Category Archives: 164 – Vraag en antwoord sprookje

Het Pad van de Pelgrims – Vraag en antwoord sprookje

Het pelgrimspad spitst zich opnieuw toe op gedachten. Zoals het beekje het ervaart, moet het elfje wel wonderbaarlijk oceaniek zijn nu er zulke Elf.en vragen van oceaandiepte afgevuurd zijn. Het nodigt hem uit om eveneens in de diepte de antwoorden op te duiken.

Daar is heel veel over te zeggen, in feite is daar een dik blauw boek over geschreven. Uit die materie zijn de vragen heel uitgebreid te beantwoorden. Maar nu kiest Paulus, het bos-denkertje, ervoor om spontaan antwoord te geven op de vragen, op basis van gedachten van dit moment.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen meningen en overtuigingen van een persoon?

Dat is redelijk eenvoudig waar te nemen. Wanneer de gedachte ook maar iets van een ik-vorm heeft, over mij gaat, kortom iets van doen heeft met de ‘denker’, dan is het persoonlijk. Vrijwel alle gedachten komen voort uit de database van alles wat de persoon ooit gehoord, gezien, gelezen of in zijn leven ervaren heeft. Want ook dat gelezene en ervarene is door een persoonlijk waarnemingsfilter gegaan en dus gekleurd opgeslagen. Als men de ogen en oren sluit, of zoals de Bijbel zegt: ‘ga in uw binnenkamer’, en op die manier van de buitenwereld afgesloten is, dan kan men de gedachten ‘voorbij zien komen’ tegen de achtergrond van stilte. En met de aandacht tevens in het lichaam tegelijkertijd de lading van de gedachten voelen. Vrijwel alle gedachten van de persoon hebben iets van een emotionele lading en die voelt men in het lichaam. Ook gaan die gedachten altijd over iets uit het verleden of de toekomst en een bepaalde locatie. Je zou kunnen zeggen; ze gaan over dingen binnen ruimte en tijd, en in het nu is er vaak afwijzing.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen gedachten Gods?

Dat is alles wat in tegenstelling staat met het voorgaande. Het zijn eigenlijk geen gedachten in de vorm van data’s. Ze liggen als een inzicht erboven. Ze voegen niets toe aan het ‘ik’, aan de persoon. En ze gaan gepaard met een vredig gevoel in het lichaam. Het is een soort inkijk in het geheel, in de non-dualiteit. Het gevoel van exacte gelijkheid met ieder mens is dan zo vanzelfsprekend en het idee van ‘er is iemand anders’ wordt gezien als niet juist. De Cursus noemt het de stem van de Heilige Geest, die spreekt namens God.

Wat maakt of zorgt ervoor dat iets wat gezegd wordt niet als een mening of overtuiging van een persoon gezien dan wel ervaren wordt?

Of men het zelf zegt of dat ‘iemand anders’ het zegt maakt niet uit. Wanneer men waakzaam is, kan men bij zichzelf ook ‘de persoon’ oftewel het ego horen spreken. De mate van vrede die men ervaart als men zelf spreekt, geeft aan of er onpersoonlijk wordt gesproken. Als iemand anders spreekt kan men ook wel of niet vrede voelen. Maar wanneer men zelf nog sterk in de persoon verankerd is, dan kunnen andermans woorden behoorlijke onvrede brengen als bijvoorbeeld de eigen opvattingen niet ondersteund worden. En dan zal die ander altijd gezien worden als iemand met een persoonlijke mening. Dat is nu juist de projectie. Onvrede is altijd van het ego.

Of staat alleen al de wetenschap of de ‘gedachte’ wetenschap dat zoiets zelden voorkomt je in de weg om de waarheid te horen dan wel te ervaren in dat wat gezegd wordt of waar het gezegde naar verwijst?

Dat zou kunnen. Iemand die onbewust is neemt zijn eigen database als de waarheid en uitgangspunt. Dus men denkt ‘in verschillen’…‘mijn mening’… ‘ik vind dit of dat’. Zelfs als iemand zegt: ‘ik houd van iedereen’, dan rijzen bedenkingen. Meer bewuste mensen zullen die mogelijkheid wel openhouden en ook aanvoelen wanneer er op puur onpersoonlijk wijze gesproken wordt. Eigenlijk is dat ook heel gemakkelijk. Er zijn oprecht bescheiden mensen die weinig zeggen, zich hulpvaardig opstellen, die ongevraagd geen enkele mening geven en veel kalmte uitstralen. Zij hebben geen enkele behoefte hun persoon te etaleren, ze hebben weinig ego. En wanneer ze iets zeggen, en de ander neemt dat niet aan als waarheid, dan zijn ze niet aangedaan. Dat is nu juist de persoon. Het maakt niet uit of boodschappen aankomen. Men geeft uit liefde en daar wordt niets voor terugverlangd, zeker geen bevestiging.

Nogmaals, in de Cursus wordt daar veel over gezegd. En dan vooral, net als in de Advaita, wat ‘Gods gedachten’ niet zijn, zoals hier genoemd wordt: de ‘privé gedachten’. Nou, als je alle gedachten wegstreept die over mij gaan en dus niet over alle andere mensen, wat blijft er dan over? Gods gedachten zijn te vinden op een veel dieper niveau dan wat we doorgaans ervaren. ‘Zoekt en gij zult vinden’.

God is de denkgeest waarmee ik denk

Het idee van vandaag bevat de sleutel tot wat jouw werkelijke gedachten zijn. Ze hebben niets gemeen met wat jij denkt te denken, net zoals niets wat jij denkt te zien ook maar iets met visie te maken heeft. Er is geen verband tussen wat werkelijk is en wat jij denkt dat werkelijk is. Niets wat jij denkt dat het je werkelijke gedachten zijn, lijkt ook maar enigszins op jouw werkelijke gedachten. Niets wat jij denkt te zien, vertoont enige gelijkenis met wat visie jou zal tonen.

Jij denkt met de Denkgeest van God. Zodoende deel jij jouw gedachten met Hem, zoals Hij de Zijne deelt met jou. Het zijn dezelfde gedachten, omdat ze door dezelfde Denkgeest worden gedacht. Delen is eender of één maken. En de gedachten die jij denkt met de Denkgeest van God verlaten jouw denkgeest niet, want gedachten verlaten niet hun bron. Daarom zijn jouw gedachten in de Denkgeest van God, evenals jij. Ze zijn eveneens in jouw denkgeest, waar Hij is. Zoals jij deel van Zijn Denkgeest bent, zo zijn jouw gedachten deel van Zijn Denkgeest. Les 45 

Aldus de beantwoorder in het vragensprookje van de Elf.en vragen.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 164 - Vraag en antwoord sprookje | Leave a comment