Category Archives: 006 – Bij-één stromen

Het Pad van de Pelgrims – Bij-één stromen

Het universum besluit dat de tijd gekomen is om de water-landers bijeen te laten stromen. De rust die tijdens de zomer in het spirituele landschap heeft geheerst, begint tot activiteit over te gaan. De opening van de nieuwe ruimte voor bijeenkomsten waar die activiteit de ruimte kan krijgen, zal gaan plaatsvinden. En de uitnodiging daarvoor lijkt een geschikt moment voor het creëren van een opening waardoor Tetty en Jan uiteindelijk in het verhaal van de pelgrims zullen gaan stappen.

Aan beide oevers van de rivier wordt besloten om op de uitnodiging in te gaan. Op de bewuste dag verlaten de water-landers hun plek en door de ziel die hen aanstuurt om naar elkaar op zoek te gaan stromen ze elkaar tegemoet.

De gedachte komt in hem op dat hij haar wellicht weer zal ontmoeten en dat hij hoopt dat het zal gebeuren. Ook bij haar springt die gedachte tevoorschijn en ze is benieuwd wat het haar zal doen en of het ertoe zal leiden hem te vertellen over de nachtelijke ontmoeting in de geest.

Het open huis verheugt zich in het verwelkomen van menige bezoeker. Te midden daarvan ontwaart hij op een zeker moment haar man. Vanuit een sterke impuls en zonder enige gedachte vraagt hij hem : ‘Is Tetty er ook?’

‘Ja, die loopt hier ook ergens rond.’

En zij ziet hem rondlopen. Terwijl ze hem achterna gaat, komt hij haar tegemoet.

‘Ah, ik zocht je al.’

‘Ja, ik zag je gaan.’

Op dat moment stroomt de verbondenheid zichtbaar door Green Eyes die een vreugdevol weerzien weerspiegelen. Meteen pakt hij haar bij de arm en troont hij haar mee naar de ruimte waar nog een bekende zich bevindt. En met meerderen in de kring is er een geanimeerd en ongedwongen samenzijn. Tot zijn spijt roept de tijd hem huiswaarts te gaan.

‘Tetty, ik vind het fijn dat we elkaar weer ontmoet hebben.’

‘Ja, ik ook.’

‘Want dat is toch al weer even geleden.’

Het contact lijkt te resoneren in een sterke energie die van ziel tot ziel stroomt. Voelbaar is datgene waarvan een buitenstaander ooit tegen hem zei: ‘Wat heb jij met die Tetty? Het is of jullie samen iets hebben waar ik volkomen buiten sta.’

Het is de stilte waarin niets gezegd hoeft te worden en wat ook niet te verwoorden valt. Voor stilte zijn geen woorden. Hooguit kun je zeggen wat het niet is, had hij toen bij zichzelf gedacht.

Op dat moment voelt ze dat het tijd is om het contact niet meer op zijn beloop te laten. Ze besluit om ook open huis te houden en te spreken over wat ze graag met hem wil delen.

‘Nou, dat is toch niet zo lang geleden als jij misschien denkt.’

Hij kijkt haar niet begrijpend en vragend aan.

‘Ik heb jou in die tussentijd nog een keer ontmoet, maar wellicht ben jij je dat niet bewust.’

Ze kijkt hem betekenisvol aan als ze zegt: ‘Ja, ik heb jou onlangs nog op een nacht ontmoet.’

En met een lach in zijn verbaasde blik: ‘Wij hadden een ontmoeting in de geest.’

Zijn ogen worden groter en geamuseerd klinkt het: ‘Zo…ja…daar weet ik niets van.’

‘Jan, ik zou je dat graag willen vertellen.’

‘Ja, ik zou dat graag willen horen.’

‘Vind je het goed dat ik het je mail?’

‘Ik kijk ernaar uit.’

Zo worden tijdens het open huis op één van negen, van elf tot twee, rond de klok van één, de twee bij-één gebracht. Beiden zijn ze zich nog niet bewust hoe de symboliek van het tijdstip van ontmoeting een rol zal gaan spelen tijdens de aanstaande pelgrimsreis. Een reis waar ze ook nog geen weet van hebben. Maar waartoe ooit het besluit genomen is dat nu tot leven is gekomen in de

 ‘Ontmoeting in de Geest’

wordt vervolgd…tot NU

Posted in 006 - Bij-één stromen | Leave a comment