Category Archives: 044 – Een hindernis

Het Pad van de Pelgrims – Een hindernis

Stilzwijgend heeft ze geluisterd en nadat hij is uitgesproken blijft het stil. Dus toch…een boek schrijven…aan die eerdere onontkoombare gedachte valt niet langer te ontkomen. Is dat de gezamenlijke taak? Een boek schrijven? Iets in haar komt in opstand. Nee hè, niet nog een keer, die ervaring heeft ze al eerder gehad. Het tastbare resultaat daarvan markeerde weliswaar één van de meest bijzondere periodes in haar leven, maar de wijze waarop die periode was afgesloten had haar tot de stellige uitspraak gebracht: ‘Ik zal nooit meer iets met iemand samen doen, ik zal altijd alleen blijven.’ Woorden van toen die zich opwerpen tot een belemmering nu. De wind van de twijfel trekt aan en wakkert aan tot een storm binnenin haar, maar geen zuchtje wind ontsnapt aan haar lippen. Niets aan haar verraadt dat ze stokstijf tot stilstand is gekomen voor de hindernis die zich ineens op haar pad bevindt.

Moet ze deze gezamenlijke reis wel maken? Wat zo van-Zelf-sprekend is begonnen, lijkt opeens minder vanzelfsprekend te zijn. Maar op het moment dat de vraag in haar opkomt, weet ze het antwoord al.

Met innerlijke zekerheid weet ze dat niets zomaar gebeurt. Het moet zo zijn, en niet anders. Maar dan is daar die hindernis.

Is het dan zo dat deze reis slechts bedoeld is om op dit punt te komen waarop er een punt achter gezet moet worden? Of moet de hindernis genomen worden en zal de reis toch gezamenlijk verder gaan? Want hoe dan ook, zowel zijn dagdroom als haar nachtdroom weerspiegelen een gezamenlijke missie. Behelst de gezamenlijke taak dan toch meer dan alleen maar het maken van de reis? Maar of ze het nu voor zichzelf linksom of rechtsom praat, de hindernis wijkt van geen kanten.

Ze kijkt hem in de Green Eyes en zegt heel neutraal: ‘Zou je die droom voor mij willen opschrijven?’ Verder niets. Eerst maar eens op stap naar ‘de nieuwe school’.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 044 - Een hindernis | Leave a comment