Category Archives: 150 – Een identiteitsbewijs

Het Pad van de Pelgrims – Een identiteitsbewijs

Goedemorgen Groen Gelukkig Elfje…ter inspiratie begin ik deze pelgrimsdag met een blauw tintje. 

Laten we vandaag onze weg niet opnieuw kwijtraken. We gaan naar de Hemel en het pad is geëffend. Alleen als we proberen af te dwalen kan er oponthoud zijn en nodeloze tijdverspilling op doornige zijwegen. Alleen God is betrouwbaar en Hij zal onze voetstappen leiden. Hij zal Zijn Zoon in nood niet in de steek laten, noch hem voor eeuwig laten ronddolen ver van zijn thuis. De Vader roept, de Zoon zal gehoor geven. En dat is al wat er te zeggen valt over een wereld die gescheiden lijkt van God, en waar lichamen werkelijkheid hebben.(Wd1.200.9:1-7)  

Voorwaarts pelgrim, ik maak de reis met jou. In het universum creëert het bewustzijn een spel met miljarden vormen. Laten we kijken welke vormen er uit de oceaan van bewustzijn oprijzen en welke gedachten zich als geluidsgolven gaan manifesteren.

2015-06-04 10.11.04De Stilte straalt als de zon en verwarmt het hart van de pelgrims terwijl ze verdergaan via het grasgroene pad door het dal van de rhododendrons, waar frisgroene scheuten de kop opsteken en als nieuw groen geluk in de vallei leven.

2015-06-04 10.18.11Door de stralende zon zijn bij het Blij-vende Elfje de waterdruppels die na de pelgrimsdag van gisteren bij tijd en wijle rijkelijk uit de oogjes stroomden gedroogd, Jan Jerfaas. Maar ook die traantjes dragen bij tot het tot klaarheid brengen van wat er soms teweeggebracht is en ze spoelen een vertroebelde blik schoon. In de Vrede die wederom op en in het Elfje neergedaald is, verdampen de druppels als sneeuw voor de zon.

Zo is het, Tetty. Geholpen door de twee minibeekjes die haar oogjes van binnenuit schoonspoelden, zal zij nog veel meer gaan zien dat de moeite meer dan waard is. En tevens andere dingen die ooit een zekere waarde hadden, maar nu niet meer van dienst zijn. Het zijn oude identiteitsbewijzen, je kon niet zonder, maar wanneer de houdbaarheidsdatum verstreken is, wordt alles anders. Je doet ze weg, het lijkt of je dat eigenlijk nooit was, maar je meende het. Kijk maar eens naar deze statiefoto. Ook een reeds lang verlopen identiteitsbewijs.

Ach, wat een lief klein jongetje dat mij aankijkt met zijn grote donkere oogjes. Oogjes die niet geheel onbevangen de wereld in lijken te kijken. Oogjes die zich niet alleen bewust lijken van het beeld dat er op dat moment letterlijk van hem wordt gemaakt, maar waarin ergens diep van binnen ook al de weerspiegeling voelbaar is van de figuurlijke beelden die er van hem gemaakt zullen worden, waaraan hij letterlijk en figuurlijk zal en denkt te moeten voldoen en die het gezichtje aarzelend en onzeker doen lijken.

Ja, je kunt je niet voorstellen hoe dat was. Toendertijd groeide er een ‘ikje’ in dat 2 jaar oude lichaampje, de wereld leek nog groot en vader en moeder wisten alles en even later kwam God en die zag alles. Wanneer je bedenkt dat er fysiek gesproken van dat kleine lijfje helemaal niets, geen één atoom meer in het bejaarde lichaam van nu terug te vinden is, hoe wonderlijk. Slechts de vorm kan met enig voorstellingsvermogen teruggevonden worden, maar dan in zeer geringe mate. Weldra zal die ook verdwijnen in de gigantische kringloop van de ‘stof’. En dan is er in het zogenaamde brein, hersens zegt men weleens, in die circa 65 jaar ook van alles gebeurd.

Er werd veel informatie in gestopt, allemaal secundaire gegevens, niets van eigen makelij, hoewel de manier waarop het in het brein werd gerangschikt weer iets anders was dan bij welk mens dan ook. Maar het meest geniale van het ‘denken’, wat dat dan ook is, bestaat uit het gebruiken van al die informatie tot speciaal making van het lichaam en de officiële identiteit ervan. Die identiteit noemt het lichaam ‘ik’ en op het identiteitsbewijs staat een andere naam.

Maar er is een andere manier om ernaar te kijken, en het elfje gaat met een heldere klare blik uit de fris gewassen oogjes over het pad naar de poort van het Koninkrijk, waar geen identiteitsbewijs de toegang verschaft, maar een Eenheidsbewijs. Alleen dat verschaft toegang. En mogelijk voert het pad het elfje onderweg nog door een streek die wat Romeins aandoet.

Van het een op het andere moment verandert het decor, alsof er een gordijn dichtgetrokken wordt, waarachter het zonlicht schijnbaar blijvend is. Behalve het elfje lijkt er iets anders door het bewustzijn te fladderen. Na een korte schemering wordt het gordijn opengeschoven en zien de pelgrims in het zonlicht een amfitheater met een Romeinse uitstraling, zoiets als in Pompeji waar JJ weleens geweest is.

