Category Archives: 151 – Licht-en-Beek route

Het Pad van de Pelgrims – Licht-en-Beek route

Voordat de avond opgaat in de nacht vormt zich nog een TV voorstelling uit het sprookjesbos. 

Terwijl het elfje op haar grijze ros Oosterbeek binnenrijdt, de plek waar de zon over de beek opgaat, ziet ze in gedachten aan de dag met het beekje dat de zon nu bezig is om onder te gaan. De zon is, omfloerst door vage nevelige wolken, een zacht schijnend licht in een tere blauwe lucht. ‘En de avondzon schijnt met milde gloed over alles wat er gebeurd is’, komt in het elfje naar boven.

Noorwegen 2014 162De zon heeft de hele dag zijn licht laten schijnen tijdens het samenzijn met het beekje. Daarom besluit het elfje op de terugweg in het spoor van het beekje te blijven en langs de haar bekende LichtenBeek route te gaan. Licht en Beek, hoe mooi! In het samengaan van die woorden ligt alles besloten. Wat zou het elfje daar nog over willen zeggen?……

Dat het beekje het Licht is, dat het beekje voor het elfje als een licht is op haar pad, dat er via het beekje iets aan het licht gebracht wordt, dat er door het beekje soms een lichtje opgaat bij het elfje, en dat zij samen op weg zijn om het Levenslicht te zullen aanschouwen.

Dit gaat allemaal door het elfje heen terwijl ze de weg door LichtenBeek volgt via het meest groene Gotische raam dat ze zich kan voorstellen. Ooit toen ze hier reed, had ze net gelezen hoe in de tijdgeest van M.E. de gedrukte Romaanse bouwstijl plaatsmaakte voor de naar de hemel getrokken, van kunstige glas-in-loodramen voorziene Gotiek. En ze zag met eigen ogen hoe langs deze route het meest ‘natuur’lijke Gotische raam is ontstaan. Meterslang kan ze er doorheen rijden. En alle keren dat ze daar rijdt, is ze zich bewust van het feit dat deze spitsboog symbool staat voor het ‘naar de hemel getrokken worden’ wat in de geest van de mensen gebeurt, zoals M. E. schrijft.

Nog eenmaal staat het elfje stil om de inmiddels adembenemend mooie grote oranjekleurige zon achter de bomenrij te zien zakken. Hoe schitterend! Op haar grijze ros door het sprookjesbos rijdend ziet ze vanaf de weg het rondje ‘Jan Jerfaas en Tetty’ liggen. Ze ziet dat het er vredig bij ligt in de avondschemering. Alles is tot stilte gekomen. En het elfje ziet dat het goed is.

Het elfje voelt zich al met al opgeruimd en opgewekt. En ‘opgeruimd’ gaat ze in haar boshut verder met het opruimen van vele goederen die de kast bevolken. Allerhande zaken gaan het veld ruimen. Het opruimen hiervan staat ook symbool voor het proces van ontpersoonlijking. Ruimte creëren voor…ja, wie zal het zeggen, voor misschien wel… niets. Het Niets waar de pelgrims naar op weg zijn. En dan is het uiteindelijke doel van het ‘opruimen’ bereikt.

En ‘opgewekt’ ziet ze het vrolijke vissertje weer tevoorschijn komen. Zoals het vrolijke vissertje lang en kort geleden haar huisje tussen de baardgrasjes had verlaten om ter bezinning haar elfenvleugeltjes neer te strijken bij haar boshutje te midden van het groen bij de zuivere bron (64-Het beekje), zo gaat ze nu in omgekeerde volgorde het pad volgen om haar oren weer te luisteren leggen bij het zachte suizen van de wind door de baardgrasjes. 

Maar…

Waar zij zich ook bevindt,

het maakt niet uit.

Slechts de omgeving kan veranderen,

de vorm kan veranderen.

≈ 

Maar…

Het elfje is het elfje.

Het sprookjesbos blijft het sprookjesbos.

Het beekje is het beekje.

Paulus is Paulus.

Paulus 001

Waar je ook gaat, daar ben je

En gezien het feit dat het elfje, buiten hier en daar een prikkeling, altijd bijzonder geniet van de voorstelling van zaken van het beekje, spreekt het elfje de wens uit dat het beekje er Levens-lichtig op los blijft murmelen.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 151 - Licht-en-Beek route | Leave a comment