Category Archives: 103 – De struikeling

Het Pad van de Pelgrims – De struikeling

Maar ook de nacht gaat niet zonder struikeling voorbij, zoals TV in een droombeeld te zien krijgt.

‘De struikeling’

Het is in de avondschemering en het naderende donker is gekleurd door een warme oranje gloed, alsof de morgenstond in aantocht is. En alles baadt in dat licht. Jan Jerfaas en Tetty zijn op weg door de drukke stad. Overal gebouwen, mensen, en verkeer, en toch hebben ze een gevoel van rust te midden van deze hectiek. Ze reizen een stuk met de bus door de stad. En ondanks dat die bus overvol is met mensen, voelt de bus toch als een soort ‘beschermd’ eilandje waaromheen de wereld zich afspeelt. Maar hoe dan ook, er is toch binnen de drukte in die bus iets of iemand die Tetty bijna doet omvallen. Maar Jan Jerfaas grijpt haar vast en vangt haar op, en weet haar zo ternauwernood op de been te houden.

Even na zessen wakker geworden voelt het elfje zich gelijk van zessen klaar. En nieuwsflitsender dan gisteren spoedt zij zich zonder te struikelen naar de oever van het beekje, dat rustig kabbelend in het ochtendlicht de dag en het nu niet zoekende Elfje verwelkomd.

Goedemorgen Beekje, in de nacht heb ik vele gebeurtenissen beleefd die zonder beelden op het TV scherm zijn verschenen, maar waaraan ik het gevoel heb overgehouden dat alles in beweging is en dat het perspectief biedt. Alles wat ik vannacht heb gedaan was hoopvol en constructief. Eén beeld staat mij nog helder voor ogen. 

En ook zonder over haar woorden te struikelen, vertelt ze het beekje over ‘De struikeling’.

Zo…rimpelt het beekje glinsterend, en toen…?

Aangezien ik klaarwakker was, stond ik voor dag en dauw op en begon de dag met het omslaan van het blaadje van de Findhorn-kalender, waarbij mijn oog eerst nog viel op de spreuk van gisteren: Zoek innerlijke vrede en zekerheid en volg zonder druk of spanning het pad, waarvan je weet dat het voor jou is. Besef dat ik je kompas ben, besef dat ik je gids ben.

Bij deze spreuk was een foto afgebeeld van een Groen Gelukkig bospad, waar het eerste zonlicht haar stralen over deed schijnen. Dit raakte het hart van het 11-je, zodat zij zich weer helemaal in haar twee ééntjes voelde in haar boshutje in het sprookjesbos.

Onbewust van deze spreuk was het kompas gisteren nog twee keer in beeld gekomen. De eerste keer las ik wat er in het oranje boek geschreven staat over mystici, de zoekers naar waarheid: Maar als u in aanleg een mystiek mens bent, dan blijft u de onrust houden, net zolang totdat u vindt. Zoals een kompasnaald consequent het noorden zoekt, zo blijft u zoeken naar de uiterste grond der dingen, gedreven door een onverklaarbare drang van binnenuit. Een drang die telkens sterker blijkt dan de schijnbare oplossing die de ratio u presenteert… zoals ‘Ga maar gewoon borduren’. 

De ratio die oproept genoegen te nemen met de verdunde versie van Tetty Zelf omdat, ondanks de vrede waarin alles plaatsvindt, de onmacht gevoeld wordt om uitdrukking te geven aan, zoals ik al zei: ‘alles wat erin zit en wat er graag uit wil, en wat ik er graag uit wil laten komen, maar er niet uit lijkt te komen’.

De ratio die maar doorpruttelt: Ach, houd er toch mee op, laat het er in, het wordt toch niks en de verlichting die aan de horizon gloort is een utopie die nagejaagd wordt. Het is toch prima zo, je hebt een gelukkig en vredig leven, waar zou je je verder nog mee bezig houden? Laat de Geest maar in de fles in plaats van dat jij je bezig houdt met wat er allemaal wel of niet omhoog borrelt uit de Geest.  

De tweede keer dat het kompas in beeld kwam, was toen ik een artikel las in het tijdschrift ‘Het Vermoeden’ getiteld: Op zoek naar het innerlijk kompas. En dan hoor ik innerlijk weer de boodschap: ‘Als het Hoogste zich gaat voltrekken, moet tot het Hoogste gesproken worden.’ 

Dat is wat gaande is, JJ, en uit het feit dat die ratio een moment van zich doet spreken blijkt wel dat ik er nog niet ben. Ik zou mij door zo’n moment niet van de wijs moeten laten brengen.  

Zo zie je maar weer, Tetty, hoe smal het pad is. Maar ik herinner mij wat jij eerder hebt gezegd, Green Eyes: Om onszelf op deze smalle weg staande te kunnen houden, hoe smal de weg ook zal zijn, hij zal breed genoeg zijn om in de Heilige Relatie naast elkaar te gaan, hand in hand, van hart tot hart, als één ziel. Als elkaars leraar en leerling, om onszelf en elkaar te bemoedigen, te inspireren, te motiveren vanuit het gedicht ‘Four green eyes are focussed’ dat ik jou ooit stuurde. Om onszelf en elkaar op de weg te houden, terzijde te staan, te beschermen en wederzijds te ondersteunen.

Ja, en in dit naast en met elkaar gaan, doet de drukke stad in de droom ‘De struikeling’ mij denken aan een droom die ik eind jaren negentig heb gehad; de droom naar het ‘Thuisland van de Ziel’. Deze droom heb ik verwerkt in het boek ‘Reis naar de Ruimte van NU’, dat ik aan het schrijven ben. Ik wil je graag het fragment uit die droom voorlezen, waarin Mirna en Sweder het pad lopen dat hen brengt naar het ontwaken van de ziel.

