Category Archives: 132 – Veni vidi vici

Het Pad van de Pelgrims – Veni vidi vici

De vele zonnestralen die in het sprookjesbos neerdalen, weerkaatsen op de ‘Licht’ gespreide vleugels van het elfje dat aan de oever van de beek zit. Maar de lichtglans die zich weerspiegelt op het gelaat van het beekje, ziet het beekje niet terug in de doorgaans stralende ogen van het elfje. Maar het weerhoudt hem er niet van om er vrolijk op los te kabbelen. 

Hoi Elfje. 

Nou, ik voel mij weinig Elfje.  

Is alles goed met het Vrolijke Vissertje?  

Het Vrolijke Vissertje is ditmaal niet VVV-het Vrolijke Verspringende Vissertje, maar VVV-Verre Van Vrolijk.  

Stort al die zogenaamde niet-vrolijkheid dan maar uit in het beekje en vertel mij wat je op je hart hebt. 

Wellicht herinner jij je nog dat ik vertelde dat ik eigenlijk wel klaar dacht te zijn met dit aardse bestaan.(123-Heilzaam putten) Dat gevoel steekt opnieuw de kop op en doet van zich spreken nu de sterke neiging tot een kluizenaarsbestaan als zodanig nog niet ingevuld wordt zoals ik dat graag zou zien. Ik heb jou ooit verteld hoe ik mij tot in het diepst verbonden voel met de Kluizenaar.(90-De Kluizenaar) En dat het terugtrekken in mijn boshutje daaraan tegemoetkomt.  

Maar nu zijn er wat aardse zaken die om aandacht vragen. Gewoonlijk ga ik altijd soepel mee in wat er gebeurt en wat zich aandient. In die zin ervaar ik nooit dat iets mijn plan verstoort, omdat ik als zodanig ook nooit een plan heb. Ik beweeg mij mee in hoe dingen zich ontwikkelen. En nu dus niet. Ik zit erbij, kijk ernaar en denk: wat gebeurt hier? Wat maakt dat het Kluizenaarschap voor mij zo heilig is dat niets of niemand dat mag verstoren?  

In eerdere jaren heb ik ook wel de behoefte gehad om alleen te zijn, maar de behoefte om mij terug te trekken en af te zonderen is nog nooit zo groot geweest als nu. Ik heb jou al eerder gezegd dat ik klaar ben met alles en als zodanig mij het liefst zou willen terugtrekken uit deze wereld. Maar dat gevoel zou ik niet zo letterlijk moeten nemen en dat projecteren op mijn verblijf in de boshut. 

Het dient zich te vertalen in het ‘Let is be’ en ‘The Present Moment’, wat de pelgrims al tijdens het pad ter sprake hebben gebracht.(94-Let it be) Ook vele andere teksten spreken daarvan. In de wereld, maar niet van de wereld. Als TV-Kluizenaar te midden van het dagelijks bestaan en wat zich daar aandient en een beroep op mij doet. 

Daarom gebeurt dit mogelijk ook allemaal. Zolang deze wereld mij op bepaalde momenten nog zwak weet te maken en mij mee kan sleuren in iets anders dan de stroom van het beekje, zullen deze ‘oefeningen’ van zich doen spreken.  

Zoals ik jou al vertelde is het verhaal van de Kluizenaar voor een groot gedeelte op mij van toepassing. Daar staat: ‘Wat brengt de Kluizenaar er dan toe voor de afzondering te kiezen? Zijn ideaal is het leven dat geheel vervuld is van de kracht Gods, het alleen zijn met God. Hij wil alles vermijden wat hem afhoudt van zijn doel. Hiervoor zoekt hij de eenzaamheid om in stilte en meditatieve oefening ‘de Volmaakte Wetenschap’ te ontdekken.’

Misschien leg ik daar nu te veel de nadruk op, hoop ik daar iets van te verwachten, moet ik dat niet in de boshut-tijd willen stoppen of wat dan ook. Kan een verlangen om ‘de nieuwe mens’ te worden ook te groot zijn, waardoor het je in de weg staat, vraag ik mij af.

Ik las: Het in vertrouwen laten gebeuren (Let it be) wat zich onzichtbaar in je voltrekt (of wat zich aandient) is wat wordt gevraagd. Als je er met je ego tussen gaat zitten, verstoor je het proces dat in jezelf gaande is en zul je niet oogsten. Je maakt karma als je niet met de stroom meegaat, maar met je ego een tegenkracht inzet.

En wat de situatie van Tetty Kluizenaar betreft is het volgende verhaal ook wel van toepassing. 

Een asceet zat te mediteren in een grot.

Er glipte een muisje naar binnen en dat begon aan zijn sandaal te knabbelen.

De asceet opende geïrriteerd zijn ogen: “Waarom stoor je mij in mijn meditatie!”
‘Ik heb honger’, piepte de muis.

