Category Archives: 030 – Be-spiegel-ingen

Het Pad van de Pelgrims – Be-spiegel-ingen

Hij fietst door de uitgestrekte velden. Het is prachtig weer met een lekker zonnetje en de wind in de rug. Heerlijk! Het is alsof hij als een vogel door het landschap scheert. Door de laagstaande zon op deze herfstdag heeft alles een andere kleur dan in de zomer.

Hij voelt zich meer één worden met de natuur. Tja, het lichaam is sowieso een deel van de natuur en ‘het leven’ in dat lichaam zit ook in de eendjes in de sloot, in de bomen en in iedere grasspriet. Het is Jan alsof hij ziet en voelt dat alles één is. En dat alles is zoals het is op dit moment, en wat er ook verandert, het is zoals het is. Een diep gevoel van geluk neemt bezit van hem en hij voelt tranen van ontroering in zijn ogen. Hoe wonderlijk.

Het is of hij de enige mens op de wereld is. Geen huis, geen mens te zien, alleen de natuur en een hemel van een soort blauw zo mooi, dat is nu hemelsblauw. Enkele sneeuwwitte wolken, van het witste wit, roepen een Bijbeltekst in hem op. ‘Al waren uw zonden rood als scharlaken, ze zullen worden als witte sneeuw’.

Jan glimlacht. Hij herinnert zich nog dat die woorden werden gesproken op de kerstviering van de buurtvereniging door een zéér gelovige man, een ouderling van de kerk. Dat was in de jaren vijftig en…hij had toen een fietsje met een spiegel. Plotseling stoppen de herinneringen van Jan aan toen. Hij heeft nu ook een spiegel op zijn fiets. Het brengt ineens de herinnering aan een moment, nog niet zo lang geleden, toen Tetty een grapje maakte over die spiegel op zijn fiets.

Ongeveer 60 jaar geleden had Jan een fietsje en hij kreeg van Sinterklaas, die goedheilig man, een spiegel voor op dat fietsje. Wat was hij er trots op. Hij heeft er nog een foto van. Die zoete herinnering aan een levenslustig kind met een schier oneindig leven voor zich werd door Tetty wreed gekoppeld aan een oude man wiens houdbaarheidsdatum met rasse schreden nadert.

Terwijl hij nu al fietsend in de spiegel kijkt, ziet hij het verleden, in die zin dat hij de bomen en de weg ziet waar hij kort geleden langs fietste, maar nu vanuit een ander gezichtspunt. Hé, dat is een interessante gedachte; als je terugkijkt zie je het altijd anders.

Jerfaas glimlacht, zou Jan nu inzien dat alleen het Nu bestaat en dat terugkijken of terugdenken altijd een gedachte is?

Nu kijkt Jan vooruit, naar de omgeving die dichterbij komt. Dat doet hij in het Nu. Maar als hij even later een boom van dichtbij ziet, is die net even anders dan kort geleden. Of meent hij dat, want die waarneming van daarnet is nu een gedachte geworden.

Nu kijkt Jan naar links en hij ziet hij de laagstaande zon. Nu kijkt hij naar rechts en hij ziet in het gras achter de sloot waar hij langs rijdt de schaduw van zichzelf meefietsen. Wat lijkt dat echt zo’n fietsende schaduw. Maar het is een manifestatie.

Als een wolk plotseling voor de zon schuift, is de schaduw weg. Eigenlijk net als een gedachte. Die is er, al dan niet met een bijbehorende emotie, en plotseling is ie weg. Foetsie.

Jan steekt zijn hand op. De schaduw reageert bliksemsnel en steekt ook zijn hand omhoog. Jan probeert sneller te zijn dan de schaduw. Het lukt niet. Hier zijn bepaalde natuurwetten actief. De wetten van vorm, als niet blijvende waarnemingen van het lichaam. Gedachten zijn vrijwel hetzelfde, als niet blijvende beelden die het brein produceert. Soms zijn het woorden zonder beeld, maar toch symboliseren ze beelden. Ieder woord symboliseert een beeld of iets wat ermee samenhangt.

Jerfaas ziet de gedachten van Jan verder wervelen, nu komen ze bij Tetty en haar dromen. Dat zijn ook symbolen, ze heeft er een prachtige uitleg aan gegeven. Zo’n droom is als echte literatuur, er zit een laag van betekenis onder, en mogelijk daaronder nog ééntje, enzovoort…

Wederom komt de gedachte aan de Cursus in Wonderen die stelt dat woorden symbolen zijn van symbolen en dat alles in deze wereld een symbool is van iets anders. Dus alles wat gebeurt en gedacht en gedroomd wordt, is niet werkelijk. Is dat het spel waar Tetty over sprak? Ziet zij haar dromen louter als een spel? Ligt een droom qua werkelijkheidsgehalte boven of onder een ervaring? Is alles wat gebeurt een holografisch gebeuren in ontelbare varianten? En hoeven we en kunnen we alleen maar kijken? En wanneer we er iets van vinden, dan kijken we naar dat ‘er iets van vinden’?

Jerfaas ziet dat Jan met zijn kornuitjes weer in de spiegel der raadselen kijkt. En eigenlijk vindt hij dat ook wel weer leuk. Is dat ook het spel?

Na al deze be-spiegel-ingen kijkt Jan met zijn fietsje met spiegel hem vanaf de foto aan. Vergeleken met nu is het lichaam van het jongetje onherkenbaar veranderd en op de foto is te zien dat het ventje met enig wantrouwen de wereld in kijkt. Kwam dat door de fotograaf of had hij het gevoel dat de toekomst niet alleen maar pais en vree zou brengen? Jan weet het niet meer, hij heeft een vage herinnering, dat is alles. Jerfaas kijkt met een goed gevoel naar de herinnering van Jan en de ‘juf’ kan ook tevreden zijn; het is verleden tijd en die bestaat niet. En tot slot besluit hij de foto voor Tetty te kijk te zetten.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 030 - Be-spiegel-ingen | Leave a comment