Op de tribunes zitten ontelbaar veel mensen. Ze zitten op stoeltjes. Maar de meeste van hen zijn tevens in de arena. Maar als ze daar zijn weten ze niet dat ze ook op de tribune zitten. Op de tribune lijken ze te slapen, maar in de arena zijn ze wakker. Althans dat is hun overtuiging. In de arena zijn allemaal vijanden en wilde dieren, overal is gevaar, ze moeten vechten om te overleven. De angst is overal voelbaar. Maar soms is er een mens die plotseling stilstaat en gebiologeerd naar de tribune staart. Het is alsof daar iets schittert zoals een spiegel in de zon. Dan ziet hij zichzelf in die schittering. Hij ziet zichZelf op de tribune zitten. Hij voelt dat hij plotseling wakker is geworden, ontwaakt. Onmiddellijk verplaatst hij zich naar de tribune, ziet het strijdtoneel in de arena van bovenaf en ook nog een flauwe vorm van datgene waarvan hij kort tevoren dacht dat hij dat was, alsof er een schaduw is achtergebleven. Die schaduw beweegt nog wat mee in het gewoel in de arena, maar het lijkt er nu niet meer bij te horen. Het identiteitsbewijs is eensklaps verlopen.

Zoals ook eensklaps de schitterende voorstelling waar de pelgrims op getrakteerd worden nu afgelopen is. Wat een prachtige vorm die uit het bewustzijn is opgerezen. De pelgrims vinden zichzelf terug op een van de vele elfenbankjes, waar de geluidsgolven zich voortzetten door gezamenlijk nog enkele woorden uit het blauwe boek te lezen.

Terwijl zij hem voorleest verandert de wind, die zwijgend tot zachtjes voelbaar was, in stormachtige windvlagen die ieder woord dat gesproken wordt krachtig de ruimte inblaast, zoals ze ook krachtig de pelgrims ingeblazen worden. Na vele woorden gesproken te hebben, zijn ze aangekomen bij de woorden: En mijn misvattingen omtrent mijzelf zijn dromen. Ik laat ze vandaag varen.

Op dat moment vliegt er, als symbool van de ziel en transformatie, een prachtige witte vlinder over die woorden. Het is alsof de ziel mee wil nemen wat de pelgrim laat varen over wat ze eigenlijk nooit was en het transformeert tot het aanvaarden van Zijn Woord over wat zij werkelijk is.

Zoals M.E. ook schrijft over het proces van leegmaken van de geest om die beschikbaar te krijgen voor het pure zijn: Het is een reinigingsproces waarbij men zich ontdoet van de persoon die men dacht te zijn. In de praktijk bestaat dat doorschrijden vaak uit een kritisch tegen het licht houden van de eigen ideeën en conditioneringen, waardoor zij niet houdbaar blijken en oplossen. Het is veelal een ingewikkeld en heftig proces met nogal wat haken en ogen waar get raakt aan verlies van ego en andere onbewuste gevoelsfortificaties.

Toen M.E. leefde werd de lege geest verkregen via devotie, lijden, ootmoed en nederigheid. In de huidige tijd wordt de persoon afgebouwd middels het langs rationele weg verwijderen van zijn ideeën en concepten zodat een leeg bewustzijn ontstaat, het zuivere zijn. In non-dualiteit is niets specifiek. Ook God niet. Non-dualiteit is volstrekt leeg en blanco, de Ene zonder tweede. Buiten de non-dualiteit is God slechts een concept in de gedachten.

Grote aandacht verdient de ‘eenheid’, wat betekent ‘niet tweeheid’. Non-dualiteit. Het verdwijnen van paren van tegenstellingen. Ja en nee, goed en slecht. De denker en de gedachte! Van hij die ziet en dat wat gezien wordt! Die tegenstellingen verdwijnen. Alles wat bepaald wordt door tijd en ruimte moet weg uit uw hoofd. Globaal betreft dat uw hele ideeënwereld. Daarmee heeft u dan zichzelf als persoon losgelaten. U sterft aan uzelf, zogezegd.

Voor het elimineren van de persoon is een bepaalde geesteshouding nodig. Een soort gelatenheid – ‘Uw wil geschiede’. Niet zozeer als een kritiekloze gehoorzaamheid aan ‘God’, maar meer het van binnenuit ‘akkoord’ zeggen tegen de natuurlijke gang van het bestaan. Als men zich herkent als uitsluitend bewustzijn, is men geen persoon meer en daar is ook geen wil meer. Want met de persoon verdwijnt de persoonlijke wil. En dan komt de innerlijke weg vrij voor een vormloze stilte, een blanco interieur, het pure zijn. De ziel vindt zich terug in God, nadat zij alle dingen opgeeft. We zien bovendien dat dan het zien van de dingen een verandering heeft ondergaan en op een ‘volkomen’ wijze geschied. Het kennen van de dingen gebeurt dan in het zijn van de dingen en niet in hun vorm of kleur, of nut of noem maar op, want dat brengt onderscheid aan.

Tetty, nu we op deze pelgrimsdag aangekomen zijn bij deze regels realiseer ik mij hoe geweldig het is om het pad te gaan met velen. Met iemand aan je zijde, maar met de schoongewassen blik worden er veel meer gezien, ze gaan een eindje voor of volgen op enige afstand. Wat een veelkleurig schouwspel op het pad naar de poort van het Koninkrijk.

Praag 2012 240Wij zijn legio en we zijn één. En met deze Eenheidsgroet wordt de pelgrimsdag uitgeluid.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 150 - Een identiteitsbewijs | Leave a comment