Verheugd constateren we dat we in gezelschap zijn van ons innerlijk kind dat ons verfrist met jeugdig enthousiasme en ons speels door onze ervaringen wil leiden, die uiteindelijk zullen leiden tot het bereiken van ons doel: Vrijheid. 

Met hernieuwde energie lopen we vol goede moed de stad in. Lopend door de straten zien we niets anders dan een gigantische massa huizen en torenhoge gebouwen. Omringd door al deze mentale projecties proberen we onze route uit te stippelen en ons een weg te banen door een jachtige, commercieel gerichte samenleving, waarin we ‘struikelen’ over een overvloed aan materiële mogelijkheden en waar de wind van drukte en haast een benauwde en bedompte sfeer creëert. We zien hoe we ons als mens huisvesten in de hokjes en kaders van onze denkpatronen, waarvan de ramen geblindeerd en de deuren in het slot gevallen zijn door etiketten van oordeel en meningen. Trots en voldaan op wat we van onszelf maken worden onze mentale bouwsels hoger en hoger. Het ontneemt ons het zicht op onze ware natuur.

In beide dromen komt het ‘struikelen’ aan de orde en het laat ook zien dat hoeveel uitdagingen er ook op het pelgrimspad zijn, het kenmerk van de ware leerling is om geconcentreerd te blijven en gericht op het goddelijk pad. En zo voelt het ook voor mij, want ik kan niet anders dan voortgaan op de weg die ik ingeslagen ben, omdat ik diep in mij de drang voel, zoals beschreven in M.E.: een drang die zo diep verankerd ligt, dat ze alleen maar zwicht voor de ultieme waarheid in absolute herkenning daarvan.

En de Findhorn-spreuk voor vandaag luidt: Vind je eigen pad en laat elke ziel het zijne of het hare vinden en volgen. Weet dat jullie uiteindelijk hetzelfde doel zullen bereiken. Het besef van eenheid met mij.

En als ik lees:‘Zij representeren bij voortduring het religieuze gevoel van de mensheid. Zij spelen een cruciale rol in het waarborgen van geestelijk leven in de mens. Zij zijn de dragers van het zaad.’, dan voel ik dat het zo is en dat ik daarom deze weg samen met Jan Jerfaas ga, omdat wij op deze manier ons Zelf en het geheel vertegenwoordigen. Wij zijn de dragers van het zaad. In ons hart wordt de grond bewerkt door Gods Geest, opdat het nieuwe daar kan rijpen en groeien om aan het licht te brengen.

Lieve Beste Jan Jerfaas, soulmate on a wonderful trip, vergeef mij mijn ‘struikeling’. Na deze schijnbare onderbreking is de draad weer opgepakt. Mijn innerlijke kompas is gericht op het ‘Hoge’ noorden.  

Geweldig om te horen, Tetty, dat je weer recht in het zadel zit. Dat je struikelt of valt is niet erg, het gaat erom dat je weer opstaat en verdergaat. Een wonderful trip wordt nooit onderbroken. Iedere dag dient ten volle genoten te worden. Het Eeuwig Nu is altijd bij ons en schenkt zijn Licht aan wie het verlangt. Laat ons met gelijke tred het Licht tegemoet gaan en zo mogelijk spoedig betreden. Versnel onze voetstap nu, opdat we zekerder en sneller tot U kunnen gaan, lees ik hier in het blauwe boek. En verder…

God is louter Liefde, en dus ben ik (zijn wij) dat ook.

Alleen dit Zelf kent Liefde. Alleen dit Zelf is volmaakt consistent in Zijn Gedachten, kent Zijn Schepper, begrijpt Zichzelf, is volmaakt in Zijn ken­nis en in Zijn Liefde, en wijkt nooit af van Zijn onveranderlijke staat van eenheid met Zijn Vader en Zichzelf. (Wd1.hV.Inl.4:3-5)

En dit is het wat ons opwacht aan het einde van de reis. Elke stap die we zetten brengt ons een beetje dichterbij. Ik maak de reis met jou. Laten we ons hart verheffen van de stof naar het leven, terwijl we ons herinneren dat dit ons is beloofd, en dat deze cursus gezonden werd om het pad van licht voor ons te ontsluiten, en ons stap voor stap te leren hoe we terug kunnen keren naar het eeuwige Zelf dat we dachten te hebben verloren. (Wd1.hV.Inl.5:1-4)

Neem je broeders hand, want dit is geen weg die we alleen gaan. In hem ga ik met jou, en jij met mij. Onze Vader wil dat Zijn Zoon één is met Hem. Wat kan er leven dat niet één is met jou? (Wd1.hV.Inl.9:6)

Laten we het spoor volgen en datgene vinden waar alleen het juiste spoor naar toe kan leiden, genaamd de Waarheid. Althans, wat betreft de ontmoeting tussen zoekers onderling naar de Waarheid, de kompasgebruikers, de noordgangers, de mystici.

 Oost, West—Noord, Best.

Het elfje heeft zich met haar oogjes dicht neergezet in de Stilte en haar vleugeltjes laten verwarmen door de zon. Nu het avond is geworden bibberen haar vleugeltjes buiten van de kou. En omdat inmiddels ook de stromende regen zich laat zien, horen en voelen, heeft ze zich nu knus geïnstalleerd in haar boshutje, waar niet alleen de lampjes branden maar ook de kachel. En terwijl de regen tikt, tikt het elfje in haar lichtschriftje in het verlengde van Oost, West—Noord, Best… 

Zoals het klokje Thuis tikt, tikt het over-AL

En met Verbum Domini Manet In Aeternum – The Word Of God Abideth Forever besluit het elfje woordeloos de dag.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 103 - De struikeling | Leave a comment