Category Archives: 050 – De ruimte delen

Het Pad van de Pelgrims – De ruimte delen

In de stilte van de avond kijkt Jan Jerfaas terug op de beelden die op het TV scherm te zien waren. Hij heeft het als een heel bijzonder bijeen zijn ervaren. Eigenlijk was het zo dat Jerfaas degene was die naast Tetty zat. Jan lag stil zogezegd, zoals een hond stil kan liggen als zijn baasje het bevel ‘lig’ geeft. Toen Tetty haar verhaal begon hoorde hij het ‘bevel’: ‘just be the space for it’.

En Jerfaas en ook Jan hoorden anderhalf uur lang een boeiend verslag van iemand die haar geest zo volledig opende dat het woord ontroerend in feite ontoereikend is. Dit was van een andere categorie, dit verwijst naar de hogere sferen van de geest, waar alleen openheid bestaat en niets verborgen kan blijven. Het is letterlijk de ruimte delen.

Terwijl Tetty met woorden een aangrijpend beeld geschilderd had, zag Jerfaas dat als een meisje dat eerst in een spagaat lag met haar hoofdje als een geknakte zwanenhals naar beneden. Maar allengs veerde zij overeind en trok haar roze gympen aan. Nu liep zij naar een deur, het hoofdje omhoog, en voetje voor voetje als een koorddanseres. De deur opende vanzelf toen zij dichterbij kwam. Daarbuiten werd een cirkelvormige regenboog zichtbaar en het meisje sprong en zweefde er als het ware doorheen, een wit licht tegemoet.

Terwijl de nacht begint te vallen ziet hij al mijmerend hoe flarden uit haar ‘nieuwe schoenen’ droom zich hierin mengen. Hij ziet hoe zij op haar roze gympen als vijf euro afrekent met het verleden. Hij ziet hoe zij als getal vijf blokkades uit de weg ruimt en zo de grens verlegd. Hij ziet hoe zij volledig in het nieuwe leven gaat stappen. Hij ziet in dit verband opnieuw woorden uit de Cursus verschijnen.  

De Cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven. Het beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die ons natuurlijk erfgoed is. (T.Inl.1:6-7) 

Hij pakt zijn veelgelezen blauwe boek ter hand. In het licht van de opkomende maan lichten nog meer treffende woorden uit het boek voor hem op.

Wanneer vrede zich van diep in jezelf uitbreidt om heel het Zoonschap te omvatten en rust te schenken, zal ze op heel wat blokkades stuiten. Sommige daarvan zul je zelf proberen op te werpen. Andere zullen van elders lijken te komen: van je broeders, en van diverse aspecten van de buitenwereld. Maar de vrede zal ze zachtjes omhullen, en volledig ongehinderd zich er dwars overheen uitbreiden. (T19.IV.1:1-4) 

Maar de vrede die al diep in je binnenste ligt, moet eerst uitdijen, en over de blokkades heen vloeien die jij ervoor hebt neergezet. Dit zul jij doen, want niets dat met de Heilige Geest wordt ondernomen, blijft onvoltooid. (T19.IV.2:2-3) 

Jouw waarneming werd genezen in het heilig ogenblik dat de Hemel jou gegeven heeft. Vergeet wat jij hebt gezien, en sla je ogen in vertrouwen op naar wat jij nu kunt zien. De barrières voor de Hemel zullen voor jouw heilige blik verdwijnen, want aan jou die zonder zicht was is visie gegeven, en je kunt zien. Ga niet op zoek naar wat is opgeheven, maar naar de heerlijkheid die je hervonden hebt en weer kunt zien. (T19.III.10:4-7) 

Woorden die de pelgrims zullen dragen en bijlichten in wat de toekomst brengen moge

En zo is het…en zo zal het zijn… 

Jerfaas ziet dat Jan nog steeds in rust is. Waar twee vergaderd zijn…het bijeen zijn komt weer bij hem op. Dit is eigenlijk eenheid van geest. Dat is toch geweldig, gewoon alles wat er in je opkomt kunnen bespreken met iemand die dat ook doet. Geen drempels, geen reserves, dus geen afscheiding. Is dat Heaven on Earth? Is dat in de wereld, maar niet van de wereld? Is dat… vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen?

En in stilte zegt hij: Green Eyes…Thanks a lot.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 050 - De ruimte delen | Leave a comment