Category Archives: 072 – Een ‘Kerk’elijk praatje

Het Pad van de Pelgrims – Een ‘Kerk’elijk praatje

Het is rond het middaguur als de pelgrims aan de kant van de weg zitten, met hun gezicht naar de oceaan in de verte gekeerd. Het water strekt zich in oneindigheid uit. Als een paal boven water staat haar ervaring ‘Ik ben Bewustzijn’. Het straalt in het Licht van duizend zonnen en haar pad schijnt in dat Licht.

JJ, zoals jij hebt ervaren dat de Cursus antwoorden heeft gegeven op de vragen die in je leefden ten aanzien van het christelijk geloof, zo klopte van jongs af aan het gevoel aan mijn deurtje dat ‘er iets niet klopte’ in hoe het geloof werd verkondigd. En uiteindelijk kreeg ik door de BDE één alomvattend antwoord op al mijn vragen. ‘God is Liefde, en dat is wie ik naar mijn wezen Zelf ben’. Zijnde in het hart van God ken ik en word ik gekend. 

Ze wendt haar ogen af van de oceaan en haar blik glijdt naar links. Onwillekeurig dwaalt zijn blik met de hare mee en hij kijkt met haar mee als ze zegt: Ik zal je vertellen wat er zoal op het TV scherm verschijnt.

Als ik naar links kijk, zie ik als het ware het verleden. Ik zie in deze terugblik mijn leven tot nu toe, en wat daarin gebeurd is. Alles is gekomen en gegaan. En dat is het. Niet meer dan dat.   

Terwijl vanuit Bewustzijn mijn pad schijnt in het eeuwige Licht, en dat als zodanig ook ervaren word, lijk ik vanuit mijn mens-zijn ook momenten te ervaren dat het Licht langdurig of kortstondig schijnt op mijn pad. Ik heb nooit bewust gezocht naar mijzelf verliezen in God. Het is mij toegevallen. Maar ik zie ook hoe ik ‘denk’ dat het Licht soms minder schijnt op mijn pad. Terwijl ik mijzelf in één moment heb verloren in God, denk ik op de minder Licht-schijnende momenten dat ik mijzelf moet hervinden in God. Dan lijkt het alsof ik zoek naar dat wat ik al gevonden heb.

Ik zie in de verte de contouren van een kerk. Grootgebracht met dit instituut had het mij klein gehouden. Het geloof had de persoon in stand gehouden die door het kennen is verdwenen. 

Ik heb mijn oorsprong ervaren, maar de kerk leidt de mens niet naar de oorsprong. Men vertelt over de oorsprong, die kennelijk niet in dit aardse leven maar pas na dit aardse leven bereikt zal worden. Men klampt zich in Godsnaam vast aan schijnbare zekerheden, zonder ooit het houvast in ‘God in Zichzelf als je Zelf’ te vinden. Je hele leven ben je als het ware op weg naar God en na de dood kom je bij God. Maar in God schijnt binnen de kerk niet tot de mogelijkheden te horen tijdens het aardse tranendal. Terwijl ik mijzelf in God heb ervaren, als zijnde God in Zichzelf. 

Ik zie hoe ik mijzelf na mijn verlichtingservaring de tijd en de gelegenheid heb gegeven om te onderzoeken wat de kerk nog voor mij betekent. Maar de momenten waarop ik herkenning vond waren sporadisch. In de taal waarin gesproken wordt, blijven God en Jezus hoog verheven en nagenoeg onbereikbaar voor de mens, die ‘in zonde ontvangen en geboren en tot weinig goeds in staat’ al stumperend door zijn leven moeizaam een treetje hoger op de ladder naar de hemel probeert te komen. ‘Het Koninkrijk Gods is in u’ lijkt er voor de mens tijdens het aardse leven niet in te zitten en blijft een verre toekomstdroom die hopelijk nog een keer uit zal komen. Wie weet wanneer?  

