Category Archives: 025 – Jerfaas en de jantjes

Het Pad van de Pelgrims – Jerfaas en de jantjes

Het is heel vroeg in de morgen als Jerfaas ontwaakt. Zoals de zon begint op te komen, zo lijkt het hem dat het bewustzijn ook langzaam opkomt. Daarin komt geen lichaamsgevoel voor en geen enkel jantje. Toch is er waarneming, maar als leegte. Wel een lichte ruis. Die lijkt Jerfaas altijd te hebben en… hoort die bij het lichaam? Hoe dan ook wordt in die leegte waargenomen dat de torenklok slaat.

Nu is het voorbij, de eerste gedachte van de dag ontstaat. Hoe laat is het? Hoeveel keer sloeg de klok? Moeiteloos kijkt Jerfaas terug in de tijd en telt alsnog de slagen. Het zijn er vier. Het is alsof er in een inktzwarte ruimte vier brandende kaarsen uitgeblazen zijn en nog nagloeien. De tweede gedachte komt. Zie je dat tijd eigenlijk niet bestaat?

Daarna komen meer heldere herinneringen naar voorbije gebeurtenissen, maar ook gedachten met betrekking tot de eerdere tête à tête met Tetty. ‘Je Bent het Al’, zei ze. De Cursus in Wonderen zegt: Er is maar één werkelijkheid, en dat is bij God. Dat is wie je bent. De rest is een illusie, een droom. Niets wat tijdelijk is, kan werkelijk zijn.

Kijkend vanuit die werkelijkheid is alle materie en persoonsgebondenheid pure illusie. Kijkend vanuit ‘de mens’ zijn er schier imaginaire bewustzijnsniveau’s die ooit bereikt zouden kunnen worden. Kijkend naar de bijnadoodervaring van Tetty is het van bovenaf gezien een verschuiving in perceptie binnen de illusie, van onderaf gezien is het een kwantumsprong in de Liefde.

‘Je bent het Al’, maar naar het gevoel van Jan moet het nog komen. Om klaarheid in deze dingen te brengen is dus hulp voor Jan Jerfaas nodig en hij hoopt dat Tetty die kan bieden. Dat zij een grote schoonmaak kan bewerkstelligen in dit stukje menselijk bewustzijn wat in januari 1947 op aarde terechtkwam, nota bene op zondagmiddag op het tijdstip ‘kerktijd’.

Terwijl het lichaam nog steeds gevoelloos in bed ligt, ziet Jerfaas dat de jantjes langzaam wakker worden en vooral jantje-spiritueel. Niet alleen de woorden van Tetty, maar ook van verlichte mensen komen naar boven. ‘Zoek niet, je bent het al, stop met het geloven van je gedachten, wees in het Nu’ tot de uitspraak van Jezus: ‘Tenzij gij uzelf verloochene, zult gij het Koninkrijk niet zien’. 

Wordt hier bedoeld dat Jerfaas de hele persoon Jan met zijn jantjes liefdevol terzijde moet schuiven? Dat is in wezen al gaande. En het doenerschap is daarmee grotendeels verdwenen. Maar is het anderzijds ook niet zo, dat zowel Tetty als die ‘andere’ verlichten hun ervaring en inzicht uitdragen? En dat de ontvangers toch iets van een keuze moeten maken? Dat ze toch beter moeten luisteren en zich beter moeten afstemmen oftewel tunen op de Liefde die overal aanwezig moet zijn?

Jerfaas blijft in alle rust kijken, meer kan hij ook niet, maar vaak heeft hij het idee dat zijn aandacht kalmerend werkt op de hele groep jantjes, zo ook nu. Meestal komen er dan één of meer jantjes naar voren die als het ware wat dichter bij hem staan, althans dat denken ze zelf, zoals jantje-spiritueel en jantje-snap. Die twee werken vaak samen en zijn ervan overtuigd zo ongeveer de hele persoon Jan uit te maken. Oké, er zijn nog wel veel andere jantjes, maar die zijn door hen bijna uitgeschakeld, want zij tweeën begrijpen hoe het zit en zitten vol plannen om zich helemaal bij Jerfaas te voegen.

Natuurlijk verlopen de tête-à-tête’s zoals het moet zijn. Als het hele universum dat wat gebeurt al heeft goedgekeurd, wie zijn zij om dan te zeggen dat het anders moet. Nee, wat zij bedoelen is eigenlijk de stille hoop dat Tetty haar geheim met hen zal delen. Ze weten dat Jerfaas hen met liefde aanschouwt en nooit beoordeelt, maar ze beseffen dat Jerfaas zelf ook weer aanschouwd wordt, maar door wie of wat.

Jerfaas ziet hoe jantje-spiritueel en jantje-snap door het denken aan verleden en toekomst en hiermee het gebrek aan bereidheid om werkelijk in het hier en nu te zijn, leven op psychologische tijd en iets willen verkrijgen waar ze zelf de blokkade voor zijn. Nu voelt hij medelijden, maar…dat is een jantje eigenschap. En is hij dat nu zelf, die ook graag achterom zou willen kijken naar datgene waar hij uit voortkomt en ook in verschijnt, datgene waar Tetty vertrouwd mee is? En waarom voelt hij nu angst? Is dat ook een jantje? Jerfaas raakt nu in verwarring. Is hij zelf soms ook een jantje? Help!!! Dan heeft hij alleen maar in de spiegel der raadselen gekeken.

Plotseling voelt hij de rust terugkeren. Het komt door één van de laatste zinnen uit het antwoord van Tetty: je bent het al, je Bent het Al.  Toch nog een korte vertwijfeling…bedoelt ze met ‘Al’ nu ‘reeds’ of ‘alles’? Snel komt het antwoord: Beide.

De opkomende dag is in alle rust begonnen haar loop te nemen. En TV verschijnt naast hem in beeld, alhoewel zij niet uit beeld lijkt te zijn geweest.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 025 - Jerfaas en de jantjes | Leave a comment