Category Archives: 031 – Een spel en een droom

Het Pad van de Pelgrims – Een spel en een droom

Verrast staat Tetty te kijken naar de foto die voor haar te kijk wordt gezet en haar blik gaat van oudeJan naar jongeJan.

Geweldig JJ, wat een prachtige foto. Ik zie het hele verhaal voor mij. Het is terug in de tijd en tegelijkertijd is het nu. Natuurlijk is het lichaam van het jongetje veranderd, in die zin dat het groter en ouder is geworden, maar ik vind het zeker niet onherkenbaar veranderd. Dit is Jan helemaal. Ach, en die blik in de ogen is een momentopname. Ik zie er geen wantrouwen in. Ik denk meer dat het komt door die fotograaf, dat Jan zich wat ongemakkelijk voelde met de situatie. Maar ik zie ook iets gevoeligs en kwetsbaars in die blik, wat ik ook nu nog wel eens in je ogen zie.  

Het mooie en ontroerende vind ik als je zo’n foto van vroeger ziet, dat er tussen dat jongetje van toen en dat jongetje van nu een heel leven ligt, met al zijn ups en downs, hoop, verlangens, idealen, vervuld en onvervuld, wat dan ook en hoe dan ook, waar je toen nog geen weet van had, maar wat je heeft gebracht op het punt waar je nu staat. En ik hoop dat je met al je kennis, wijsheid en inzicht die het heeft opgeleverd, ondanks alles en dankzij alles, blij en dankbaar kunt zijn met waar je nu bent, ook al heb je het gevoel nog in de spiegel der raadselen te kijken. Maar er staat geschreven:   

Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht

(1 Korinthiërs 13:12)

Van aangezicht tot aangezicht…oog in oog…en tot die tijd… 

Kom Green Eyes, het leven is een spel en de aarde is de speeltuin. Het punt is alleen dat we ons dat niet altijd voldoende beseffen. Op de een of andere manier maken we het spel zo ingewikkeld, dat het in niets meer lijkt op een spel, maar eerder op een onderlinge strijd op leven en dood. We spelen het alsof ons leven ervan afhangt. Maar het is niet meer of minder dan een doe-alsof spel. Speel het. En of je nu wint of verliest…speel het…zonder in het verliezen of het winnen te gaan zitten. Speel het…als een kind, die speelt om te spelen. Er staat niets op het spel. Dit alles is een verschijning in bewustzijn en wordt opgemerkt door bewustzijn. Bewustzijn speelt het spel met zichzelf om zichzelf te ervaren. 

Het zonlicht speelt met de laatste stralen tot het zich gewonnen geeft aan het avondlicht dat zich al snel verliest in het donker van de nacht. Alles wordt stil en in de diepte van de duisternis licht de ziel van de water-landers op als een rimpelloos meer, waarin het beeld van de hemel zich kan spiegelen.

In dat beeld verschijnen TV beelden die haar als een droom een spiegel voorhouden en haar eerdere woorden lijken te weerspiegelen; hoe je veilig naar de kust wordt gebracht waar je door Bewustzijn wordt gekust. En als door het herwonnen zonlicht de nieuwe dag wakker is gekust, brengt ze voor JJ met woorden de droom tot leven. Ze neemt hem mee naar de oever van het meer van Lugano.

‘Het meer van Lugano’

Ik bevind mij in aanwezigheid van mijn familie aan de oever van het meer van Lugano. We zijn met z’n vieren. Het plan is om gezamenlijk het meer over te zwemmen. Het voelt als een spannende uitdaging. Ik heb zoiets nog nooit gedaan en ben eigenlijk bang voor water. Ik weet niet of ik het zal redden om het meer over te zwemmen. Toch is er geen enkele twijfel om er niet aan te beginnen. 

Ik laat mij vanaf de kant het water in zakken. Om mij heen zie ik drie mensen in het water. Ik zie alleen hun hoofden die identiek zijn, in neutrale gladde vorm, zonder haar of gelaatstrekken, één in leeftijd. Het voelt als mijn moeder, mijn zusje en ? Mijn vader is er ook, maar niet in het water. Hij staat aan de kant en kijkt toe. 

We maken plezier, genieten van in het water zijn en van het vooruitzicht naar de overkant te zwemmen. Ik maak mij los van de groep en begin richting de overkant te zwemmen. Het voelt goed. Ik hoef er nauwelijks moeite voor te doen. Toch bekruipt mij onderweg steeds vaker het gevoel dat ik de overkant wellicht niet zal halen. 

Na een tijdje zwemmen kijk ik achterom en zie ik dat ik eigenlijk nog steeds niet ver van de kant ben. En de overkant is nog ver, niet zichtbaar. Voor mij strekt zich een grote watervlakte uit. Terwijl ik doorzwem, met mijn familieleden in de buurt, nemen mijn angst en twijfel toe.  

Ik roep mijn Vader, die ik meteen in mijn nabijheid voel, en ik vraag of Hij een hulpmiddel kan geven voor als ik moe zal worden en het op eigen kracht niet zal redden. Op hetzelfde moment verschijnt mijn Vader boven ons en Hij heeft voor ieder van ons een klein, rechthoekig metalen tafeltje.  

Hij laat het tafeltje omgekeerd met het blad op het water zakken, zodat ik met mijn armen en bovenlichaam steunend op de onderkant van het blad kan rusten. Als ik dat doe, komt door mijn lichaamsgewicht het tafelblad meteen iets onder water. In een flits denk ik: oh, nee, hè, hier heb ik niks aan. Tegelijkertijd met die gedachte wint het vertrouwen in mijn Vader die mij dit gegeven heeft. Hij heeft vertrouwen in mij, dan moet ik vertrouwen hebben in datgene wat Hij mij geeft. Hij weet wat ik nodig heb.  

Op datzelfde moment bevind ik mij in één klap aan de overkant van het meer. Ik ben verheugd en verrast dat ik die hele afstand heb afgelegd en zo het meer van Lugano ben overgezwommen. Als ik achterom kijk naar daar waar ik vandaan gekomen ben, zie ik tot mijn grote verbazing geen andere kant en deze kant. Alles is tot één plek samengevallen. Het is de plek waar ik ben. Ik Ben.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 031 - Een spel en een droom | Leave a comment