Category Archives: 090 – De Kluizenaar

Het Pad van de Pelgrims – De Kluizenaar

de Poort van Zijn…

Ondertussen mijmert het elfje in het nachtelijk stille groen gelukkige sprookjesbos al dromend over Sneeuwwitje-9 die symbolisch een pelgrimstocht maakt op zoek naar wijsheid. De her en der geschreven woorden die door het 11-je bijeen gesprokkeld worden, laten een beeld zien van Sneeuwwitje die sleutel 9 in handen heeft om de poort van Zijn te openen.

Zoals TV in de droom ‘De Christelijke Zondagsbeurs’ te zien heeft gekregen hoe belangrijk het is om wijs onderscheid te maken, dan wel te zien, tussen wat echt is en echt lijkt te zijn, zo ligt in het sprookje van Sneeuwwitje een grote les verborgen, die gaat over dienstbaarheid aan de mensheid, en het gebruik van wijs onderscheid. Sneeuwwitje gaat een inwijdingsweg opdat zij IN HET LICHT komt. In eenheid met haar animus (de prins), wordt ze gekroond (zevende chakra) in heelheid en licht. 

Het elfje leest: De prins verwijst naar het Christusbewustzijn of de Boeddha-natuur, die in ons tot ontwikkeling en rijpheid is gekomen. Het idee van ontwaken staat centraal in het boeddhisme. Boeddha geldt als de ontwaakte, de verlichte. De Boeddha’s van sprookjesverhalen zijn Sneeuwwitje en Doornroosje. Zij ontwaken en komen tot bewustzijn. Hun ontwaken heeft betrekking op lichaam en geest.  

Wat we leren van de pelgrimstocht en de odyssee van Sneeuwwitje is dat we heel worden, wanneer alle aspecten van het leven van de ziel en van de persoonlijkheid worden samengebracht en geïntegreerd. Geïsoleerd en in afscheiding leven leidt niet tot geluk en tevredenheid. Het actieve werk waartoe wij geroepen zijn is maar gedeeltelijk fysiek, emotioneel en mentaal. Er is ook nog het werk van de ziel, onze dienstbaarheid aan de mensheid, de gelegenheid en de uitdaging om een ‘licht voor de wereld’ te zijn.  

Het elfje leest verder dat men tarotkaart 9 van de Grote Arkana traditoneel kent als De Heremiet. Hij wordt vaak afgebeeld als een wijze oude man of vrouw. Ah…kijk eens aan…daar verschijnt hij al in beeld…op de sneeuwwitte toppen van The Rock…

Aandachtig neemt het elfje de energie van de Kluizenaar in zich op. Ze leest dat de energie van de Kluizenaar duidt op een innerlijke zijnstoestand waarin de mens de behoefte voelt om alleen te zijn, contemplatief te leven. Het elfje dat een sterke neiging voelt tot een kluizenaarsbestaan, en daarom ook ter bezinning neergestreken is bij haar boshutje te midden van het groen bij de zuivere bron, voelt zich tot in het diepst verbonden met de Kluizenaar. En dat niet alleen…

Ze leest: Het licht van de lantaarn symboliseert het licht, het inzicht dat hij wil verspreiden en geven aan hen die op zijn pad komen. Dat doet hij niet nadrukkelijk. Niet hij zoekt ze, maar zij zoeken hem, komen op zijn licht af en dan zal het goed zijn. De Kluizenaar is niet iemand die in de schijnwerpers wil staan. 

Daarin herkent Tetty zichzelf als de uitverkoren kandidaat in de inmiddels in beeld gebrachte Metamorfose Show, waarin ze plaats wenst te nemen te midden van de mensen.

Ze leest: Zijn lantaarn kan gezien worden als symbool voor de boodschap: ‘Waar ik ben, vermag ook jij te zijn.’ Deze ontmoeting en deze ervaring is dus geen exotische belevenis voor enkele uitverkorenen, maar een stap op de weg naar bewustzijn die aan elk mens die de stilte ingaat is voorbehouden.

