Author Archives: TV en JJ

Het Pad van de Pelgrims – Een Ierse Blessing

De Elfel die vanaf haar verheven plek toekijkt, ziet hoe de zeer ‘wellecome’ kabouter het daglicht betreedt en zoals het een goed kabouter betaamt, stipt op de weliswaar niet bestaande tijd. Ze verwelkomt hem met een zonnige kus voor op zijn bolletje, zodat hij morgen zonnig de dag in kan gaan. Blij vooruitzicht dat hem streelt.

Zonnige kusTot zijn vreugde wordt het blij vooruitzicht nog extra bevestigd als hij zachtjes hoort zeggen: Goedendag, my beloved pilgrim brother, ik las dat het morgen tussen 9 en 11 graden wordt. Het lijkt mij de most fairy weersomstandigheid om elkaar weer te ontmoeten. 

Als er op dit moment gevraagd zou worden:

Hoe voelt het elfje zich?

dan is het antwoord:

Het elfje voelt zich top!

≈ 

Als er op dit moment gevraagd zou worden:

Waar staat het elfje?

dan is het antwoord:

Het elfje staat op één in de top elf!

≈ 

En dan is de vraag van het elfje aan Paulus die zoals bekend met stip op één staat:

Kom je morgen bij mij op één staan?

En dan is het antwoord van Paulus aan het elfje:

De kabouter zal pogen de top te beklimmen.

Maar op één staan ligt hem niet zo, hij staat toch liever op nul.

Daar waar het onderbewustzijn volkomen geleegd is.

 ≈

En Jezus zei: Als jullie de twee tot één maken… Of het je nu wel of niet ligt, of waar je nu liever wel of niet staat:  Je wordt geleid van twee naar één naar nul. Dat is de volgorde.

Terwijl de duisternis zich ontfermt over het daglicht, besluit de niet langer grot.eske kabouter de dag met het openslaan van het blauwe boek.

Waar duisternis was, zie ik het licht

Vader, onze ogen gaan ten langen leste open. Uw heilige wereld wacht ons, nu ons zicht eindelijk is hersteld en we kunnen zien. We dachten dat we pijn leden. Maar we waren de Zoon die U geschapen hebt vergeten. Nu zien we dat de duisternis onze eigen inbeelding is, en dat er licht is dat we kunnen aanschouwen. De visie van Christus verandert duisternis in licht, want angst moet wel verdwijnen wanneer liefde is gekomen. Laat me vandaag Uw heilige wereld vergeven, opdat ik haar heiligheid kan zien en begrijpen dat ze slechts de mijne weerspiegelt.

Onze Liefde wacht ons nu we naar Hem toegaan, en vergezelt ons om ons de weg te wijzen. Hij schiet in niets tekort. Hij het Einddoel dat we zoeken, en Hij het Middel waardoor we tot Hem gaan.(les 302)

Als Paulus na het lezen van deze blauwe woorden het boek dichtslaat, klinkt in de nachtelijke verte een bekende Ierse blessing. Op de tonen van het aloude pelgrimslied May the road rise up to meet you… wordt de voorbije dag gezegend en spoeden de pelgrims zich vol verlangen voort naar de nabije dag.

2015-08-09 15.20.28May the road rise up to meet you.

May the wind be always at your back.

May the rain falls soft upon you

and the sun shine warm upon your face.

And true be the hearts that love you

Peace ever with you and until we meet again –

May the path light up before you

and the clouds forsake the skies above.

May the warmth of sun surround you

and the stars shine bright to guide you home.

And true be the hearts that love you

peace ever with you and until we meet again –

May God hold you in the palm of His hand

May He hold you evermore.

wordt vervolgd…tot NU…  

Posted in 175 - Een Ierse Blessing | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Stof uit de ogen wrijven

Ondertussen heeft de kabouter, sinds hij zich in de grot in de stilte ging begeven, al een heel pelgrimssprookje bij elkaar gesprokkeld. Daarin heeft de heel zoete droom die hij ooit als een soort Goed Heilig Man kreeg een niet onbelangrijke rol gespeeld. (58-De kiosk) Zo terugkijkend was het een soort keerpunt in de kijk van JJ op de buitenwereld. Hoewel een keerpunt wel een krasse uitdrukking is, maar het blikveld is wel een paar graden verschoven. Nog steeds is het meestal niet mogelijk om louter Liefde te voelen bij de aanblik van de medemens en de wereld om hem heen. Als dat zo was zou hij bewoner zijn van het Vredespaleis en dat is dus niet zo. Hij is een pelgrim en nog onderweg.

Na de lange wandeling door de grot laat hij door de niet langer onzichtbare spleet zijn ogen en gedachten de vrije loop. Soms zijn die twee functies verbonden en soms ook helemaal niet. Een moment waarop dat wel zo is, ziet hij de sterrenhemel waarin ook bekende sterrenbeelden helder afsteken tegen de donkerte van het achterliggende universum. En de gedachte komt op dat deze sterren, in feite zonnen, gigantisch ver buiten ons zonnestelsel liggen. Bovendien zijn ze ooit ontstaan en zullen ze ooit verdwijnen, en wie weet hoe lang al hebben mensen diezelfde sterren gezien.

Ook de voorouders van Jan, zijn eigen ouders en overleden broers en zussen, allen reeds tot stof vergaan, hebben diezelfde sterrenconstellaties gezien. Hoe verschillend is de ‘levensduur’ van planeten en organismen, waaronder de mens als lichaam. Maar het bewustzijn wat in de mens schuilt, zou eeuwig zijn, maar is dat zo? Hoe kunnen we dat weten? We hebben als mens al zoveel onzin als overtuiging gehad, en het verdween. JJ weet het niet, hij weet niets. Het ‘ik ben’ is de enige zekerheid die hij bij zichzelf meent te bespeuren. Ho, wacht eens even, er is er nog eentje, en voorwaar niet onbelangrijk…

Waar hij ook is of waar hij ook gaat,

hetzij bij dag of bij nacht.

Zij… houdt… de… wacht.

De Elfel zij geprezen.

