Category Archives: 084 – Sneeuwwitje

Het Pad van de Pelgrims – Sneeuwwitje

Het verhaal van hoe Sneeuwwitje in Tetty is ontstaan is een fragment uit het boek ‘Reis naar de Ruimte van NU’, dat ik aan het schrijven ben. Dit boek is tijdelijk op de plank beland omdat de beschrijving van het pelgrimspad de aandacht NU vraagt. Het boek verbeeldt een innerlijke reis aan de hand van wat zich sinds de her-innering aan mijn BDE in mijn dromen heeft afgespeeld. Daarnaast verwerk ik in dit boek twee ingrijpende dromen uit mijn kindertijd en een gebeurtenis, in dit geval ‘Sneeuwwitje’, die in werkelijkheid heeft plaatsgevonden. Ik was toen met mijn ouders en mijn zusje van bijna 1 jaar oud op vakantie in een huisje in Nunspeet. In de ‘Sneeuwwitje ervaring’ beschrijf ik exact hoe het gebeuren plaatsvond en hoe ik het als 5-jarig kind gevoeld en beleefd heb, en wat mijn gedachten zijn geweest. In het boek draagt Tetty de naam Mirna.   

Ik heb door de jaren heen meer dan tweehonderd dromen op papier kunnen zetten. Veel van deze dromen heb ik ten tijde van ‘Verdwaald verlangen – Een zoektocht naar de hemel op aarde’ met Maurice besproken. Zodoende is er bij de meeste dromen een uitgebreid verhaal cq. duiding ontstaan. Ik heb tijdens het pelgrimspad al eens iets gezegd over symbolen, met name over dromen. 

Natuurlijk zeggen de dromen iets over mij en hebben ze mij iets te vertellen. Tegelijkertijd bevatten ze een universele betekenis en waarheid die voor ieder van ons geldt. De reis in het boek ‘Reis naar de Ruimte van Nu’ wordt dan ook gemaakt door een man en een vrouw, symbool van de animus en anima die in ieder van ons zit. In het samengaan van man en vrouw voltrekt en openbaart zich de Eenheid. Samen vormen zij het goddelijk huwelijk. Het brengt nieuw leven voort. Het Leven. 

Ik geef je nu het stuk tekst waar het om gaat. Wat er vooraf gaat aan dit fragment doet er even niet toe, evenals wat erna komt en de context waarbinnen dit fragment een plek heeft. Het gaat nu even om de gebeurtenis op zich. 

En op de vraag: ‘Ben je gereed? Wens je te gaan?’… ben ik, nu de avondstilte valt, wel zo’n beetje gereed om naar bed te gaan. Dus Sneeuwwitje legt zich zo ter ruste onder de groene tak. En het sprookje wenst JJ alle kleuren van de regenboog, die symbool staat voor de verbinding tussen de goddelijke wereld en de aardse wereld. En in verbondenheid met TV99 wordt het licht ontstoken.

Bij het schijnsel van het kaarslicht leest JJ66 het fragment uit ‘Reis naar de ruimte van Nu’.

Zachtjes glijdend zweven we vanuit de grenzeloosheid van ons wezen de tijd binnen en de vraag: ‘Waren wij er morgen ook al?’ blijft eenzaam achter, hoopvol wachtend op de terugkomst van het antwoord. De draad van het leven wordt opgepakt. De reis gaat verder. 

Het begint met een droom, maar…..het is geen droom. 

Wij worden gedroomd. Wij zijn de droom.

Ik ben een droom. Ik ben een sprookje

 En het kind weet het. 

We are such stuff as dreams are made on

(William Shakespeare)

Het begint met het kind, dat dol is op sprookjes en twee bijzondere zomerjurken heeft. De ene jurk is gemaakt van stof met afbeeldingen van Roodkapje en het andere jurkje is gemaakt van stof met afbeeldingen van Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Het zijn haar sprookjesjurken. 

Het begint met dit kind, het sprookjeskind, het droomkind, kleine Mirna. Een klein, stil en verlegen meisje van vijf jaar oud, op vakantie in een huisje in het bos. Het klinkt als het begin van een aloud kinderliedje dat ze op school heeft geleerd. Haar lievelingsliedje. ‘In het bos daar staat een huis, hertje gluurde door de ruit.’ Maar hier niet. 

Het is aardedonker en het meisje slaapt. Maar midden in de nacht, terwijl het huis en het bos slapen, verandert er iets. Het meisje wordt wakker en staat op. In het donker van de nacht trekt ze haar sprookjesjurk aan. Haar Sneeuwwitje jurk. Dansend en springend boven op haar bed komt ze tot leven en danst ze de sterren van de hemel. Ze laat in al haar speelsheid zichzelf zien. Een vrolijk en onbevangen kind. Ze is zichzelf. Puur. Spontaan.

