Category Archives: 138 – Het dorstige hertje

Het Pad der Pelgrims – Het dorstige hertje

Nevels spreiden zich uit over de avond en hoewel de pelgrimsdag van morgen weliswaar in zicht komt, stroomt er toch nog een bericht van het elfje het beekje in. 

Mocht er tussentijds nog iets in mij opwellen, kan de postduif er dan op losgelaten worden, of wil je liever wachten tot een bij-ÉÉN-zijn op een elfenbankje? 

Die vraag doet per omgaande al iets in het beekje opwellen. 

Vanuit een bewolkt rivierengebied groet ik u, vrouwe van wijsheid. Het is een aanlokkelijke, zo niet verleidelijke gedachte, dat slechts een klein verzoek volstaat om het water in de bron in beroering te brengen, zodat opwellingen in mijn richting gaan stromen. Als ik de behoefte aan inzicht onder woorden moet brengen dan is ‘snakken’ slechts een eufemisme. Terwijl TV onlangs nog een hert in beeld kreeg (135-Ten Hemel gestegen), herinner ik mij dat JJ zichzelf al eens het hijgend hert genoemd heeft, dat snakt naar frisse waterstromen (81-Het beekje stroomt). Daaraan denkend kan ik het niet nalaten de tekst van deze psalm 42 door te geven.  

‘t Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Schreeuwt niet sterker naar ‘t genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God.
Ja, mijn ziel dorst naar den Heer;
God des levens, ach, wanneer
Zal ik naad’ren voor Uw ogen,
In Uw huis Uw Naam verhogen?

Wat een geweldige beeldspraak, TV. De laatste tijd dringt dat pas tot me door. Vele, vele malen heb ik als kind de psalm horen zingen in de kerk. In gedachten zag ik dan een hertje door het naburige bos rennen. Maar nu ben ik het hert, en de dorst is groot.  

Vlak voor onze ‘familiebank’ in de kerk zat dan altijd een boerenman met een luide stem. Als kinderen noemden wij hem de ‘hardzinger’. Nu zie en hoor ik hem in gedachten heel duidelijk. Hij klonk als een bazuin die als het ware alle andere kerkgangers én het orgel begeleidde. Laat de opwellingen komen, zo smeek ik u, laat heilzame woorden van wijsheid in mijn richting stromen zodat mijn ziel verkwikt wordt.

Terwijl het elfje als hemelsblauw Sneeuwwitje ooit haar grote genegenheid voor het hertje toonde (82-Het Sneeuwwitte sprookje), komt het hijgend hert nu bij haar binnen, juist op het moment dat zij het lied As the deer beluistert.

We hunger and we thirst for righteousness

We hunger and we thirst oh Lord for purity

Our hearts cry out to the Living God

As the deer would panteth for the water

So our soul it longs for You

As the deer would panteth for the water

So our soul would long for You

≈ 

Jesus, Jesus…

As the deer panteth for the water

So my soul longs after Thee

You alone are my heart’s desire

And I long to worship you

≈ 

You alone are my strenght my shield

To you alone may my spirit yield

You alone are my heart’s desire

And I long to worship you

(Chuck Girard)

En met de snelheid van een postduif duikt er met dit lied nog een bericht van het elfje het beekje in. 

Zojuist stuit ik in een boek op het hertje dat het symbool is der spontane levensvreugde, die opwelt uit het gevoel van kosmische verbondenheid. Vandaar mijn genegenheid voor het hertje, dat snakt naar frisse waterstromen, zoals hij zelf zegt. Terwijl het beekje nota bene voor ‘zij drijft in mij’ als water de drijvende kracht is. Hoe dan ook, we zijn in ieder geval goed afgestemd. Wordt vervolgd…en daarmee bedoel ik niet dat het hertje vervolgd gaat worden, want het hertje heeft rust nodig. Heb een woordeloze heilzame nacht!

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 138 - Het dorstige hertje | Leave a comment