In gedachten aan het vrolijke vissende elfje dat met een enkel ganzenveertje een meeslepende waterstroom  creëert, en wel dusdanig dat zelfs de grote oceaan er zijn voordeel mee wil doen om zijn nivo te verhogen, verhoogt Paulus zijn tred. Moet je je voorstellen, een veertje verandert een oceaan, wat een wonder. Dat wil hij meemaken, daar wil hij bij zijn. Paulus hoopt zich dan op te stellen als een volkomen leeg en ontvankelijk strand, terwijl vanuit de oceaan een tsunami van wijsheid op hem afkomt. En dat, wanneer het water tot rust gekomen is en langzaam terugstroomt vanwaar het kwam, er prachtige vormen van inzicht op het strand achterblijven.

Dat wordt dan weer een pelgrimsdag van welkom en welzijn voor de grot.eske kabouter. Heerlijk om weer te praten over de Werkelijke dingen. Daarbij stuiteren de jantjes en tetjes wel eens even heen en weer, maar zo gaat dat nu eenmaal. Als de energie er langzaamaan uit verdwijnt, komen ze tot stilstand. De enige ‘choice’ is toch steeds weer de keuze voor vrede, is Liefde.

De observer oftewel Jerfaas staat als een huis in de ervaring van JJ en dat de jantjes gezien worden is doorslaggevend voor de weg naar Huis. Ze dienen eerst gezien en dan ‘gepasseerd’ worden.

Het is de ontpersoonlijking, het ‘entwerden’. De Leegte binnengaan, waar Gods woorden geschreven worden, zo zegt Jezus in de Cursus. Gedachten en overtuigingen, met name over mij, het zogenaamde ik, zijn de illusie. Het hoort bij het ‘naar binnen’ kijken, samen met de H.G. Wanneer de pelgrims zich laten leiden door de Hoogste Geestelijke ondersteuning die ooit mogelijk was en is, dan zal zich dat wat nu nog onvoorstelbaar lijkt een ervaring gaan worden. Daartoe zullen de PGB’s, de persoonsgebondenblokkades, opgeruimd moeten worden met behulp van de therapie zoals de Cursus die verschaft. Voor het ego is dat een harde lijn, maar er is maar één lijn die naar de Waarheid zal leiden. Dus laten de pelgrims kijken in hoeverre ze voetje voor voetje in de sporen van hun Leidsman kunnen gaan. Er zal nog veel gestruikeld en gevallen worden, maar ook weer opgekrabbeld. En voor een onbeperkte visie wrijft Paulus zich het stof uit de ogen.

Na de voorstellingen in de donkere grot van de afgelopen tijd mag het licht nu weer aan. Het is als in de ‘Grotta Azzurra’ aan de Italiaanse kust vlakbij het eiland Capri, waar hij ooit was. In een bootje door een smalle donker lijkende opening binnengekomen, blijkt er een hemelsblauw licht uit het water te komen. Dat is in wezen ook zo, het zonlicht van buiten komt via het water naar binnen. Onvoorstelbaar mooi. Het verlangen naar Hemelsblauw doet hem daaraan denken.

Hij sluit zijn wandeling door de grot af met een vers uit het Ho’oponopono lied van Kirtana.

Knowing peace begins with me,

I stand before your mirror.

And bowing to my Self in you,

I invite Love,

I invite Love here

Want dat is de verbondenheid en de Leiding die de pelgrims ontvangen. Al zijn Gods wegen verbazingwekkend, zij laten zich daardoor gidsen.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 174 - Stof uit de ogen wrijven | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Pelgrimskerstlied

Is het een beeldenstroom of een beeldenstorm? Voorstellingsbeelden volgen elkaar op en lopen door elkaar heen. Opnieuw verschijnt voor de grotkabouter het sprookje van twee spirituele zoekers die een Heilige relatie opbouwen, en dat weer binnen het sprookje van een leven als man c.q. vrouw op aarde, enzovoort…enzovoort….

Ieders leven is een rondwandeling over de aarde. Je kunt heel wat kanten op. Maar alleen het vertrekpunt is duidelijk en concreet en niets of niemand leidt je stap voor stap door het leven. Het lijkt of je zelf je weg moet zoeken. Maar het is hoe je het bekijkt. Als je op een bepaalde manier, die van Jerfaas, kijkt dan gaat het eigenlijk vanzelf. Er lijkt wel van alles te gebeuren, maar dat gebeurt eigenlijk zonder jouw inspanning of keuze daarvoor. Als er inspanning van jouw kant lijkt te zijn, dan is het die inspanning die gewoon gebeurt. De enige ´verrichting´ die er lijkt te zijn is de acceptatie oftewel de ´vergeving´ en op basis daarvan gebeuren weer andere onvoorspelbare dingen.

De CIW legt het vaak uit; boven tijd en ruimte is onze denkgeest, zeg maar ziel, die ons als zogenaamd mensje een soort film laat zien waar we van kunnen leren of niet. En alles wat we zien van wat ons lichaam doet of wat de lichamen van anderen doen en zeggen, dus alles wat er lijkt te gebeuren, is die film die onze eigen denkgeest laat zien. Dat gaat door totdat we geen verschillen meer zien, tot we geen enkele kritiek meer hebben op wie of wat dan ook. Als we alleen nog maar Eenheid zien dan is de film niet meer nodig. De wandeling is volbracht, we mogen naar Huis.

Daarna komen gedachten in de vorm van het zich afvragen in hoeverre er een schrede op het pelgrimspad is gezet. Is er een aanwijzing dat zij beiden iets geleerd hebben, of beter gezegd, iets afgeleerd hebben. Zijn de persoonlijkheden afgenomen in betekenis? En is er ook niets wat de pelgrims kan tegenhouden te doen wat pelgrims nu eenmaal doen? Op weg gaan, alles achterlaten, en toch als de verloren zoon Thuiskomen.

Pelgrims bewegen zich voort in een onvoorspelbaar tempo, dat geldt zowel voor hun lichaam als geest. Ze dromen van aankomst en soms van hun vertrek, dat in het verleden lijkt te liggen. Soms vallen ze stil of duiken onderweg een grot of een holletje in, al dan niet gedwongen door obstakels op hun pad of omdat het pad even onbegaanbaar is. Dat lijkt dan zo, want het pad is dan de grot of het holletje. Daarnaast is het ook nog zo dat de pelgrims in vergelijking met vroeger tijden nog al wat binding met de seculiere wereld meetorsen. Wanneer ze in vroeger tijden grote afstanden aflegden in eenzaamheid, vaak onder barre omstandigheden en behalve de natuur slechts hun gedachten als metgezel hadden, dan is het in de huidige tijd wel anders. Ze hebben hun iPhone bij zich, kunnen allerhande informatie oproepen over de te nemen route, de weersverwachting, en kunnen zich met dierbaren die achterbleven onderhouden en verder op talloze manieren ‘afleiding’ zoeken. Het valt niet mee om in deze tijd een pelgrim te zijn.