Toen ik binnen de kerk sprak over ‘wij hebben het goddelijke in ons’, werd ik verbijsterd aangehoord, alsof ik God van zijn machtige troon verstoten had en gedegradeerd had tot iets menselijks, en zoiets was alleen maar weggelegd voor Jezus. Maar Jezus is de vorm God en Hij laat ons zien: ‘Wat ik ben, zijn jullie ook. Wat ik kan, kunnen jullie ook.’ In je totaliteit ben je een onbegrensd goddelijk wezen, vermomd als persoon. 

Ik zie de kerk die alleen maar uitgaat van de persoon en waar je altijd de persoon zult blijven. De kerk die God persoonlijke eigenschappen heeft toegedicht. We moeten ons vertrouwen stellen op een menselijke God, maar niet op het goddelijke in de mens. Goed beschouwd hebben we helemaal geen kerk nodig om contact te maken met God. God is altijd te vinden in je eigen hart. Dat is de Waarheid. Maar de kerk is altijd bang geweest dat we die Waarheid zouden ontdekken. De kerk heeft ons altijd klein willen houden, uit angst dat ze de macht zou kwijtraken. Zo is er een geschapen God en een godsdienst gecreëerd voor de gelovige zoekende mens, die de dualiteit God en mens in standhoudt. 

Menigeen hoopt als persoon iets te ervaren van God, maar het is juist de persoon die de ervaring in de weg staat. Je dient los te komen van de persoon om jezelf als goddelijke geest te kunnen ervaren. Binnen de beperktheid van je mens-zijn zul je nooit de onbeperktheid van de geest kunnen ervaren. Maar als je de beperktheid van je mens-zijn doorziet en overstijgt, je er als het ware van losmaakt, zul je in de wereld zijn maar niet van de wereld.  

Eerst geloven, dan zien, wordt er gezegd. Maar als gelovige persoon, hoe toegewijd ook, houd je jezelf in stand. Jij bent het die gelooft, zoals ook verwoord wordt in de geloofsbelijdenis: ‘Ik geloof in…’ Het plaatst God buiten je en als zodanig wordt er volhard in tweeheid.

Ik las ergens dat er in dat geval feitelijk niets anders bereikt wordt dan de bevredigende gedachte dat men als persoon blijvend is aangenomen door een niet zelf ervaren en dus gedachte, externe God. En zo is het. Het brengt de mens niet nader tot God, maar zal God op afstand houden. Aldus blijven veel mensen steken in geloven. Er is geen enkele inspanning om nader te komen tot God, m.a.w. om God te ‘zien’. Maar je kunt niet iets verwachten te zien, als je er geen moeite voor doet. 

Geloven is aannemen wat je niet bewijzen kunt, zonder het bewijs te zijn. Zolang je blijft geloven, zul je het bewijs niet worden. Maar wij zijn het bewijs. Wij zijn Gods bewijs. Wij zijn Gods Zoon. God herkent zichzelf in Zijn Zoon zoals de Zoon zich in God herkent. Wij zijn ‘de zonen en dochteren van ’s levens hunkering naar zichzelf’, staat er geschreven in ‘De Profeet’ van Kahlil Gibran. Zoals de Vader verlangt naar Zijn Zoon, zo verlangt de Zoon naar de Vader.  

Het beeld van de Zoon die mij de Vader laat zien is Jezus. De mens-geworden God. Jezus zegt: ‘Volg mij. Laat de Liefde aan het licht komen.’ Wij worden als Jezus. Hij is niet onbereikbaar. Hij is voor mij het beeld van onvoorwaardelijke liefde. Hij gaat met mij mee. Hij loopt naast mij of anders gezegd: Hét loopt naast mij. Dat is het Bewustzijn. Dat is het Licht.  

Jezus zegt ook: ‘Door mij word je bevrijd.’ Niet door de persoon Christus, maar door het principe Christus. Christus staat voor Bewustzijn. Als eniggeboren Zoon van God is het handelende principe dat je je bewust moet worden en door bewustzijn te ontwikkelen, kom je tot je Zelf, tot je God-zijn. Het gaat zelfs niet om Jezus, maar waar Jezus naar verwijst.  

