Category Archives: 142 – Bhakta Talk

Het Pad van de Pelgrims – Bhakta Talk

De pelgrimsdag heeft nog maar net groen licht gekregen, of het wordt al weer oranje. Terwijl de Jnani pelgrim zich voortrept, rept hij voort over wat gisteren ook al kleur gaf aan de dag.  

Wat me bijzonder treft is dat M.E. in zijn leringen over de Godsontmoeting geen of weinig aandacht besteedt aan de middelaars. Dat is voor ons, zijnde van Christelijke huize, wel even wennen. 

Aan de hand van het oranje boekje en een aantal zaken die daarin genoemd worden, zoals spirituele zoekers, kerk en middelaars, heeft Bhakta nog even teruggekeken hoe zij dat op haar weg heeft beleefd en nu beleeft. Deze zaken zijn natuurlijk al eens eerder de revue gepasseerd op het TV-scherm. (68-De viskraam)(72-Een ‘Kerk’elijk praatje)

Maar met uw welnemen wil ik het Jnani toch nog even in herinnering brengen, want alles bij elkaar maakt het wel deel uit van de routebeschrijving. En wat de spirituele zoeker betreft (105-Zoekt en gij zult vinden) wil ik nog even een stukje terugblik onder woorden brengen.

Ik zie grote groepen spirituele zoekers, waarvan velen zich ook vaklui noemen. Heel soms had ik mij ook in het rijtje zoekers geschaard, omdat ik mij had laten overtuigen door de vaklui die mij wisten te overtuigen van de inhoud van hun gereedschapskist. Het stuk gereedschap dat zij hanteerden zou mij ook van nut kunnen zijn om de eenheid die ik verdund voelde onverdund te laten stromen. Maar de hoogst enkele keer dat ik het aangeboden gereedschap gehanteerd had, had het voor dat moment wel een inzicht gegeven, maar ook niet meer dan dat.  

Men bleef druk doende met het vermogen tot het hanteren van de bewustzijnsgereedschappen in plaats van dat men zich bewust werd van het scheppend vermogen van het bewustzijn. In plaats van tot bewustzijn te komen leek het bewustzijn buiten bewustzijn te raken. Het is zoals in de meeste gevallen het geval is met spirituele zoekers; het spirituele circus en de persoon, kortom de hele illusie, wordt in stand gehouden. 

Er wordt gezegd dat een spirituele zoeker eerder zoekt naar hoe hij zijn problemen kwijt kan of hoe hij zich goed kan voelen, dan dat hij alles op het spel zet om waarheid omtrent zichzelf te vinden. Ik zie dat een spirituele zoeker in veel gevallen niet zoekt naar een oplossing van zijn probleem, maar zoekt naar een oplossing voor hoe hij met zijn probleem om kan gaan. En in plaats van alles op het spel te zetten, blijft hij het spel spelen.

En wat M.E. ook duidelijk maakt is dat het geloven, in zekere zin, louter een overtuiging is gebaseerd op bepaalde verkregen informatie, en dat die specifiek is omdat andere informatie niet of nog niet verkregen is. Daarbij rijst de vraag of de ervaringen die wij gehad hebben ook door die informatie beïnvloed zijn of niet.  

Het lijkt mij heel aannemelijk dat onze ervaringen enerzijds gekleurd zijn door de verkregen informatie tot dat moment. Anders zou er mogelijk geen herkenning zijn in datgene wat ervaren wordt. Waarbij het ook zo is dat via de herkenning middels verkregen informatie anderzijds ook geraakt wordt aan een stukje innerlijk weten wat tot op dat moment nog niet bewust was en door de ervaring als zodanig aan jou bewust gemaakt wordt. En de vorm waarin de ervaring gegoten wordt maakt gebruik van die beelden die het diepste raakt aan jouw gevoel en waarin de boodschap het beste tot je kan komen. 

Als ik mijn BDE als voorbeeld neem, dan komt de hemel zoals ik die ervaar niet alleen tot uitdrukking in de last die van mij afgenomen wordt en de rust en vrede en gelukzaligheid die ik ervaar. Maar het gevoel van acceptatie en onvoorwaardelijke liefde raakt aan mijn innerlijk weten van Gods Liefde. Een Liefde die ik alleen vanuit verkregen informatie niet herkend zou hebben maar vanuit mijn innerlijk weten kende en nu herkende. Dan is er geen sprake meer van geloven, maar van weten. En het beeld van de gouden hemelpoort waar ik voor sta completeerde als het ware de hemel voor mij.  

Voor een ander, zoals bijvoorbeeld JJ, in wie psalm 42 heel sterk leeft, zal het beeld van de hemel mogelijk bestaan uit groene weiden met frisse waterstromen en een niet hijgend hertje. Maar wat moet een Indiaan met dat soort beelden? Hij die grootgebracht is met het beeld van de hemel als eeuwige jachtvelden, zal staande voor een gouden poort in zijn gevoel mogelijk geen herkenning vinden en zich wellicht afvragen waar hij in godsnaam terechtgekomen is.

Met andere woorden, de hemel laat zich aan ons zien in de vorm waarin wij hem ook zullen herkennen en dienovereenkomstig zullen voelen. En uiteindelijk gaat het dan niet om de vorm, maar waar die vorm naar verwijst. Het opgenomen worden in Het Licht en opgaan in het Niets kent zijn weerga niet. Daarin is geen plaats meer voor vormen en beelden. Dat is de allerlaatste stap. 

Maar zou je door andere of meer informatie anders of meer gaan geloven, of zou je geloof dan meer of minder specifiek worden? Geloven heeft altijd nog met de persoon te maken. Er is altijd nog iemand die gelooft. In hoeverre kom je los van geloven en vindt er een verschuiving plaats naar het innerlijk weten? En dan nog. Komt het innerlijk weten vanuit de ziel? En is dan de volgende stap van het innerlijk weten tot een niet weten komen. Het niet weten waarin al het weten oplost. Ben je dan in de Geest? Het pure Zijn? Dan BEN IK? Ja, zoiets… 

Dit zijn zomaar enkele gedachten van Bhakta m.b.t. jouw opmerking, Jnani, waar natuurlijk nog veel meer over te zeggen zou zijn. Maar tot zover deze Bhakta Talk. Morgen valt er vast en zeker weer genoeg te praten over allerlei andere zaken die genoemd zijn. Ik verheug mij er nu al op. Dus tot de volgende gedachten. Tot Tomorrow Talk. 

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 142 - Bhakta Talk | Leave a comment