De pelgrim in de grot voelt ineens dat hij haast heeft, want de tijd die niet bestaat begint te dringen. Zou de eeuwigheid aanstaande zijn? En wil de quasi-tijd zich nog even laten gelden als een van de laatste illusies voor Paulus Jan? Als mens heeft hij na de warme gesprekken van pelgrim tot pelgrim ook het gevoel alsof een koude mantel hem plots omhult. Maar misschien duurt de tijd nog even en haalt hij de Kerst nog en kan hij nog een liedje zingen met haar die hem zijn pad verlicht en hem ook nog vol wijsheid begeleid. In gedachten ziet hij hen samen in de kerstnacht zitten, bij het kampvuur, terwijl zij zingen:

De pelgrimmetjes lagen bij nachte.

Zij lagen bij nacht in het veld.

Zij hielden vast aan de gedachte

dat hun ego bijna was afgepeld.

Daar hoorden zij engelen zingen.

Hun liederen klonken zo waar.

De pelgrims naar Bethlehem gingen,

‘t was on..voor..stel..baar

Door een onzichtbare spleet in de grot, dringt het lied door tot het elfenoor en ze glimlacht bij de voorstelling van de Onvoorstelbare Paulus Jan. Wonderlijk dat juist deze pelgrimsvariant op ‘de herdertjes lagen bij nachte’ hem nu invalt. Er is onlangs bekend gemaakt dat kerstliedjes als ‘Stille Nacht’ en ‘De herdertjes lagen bij nachte’ volgens de R.K. kerk niet langer thuishoren in de mis en daarom niet langer opgenomen zijn in de liedboekjes. Dit besluit is op voorspraak van de Nederlandse bisschoppen genomen, die kennelijk ook niet weten waar ze zich anders mee bezig moeten houden en zich zorgen maken over de kwaliteit van de teksten die meer in het teken van de verering van God moeten staan.

En dan verschijnt nu het door PJ met veel verve gecomponeerde lied over de pelgrims. Hoeveel meer heilig wil je het hebben. Op voorspraak van de Elfel, die weet waar ze zich mee bezighoudt, zal dit lied met stip op één van de top elf binnenkomen. En het zal niet alleen deze Kerst halen en overleven, maar als overlevering te boek staan voor 365 Kerstdagen in het jaar. Het zal thuishoren op de plek waar de pelgrims Thuis horen. Waar de Liefde als een warme mantel om hen heen geslagen is, in Al Eeuwigheid. Amen.

Kerst 003Met fairy lovely greetings van de Elfel die de Kerstweg van de pelgrim siert, brengt zij zichzelf in beeld, waarbij geschreven staat:

En als alle mensen slapen

Dan hou ik bij jou de wacht.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 173 - Pelgrimskerstlied | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Het ‘Love Divine’ lied

Na de ‘treden’ treden de pelgrims opnieuw op in een voorstelling voor de grotkabouter. Te zien is hoe de pelgrims, die besloten hebben om samen ‘de weg’ te gaan, gaandeweg van alles tegenkomen. Landschappen zijn het symbool van omstandigheden, omstandigheden zijn de innerlijke roerselen en daarbij behoren ook de ontberingen. Ook dat woord is wederom een symbool van een gemis!

Zij kunnen bijna niet anders dan communiceren in symbolen totdat zij tot hun bestemming gekomen zijn. Op die bestemming zijn de landschappen… de innerlijke roerselen… verstild! In die Stilte is louter ZIJN. Dan is er EENHEID, woorden en symbolen zijn niet meer van node. Die eenheid van Geest, zoals de CIW dat noemt, is het Koninkrijk, het laatste symbool.

En al deze dingen zijn van deze wereld van dualiteit, al die verschillen, al die meningen die in wezen oordelen zijn en waar deze wereld haar bestaan aan dankt. De af-pelgrims zijn op weg om via dit soort ontberingen, die noodzakelijk zijn, hun bestemming te bereiken. Pas wanneer zij zich volledig herkennen in ‘ik ben’ zijn er geen verschillen meer. En kan niemand meer een gemis voelen, ook al lijken die heel echt, maar de CIW benoemt ze toch als projecties. Iets om te vergeven.

I’m sorry

Please forgive me

Thank you

I love you

(Ho’oponopono Prayer)

En de ene ‘ik ben’ herkent de ander; alle meningen, verschillen en projecties vallen weg. ALLES wat er LIJKT te gebeuren is een deel van het pad van af-pelgrims. Ze pellen hun persoontje af en gaan verder en verder, het pad af. Tot er één pelgrim aankomt, en die zegt:  IK BEN.

Zo schrijden de Oceandreamers, met Hem die onze broederhand grijpt, vol wonderbereidheid  verlangend voort naar de WonderbovenWonder kust waar God hen wacht, zoals gezongen wordt in het aloude gezang 116 oftewel lied 459, waarboven geschreven staat Love Divine.

 Door de nacht van strijd en zorgen

schrijdt de stoet der pelgrims voort,

vol verlangen naar de morgen

waar de hemel hen verhoort.

 ≈

Lied’ren zingend vol vertrouwen

tot in het voltooide licht

broeder broeder zal aanschouwen

staande voor Gods aangezicht.

≈ 

Door de nacht leidt ons ten leven

licht dat weerlicht overal,

dat ons blinkend zal omgeven,

als ons God ontvangen zal.

≈ 

In ons hart is dit de luister,

dit de liefde die ons leidt

op de kruistocht door het duister

naar de lichte eeuwigheid.

≈ 

Met een lied uit duizend monden

gaan wij zingend door de nacht,

door een Geest tesaam verbonden,

naar de kust waar God ons wacht.

≈ 

Een van hart en een van zinnen,

een in onze aardse strijd,

in ons hemels overwinnen,

een in tijd en eeuwigheid.

≈ 

Zo gaan wij hier met elkander

door de nacht op weg naar huis,

pelgrims die uit alle landen

samenkomen om het kruis.

