Category Archives: 136 – Projector en camera ogen

Het Pad van de Pelgrims – Projector en camera ogen

Tetty, de ‘Ten Hemel gestegen’ droom waarin een zeldzaam helder licht uit jouw ogen stroomt raakt me. Het is één van mijn oefeningen om me te realiseren dat alles wat ik ´zie´ oftewel waarneem, mijn innerlijk weerspiegelt. De CIW staat daar vol van. Regelmatig stel ik me voor dat mijn ogen als het ware zowel projectors als camera’s zijn. Zoals in een stripverhaal weleens een persoon getekend wordt met van die stippellijntjes uit zijn ogen, zo prent ik me dan in dat alle beelden die ik zie uit mijn innerlijk komen. En wat ik, als Jan Jerfaas, daarvan vindt, is dan de zelfreflectie. Niet alleen van wat ik zie, maar ook van wat Jan er wel van vindt. Al keurt Jan de situatie of handeling af, Jerfaas kan dat oordeel van Jan onbewogen waarnemen. Wanneer ik, JJ, de dag begin met de gedachte ‘ik ben Liefde’ en ‘ik ben in Vrede’, en dan rondkijk, verwacht ik als het ware liefde en vrede te zien. Ook tracht ik dan met mijn ogen alles te ‘zegenen’. Het is heel frappant om te bemerken dat liefde voelen eigenlijk maar weinig voorkomt. Aangenomen dat alles ‘mijn’ projectie is, zit er kennelijk een stevige voorzet-lens op de camera.

JJ, laten we deze beschouwing van jou eens onder de bewustzijns-loep nemen. Er wordt gezegd: Het is één van mijn oefeningen om me te realiseren dat alles wat ik ‘zie’ oftewel waarneem, mijn innerlijk weerspiegelt.

Maar wie oefent er op wie? God oefent niet. Alleen als je gelooft dat je losstaat van God oefen je. Als je oefent is er een subject dat oefent en een object waarop de oefening geprojecteerd wordt. Als je oefent bevestig je jezelf dat je het nog niet bent en dat er wat voor gedaan moet worden. Je hoeft niet te oefenen wat je al bent. Wat je bent, ben je, Dat kun je niet oefenen. Jerfaas ‘ziet’. Jerfaas ‘weet’. Punt. Die hoeft zich dat niet meer te realiseren. Jij Bent Dat. God oefent niet.

Er wordt gezegd: Regelmatig stel ik me voor dat mijn ogen zowel projectors als camera’s zijn. 

Maar wie stelt zich wat voor? Op het moment dat jij je iets voorstelt, is er altijd nog iets waar de voorstelling zich op richt. Jij Bent. Ik Ben hoeft zich niets voor te stellen.

Er wordt gezegd:  Zoals in een stripverhaal weleens een persoon getekend wordt met van die stippellijntjes uit zijn ogen, zo prent ik me dan in dat alle beelden die ik zie uit mijn innerlijk komen.

Wie prent zich wat in? Je hoeft je niets in te prenten. Je Bent.

Er wordt gezegd: En wat ik, als Jan Jerfaas, daarvan vindt, is dan de zelfreflectie. Niet alleen van wat ik zie, maar ook van wat Jan er wel van vindt. Al keurt Jan de situatie of handeling af, Jerfaas kan dat oordeel van Jan onbewogen waarnemen

Jij bent het bewustzijn. Jij bent Jerfaas.  Wees niet langer gericht op Jan. Zolang jij Jan blijft waarnemen, ook al is het onbewogen, zal Jan er hoe dan ook voor zorgen dat er wat te waarnemen valt en houd je de persoon in stand.

Er wordt gezegd: Wanneer ik de dag begin met de gedachte ‘ik ben Liefde’ en ‘ik ben in Vrede’, en dan rondkijk, verwacht ik als het ware liefde en vrede te zien. Ook tracht ik dan met mijn ogen alles te ‘zegenen’.

Jij bent het bewustzijn. Jij bent Liefde en Vrede. Dat is niet een gedachte. Je bent het. Hoe kun je beginnen met wat je al bent? Op het moment dat je het gaat doen, ben je het niet. Wie kijkt rond? Wie verwacht? God kijkt niet rond of hij wat ziet. God Is. God verwacht niets. God Is. Verwachting schept teleurstelling. Verwachting is gericht op resultaat. Dat is ego. Wie zegent wie? Ik Ben. Je bent de zegen en dat hoef je niet te doen. En als je dan toch wat wilt zegenen, wees een zegen voor je Zelf. Wees Liefde voor je Zelf. Wees vrede voor je Zelf.

Er wordt gezegd: Het is frappant om te bemerken dat liefde voelen eigenlijk maar weinig voorkomt. Aangenomen dat alles ‘mijn’ projectie is, zit er kennelijk een stevige voorzetlens op de camera.

Op zich is het een mooi beeld van de camera, de lens en de projector om duidelijk te laten zien hoe het werkt. Maar jij weet inmiddels hoe het werkt. Dus leg het hele zaakje maar naast je neer, want zolang je dat beeld voor je blijft zien of hanteert, vertroebelt het Ik Ben.

Voor de 2 pelgrims, voor wie het getal 6 en 9 een rol speelt (89-Hans en Grietje) komt CIW les 269 wellicht als geroepen. 

Ik vraag vandaag Uw zegen over mijn blik. Het is het middel dat U verkozen hebt als de manier om me mijn vergissingen te tonen en daaraan voorbij te zien. Het is me gegeven om met behulp van de Gids die U mij geschonken hebt tot een nieuwe waarneming te komen, en door middel van Zijn lessen de waarneming te overstijgen en tot de waarheid terug te keren.(WdII.269.1:1-3) 

vanuit de Stilte in het bos

waar alles zich ter ruste legt

wordt Paulus door het Elfje

een Rust-in-je-Zelf gewenst

wordt vervolgd…tot Nu…

Posted in 136 - Projector en camera ogen | Leave a comment