Category Archives: 176 – De taal van het water

Het Pad van de Pelgrims – De taal van het water

Begeleidt door de Ierse zegenbede gaan de pelgrims de weg van A naar L, van Angst naar Liefde. En de Jnani pelgrim spoort de Bhakti pelgrim aan met de woorden: Laten we onze pas versnellen en niet achterom zien, maar vooruit en omhoog.

Meteen welt vanuit het beekgebied de aloude psalm 121 omhoog.

’k Sla d’ogen naar ’t gebergte heen,

Vanwaar ik dag en nacht

Des Hoogsten bijstand wacht.

Mijn hulp is van den HEER alleen,

Die hemel, zee en aarde

Eerst schiep, en sinds bewaarde. 

Hoe vaak in vroeger tijden heeft JJ dit lied wel niet gehoord tijdens de wekelijkse kerkgang. Het brengt hem terug in de tijd bij de gedenkwaardige dag waarop hij op een zondag ter wereld kwam.

En de pelgrims stappen in het beeld dat vanuit het verleden nu te kijk wordt gezet door JJ.

Op het moment dat te dien dage, kort na de oorlog, de straten in zijn geboorteplaats gevuld waren met overwegend zwart geklede kerkgangers die zich gebukt onder zonde en schuld ter kerke begaven…in die entourage werd het kindje geboren.

Terwijl de klokken luidden en hij hoogstwaarschijnlijk als een surfer op een geweldige golf vruchtwater het daglicht aanschouwde, wist hij al: ‘dit wordt een bijzonder leven’. Al dat water maakte hem een waterman, gaf hem de naam ‘van Beek’, en was kennelijk ook de oorzaak dat hij zo gemakkelijk al die zwemdiploma’s  haalde en later graag snorkelde in subtropische wateren.

En dan ook die hang naar de oceaan, hij werd ervoor geboren. Omdat hij bij zijn geboorte al vele zussen en broers aantrof, werd hij al snel ingewijd in de sprookjesverhalen met allerlei wezentjes die zich te land, ter zee en in de lucht plegen voort te bewegen. Dat komt dan zovele jaren later weer goed van pas, nu hij zelfs regelmatig een sprookjesbos betreedt. Ook kwamen al snel die andere sprookjesverhalen die in de Bijbel stonden, en de theatervoorstellingen die daarmee samenhingen werden twee keer per zondag opgevoerd in de kerk.

In die kerk werd hij dus ook gedoopt, daar was wederom het water. Dat alles is nu lang geleden, zoals hij ook geleden heeft onder het menszijn, net als miljarden anderen. Wat doet hij hier, waartoe is hij hier? Maar daar lijkt nu duidelijkheid in te komen, hij kwam hier om weer weg te gaan. Hij moest op reis, beter gezegd ‘op pad’, hij werd een pelgrim. Na vele jaren van lezen in avonturenboeken en reisgidsen, daalde in een windvlaag plotseling een elfje bij hem neer. En ze zei: come on…let’s go…en daar gingen ze… the sky is the limit…but heaven is unlimited!

2015-08-02 19.40.23

Ademloos heeft het elfje aan de oever van de beek geluisterd naar het geboorteverhaal van de ene water-lander. Voor haar is dit het moment om hem te vertellen wat ze onlangs beleefde toen ze haar geboortedag vierde in het Gentse, alwaar ze een kerk binnenfladdert. Of het nu komt doordat het beekje evenals het vissertje ooit ook in een kerk met water in aanraking is gekomen, maar halverwege de geestelijke rondgang komt het vissertje oog in oog te staan met de taal van het water. Het raakt haar. Ze voelt zich aangeraakt en als water-lander voelt ze de andere water-lander. Dit is waar de pelgrims naar op weg zijn.

Gent 2013 042De ene water-lander vindt de tekst een mooi geschenk op haar geboortedag en het Vrolijke Vissertje neemt het Vaste Voornemen het de andere water-lander te schenken voor zijn geboortedag. Nu de waterman op verheven wijze heeft beschreven dat hij geboren is voor de oceaan, zal dit geschenk vast en zeker niet in het water vallen. Met de wens van Elfehart tot Zelfhart: Hij Leve Hoog, Hij Leve Hoog, in de Liefde van de Vader.

Water is van levensbelang. Levend Water is van Eeuwigheidsbelang.

Het beekje kan dit volledig be-Amen. Het Levende Water wordt hen aangereikt waarin ze zullen ondergaan en opstaan. En hij kan de gedachte die door ‘hem’ heenstroomt niet onderdrukken dat de pelgrims hiermee een duik in de diepte nemen. JJ dankt de TV zieneres voor hetgeen hij vanmiddag mag zien… en horen. De water-landers varen op koers.

2015-08-02 16.24.20

Yaweh look now on me
Clouded the sky I see
Make my eyes crystal clear
Walk with me to the water

Yaweh You gave me love
Cradle this flame above
Rest Your hands upon my head
Lead me down to the water

Yaweh make me Your stream
Place me inside Your dream
Touch my mouth, softly call
Take me out to the water

(Give me Your hand
Give me Your Hand
Give me Your hand)

(Máire Brennan)

Terwijl de pelgrim in de grot hoopte dat de tijd nog even zou duren zodat hij de Kerst zou halen, zo lijkt hij inmiddels al op weg naar Pasen. Opstanding in het nieuwe leven. De al eerder genoemde Sneeuwwitje staat op uit haar glazen kistje. Het ontwaken tot de ware natuur is de opstanding. Zo bezien is op weg naar je ware natuur gaat via het Pad van de Pelgrims wel heel symbolisch in het licht van Hans en Grietje die hand in hand, van hart tot hart, als één ziel het pelgrimspad gaan.

De pelgrims geven elkaar een hand, ze zijn niet alleen, en vol vertrouwen gaan ze in het spoor van Jezus. Zoals de Liefde niemand is vergeten, zo is het elfje Paulus vandaag niet vergeten. Want, om met de woorden van Paulus te spreken: ‘met in de andere hand een andere hand keren zij aan de Ene Hand Huiswaarts’. Met duizend en één vragen zal het onderweg een onvergetelijke reis worden omdat het ENE antwoord in alles doorklinkt. En hoe het is en hoe het zal zijn….het elfje eindigt deze pelgrimsdag met de wijsheid van Heer Bommel: Het is alles hupsafladder. Daarmee wenst ze de kabouter toe dat hij een hemelhoge nacht mag beleven.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 176 - De taal van het water | Leave a comment