Category Archives: 085 – Vele vraagtekens

Het Pad van de Pelgrims – Vele vraagtekens

Voor dag en dauw zit het elfje al aan de oever van de beek, wachtend op de dag die de pelgrims te wachten staat. En het duurt niet lang of ze hoort het beekje ook in beweging komen.

Goedemorgen Elfje. Gewekt door de vogels? Of klopten de eekhoorntjes op je deurtje? Weer een nieuwe dag van houthakken en water halen zoals de boeddhisten zeggen of is het meer hout sprokkelen en stromend water bekijken?

Om maar gelijk met de deur in het elfenhutje te vallen…Sneeuwwitje is best een aangrijpend verhaal, en ik meen het als ik zeg dat ik het helemaal aanvoel. Het gevoel in de kinderjaren al dan niet abrupt ergens van afgesneden te zijn of te worden is mij ook wel bekend. Ergens in de vroege kinderjaren werd Jantje zich bewust van de kilte van deze wereld en de calvinistische wereld om hem heen. Bij zijn geboorte waren er naar zijn gevoel al acht (!) volwassenen in huis en iedere twee jaar kwam er weer een kind bij. Dus veel aandacht was er niet bij, het was gehoorzamen en al vrij snel opdrachten uitvoeren.

Zodra ik kon lezen ging ik boeken lezen, liefst ook ‘s avonds in bed nog vlak voor het slapen. En als dan de zekering beneden werd losgedraaid, zodat er geen lamp meer aankon, viel ik op basis van wat ik in het kinderboek gelezen had, al fantaserend in slaap en droomde dan van een andere wereld waarin ik gelukkig was en hele mooie dingen meemaakte. Je zou kunnen zeggen dat ik op die manier mijn eigen sprookjes verzon. En eigenlijk is mijn hele leven tot nu toe ook een verzinsel. Nu Jerfaas in beeld is gekomen wordt steeds meer duidelijk dat Jan volledig een droomfiguur is. Een manifestatie op basis van wat? Ik weet het niet. Het zal ongetwijfeld bij de pelgrims ter sprake komen op deze of gene dagreis die ze gaan.

Ja, op de vraag uit ‘Het onpersoonlijke leven’: ‘Ben je gereed? Wens je te gaan?’….. zeg ik: Ja! En jij, JJ? Ben jij gereed? Wens jij te gaan?….

Mijn antwoord is dat Jan wenst om te gaan, maar waarschijnlijk nooit helemaal gereed is en dat Jerfaas mogelijkerwijze degene is die al onderweg is, maar meest van tijd achterom kijkt.

Kijk eens aan…kun je in het licht van het pelgrimspad je antwoord eens toelichten?

Ik heb het sprookje gelezen. En ook de ‘onpersoonlijke tekst’ is inderdaad niets anders dan waar de Cursus overgaat, zij het in een andere toonzetting. Wel een hele mooie manier om op te roepen tot bekering en de persoon, zeg maar ego, af te leggen, voor zover je dat zelf kunt. En daar zit de kneep. De sprookjes en alle parabels en bijbelverhalen zijn allemaal in menselijke begrippen gevat, dat wil zeggen, in tijd en ruimte. We moeten ergens naar toe en dat zal dus in de toekomst zijn. Heel begrijpelijk want dat is het menselijke/persoons/ego referentiekader. In de Bijbel zijn vrijwel geen teksten die geen gebruik maken van dat kader. De Cursus, en sommige andere leringen, roept vooral op tot inzicht in het Nu, dat is het Heilig Ogenblik. Dat Nu alles Hier al in orde is, dat we niet hoeven te gaan, maar dat we er al zijn. Maar helaas, onze blik wordt versluierd. We zien niet de ware wereld. Iets in ons is gehecht aan de wereld die we nu zien. Ik sluit niet uit dat die gehechtheid juist die persoon is en alle spulletjes en verhalen rond die persoon. Iets blokkeert de ‘verlichting’ en de Cursus legt het allemaal uit. Maar daar hebben we het al eerder over gehad.

De hele symboliek is geweldig mooi en mijns inziens ook een spel van de ‘mind’. Net als alle woorden in de boeken, hoe mooi ook, het blijft symboliek. Maar de ervaring, hoe krijgen we die continu? Kennelijk niet door onze eigen wil, want dan was die er al? Is het Genade? Dat zou best kunnen? Kunnen we dan niets doen? Ik weet het niet. Dienen we gewoon mee te kijken naar dat wat er gebeurt of lijkt te gebeuren? Ik weet het niet. Gewoon net als het Elfje meegaan in de stroom van het beekje? Is het inderdaad zo dat Bewustzijn met zichzelf speelt, zoals je al eerder gezegd hebt?

In de Sneeuwwitje tekst schrijft Tetty: Zachtjes glijdend zweven we vanuit de grenzeloosheid van ons wezen de tijd binnen en de vraag: ‘Waren wij er morgen ook al?’ blijft eenzaam achter, hoopvol wachtend op de terugkomst van het antwoord. De draad van het leven wordt opgepakt. De reis gaat verder. Het begint met een droom, maar…het is geen droom. Wij worden gedroomd. Wij zijn de droom.

Dus vanuit de grenzeloosheid van ons wezen zweven we de tijd binnen, en de ruimte. Vanuit de oceaan zijn de water-landers om de een of andere reden aangespoeld aan de kust, ergens in de omgeving van secret garden, om na omzwervingen door de woestijn het sprookjesbos te bereiken en vandaar op weg naar de kust te gaan. Om weer de oceaan te bereiken en NU de overkant van de oceaan zien te halen. Niet ergens onderweg op een eilandje stranden en via een verkeerde golfstroom wederom bij secret garden aan te spoelen, enzovoort.

NU dienen we van wal te steken en de juiste stroming te kiezen, de golfstroom van pure Liefde, die nooit stopt en rechtstreeks naar de overkant gaat. Maar we zijn al aan de overkant, de hele reis is een droom en wij zijn in die droom, dus zijn wij de hele droom. Als wij ontwaken, zijn wij dan uit de droom, oftewel uit de droom geholpen? Of zijn wij dan weg? Zijn wij dan weer in de grenzeloosheid van ons wezen? Welke woorden kunnen hieraan gegeven worden? Is er een symboliek die de ervaring daarvan kan benaderen? JJ weet het niet. Hopelijk weet TV raad.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 085 - Vele vraagtekens | Leave a comment