Category Archives: 173 – Pelgrimskerstlied

Het Pad van de Pelgrims – Pelgrimskerstlied

Is het een beeldenstroom of een beeldenstorm? Voorstellingsbeelden volgen elkaar op en lopen door elkaar heen. Opnieuw verschijnt voor de grotkabouter het sprookje van twee spirituele zoekers die een Heilige relatie opbouwen, en dat weer binnen het sprookje van een leven als man c.q. vrouw op aarde, enzovoort…enzovoort….

Ieders leven is een rondwandeling over de aarde. Je kunt heel wat kanten op. Maar alleen het vertrekpunt is duidelijk en concreet en niets of niemand leidt je stap voor stap door het leven. Het lijkt of je zelf je weg moet zoeken. Maar het is hoe je het bekijkt. Als je op een bepaalde manier, die van Jerfaas, kijkt dan gaat het eigenlijk vanzelf. Er lijkt wel van alles te gebeuren, maar dat gebeurt eigenlijk zonder jouw inspanning of keuze daarvoor. Als er inspanning van jouw kant lijkt te zijn, dan is het die inspanning die gewoon gebeurt. De enige ´verrichting´ die er lijkt te zijn is de acceptatie oftewel de ´vergeving´ en op basis daarvan gebeuren weer andere onvoorspelbare dingen.

De CIW legt het vaak uit; boven tijd en ruimte is onze denkgeest, zeg maar ziel, die ons als zogenaamd mensje een soort film laat zien waar we van kunnen leren of niet. En alles wat we zien van wat ons lichaam doet of wat de lichamen van anderen doen en zeggen, dus alles wat er lijkt te gebeuren, is die film die onze eigen denkgeest laat zien. Dat gaat door totdat we geen verschillen meer zien, tot we geen enkele kritiek meer hebben op wie of wat dan ook. Als we alleen nog maar Eenheid zien dan is de film niet meer nodig. De wandeling is volbracht, we mogen naar Huis.

Daarna komen gedachten in de vorm van het zich afvragen in hoeverre er een schrede op het pelgrimspad is gezet. Is er een aanwijzing dat zij beiden iets geleerd hebben, of beter gezegd, iets afgeleerd hebben. Zijn de persoonlijkheden afgenomen in betekenis? En is er ook niets wat de pelgrims kan tegenhouden te doen wat pelgrims nu eenmaal doen? Op weg gaan, alles achterlaten, en toch als de verloren zoon Thuiskomen.

Pelgrims bewegen zich voort in een onvoorspelbaar tempo, dat geldt zowel voor hun lichaam als geest. Ze dromen van aankomst en soms van hun vertrek, dat in het verleden lijkt te liggen. Soms vallen ze stil of duiken onderweg een grot of een holletje in, al dan niet gedwongen door obstakels op hun pad of omdat het pad even onbegaanbaar is. Dat lijkt dan zo, want het pad is dan de grot of het holletje. Daarnaast is het ook nog zo dat de pelgrims in vergelijking met vroeger tijden nog al wat binding met de seculiere wereld meetorsen. Wanneer ze in vroeger tijden grote afstanden aflegden in eenzaamheid, vaak onder barre omstandigheden en behalve de natuur slechts hun gedachten als metgezel hadden, dan is het in de huidige tijd wel anders. Ze hebben hun iPhone bij zich, kunnen allerhande informatie oproepen over de te nemen route, de weersverwachting, en kunnen zich met dierbaren die achterbleven onderhouden en verder op talloze manieren ‘afleiding’ zoeken. Het valt niet mee om in deze tijd een pelgrim te zijn.

De pelgrim in de grot voelt ineens dat hij haast heeft, want de tijd die niet bestaat begint te dringen. Zou de eeuwigheid aanstaande zijn? En wil de quasi-tijd zich nog even laten gelden als een van de laatste illusies voor Paulus Jan? Als mens heeft hij na de warme gesprekken van pelgrim tot pelgrim ook het gevoel alsof een koude mantel hem plots omhult. Maar misschien duurt de tijd nog even en haalt hij de Kerst nog en kan hij nog een liedje zingen met haar die hem zijn pad verlicht en hem ook nog vol wijsheid begeleid. In gedachten ziet hij hen samen in de kerstnacht zitten, bij het kampvuur, terwijl zij zingen:

De pelgrimmetjes lagen bij nachte.

Zij lagen bij nacht in het veld.

Zij hielden vast aan de gedachte

dat hun ego bijna was afgepeld.

Daar hoorden zij engelen zingen.

Hun liederen klonken zo waar.

De pelgrims naar Bethlehem gingen,

‘t was on..voor..stel..baar

Door een onzichtbare spleet in de grot, dringt het lied door tot het elfenoor en ze glimlacht bij de voorstelling van de Onvoorstelbare Paulus Jan. Wonderlijk dat juist deze pelgrimsvariant op ‘de herdertjes lagen bij nachte’ hem nu invalt. Er is onlangs bekend gemaakt dat kerstliedjes als ‘Stille Nacht’ en ‘De herdertjes lagen bij nachte’ volgens de R.K. kerk niet langer thuishoren in de mis en daarom niet langer opgenomen zijn in de liedboekjes. Dit besluit is op voorspraak van de Nederlandse bisschoppen genomen, die kennelijk ook niet weten waar ze zich anders mee bezig moeten houden en zich zorgen maken over de kwaliteit van de teksten die meer in het teken van de verering van God moeten staan.

En dan verschijnt nu het door PJ met veel verve gecomponeerde lied over de pelgrims. Hoeveel meer heilig wil je het hebben. Op voorspraak van de Elfel, die weet waar ze zich mee bezighoudt, zal dit lied met stip op één van de top elf binnenkomen. En het zal niet alleen deze Kerst halen en overleven, maar als overlevering te boek staan voor 365 Kerstdagen in het jaar. Het zal thuishoren op de plek waar de pelgrims Thuis horen. Waar de Liefde als een warme mantel om hen heen geslagen is, in Al Eeuwigheid. Amen.

Kerst 003Met fairy lovely greetings van de Elfel die de Kerstweg van de pelgrim siert, brengt zij zichzelf in beeld, waarbij geschreven staat:

En als alle mensen slapen

Dan hou ik bij jou de wacht.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 173 - Pelgrimskerstlied | Leave a comment