Category Archives: 128 – Een heilige ontmoeting

Het Pad van de Pelgrims – Een heilige ontmoeting

Laten we nog even terugkijken, JJ, naar het beeld van Tetty zittend in een postkoets dat jij noemde. Ik heb namelijk een duidelijke herinnering aan een jonge vrouw die geleefd heeft in het tijdperk waarover Anton Pieck tekent. Ook een tijdperk van de postkoets. 

Ik ben altijd een groot fan van de sprookjesachtige en nostalgische tekeningen van Anton Pieck geweest, en dan met name de winterse taferelen. Maar dat komt denk ik doordat er voor mij niets boven een sneeuwtafereel gaat. Ik heb veel platenboeken over het werk van Anton Pieck. Wat voor mij ook aan die sfeer beantwoord, is bijvoorbeeld een plaats als Brugge, of de kleine dorpjes met hun cottages in de Cotswolds in Engeland. Daar kan ik helemaal lyrisch van worden. Dus de wereld die Anton Pieck tekent leeft heel sterk in mij.  

In de herinnering die ik heb, zie ik mijzelf lopen als jonge vrouw. Het is winter en er ligt een pak sneeuw. Het begint al wel iets te dooien, want hier en daar is de sneeuw papperig geworden. Ik loop langs de muur van de grote kerk op het marktplein. Ik draag een lange zwarte wollen winterjas met veel knopen aan de voorkant en aan de achterkant is de jas gedeeltelijk geplooid vanuit het middel. Aan mijn voeten draag ik hoge zwarte rijglaarsjes. Mijn handen steken in een handmof van zwart bont. Ik ben een welgestelde jonge vrouw van ergens in de twintig. Tot zover de herinnering. 

Vroeger thuis werden de ansichtkaarten die we met een verjaardag of met Kerst kregen bewaard. Als kind speelde ik graag ‘winkeltje’. In mijn winkeltje verkocht ik ook altijd ansichtkaarten. Mijn voorkeur ging altijd uit naar de sfeervolle, nostalgische kerstkaarten. Mijn mooiste kaart ooit was een kerstkaart die we van mijn Pake en Beppe hadden gekregen, met daarop een postkoets in een sneeuwlandschap. En ik had in mijn ‘winkeltje’ natuurlijk altijd wel een ‘klant’ die deze kaart kocht. Ik zie die kaart nog altijd tot in detail voor mij.  

Dus je begrijpt dat het mij niet vreemd voorkomt dat ik in jouw beleving vertel dat ik eerder in een postkoets gereisd heb. En ik sluit zeker niet uit dat wij ook daarin samen gereisd hebben. Hoe bijzonder als je beseft dat het toen ook NU was en dat het nu nog steeds NU is en dat het altijd NU zal zijn. Net zoals wij er altijd zijn geweest en zullen zijn en NU in ons ZIJN als Jan en Tetty samen verder lopen op de weg die zich voor ons ontvouwt. Ik ben benieuwd wat het voor nieuws brengt. 

Wat een wondere wereld, waarin wij steeds meer raakvlakken zien, Tetty. 

Ja, onze reis door tijd en ruimte is niet willekeurig, zegt ook de Cursus in Wonderen in les 42. We kunnen niet anders dan op het juiste moment op de juiste plaats zijn. Zo werkt de kracht van God. We zijn allemaal precies waar we moeten zijn. Dat geldt ook voor onze niet toevallige ontmoeting, waar al vaker over gesproken is, en voor alles wat we tijdens het Pad van de Pelgrims zijn tegengekomen. Zoals ik al eerder gezegd heb: En met verwondering komt de gedachte hoeveel verhalen zij wellicht al samen beleefd hebben voordat zij in dit verhaal weer samen zijn gekomen.(61- My trusty friend) 

De Cursus spreekt over een heilig ogenblik en een heilige ontmoeting: Telkens wanneer jij iemand ontmoet, bedenk dan dat het een heilige ontmoeting is. Zoals je hem ziet, zie jij jezelf. Zoals je hem behandelt, behandel jij jezelf. Zoals je over hem denkt, denk jij over jezelf. Vergeet dit nooit, want in hem zul jij jezelf vinden of verliezen. Telkens wanneer twee Zonen van God elkaar ontmoeten, wordt hun een nieuwe kans op verlossing geboden. Ga nooit bij iemand weg zonder hem verlossing gegeven en die zelf ontvangen te hebben. Want daar ben ik altijd met jullie, in gedachtenis aan jullie.(T8.III.4:1-8) 

Het is een heilige ontmoeting omdat hij in het Licht van de Liefde staat. Liefde is heilig. Liefde is wat wij Zijn. Jouw heiligheid ontmoet mijn heiligheid. Maar omdat er in de kern geen zogenaamd ‘mijn’ en ‘jouw’ bestaat, kan er gezegd worden: Heiligheid ontmoet Heiligheid. 

En wat er ook tijdens je levensweg lijkt te gebeuren, in les 41 staat: Je kunt nooit van je volmaakte heiligheid worden beroofd, omdat de Bron daarvan je vergezelt, waar je ook gaat. Je kunt nooit lijden, omdat de Bron van alle vreugde je vergezelt, waar je ook gaat. Je kunt nooit alleen zijn, omdat de Bron van alle leven je vergezelt, waar je ook gaat. Niets kan jouw innerlijke vrede tenietdoen, omdat God je vergezelt, waar je ook gaat.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 128 - Een heilige ontmoeting | Leave a comment