Category Archives: 081 – Het beekje stroomt

Het Pad van de Pelgrims – Het beekje stroomt

Beekje, beekje, wat maak je mij nou… 

Het elfje schiet spontaan vol bij het horen van de hemelsblauwe schoonheid die ‘uit den Hoge’ in woorden is nedergedaald. Zittend aan de oever van het beekje hoopt het elfje dat het beekje niet overstroomt door al die elfentraantjes die er vallen. Alhoewel, misschien bevinden ze zich dan wel inÉÉNs in de oceaan. Omdat er verder geen woorden aan te geven zijn, laat ze het beekje het uitzicht zien, waarin zijn woorden de eenheid van hemelhoog tot aardediep weerspiegelen.

Wat ik in mijzelf ervaar, JJ, beweegt zich ook tussen hemelhoog en aardediep. Zoals afgesproken heeft ‘juf’ de Liefde-tekst van Reis voorbij Woorden op haar scherm in beeld gebracht en met grote aandacht gelezen. En op jouw vraag of ik het geschrevene kan be-Amen kan ik slechts zeggen: AMEN! Voor de rest kan ik geen woorden vinden als antwoord op jouw vraag hoe de tekst op mij overkomt. Ik raakte verstrikt in de hoeveelheid woorden die met name aan de Liefde gegeven worden.  

Een en ander leidde er toe dat er vanuit het Niets een kort maar hevig en emotioneel gesprek met Onze Lieve Heer ontstond, waarin ik aan de orde stelde hoeveel moeite ik er vaak mee heb om woorden te geven aan DAT waar feitelijk geen woorden aan te geven zijn, of aan het proces wat zich in mij voltrekt en dat ik graag logisch verwoord ‘op een rijtje’ zou willen zetten. Uiteindelijk antwoordde God op mijn toch wel enigszins wanhopige vraag: ‘Geef mij woorden’ dat ik moest gaan zitten om CIW les 109 te gaan lezen. En daar las ik het antwoord: Ik rust in God.

Je rust in God. Je rust in Liefde, omdat je Liefde Bent. En op de momenten dat je het niet ervaart: Geloof…geloof…geloof… Meer is er niet. Je kunt alle woorden laten voor wat ze zijn. Laat los, laat God. Je rust in God.  

En God zei: Mensen kunnen allerlei ‘woordelijke’ wegen bewandelen, die zich tussen allerlei kaften bevinden. En de ene weg zal misschien meer aanspreken dan de andere, of meer raken dan de andere, of meer laten ervaren dan de andere, maar alle woorden in welke teksten dan ook, in welke hoeveelheid dan ook, komen allemaal samen in: Ik rust in God. 

Ik rust in God. Daarin zijn niet alleen de woorden stilgevallen, maar les 109 vertelt zelfs speciaal wat de rust met het beekje doet. Ik rust in God…doet een beek die lang heeft drooggestaan weer stromen. En dan ontstaat er zo’n gevoelvol hemelsblauw gedicht uit het stromende beekje… 

Het beekje voelt dat het sneller stroomt. De traantjes hebben dat veroorzaakt. En daardoor gaat het elfje ook sneller en komt de oceaan vlug naderbij. De CIW is niet toevallig in haar leven gekomen en JJ mocht daarbij helpen. En daarna kwam de Reis voorbij Woorden precies op tijd om beiden verder te inspireren. Jan leest af en toe een hoofdstukje. Het is fabuleus. Jan voelt zich meer Jerfaas worden als hij de teksten van dat boek leest. Ze brengen als het ware een ervaring met zich mee.

Het is heel bijzonder. Hij hoopt en droomt en bidt, dat het Hemelsblauw hem daaruit iets wil voorlezen. En dan op een elfenbankje in de natuur, daar waar God dichtbij is. Of aan een stromend beekje, waarvan de locatie aan Jan bekend is. Laten we even afwachten wat voor ons beschikt wordt, zo mijmert hij voort. Het is nu laat, om precies te zijn vijf voor twaalf. En als laatste mijmering tussen elf en twaalf voert het beekje iets van uitzonderlijke genegenheid in zich mee, hetgeen zich in woorden wil uitdrukken.

aan haar, die onder vele nummers bekend is,

maar altijd ‘nummer 1′ zal blijven.

het zal dus nooit minder zijn

en meer kan ook niet,

want hoe hoger het nummer,

hoe lager de rang.

≈ 

hoewel…zij is uitzonderlijk…

zij is dubbel één…zij is een elf,

maar dat is eigenlijk geen nummer

 maar het symbool van een Wezen.

en Wezen komt voort uit het werkwoord Zijn,

dus Zij ..  Is. 

≈ 

klaar! of is zij niet klaar?

 ≈ 

zij zet Alles op een rij

als nummer één staat zij dan natuurlijk vooraan

maar vele eersten zullen de laatsten zijn

hoe moet dat dan?

ach, natuurlijk,

hoe kan jantje weer zo dom zijn

het is een rij van Elf

≈ 

zij is dus de eerste en de laatste

de Alfa en de Omega

het Vrolijke Vissertje, de VV

de bron der wijsheid voor JJ,

het hijgend hert dat snakt

naar frisse waterstromen

wordt vervolgd…tot NU…

 

 

Posted in 081 - Het beekje stroomt | Leave a comment