Gods wil geschiede, en tot die tijd…waar de ene pelgrim ook denkt te zijn, in de grot, of waar dan ook, weet dat de medepelgrim stilzwijgend met hem is, hand in hand, van hart tot hart, als één ziel. En of hij het geloven kan of niet, maar weet…Jezus gaat ons voor als een lichtend spoor. En met de woorden van het pelgrimslied: Peace ever with you, until we meet again wordt JJ een goede nacht toegewenst. Het elfje legt een deken van Liefde over Paulus heen en houdt de wacht.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 172 - Het 'Love Divine' lied | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Alle treden van de trap

Veluwe augustus 2013 004Het donker van de grot maakt dat dag en nacht geen rol meer spelen en in elkaar opgaan. De grotkabouter weet niet of hij nu een nachtwake of een dagwake houdt, maar al mijmerend over het uitstapje van de andere pelgrim, waarin voor haar geestesoog een grot en steile trappen verschenen, bezint hij zich met voortschrijdend pelgrimsinzicht op ‘alle treden van de trap zijn onmisbaar’. Een aflevering van het ‘sprookje’ van de pelgrims welt in hem op.

Daar gaan zij, de twee pelgrims, langs het soms smalle pad omhoog. Waar het moeilijk begaanbaar is, gaan zij hand in hand. Soms overleggen zij hoe verder te gaan en staan zij even oog in oog, om dan weer verder te gaan, schouder aan schouder of arm in arm. Af en toe komt er weer een versmalling in het pad en gaan zij even niet zij aan zij. Of het pad is stoffig, hun zicht wordt wat belemmerd, en gaan zij voetje voor voetje. Maar altijd gaan zij verder, stap voor stap, dat is het pad van iedere pelgrim altijd al geweest.

Velen gingen die twee voor, zij kwamen van overal, uit alle tijden en van alle plaatsen. Zij aanbaden vele Goden en volgden Jezus, Boeddha en Mohammed. En dat gebeurde in kerken, tempels en moskeeën. Gaandeweg leerden zij dat het pad eigenlijk in zichzelf gegaan wordt, wat zij buiten zich zien is binnen in hen. Door de tijd heen zijn ook velen uit lees- en studiegroepen van de Cursus gekomen. Sommigen waren daar een zogenaamde leraar of juist niet, maar ze steunden elkaar om de woorden van Jezus te verstaan. En gezien hun geringe bewustzijn was het ego er altijd wel bij.

Die woorden van Jezus in de Cursus zijn niet altijd te begrijpen, en soms heel moeilijk, wanneer de diepste kern van hun toestand wordt uitgelegd. Over de onbewuste schuld, heel diep verborgen, maar de Werkelijke oorzaak van het ‘menszijn’ en van het hele universum. Deze schuld die dus deze hele wereld met al die ‘anderen’, al die narigheid en al die verschillen, ook tussen de pelgrims onderling, veroorzaakt, zal verdwijnen wanneer die gelegd wordt op het Altaar van vergeving, door Jezus himself geplaatst aan het einde van het pad. Iedere mening over een broeder is zelfbespiegeling, ze worden gezien en worden vergeven. Bij het Altaar zijn de meningen uitverkocht, het oordeel-magazijn is leeg en ze worden niet meer aangevoerd.

Zo gaan de twee pelgrims verder en verder, hun blik gericht naar omhoog, waar louter Liefde en Vrede heerst. Waar de Ene Werkelijkheid is. Soms blikken ze even achterom, naar het dal van illusie vanwaar zij kwamen. Daar waar broeders zijn in kerken en cursusgroepen, net als zij destijds. Ook zij worden gedreven door iets in henzelf om de eerste stappen te zetten en in des pelgrims voetsporen te treden, gelijk zij op hun beurt weer deden in die van anderen. Allen op weg naar de Poort in Zichzelf. Er is maar één pelgrim en er is maar één weg. Er is alleen Liefde, er is niemand anders en al het andere is illusie.

Wanneer dromen voorbij zijn, de tijd de deur gesloten heeft achter alle dingen die voorbijgaan en wonderen doelloos zijn geworden, zal de heilige Zoon van God geen reizen meer maken. Er zal geen wens meer bestaan om liever illusie dan de waarheid te zijn. En hierheen gaan we voort, wanneer we vorderen langs de weg die de waarheid ons wijst. Dit is onze laatste reis die wij voor iedereen maken. We mogen de weg niet kwijtraken. Want zoals de waarheid ons voorgaat, zo gaat ze onze broeders die ons volgen voor.(W.d1.155.11:1-6)

Ter bezinning dansen nog meer blauwe letters als een teken aan de wand voor de ogen van hij, alias Paulus Jan, die tijdelijk in de grot verkeert.

God is in alles wat ik zie.

Achter elk beeld dat ik heb gevormd, blijft de waarheid onveranderd. Achter elke sluier die ik neergelaten heb over het gelaat van de liefde, blijft het licht daarvan ongetemperd. Achter al mijn waanzinnige wensen ligt mijn wil, verenigd met de Wil van mijn Vader. God is nog altijd en voorgoed overal en in alles. En wij die deel zijn van Hem, zullen uiteindelijk voorbijzien aan alle verschijningsvormen en de waarheid herkennen achter elk.(W.d1.h1.56.4:1-6) 

Inderdaad zijn het geweldige teksten in de CIW waarmee de pelgrims zich dagelijks voeden. Enerzijds symbolisch en dus sprookjesachtig, anderzijds zijn ze wonder.baarlijk want ze keren de zogenaamde werkelijkheid om naar illusie en omgekeerd. Ze plaatsen bij iedere pelgrim een bril op de neus, en niet zomaar een bril met dubbelfocus of varilux of wat dan ook. Nee, dit is een bril met lenzen die zichzelf steeds bijstellen, een soort zoomlenzen die reageren op Liefde en Vrede, de pelgrims-hartstochten waar zij naar hunkeren, hongeren en haasten. Bovendien zijn die lenzen zowel naar buiten als naar binnen gericht, ze zien buiten wat ze binnen zien en omgekeerd. Dat is het Wonder.

Het is alsof het advies van de Keuzemaker (154-Het Vredespaleis) binnenkomt om alleen te blijven kijken naar wat gebeurt en wel met een bril van Liefde. Dat lijkt het enige wat zogenaamd ‘te doen’ is, wel of niet kiezen voor Liefde.