‘Ga weg, dwaze muis’, zei de asceet vermanend, ‘ik zoek de eenheid met God, hoe durf je mij daarbij te storen!’

‘Hoe wil jij je met God verenigen’, vroeg de muis, ‘wanneer je het zelfs met mij niet eens kunt worden’.

Nou, nou, dat is een hele ontboezeming. En nu? Kan de pelgrim nu weer lachen? 

Nee, nog niet. Ik weet niet waarom mij dit nu ineens allemaal gebeurt, maar ik heb hem helemaal zitten. Ik voel mij eerlijk gezegd een flut-medepelgrim. 

Ik vind het relaas eigenlijk geweldig.  

Nou, bof jij even, dient het toch nog ergens toe.  

Het is gewoon een demonstratie van ‘de persoon’, alleen die kan ergens wat van vinden en alleen die kan zogezegd klaar zijn met welk leven dan ook. Zoals gezegd; Bewustzijn is, was, en zal er altijd zijn, verbonden met een lichaam of niet. We zijn niet voor niets met het oranje boek bezig; eerst begrijpen wat er staat, maar dan ook toepassen. En dan zal het gelach steeds vaker klinken. So…what’s the problem? 

Ja, nu ik toch aan het spuien ben. What’s the problem…buiten datgene wat ik al eerder heb aangegeven m.b.t. dit onderwerp, zoals bijvoorbeeld: ‘Wat zijn wij zonder boeken, cd’s en dvd’s?’ Ik ben klaar. Wat moet ik er nog mee? Ik lees en hoor niets anders dan mijn eigen ervaring. Ik lees goed beschouwd niets anders dan wat er in mijn eigen boek ‘Verdwaald verlangen – Een zoektocht naar de hemel op aarde’ staat. Het houdt het zoeken in stand. Het staat mij in de weg. Het beantwoordt niet aan de kracht van de eenvoud. Nou, zo kan ik nog wel even doorgaan.  

En ik bedoel dit niet arrogant, maar hoeveel moet er nog gelezen en bestudeerd worden? Wat doe je ermee? Waar leidt het toe? Waarom ben je na al het lezen en bestuderen van en het verzamelen van kennis, waardoor je mogelijk vele talen spreekt, nog niet verlicht? Bezit je kennis of bezit de kennis jou. En al die kennis die we spuien, wat doen we ermee? Of is dat ook iets van het ego om te laten horen en zien wat we allemaal weten. Om onszelf gerust te stellen hoe goed we bezig zijn en dat we goed op weg zijn en misschien al gauw verlicht zijn? Of omdat je meent dat je een ander moet helpen op zijn weg?  

Waarom zijn we nog niet wakker uit de droom waarin we zitten? Waarom houden we onszelf gevangen in de begoocheling van dit hele spirituele gedoe waar we mee bezig zijn? Hoe lang blijft menigeen nog bezig met hopen op een mystieke ervaring? Waarom zijn al die duizenden en duizenden mensen die aan de voeten van een meester zitten nog niet verlicht? Hoe lang denken we nog nodig te hebben? Wie of wat moet er überhaupt verlicht worden?

Waarom houden we onszelf bezig met waar we nu mee bezig zijn? Waarom hebben we dat allemaal nodig of denken we dat allemaal nodig te hebben? Waarom denken we onszelf spiritueel te moeten ontwikkelen? Waarom zou ik überhaupt nog iets te zeggen hebben? Waarom zijn we niet gewoon klaar? Waarom zijn we niet gewoon verlicht, of wat daar dan ook voor door mag gaan? Nou, zoek het maar uit! 

Het gevoel dat het elfje tot nu toe had in een beekse stroomversnelling terecht te zijn gekomen, voelt nu meer als een maalstroom, of beter gezegd als een draaikolk. En jij weet dat een draaikolk het begin inluidde van mijn BDE. 

Vertel mij beekje, waarom is Tetty Visser na een 3-daagse Verlichting nu niet zo verlicht als toen? Waarom is Jan Jerfaas van Beek na jarenlang van alles bestudeerd te hebben nog niet verlicht? 

Waarom? Waarom? Het antwoord is dat Jan niet verlicht kan worden. Hij is juist het probleem. Het ego heeft Jan gecreëerd. En zijn ‘mind’, dus het denken houdt het in stand. Verlichting kan niet bereikt worden, het gebeurt of gebeurt niet. Dat is Genade. Mogelijk kan het wel uitgenodigd worden.  

Het ego tracht altijd een afzonderlijke identiteit, een begrensde persoonlijkheid, in stand te houden, bijvoorbeeld als een spiritueel persoon. Iedere zogenaamde persoon is op het ego gebaseerd en het heeft ‘anderen’ nodig ter onderscheid. De persoon wil very special zijn, anders dan de ‘rest’. Maar de enige gedachte die ons aan het ego bindt, is dat wij het ego zijn, dat ik Jan ben. 