In de stilte van de nacht dringt het geluid van het dansende kind door de dunne muren van het huisje heen en brengt ook anderen in beweging. Haar vader en moeder komen af op het geluid en zien hun dochtertje, blij en vrolijk dansend. In een fractie van een seconde nemen ze het schouwspel in zich op en gaan meteen over tot actie. ‘Wat doe je daar, ben je nu helemaal mal, je hoort in bed te liggen’, wordt er tegen haar gezegd. Resoluut wordt ze vastgepakt en in een oogwenk wordt haar jurk uitgetrokken, terwijl ze ondertussen bestraffend wordt toegesproken alsof ze iets heel stouts heeft gedaan. Totaal beduusd en hevig geschrokken, helemaal uit haar doen, laat ze met zich doen. Ze durft niets te zeggen, maar denkt bij zichzelf: ‘Wat heb ik nu voor ergs gedaan?’ Verbijstering en onbegrip alom.

Ze wordt als het ware ruw uit haar wereld gehaald en terwijl ze met beide benen, letterlijk en figuurlijk, op de harde, kille grond wordt gezet, hoort ze haar moeder zeggen: ‘Je hebt gedroomd.’ Ze zegt niets, kijkt haar ouders aan en een gevoel van vervreemding neemt bezit van haar, want ze weet met grote van-Zelf-sprekendheid: ‘Ik heb niet gedroomd. Ik ben een droom. Ik ben een sprookje.’ Ze weet van een grotere wereld. Ze weet dat ze van de sterren komt en van nog veel verder. Op dat moment weet ze ook dat ze nooit hardop zal kunnen zeggen: ‘Ik ben een droom. Ik ben een sprookje’, want met ontstellende zekerheid dringt de waarheid tot haar door: dat wat zij weet, kunnen grote mensen niet begrijpen. En ze voelt zich moederziel alleen staan.

Resoluut wordt ze onder de dekens gestopt met de boodschap: ‘En nu gauw gaan slapen.’ Zonder een kik te geven doet ze uit angst gauw haar ogen dicht. Op dat moment sluit ze haar ogen voor wie ze is en gaat er binnenin haar een deurtje op slot. Ze voelt niet langer de verbinding met de wereld waar ze vandaan komt. Het sterrenlicht is gedoofd, de nacht is aardedonker. Vanaf die nacht durft ze zichzelf niet meer te laten zien, vergeet ze wie ze is, en loopt ze verloren op aarde rond. Ze is zichzelf niet meer. Ze is een vergeten herinnering. 

Het enige tastbare wat nog herinnert aan het sprookjeskind is de foto die de volgende ochtend gemaakt wordt. Kennelijk heeft het gebeuren in die nacht toch iets teweeggebracht bij haar vader en moeder. Als ze ’s ochtends uit bed komt, hoort ze haar moeder zeggen: ‘Weet je wat, je mag vandaag je Sneeuwwitje jurk aan en dan mag je er straks mee op de foto. Is dat niet fijn?’ 

Ze vindt het niet fijn en ze wil eigenlijk niet. Het voelt als een goedmakertje. Ze is pas vijf jaar maar ze voelt en heeft nu al in de gaten: dit klopt niet. Maar ze stribbelt niet tegen en trekt de jurk met tegenzin aan. Het wordt geen blije foto. Stijf in de houding, met een donker gezicht, en haar handen op de rug staat ze erbij alsof ze zeggen wil: zo, nou jullie willen dit even, en daarom doe ik het, maar dit is niet echt. Het sprookje is uit.

Natuurlijk ging het sprookje verder, ook al had ik dat gevoel op dat moment niet. Maar ik zat er nog middenin. Evenals het feit dat ik nog steeds de droom was…

Bij het zachte licht van de flakkerende vlam blijft JJ in stilte zitten. Zoals toen in de stilte van de nacht Sneeuwwitje tot leven is gekomen, zo is nu al lezende vanuit het groen gelukkige sprookjesbos Sneeuwwitje voor hem tot leven gekomen. Hij waardeert het bijzonder dat dit met hem gedeeld wordt. Voor nu rest hem niets anders, voordat de nacht zijn intrede doet, dan zachtjes voor zich uit te zeggen: Bedankt…en zowel een Liefdevolle persoonlijke als onpersoonlijke Groet van ons beiden, J&J.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 084 - Sneeuwwitje | Leave a comment