Voor het geestesoog van Paulus Jan verschijnen aan de wand van de grot de omgekeerde bloembakken die de andere pelgrim ooit te zien kreeg.(117-Op-z’n-kop waarneming)

Een beeld om je bewust te maken dat het slechts projectie is en dat daarin de keus ligt. Door te zien dat het om projectie gaat, word je bewust gemaakt van de keus die je hebt. Zoals eerder genoemd: kijk ik vanuit liefde of kijk ik vanuit angst? Deze omslag in waarnemeing kan in een flits gebeuren.

Ook al is het donker in de grot, de duistere schaduwzijde van het bestaan tekent zich scherp af op de grotwanden, in de vorm van projecties en beeldvorming van het aardse materiële leven. Ze trekken zijn aandacht, maar hij realiseert zich dat zij niet de absolute werkelijkheid zijn. Hij waakt ervoor de vergissing te begaan om zich daarmee te identificeren. Hij gaat eraan voorbij. Voorwaarts en lichtwaarts. Zichzelf openstellend voor een wijsheid die groter is dan hemzelf.

Omdat de CIW ook een pelgrimsweg is, leidt de Cursus naar het Licht, de verlichting waar ieder-EEN naar snakt. De lessen fungeren daarbij als wegwijzers. Het laatste deel van het werkboek gaat over het naderen van de einde van het pad, het ontmoeten van het Licht en het verdwijnen daarin.

Voor de ene pelgrim is het een mirakel dat de andere pelgrim in de bijna af-gelopen tijd de schoonheid en diepe betekenis van de Routeplanner uit Nazareth zo heeft leren verstaan en waarderen. Hij prijst zich zeer gelukkig met deze metgezel die zowel Elf als Engel voor hem is en die hij ooit de titel ‘Elfel’ heeft gegeven.

Zeker zullen zij elkaar in dit leven zonder woorden leren verstaan, want de woorden zijn slechts hulpmiddelen voor onbewusten die de Stilte nog niet horen. Want de Stilte zal steeds meer gaan spreken. Nu nog in elfentaal, dan in elfeltaal, maar daarna in onuitgesproken engelentaal. De taal van Eenheid, de taal die zich nooit tot een ander richt, maar altijd tot zichZelf. Het is een Wonder boven Wonder, in het sprookjesbos zegt men: ‘Beregoed’.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 171 - Alle treden van de trap | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Tekenen aan de wand

De postduif vliegt onvermoeid heen en weer. Ditmaal met een gerust bericht dat bij Paulus de rust in de ‘bovenkamer’ is weergekeerd en dat hij zonder draaiend hoofd zijn draai weer heeft gevonden. Als Paulus nog even een schrede achterwaarts doet naar de boodschap vol wijsheid die hij kreeg, waarin als een boemerang zijn eigen woorden weerkaatsten, dan kan gezegd worden:

Het is inderdaad een leerzame les en er kwamen ook inderdaad tijdens de piek des onbehagens bepaalde gedachten voorbij die als het ware vroegen: En hoe staat de identificatie met het lichaam er nu bij? En let eens op wat voor gedachten er verder nog komen? Laat het kaboutertje zichzelf hier antwoord geven: Het ging redelijk, maar er is nog geen goddelijke gelijkmoedigheid. Het leerproces is nog gaande, maar Jerfaas is er altijd bij, en de jantjes lijken inderdaad kleiner te worden en weer terug te vallen in de rol van de kinderjaren.

Voor de rest taal nog teken van de ene pelgrim. Heeft hij tijdens de pelgrimsreis de pauzeknop ingedrukt? Zit hij nog steeds in zijn bovenkamer? Wat tekent zich nog meer af in het genoemde leerproces? Het elfje wacht voor onbepaalde tijd aan de oever van de vriend-elijke beek of er iets langsdrijft of overdrijft. Na enige tijd krijgt ze gezelschap van degene die door Paulus wel Kees Koer.ierDuif genoemd wordt en wordt haar een inkijkje overgebriefd.

Ik heb zojuist nog met mijn snaveltje op het raam van het bovenkamertje in de paddenstoel getikt om te vragen of er een berichtje weg te brengen is, maar Paulus en zijn alter-ego JJ reageren niet. Daarom breng ik zelf maar even een briefje, lief Elfje.

Die Paulus zit bijna alleen maar in zijn bovenkamer en wat hij precies doet, kan ik niet zien. Terwijl ik voor het raam zat, zag ik dat de gordijnen gesloten waren, maar door een plotselinge lichtstraal kon ik door een kier naar binnen kijken en zag ik hem. Hij stond bij de muur waar een groot stuk papier hing waarop hij dingen tekende. Je zou kunnen zeggen… ‘tekenen aan de wand’.

Ik zag een voorstelling van een deel van het pelgrimspad. Het liep langs een bergwand en een deel van het smalle pad was weggezakt zodat hij daar niet verder kon. Er was nog een mogelijkheid om verder te komen en dat was ook de Enige mogelijkheid. Ietsje voor de plek waar het pad verdwenen was, bevindt zich een grot met een kleine opening. Dat is de toegang tot een heel stelsel van grotten die een soort tunnel vormen. De uitgang is een stuk verder op het pelgrimspad, daar waar het weer begaanbaar is en ook nog eens heel gemakkelijk te gaan is, want er zijn vrijwel geen obstakels meer.

Als ik het nu goed gezien heb, Elfje, dan is hij de grot binnengegaan. Het is daar heel erg stil en er is niemand anders, er is er maar één. Ook dient hij diep te buigen, zich heel klein te maken, anders blijft hij steken. Hij hoort niemand anders, alleen zijn eigen voetstappen en zijn eigen ademhaling, alleen zichzelf. Alleen zijn gedachten vergezellen hem, ze zijn nu duidelijker te zien omdat er verder niets te zien is. De ogen zien niets in het duister, niets om goed te keuren en niets om af te keuren, voor de oren geldt hetzelfde. Hij is alleen met zichzelf. Hij is, en verder is er alleen stilte.

De rotswanden zwijgen, hoewel ze soms een echo geven van de voetstappen van de ene pelgrim. Dat geeft de illusie van een andere plaats en tijd waar iemand loopt. Maar er is geen ander. Het klinkt vervormd, het is niet echt. Maar hij weet dat de tunnel een einde heeft, dat ergens het licht zich zal manifesteren.