Ik voel mij innerlijk verbonden met Jezus en hebt daar het diepste gevoel bij. Uiteindelijk is het zo dat ik het diepste gevoel bij de boodschap heb en niet bij de boodschapper. De boodschapper bij dat gevoel is Jezus. Maar zou ik nu tienduizend kilometer verderop geboren en opgegroeid zijn, dan zou dat wellicht Mohammed kunnen zijn. Zodoende kon ik het ook niet langer meer over mijn lippen krijgen om te zeggen: Ik ben Gereformeerd. Dat ben ik niet. Dat is een vorm, een etiket wat mij opgeplakt was, of beter gezegd, wat ik mij had laten opplakken, waardoor ik in een hokje geplaatst werd wat de rest buitensluit.

Geloven en de kerk zijn voor veel mensen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar bij welke kerk zat Jezus Christus? Die zat niet bij een bepaalde kerk, Gereformeerd, Hervormd, of wat dan ook. Daar had hij niets mee te maken. Hij had een direct lijntje naar boven. Omdat ik dat ook zo voel, ervaar ik dat de kerk als verkondiger van Gods woord zich tussen mij en God plaatst, terwijl God rechtstreeks tot mij gesproken heeft. God heeft mij geroepen en ik voel heel duidelijk dat ik mijn weg moet gaan zonder middelaars. Je ziet het al aan het beeld waarin ik langs de viskraam fiets. Het pad dat ik ga, waarbij ik het stuur zelf in handen heb, staat los van de kerk of van welke religie dan ook. De uiterlijke autoriteit heeft plaatsgemaakt voor de innerlijke autoriteit. Je bent je eigen middelaar. Ik Ben de Middelaar.

En hiermee eindigt het TV-programma van vandaag. De pelgrimse dagreis wordt besloten door hij die als blikvanger reeds vanaf Twaalven veel Elfen-liefde heeft gezien. Hij zag het in ogen die als spiegels der ziel hem aankeken en daarbij zowel hun ‘groene uiterlijk’ als hun ‘gevoelige innerlijk’ zonder voorbehoud toonden. Hoe wonderlijk is het toch om een ander mens te ontmoeten, los van plichtplegingen of andere persoonsgebonden fratsen, en direct bij elkaars geest naar binnen te kunnen gaan.

En dan eerst de voorkamer te betreden, die vooralsnog een wat persoonlijke inrichting heeft. Maar de achterkamer, waarvan de deur zich geleidelijk aan verder opent, heeft een universeel karakter. Daar kan men zich direct thuis voelen, over en weer. Dat is de eenheid herkennen.

Nu de pelgrims er al vele dagreizen op hebben zitten, tekenen zich de definities en begrippen af als een kapstok die in de voorkamer hangt. En daar zullen geen jassen van geloof aan gehangen worden, maar eerder ervan worden afgenomen. Totdat de kapstok ook overbodig wordt en eventueel kan worden doorgegeven aan anderen die nog zaken af te leggen hebben.

De pelgrims Zijn dan in de achterkamer, het Heilige der Heiligen, en vertoeven in de eeuwigdurende Vrede. Wat zal het heerlijk zijn om de persoonlijkheden voor altijd en eeuwig te zien oplossen. De droom van de pelgrims zal bewaarheid worden, dat is zeker. Nu gaan ze nog ‘het pad’ waarvan een deel door het sprookjesbos loopt. Voorwaar, ik zeg u, er zijn aanzienlijk mindere oorden om te vertoeven.

En in het sprookjesbos stroomt het beekje de nacht in. In die nacht loeit de ijskoude wind, maar de lente is onderweg en niets kan haar stuiten. Het is als het beekje en het elfje op hun lange reis in de oceaan der tijd. Maar hopelijk stoten ze op een eilandje waar de tijd even stilstaat en ze zich kunnen bezinnen op hun verdere reis. Waar gaan zij het over hebben? Wordt het scheepsjournaal bijgewerkt? Of worden aantekeningen gemaakt op de zeekaart om de navigatie te vergemakkelijken? Mogelijk heeft het elfje een schriftje bij zich en wil ze het een en ander noteren. Maar tot die tijd …murmelt het beekje zachtjes…vrolijk vissertje, neem je rust…  

En op ‘I wish you a holy night’ zweeft het elfje en drijft het beekje door de nacht.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 072 - Een 'Kerk'elijk praatje | Leave a comment