baardje een beetje verstrooid door het bos lopen. Hij is dan op zoek naar wijsheid, tenminste, dat zegt hij altijd als men vraagt waar hij heen gaat. ‘Wijs me de weg’, zegt hij dan. Sommigen zeggen: ‘Het is niet hier, maar het is daar’, en de kabouter loopt dan weer in de richting die men aanwijst.

Maar op een stralende dag loopt Paulus zo vastberaden een bepaalde kant op, dat het de andere bewoners opvalt. Dus vraagt men hem: ‘Zoek je vandaag geen wijsheid, Paulus?’ En hij antwoordt: ‘Nee, die zoek ik niet, die haal ik gewoon waar ze is.’ ‘En waar haal je die dan?’ zegt iemand. ‘Nou’, zegt Paulus, ‘dat moeten jullie toch weten, natuurlijk bij het Elfje.’ 

Het is namelijk zo dat de kabouter op één van zijn zoektochten bij het beekje aangeland was. Toen hij aan de oever stond en naar het water keek, voelde hij een diep gevoel van herkenning. Het was alsof hij dat beekje heel goed kende…een beetje alsof hij dat zelf was. 

Terwijl hij daar stond te mijmeren, hoorde hij een vrolijk gelach…hi…hi… Hij keek om en wist niet wat hij zag. Daar kwam een wel heel doorzichtig Elfje aanlopen. Hij zag haar mooie hartje kloppen in haar ranke sierlijke lijfje. En ze zei met haar stemmetje dat klonk als zilveren klokjes: ‘Hallo kaboutertje, wat sta jij naar mijn beekje te kijken?’ ‘Nou…uh, ik kwam hier en het beekje kwam me een beetje bekend voor, zodoende.’ ‘Nou’, zei het elfje, ‘dat kan eigenlijk niet, want het is zo dat ik dat beekje tot stand heb gebracht, want vroeger was het er niet. Je zou kunnen zeggen dat ik het geschapen heb.’ 

Het kaboutertje stond perplex. ‘Hoe kan dat dan?’, vroeg hij. En het elfje vertelde alles over zichzelf; wie ze was en waar ze vandaan kwam, en dat ze graag dingen schreef waarvan andere bewoners dan tranen kregen, en dat zo het beekje was ontstaan. Uit ontroering dus. Paulus luisterde…en luisterde…wel anderhalf uur…zonder iets te zeggen. ‘Weet je wat?’, zei het elfje, ‘kom maar eens bij mij in mijn hutje, dan zal ik je ook vertellen over wijsheid, want ik weet dat je vaak je paddenstoelenhuisje uitgaat om dat te zoeken.’ 

Zo komt het dat het kaboutertje regelmatig het elfenhutje opzoekt om wijsheid op te doen van het elfje. Ze woont op een heel mooie plek onder grote bomen, met veel dierenvrienden. In de nacht zit de wijze mijnheer ‘de Uil’ altijd op een tak boven haar hutje en roept ieder uur ‘oehoe’, en in de ochtend zingen de merels voor haar. In de middag komen de krekels vioolspelen en zo heeft ze nog veel meer muzikale vrienden. 

Als Paulus dan langskomt, zit het elfje meestal voor haar hutje aan een tafeltje. Daar liggen vaak een blauw en een oranje boek op. Zodra ze hem ziet, begroet ze hem vriendelijk en zegt: ‘Kom erbij zitten’. Ze klapt dan in haar handjes en ineens staat er een klapstoel voor hem. En dan begint het gesprek over wijsheid. Oh, oh, wat weet dat elfje veel en wat kan ze mooi vertellen. Ze maakt daarbij ook allerlei sierlijke gebaren. 

Het is wel eens gebeurd dat hij in de buurt van haar hutje komt zonder dat hij afgesproken heeft te komen. Dan kan hij het niet laten om even door de struiken te gluren of hij haar ziet. Vaak zit ze dan aan het tafeltje met haar boeken, maar ook met haar schriftje waarin ze met haar ganzenveertje zit te krazzz…krazzen. Waarschijnlijk schrijft ze dan dingen van ontroering, waardoor het beekje weldra weer sneller zal gaan stromen. 

Maar soms heeft ze een ander soort schriftje, het lijkt wel of er een beetje licht uitkomt. Dan zit ze er met haar vingertjes steeds ‘naar te wijzen’. Net zoals ze wel eens doet met de berichtjes die Paulus haar gestuurd heeft via de postduifjes, maar waar ze het niet helemaal mee eens was. Maar ja, daarom gaat hij ook vaak naar haar toe. Een kabouter is geen Elf en heeft nog veel te leren. Daarom noemt hij haar ook wel ‘juf’, omdat ze zoveel weet en soms ook wel eens een beetje streng is. Misschien is ze vroeger wel een mens geweest en was ze een echte juf, daar in de wereld van de mensen, die ver buiten het sprookjesbos ligt. Maar daar zal ze wel niet meer naar teruggaan, denkt Paulus. Hij heeft het gevoel dat ze in gedachten (!) een reis maakt. En hij rekent erop dat ze hem ook daarover meer zal vertellen.

En na deze groen gelukkige verschijning zien de pelgrims dat het pad oranje kleurt…

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 091 - Paulus is zijn naam | Leave a comment