Het lijkt erop dat hij nog wel even bezig is daar in de stilte, vermoedelijk moet hij zich de stilte zo eigen maken dat hij die ook blijft horen wanneer hij het pad buiten weer betreedt. Opdat hij niet alleen deze grot, maar ook die van Plato, voorgoed mag verlaten.

Ja, als ik het goed gehoord heb, meende ik hem te horen mompelen over de grot van Plato. Dat is een bekende metafoor. Plato beschrijft mensen die in een grot zitten. Ze zitten vastgeketend op hun plek en kunnen alleen maar kijken naar de achterwand van de grot, waar ze schimmen zien bewegen. Ze zijn van mening dat die schimmen de echte wereld zijn. Maar één persoon ontdekt dat de schimmen op de wand ontstaan doordat er licht schijnt op figuren die vóór de opening van de grot in de zon langslopen en zo hun schaduwen werpen. Deze persoon wijst dat daarbuiten de echte wereld is. Maar niemend wil hem geloven. Iedereen blijft kijken naar wat hij al jaren gewend is. Deze metafoor beschrijft de menselijke situatie: we dromen en weigeren te ontwaken. Dit leven is een droom, een afschaduwing van het echte leven.

Hij hoopt dus de grot van Plato te verlaten. En dat hij honderd procent verantwoordelijkheid kan nemen voor alles wat in de gewone wereld lijkt te gebeuren. Zodat alles, maar dan ook alles wat hem ook maar in het minst beroert, door de uitlatingen, toestand of wat voor hoedanigheid dan ook en van wie dan ook, louter en alleen in hemzelf zijn oorsprong vindt.

Daarom loopt hij nu in het duister, om eerst alleen met zichzelf die vrede te voelen, en als dat gelukt is kan hij weer geleidelijk aan prikkels toe gaan laten uit de zogenaamde wereld, die louter zijn eigen droom is. En dat iedere vorm van reactie gelijk staat met najagen van wind.

Wel beste Elf, dat is wat ik meende te zien daar vlak onder de witte stippen.

De lading die het postduifje met zich meevoert, wordt met grote dankbaarheid in ontvangst genomen. Het elfje met de ganzenveer veert ervan op en op haar gezichtje verschijnt een vrolijke glimlach. Zoals een CIW les zegt:

Vandaag zullen we onze vereniging met elkaar en onze Bron aanvaarden, 

zo wordt er gehoopt dat de pelgrims zich ook weer verenigen in een ontmoeting. Zolang de ene pelgrim zich naar binnen keert, houdt het elfje de wacht.

Tuin 007

 wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 170 - Tekenen aan de wand | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Pelgrimsvirus


Natuur 050
De eerste groen gelukkige tekenen van nieuw leven zijn zichtbaar. Maar van Paulus geen teken van leven. De wijze raad van Paulus aan het elfje om het hoofdje ter ruste te leggen, kon hij zelf niet in praktijk brengen. Niet alleen bleek de avond in duizelingwekkende vaart voorbij te zijn gegaan, maar Paulus is ook enigszins duizelig achtergebleven. Hij had een rommelend buikje bij thuiskomst en werd even daarna enorm duizelig, waarna het gevoel ontstond dat er een centrifuge in zijn maag zat. Onderwijl rilde hij als een juffershondje, dus dat was niet goed, zo concludeerde hij. Het zal het ´pelgrimsvirus´ wel zijn. Snel naar bed, zo besloot hij, maar zo ver kwam hij niet, want de maag werd letterlijk omgekeerd. Alles kwam eruit.

Dit heeft hij nog nooit meegemaakt. Sinds de kinderjaren heeft hij nooit meer overgegeven en misselijkheid kent hij al helemaal niet. Het was absurd, waar dat nu van komt? Ah, dacht hij… het ego vraagt aandacht, dat is het. Maar de Cursustekst ´ik ben niet mijn lichaam, ik ben vrij´, danste JJ blauw voor de ogen. En ´ik ben een Waterman en ga onder een hete douche´. Dus moeizaam heeft het lichaam zich nadien in bed laten vallen. En ook vandaag zoekt JJ als een slappe vaatdoek de lakens weer op. Hij gaat eerst mediteren, en dat zal wel overgaan in een soort slaap.

Aldus het weinig veerkrachtige nieuws dat het elfje via de gevederde boodschapper bereikt.

Paulus heeft vrijwel de gehele dag doorgebracht in zijn bovenkamer onder de stippen. Deels slapende en deels in zijn meest geliefde waaktoestand, dat is de meditatieve toestand waarbij het lichaam niet of nauwelijks waarneembaar is en waar Jerfaas de hoofdrol speelt.

Dierbare Elf, uw veertje is me bij nacht en bij dag bijgebleven. Regelmatig even concentreren op ´de veer´ was gewenst en daarnaast nog effectief ook. Het feit dat het elfje de veer gezien heeft zal uiteraard symbolisch zijn, en daar heeft het elfje al een serie mogelijke interpretaties van gegeven. Maar misschien is het ook een aanwijzing dat zij wel een pluim, plume is veer, verdiend heeft vanwege de stappen die zij nu op het pelgrimspad zet. 

JJ ziet de buikklachten wel weer als een test, want de grootste verleiding die het ego in zijn repertoire heeft is om ons, Gods zoon, te laten denken dat we een lichaam zijn en dat er met dat lichaam iets te bereiken is of andersom, dat het helemaal fout kan gaan. Maar daar trappen wij niet in, wij doorzien deze list en gaan verder op ons pad, met of zonder buikpijn. Toch komen als vanzelf gedachten op hoe heerlijk het zal zijn om zonder lichaam te vertoeven in het Koninkrijk en dan liefst voor altijd.

Na dit beekse spraakwater gaat JJ zijn slaapplaats weer opzoeken. Ditmaal eerst de veer op het nachtkastje leggen, dan wat moois lezen, en vervolgens het lichaam tot volledige rust brengen en even spelen met de gedachte dat deze wereld met al zijn fratsen nu verlaten gaat worden. Het LICHT visualiseren en dan het sublieme gevoel er als het ware naar toe gezogen worden.

Ondertussen staat het trouwe duifje al weer met zijn pootjes te trappelen, of beter gezegd met de vleugels te klapperen om via de lichtboogroute dit boodschapje elfwaarts te brengen. Mogelijk vliegt het duifje dat dit bericht brengt een beetje lager dan anders, maar dat is vanwege de lading bloemen die met dit bericht meegevoerd worden. Want hoewel alle treden van de trap onmisbaar zijn; JJ wenst TV veel bloemen op de Stairway to Heaven.

