Category Archives: 135 – Ten Hemel gestegen

Het Pad van de Pelgrims – Ten Hemel gestegen

Als Paulus zich om twaalf bij de Elf voegt, maakt zij hem, inmiddels weer met beide voeten op de grond, deelgenoot van hoe zij ten Hemel is gestegen. 

‘Ten Hemel gestegen’

Ik bevind mij in het centrum van een stad en loop door de Hoofdstraat. Overal zijn mensen op straat en ik zie, alsof ik door alles heen zie, ook mensen achter muren, ramen en deuren. 

Ik loop daar en ieder die ik tegenkom of die aan de kant van de straat staat, kijk ik diep in de ogen. De mensen zijn niet gewend dat er zo naar hen gekeken wordt. De mensen kijken mij aan en kijken mij na met een verwonderde blik in de ogen. En in hun ogen gebeurt iets moois. 

Ik word mij bewust en voel dat er vanuit mijn ogen een zeldzaam helder licht straalt.  

Tot twee keer toe loop ik deze weg, waarbij ik sommige gezichten voor de tweede keer zie. 

Opeens ben ik in de Hoofdstraat ergens binnen in een grote kamer waar meer mensen zijn. Ik ben één van hen en voel mij Eén met hen. Mijn mannelijke wederhelft is er ook. We kijken elkaar aan en hij zegt: ‘Het is de tijd. We moeten gaan.’

We gaan naar buiten en lopen nog een klein stukje door de straat. Tegen ieder die daar is en met wie ik oogcontact heb, zeg ik: ‘Het is tijd, ik ga.’ ‘Waar ga je heen?’ wordt er gevraagd. ‘Naar de Hemel’, zeg ik. 

Ik voel en zie dat de mensen nog niet goed begrijpen wat er gaande is en voordat goed en wel tot hen doordringt wat ik gezegd heb, geven mijn mannelijke wederhelft en ik elkaar een hand terwijl we in onze andere hand een krantje, tot een soort puntzakje gevouwen, vasthouden. In mij komt de gedachte aan ‘De Wachttoren’. De ‘Wachttoren’ is de aankondiger van Jehova’s koninkrijk, het tijdschrift van Jehova’s getuigen. 

Midden op straat kijken mijn mannelijke wederhelft en ik elkaar aan en ineens voel ik hoe het van alle kanten begint te trekken in mijn lichaam. Een enorme energie wordt voelbaar en onze voeten komen los van de aarde. We stijgen omhoog. 

Ik kijk nog achterom en zie de verbaasde en verbijsterende gezichten van de mensen. We zweven zo over alles en iedereen de straat uit en hoger en hoger, het Licht tegemoet. Ik begin te huilen van gelukzaligheid, maar daardoor verzwakt mijn kracht enigszins. Maar mijn mannelijke wederhelft houdt mij stevig bij de hand. Ik voel hoe sterk hij is en hoeveel kracht er van hem uitgaat en hij zegt: ‘Kom, niet huilen, we gaan door.’ 

Op het moment dat ik onder mij zie dat de Hoofdstraat uitloopt op een T-splitsing met een straat die ik herken als de Kruisstraat weet ik dat ik mijn geboorteplaats Meppel verlaat.  

Dan word ik wakker.

Dat is wel een heel bijzondere droom die je hebt gehad, Tetty. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat al dit soort beeltenissen in ons bewustzijn komen, die dan weer iets betekenen wat met andere beelden geschetst kan worden. Je zou kunnen zeggen dat beelden de universele communicatie inhouden en dat woorden louter een hulpmiddel zijn om die beelden door te geven. Mogelijk zijn dan de ´boodschappen´ zonder beelden weer iets anders, meer iets om denkprocessen te veranderen of iets dergelijks.  

In dromen komen vaak symbolen voor of inspirerende verhalen die uitnodigen tot een hoger niveau te ontwaken. Ook al was het middenin de nacht, in de wetenschap dat deze droom op de een of andere manier betekenisvol is, heb ik hem meteen opgeschreven. 

Deze droom heeft een transformerend karakter. In dat licht gezien is het opmerkelijk dat ik gisteren een slang heb gezien. Een slang is het symbool van transformatie. Ik bevond mij op een bospad, in de buurt van de zuivere heldere bron, toen ik rechts voor mij aan de kant van het pad iets kronkeligs, min of meer opgerold en in s-vorm, zag liggen. Even was er de gedachte: ‘Hè, is dat nu een tak?’ Maar toen begon het te bewegen en zag ik dat het een slang was van ongeveer een meter lang. Hij had een grijs gemêleerde kleur met een patroon daarin. Al sissend gleed hij richting het bladerdek aan de kant van het pad, waar hij onzichtbaar in verdween. 

Vervolgens liep ik verder het pad af en terwijl ik linksaf sloeg zag ik een klein eindje verder, aan de kant van de weg waar ik de slang had gezien, een hert staan. Ik bleef stilstaan en ook het hert bewoog zich niet. Over en weer bleven we elkaar aankijken totdat het geluid van een naderende fietser het hert in beweging zette. Met enorme sprongen vloog hij de andere kant uit, over de weg heen, schoot rakelings voor de racefietser langs, die zijn remmen zowat fijnkneep en zich, ondanks het dragen van een helm, een hoedje schrok. En alles en iedereen was in een oogwenk  voorbij.

Als ik mij dan realiseer dat het hert symbool staat voor hemelsverlangen, het verlangen naar het ware geluk en dat het hert de verlosser voorstelt die ons het licht brengt en ons tot het licht brengt, dan zie ik zowel de symboliek van de slang als van het hert weerspiegelt in mijn droom.

Daarbij kreeg ik de droom op 7-7. Naar aanleiding van de droom ‘Het getal 34′ heb ik al verteld over het getal 7, waarover ik in mijn boek ‘Verdwaald verlangen – Een zoektocht naar de hemel op aarde’ geschreven heb: Het getal 7 is symbool voor de heelheid van de mens, getuige de uitdrukking: ‘Ik voel mij in de zevende hemel’. Het geeft de voltooiing van een werkzaamheid aan, zoals we dat symbolisch ook zien in de 7e scheppingsdag. Het staat voor de stap die je zet binnen je ontwikkeling.

Ook zie je in deze droom heel mooi de symboliek van man en vrouw, symbool van de animus en anima die in ieder van ons zit. We hebben hier al eerder over gesproken. In het samengaan van man en vrouw voltrekt en openbaart zich de Eenheid. Samen vormen zij het goddelijk huwelijk. Het brengt nieuw leven voort. Het Leven.(84-Sneeuwwitje) En ook Hans en Grietje zijn hier een voorbeeld van.(89-Hans en Grietje)  

Tot slot werd ik binnen een dag tot drie keer toe met mijn geboorteplaats Meppel geconfronteerd. Niet alleen via mijn droom, maar ook via iemand die op zijn route vanaf Meppel langs het kanaal had gereden en via iemand die in het bos een praatje met mij aanknoopte en in Meppel bleek te wonen.

De droom zit werkelijk boordevol symboliek en opmerkelijk is ook het feit dat de Hoofdstraat uitloopt op een T-splitsing met de Kruisstraat. Aan de ene kant komt deze straat uit op de Synagogestraat, aan de andere kant bevindt zich aan het einde van de Kruisstraat rechts de Eendrachtstraat en links de Grote Oever.  

Kortom Beekje, langs de Grote Oever komen we in de ÉÉN-dracht.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 135 - Ten Hemel gestegen | Leave a comment