Voor zover de ‘beleving’ nu te verwoorden is, valt er over Jerfaas weinig te melden. Hij IS, en hij ziet Jan en ziet anderen via de gevoelens en waarneming van Jan. That’s it. De gedachten die dagelijks voorbijkomen zijn in zekere zin ‘Jan-gekleurd’. Tot nu toe leeft het gevoel dat Jerfaas als het ware ‘kleurloos’ is en met alles verbonden. Zolang de Vrede die alle verstand te boven gaat niet continu ervaren wordt, en de ego-gedachten en gevoelens regelmatig naar boven komen, is er JJ. Als Jnani pelgrim kan het theoretisch als axioma prima ‘begrepen’ worden. Om de liefde te ervaren is andere koek. Je ziet de persoon, soms ben je er los van en even later weer niet.Ik kan het niet anders verwoorden. Jerfaas kent wel het bestaan van de illusie, maar kan die alleen via Jan beschrijven. Diep in mijn beekzijn voel ik dat het zo zit. 

Diep in mijn elfzijn weet ik natuurlijk ook wel hoe het zit. Verlichting kunnen we niet bereiken, omdat we al verlicht zijn. Het enige wat ons dat niet laat ervaren is de persoon. En de ‘Verlichtings-vraag’ is als het ware niet meer dan een oprisping waarmee het ego twijfel en verwarring wil zaaien. Wellicht voelt het laatste restje ego dat het zijn grip begint te verliezen en probeert het houvast te krijgen. Het vraagt zich af of Het Beloofde Land wel bereikt zal worden en stelt het te volgen pad ter discussie. Het ego wil mij het spoor bijster maken en mij als het ware afhouden van mijn doel. En zolang er nog geen volkomen realisatie van Bewustzijn is, kan ik mij nog van de wijs laten brengen en kan mijn aandacht verstrikt raken in de vraagtekens. Terwijl het mij tegelijkertijd aanspoort om van die vraagtekens uitroeptekens te maken. Om van ‘waarom’ naar ‘daarom’ te gaan. Om mij niet van de wijs te laten brengen en mijn Zelf-vertrouwen ‘in den Hoge’ te houden. Zo bekeken hoort de twijfel bij de reis. 

Zonder enige twijfel. En geliefd Elfje, zal ik je nog eens wat vertellen… 

VVV betekent vooral: ‘Veni Vidi Vici’. Het is een elfjes-slogan uit lang vervlogen tijden toen de elfjes nog uit puur bewustijn bestonden. Onder invloed van ontwikkelingen in de mensenwereld zijn ze zich anders gaan voelen. Maar…ze zijn op de weg terug. Sinds ze contacten aanknopen met de kabouterwereld gaan ze zich langzaam maar zeker weer herinneren wie ze zijn. 

Ze gaan dan boeken lezen, daar lijkt in eerste instantie een verhaal in te staan, zoals er zoveel verhalen zijn, maar het zijn een soort sprookjes die echt waar zijn, ze komen uit de ware bron. Wanneer dan een beetje begrepen wordt waar het over gaat, d.w.z. dat aangenomen wordt dat het misschien wel over de elfjes en de kaboutertjes zelf gaat, dan gaat er iets veranderen. 

Eerst ontstaat er een soort frustratie, de CIW noemt dat een ‘periode van verwarring’ die iedereen treft. Maar daarna begint er gelijk de ochtenzon iets te gloren, het licht neemt toe en brengt herkenning mee dat een elfje louter bewustzijn is. Ze waren het vergeten, maar bij de herinnering begint het buikje te schudden van de lach. En het decor met personen uit het toneelstuk waar ze in dachten te acteren, en voor de echte wereld aanzagen, wordt nu doorzien. En dat maakt het nog grappiger, ha ha ha. 

Lees bijvoorbeeld les 109 van de CIW getiteld: ‘Ik rust in God’. Daar staat ondermeer: 

Elk uur dat jij je rust neemt vandaag, wordt iemands vermoeide denk­geest plotseling verblijd, breekt een vogel met gebroken vleugels in zingen uit, en gaat een beek die lang heeft drooggestaan weer stromen. De wereld wordt opnieuw geboren iedere keer wanneer jij rust en je elk uur herinnert dat je gekomen bent om de vrede van God in de wereld te brengen, opdat die, samen met jou, tot rust mag komen.

Dus laat het elfje het kleed van bewustzijn weer aandoen, door de taille van de zandloper glippen en opnieuw geboren worden. De echo van haar lach zal klinken door gans het sprookjesbos, en zij zal zich realiseren dat zij ontwaakt is en opnieuw geboren werd. Onder de Oranje zon. Veni Vidi Vici!!!

2016 (361)En het beekje wenst het elfje…’dat er vele zonnestralen op u neder mogen dalen’.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 132 - Veni vidi vici | Leave a comment