Stairway To HeavenNa deze bloemrijke bezorging keert het duifje met een onbezorgd en onverbloemd bericht terug.

Goedemorgen, hopelijk uitgeslapen bloemenman. Hoe de persoonlijke illusoire toestand ook mag zijn, hoofd-zakelijk gezien misschien nog niet in orde, maar er is vanmorgen een bericht waargenomen dat mogelijk weer een andere draai aan de toestand zal geven. Op de voorpagina van de krant stond: Vredesduiven willen hun vleugels weer uitslaan. Mogelijk draagt de positieve inhoud van deze weinige woorden die het duifje nu brengt bij tot één-ig welzijn van Paulus.

Zo te lezen raakt Paulus weer aardig boven Jan en wellicht is het zuiveringsproces door het beekje weer tot rust gekomen. Het loslaten werd wel heel aanschouwelijk gemaakt. Ik hoorde het je onlangs nog zeggen, JJ: Ja, overgave is belangrijk voor mij. Nou, kijk eens aan, het lichaam helpt daar gelijk een handje bij. Zowel letterlijk door over te geven, en figuurlijk doordat je je dient over te geven, ongeacht hoe het is, aan dat wat is. En het forse pelgrimstempo wordt een halt toegeroepen.

Het proces dat op zo’n moment plaatsvindt, is gewoon inherent aan de weg die je gaat. Het lichaam voldoet aan de behoefte die jij hebt om meer en meer bewust te zijn wie jij bent. Zoals gezegd, via ervaring beseffen en inzien dat deze wereld een illusie is, inclusief de persoon die men denkt te zijn, kan soms gaan via de ervaring een slappe vaatdoek te zijn.

Het feit dat je sinds je kinderjaren niet meer gespuugd hebt, komt natuurlijk door wat je laatst ook nog zei: ‘Word als een kind’. Bovendien had je dit gebeuren al in een eerder stadium aangekondigd: ‘Ontpersoonlijken gaat niet vanzelf en ongemerkt. Tetty, je gebruikt het woord ‘kost’ en dat is wat de hele Reis eigenlijk ook is. Alles wat we tegenkomen met behulp van het oranje en blauwe boek is geen babyvoeding meer, het is vast voedsel. Stevige kost en voor de persoon is het zeer zware kost, die er vroeg of laat van zal moeten overgeven, en letterlijk zichzelf overgeven aan het Licht wat vanuit het Vredespaleis op alle deelpersoontjes gaat schijnen. Voorwaar enerzijds een heftige zaak, anderzijds het mooiste wat er kan gebeuren. Alle belemmeringen voor de Totale Vrede, TV, zullen worden weggenomen. In alles wordt een prachtig vooruitzicht beschreven. De Werkelijke Wereld. Het Santiago de Compostella in de Geest. Hosanna in den Hooge. Geweldig Hemelsblauw.’ (159-Kost-gangers)

En kijk eens…aan de oever van de beek bloemt het ook al…

Warnsborn 2013 049Nu er op deze pelgrimsdag tot nu toe geen postduifje is aan komen vliegen, zou dat er mogelijk op kunnen duiden dat Paulus nog hoog in de paddenstoel in zijn bedje ligt. En ook al zijn er nu door de bewolking geen witte stippen zichtbaar, ze zijn er wel. Evenzo is het Zelf er, ook al zou dat wat versluierd kunnen voelen door enkele pijnwolkjes. Het elfje hoopt dat die wolkjes ook weer snel voorbijdrijven. Maar wat je ook voelt en hoe je je ook voelt; er is maar één ding: alles gaat voorbij. OOK DIT GAAT VOORBIJ.

Met deze boodschap wordt er nog een duif op losgelaten. Het elfje weet niet of 1paulus dit nog leest voor de nacht, misschien is het morgen pas of daarna, of wanneer dan ook, Het maakt niet uit. Wat geschreven staat, geldt voor iedere dag en nacht.

Het elfje houdt met Liefde de wacht bij de paddenstoel aan de oever van het beekje.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 169 - Pelgrimsvirus | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Een veerkrachtige aanmoediging

De gebeurtenissen volgen elkaar in rap pelgrimstempo op. Alhoewel het er op deze stille sprookjesbosavond niet op lijkt dat er nog iets in beweging zal komen. Geen windvlaag is waarneembaar, geen elfenvleugelslag wordt gehoord, geen beekse rimpeling is zichtbaar. JJ staart naar een scherm, maar het TV beeld waar hij tijdens deze pelgrimsreis zo vertrouwd mee is geraakt, verschijnt niet. In plaats daarvan kijkt hij naar een uitzending van Janosh, waar het TV programma hem op heeft geattendeerd.

Janosh is digitaal kunstenaar en zijn werk is gebaseerd op Heilige Geometrie, een soort codetaal die het onderbewustzijn begrijpt. Zijn prachtige hologrammen vormen sleutels tot een hoger bewustzijn. Tijdens een live webcast van hem laat je je meevoeren door de beelden en de speciaal gecomponeerde muziek en kun je geraakt worden tot in je ziel.

JJ is benieuwd of het hem kan bekoren en zodoende duikt nu in het sprookjesverhaal van Paulus Janosh op met de code ‘Overgang’. En wat op het scherm verschijnt is zo indrukwekkend dat na afloop de gedaante van Paulus spoorslags zijn voeten richting elfwaarts beweegt. De overgang van de oceanieke ‘Overgang’ naar de elfachtige Secret Garden is slechts een gedachteflits.

Geliefde Elf, JJ keek TV zou je kunnen zeggen. Ik heb uw gestalte mogen waarnemen, en wel op het moment dat de oceaan aanstalten maakte u op te nemen. Het geluid en de beelden hebben mij zeer bekoord. De woorden die Janosh sprak hebben me minder geraakt, de gedachte kwam dat het nogal vaag was en op toekomst en persoonlijkheid gericht. Dat wil niet zeggen dat het geen waardevolle bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de mensheid als zodanig. Alle treden van een ladder zijn onmisbaar. Ze leiden allen naar boven, Al met al toch een indrukwekkende webcast. En hoe heeft mijn mede Oceandreamer het ervaren?

