Category Archives: 063 – Er leefde eens…

Het Pad van de Pelgrims – Er leefde eens…

De TV vraag Welk sprookje denk jij dat ik ben? zweeft door de nacht en JJ vraagt het zich af. Hij gelooft wel in haar, maar hoe komt hij dat te weten? Maar gelukkig komt Klaas zoals Vaak te hulp. En bij nacht wordt hem in het oor gefluisterd wat hij zich bij dag herinnert.

Er leefde eens…heel lang geleden…in een heel ver land…een bijzonder elfje. De anderen noemden haar het ‘Vrolijke Vissertje’. Het was een heel leuk elfje en ze kon heel mooi schrijven. Zo mooi, dat wanneer de andere elfjes dat lazen, ze spontaan begonnen te huilen van blijdschap en ontroering. Door al die tranen was er een beekje ontstaan wat door het sprookjesbos stroomde. In de beek zwommen ook Oost-Indische inktvissen en af en toe ging het vrolijke vissertje er eentje vangen, want ze had weer inkt nodig.

Als ze dan door dat mooie sprookjesbos liep, waar ook baardgrasjes groeiden,  plukte ze bosvruchten om lekkere taart van te maken. Maar naarmate ze dichter bij de beek kwam, begon ze te lachen, hi hi, ha ha, hi hi hi. Dat kwam door het sterretjesmos wat daar overal groeide. Dat kietelde behoorlijk onder haar blote voetjes. Vooral onder die schattige jubelteentjes voelde ze dat. Dus daarom werd ze het vrolijke vissertje genoemd. 

Als ze dan zo’n inktvisje had gevangen, ging ze naar Moeder de Gans. Dan zei ze: ‘Hebt u nog een veer gelaten?’, in de hoop dat de gans in de rui was, want ze had weer een nieuwe ganzenveer nodig om te kunnen schrijven. En dan liep ze naar het elfenwinkeltje om wat schriftjes te kopen, waar ze haar mooie verhaaltjes in opschreef. Voor vijf van die schriftjes betaalde het elfje dan een tientje. 

Op een mooie lentedag kwam ze al lachend weer bij de beek. Het water murmelde rustig voorbij. Ze vond altijd dat het dan net was of hij iets tegen haar zei. Het elfje praatte ook tegen de beek die ze als een vriend beschouwde, want ze kwam er zo vaak. 

Terwijl ze in het water tuurde of er een inktvisje zwom, zag ze zichzelf in het water. Dat had ze nog nooit gezien. Ze was eigenlijk best mooi ook. En ze zei: ‘Lieve goede beste beek, wie is het mooiste elfje in deze streek?’ Maar voordat ze het antwoord kon horen, verloor ze haar evenwicht. Door al dat bosvruchtengebak had ze een stevig buikje gekregen en ze viel voorover in de beek. Die ging van schrik weer harder stromen en zoef…daar gingen ze, de beek en het elfje, met grote snelheid naar de horizon. Ze waren niet meer te stoppen. 

Korte tijd later, om elf uur ongeveer, kwamen ze door een parkachtig landgoed aan de kust. Het heette ‘Secret Garden’. Toevallig stond de eigenaar, die een hele beroemde troubadour was, naar hen te kijken. Geboeid keek hij naar dit schouwspel van het beekje en het elfje die tezamen in de Grote Stille Oceaan terechtkwamen om aan een lange reis te beginnen naar Droomland. En de troubadour werd geïnspireerd er een lied over te maken. Het vrolijke vissertje was zijn Muze geworden.

Zo verschijnt in het sprookje van de twee spirituele zoekers niet geheel onverwachts het sprookje van het elfje. De ware 11 die een rol speelde in de droom van het meer van Lugano. Het eerder aangekondigde moment dat die droom de kiemkracht in zich draagt die zal leiden tot de creatie van het 11-achtige wezentje het elfje door het stromende beekje is nu aangebroken.

Jij mag dan in mij geloven, JJ, maar jij bent echt ongelooflijk…en dan in de zin van buitengewoon. Mijn dank is groot voor de very, of beter gezegd, fairy beautiful woorden waarmee het verhaal van het elfje en het beekje tot leven is gebracht. Dit is ook Groen Geluk. Niet alleen het water dat ons verbindt, maar ook dit sprookje ligt al besloten in een Visser en van Beek. 

Opnieuw voel ik de hunker in de bunker waar ik 20112012 las en mij afvroeg: ‘Zullen de pelgrims met z’n 2-en via de 11 met z’n 2-en aankomen bij de 12? Het hemelse getal dat zowel het aardse als het goddelijke in zich besloten houdt. Het getal van de geestelijke vervulling, wanneer alles tot voltooiing komt.’ Het lijkt naderbij te komen TV, en dat alles met een hoog frequente woordelijke uitwisseling van betekenis met een ‘very special creature of nature’ waar ik Heilig in geloof.

Nou, het doet mij deugd dat gij in mij gelooft, en nog wel Heilig ook! 

In de Schrift staat de uitdrukking ‘Kom mijn ongeloof te hulp’, echter in mijn geval zou dat zijn ‘Kom mijn geloof te hulp’. Kortom…Let’s keep on sailing en please be my compass… 

We zijn AL ÉÉN van hart!

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 063 - Er leefde eens... | Leave a comment