Kijkend naar de Kluizenaar, waarvan gezegd zou kunnen worden dat hij Licht geworden is, roept de wijze man gekleed in een pij, met de capuchon op, een beeld in herinnering. Ineens ‘ziet’ TV duidelijk ‘de Kluizenaar’ als de Poortwachter tijdens haar hemelse ervaring. En de eerste twee regels van een aloud lied stromen bij haar binnen:

‘Ik zie een poort wijd open staan, waardoor het licht komt stromen.’

Zachtjes in zichzelf zegt het elfje: Alles stroomt, beekje. We gaan het tegemoet en het komt ons tegemoet.

de Poort van Zijn…

waar Het Licht IS…

Ze herinnert zich een paar regels uit het blauwe boek: Broeder, vergeef me nu. Ik kom tot je om jou met mij mee naar huis te nemen. En terwijl we gaan, gaat de wereld met ons mee op onze weg naar God. (Wd2.342.2:1-3) 

Terugbladerend in dat boek ziet ze nu dat die regels het slot vormen van de les waarin als door geen toeval de sleutel en de poort in beeld wordt gebracht. 

Ik dank U, Vader, voor Uw plan om mij te verlossen uit de hel die ik heb gemaakt. Het is niet werkelijk. En U hebt mij het middel verschaft om zijn onwerkelijkheid aan mij te bewijzen. De sleutel ligt in mijn hand, en ik heb de deur bereikt waarachter het eind van dromen ligt. Ik sta voor de Hemelpoort, en vraag me af of ik naar binnen zal gaan om thuis te zijn. Laat ik vandaag niet opnieuw dralen. Laat me alles vergeven en laat de schepping zijn zoals U haar wilt en zoals ze is. Laat ik me herinneren dat ik Uw Zoon ben, en als ik deze deur uiteindelijk open, laat me dan in het schitterende licht van de waarheid alle illusies vergeten, terwijl de herinnering van U tot mij terugkeert. (Wd2.342.1:1-8)

Het is een wonderbaarlijke les waarin ieder woord Tetty’s ervaring op heldere wijze weerspiegelt. En het is niet alleen wat ervaren is, en wat altijd in zekere mate gevoeld wordt, maar er wordt gevoeld dat de vol-ledig Zijn-de ervaring op handen is. Boudewijn de Groot zong ooit: Er komen andere tijden. Dat zal niet lang meer op zich laten wachten.

Het is al laat in de nacht en in het boshutje brandt nog licht. Het elfje werpt een laatste blik op de Kluizenaar. Ongetwijfeld zal hij nog meer te vertellen hebben, maar het elfje houdt het voor nu voor gezien. Met een klik op het lichtknopje verdwijnt de Kluizenaar in het donker van de nacht.

Zoals in het sprookjesbos de nacht voortschrijdt naar het ochtendlicht, zo schrijden de pelgrims voort. Zoals de Kluizenaar met de lantaarn in zijn hand het licht van de innerlijke ster verspreidt, zo houdt het engelachtige elfje in haar hand de lantaarn, als symbool van haar zielester die als een lichtende gids de weg wijst.

In het geboorteverhaal van Jezus laten de Drie Koningen uit het Oosten zich leiden door het licht van de ster naar de geboorte van het Goddelijk Kind. Zij volgden de ster, zij vonden de ster. Het nieuwe leven, een nieuw begin. De vervulling van de Sterrenprofetie.

En onder de verlichte sterrenhemel glinstert het beekje het elfje tegemoet. ‘De Elf die ook een Engel is. Hoe kan dat toch, en hoe is dat benoemen? Wacht eens even… het is een Elfel’.

Het sprookje wordt vervolgd en…Paulus is inmiddels ook van de partij. Maar daar is het elfje zich nog niet van bewust. Hij wacht de tijd van morgen af om zijn opwachting te maken!

wordt vervolgd…tot NU…

 

Posted in 090 - De Kluizenaar | Leave a comment