Ik heb een heel merkwaardig uitstapje beleefd tijdens de live webcast! En jouw woorden: ‘Ik heb uw gestalte mogen waarnemen, en wel op het moment dat de oceaan aanstalten maakte u op te nemen‘ en ‘Alle treden van een ladder zijn onmisbaar, ze leiden allen naar boven’ heb ik wel heel aanschouwelijk gemaakt. Dit is wat er gebeurde toen ik mijn ogen sloot en luisterde naar de tonen gedurende de activatie van het hologram dat werkt op je onderbewustzijn.

Van het ene op het andere moment bevind ik mij in een grote donkere grot. Ik kijk verward om mij heen en voel een enorme drang om eruit te raken. Ik begin door het donker te rennen en te rennen, door langgerekte gangenstelsels.

Ineens komt er meer ruimte en zijn er, uitgehouwen in de rotsen, steile trappen omhoog, die ik in vliegende vaart op ren. Abrupt eindigt het in een grot waar het lichter is en ik sta stil middenin die grot. Doordat het hier lichter is, kan ik om mij heen de grote ronde ruimte zien. Van boven schijnt door een smalle kier een lichtstraal naar het midden van de grot, vlak naast mij op de grond.

Ik kijk omhoog en er dwarrelt een witte veer naar beneden, die voor mijn voeten valt. Ik pak de veer in mijn hand. Op dat moment hoor ik boven mij een geluid van brokkelende stenen. Ik kijk omhoog en zie dat er hoog in de grot een opening komt, zonder dat er ook maar één steen naar beneden valt.

Door die opening zie ik een stukje lichte lucht van waaruit ongelooflijk veel gekleurde bloemen door de opening naar beneden vallen, tot het punt waarop de eerste bloemen de grond in de grot raken. Vanaf dat moment vormen de vallende bloemen een langgerekt pad omhoog door de opening naar buiten. Ik zet mijn voeten op het pad en loop omhoog.

Op het moment dat ik door de opening ga, hoor ik vele stemmen en ik bevind mij in een grote ontvangsthal die zacht verlicht is. Met een enorme kracht begint de hal rond te wervelen waardoor ik opgenomen word in die beweging. Totdat ik met een vloeiend gebaar neergelegd wordt op een zachte golf water die mij wiegt. En om mij heen is niets meer.

Dat is inderdaad wel een opmerkelijk TV gebeuren wat zich aandiende.

Ja, het ging het allemaal zo snel, dat er als het ware geen tijd was om na te denken. In het begin was er nog enige verwarring en een drang om eruit te raken, alhoewel er als zodanig geen angst voelbaar was. Het meest opmerkelijke was wel dat het zich volkomen neutraal in en aan mij voltrok. Geen emotie, geen gevoel, geen gedachte. Het gebeurde en het werd waargenomen. Er was slechts ervaren. Terwijl er tegelijkertijd ervaren werd dat er een verschuiving plaatsvond.

Dit hele gebeuren tijdens de code Overgang laat natuurlijk in alle opzichten een overgang zien. Een overgang van het donker naar het licht, van aardediep naar hemelhoog. Achteraf heb ik nog even gelezen wat er m.b.t. de code vermeld staat:

Wanneer we kiezen voor verandering, kan het moeilijk zijn om het nieuwe tegemoet te treden. Aan de ene kant is het heel spannend om vooruit te kijken, maar tegelijkertijd weet je niet altijd waar je aan begint. Je hebt een moedige beslissing genomen en hoewel je er volledig achter staat, kan de overgangsfase beangstigend zijn omdat je nog niet ziet waar het je naartoe zal leiden. Krabbel niet terug, want jouw ziel heeft aangegeven klaar te zijn voor de volgende stap. Geef daar gehoor aan zonder te ver vooruit te willen kijken. De frequentie van Overgang zendt vertrouwen uit en bereidt je voor op nieuwe tijden.

Woorden van deze strekking zijn ook al eens de revue gepasseerd m.b.t. het pelgrimspad. Hoe dan ook, de ervaring laat zien dat wat er ook gebeurt en hoe het ook gebeurt, er is hulp. Maar dat weten de pelgrims natuurlijk ook wel.

Het meest bijzondere achteraf vind ik wel de witte veer. Ik moest meteen denken aan het indiaanse leven waar ik ooit tijdens een spontane regressie iets van heb ervaren, en waarin ik stervende was. Ik vroeg mij af waar een veer, en in het bijzonder een witte veer, symbool voor staat.

De symbolische betekenis van veren is: waarheid, wijsheid, lichtheid, snelheid, vlucht, verhoogd bewustzijn, luchthartigheid, verlichting, gebed, goddelijkheid, vooruitgang. Het blijkt dat bij de Native Americans veren werden gebruikt om te kunnen communiceren met de Heilige Geest en om het symbool van hemelse wijsheid uit te drukken. Witte veren in het bijzonder staan voor zuiverheid en kunnen duiden op onschuld of een nieuwe start in spirituele zin. Als je veren vindt op je pad, dan zou je kunnen zeggen dat je op een hoger spiritueel pad bent beland, en het kan een teken van aanmoediging zijn om filosofisch te gaan of te blijven reizen op dit pad.

Al met al is het niet niks wat er allemaal in zo’n ogenschijnlijk simpel veertje naar je toe kan komen. En zonder nu ergens waarde aan te willen hechten, maar als de pelgrim dan de kaart voor zich ziet van het elfje dat als zandloper bij de oceaan is gekomen en elf witte veren op haar pad heeft liggen…..(162-Licht en schaduw)

Nou, JJ, dat was het en dat is het. Verder weet ik het nu ook even niet. Ik ga mij straks maar lekker in mijn bed neerleggen en zal vanzelf wel in slaap gewiegd worden.

Leg het hoofdje maar ter ruste elf, het gaat vanZelf.

Welterusten brother, slaap lekker, en morgen veerkrachtig weer op.

En terwijl Paulus zijn voeten hem paddenstoelwaarts doen keren, blaast het elfje hemelsblauw, zo licht als een veertje, een wit veertje het beekje in.

DSC_1665

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 168 - Een veerkrachtige aanmoediging | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De etiketten

Spreken is zilver, zwijgen is goud. Met dat laatste eindigde de voorgaande pelgrimsdag, met het eerste begint deze spraakzame dag nu de opgaande zon een zilveren weg trekt over het water.

DSC_5579Goedemorgen Droomfiguur, what a beautiful day!

Goedemorgen Jan Jerfaas, metgezel bij dag en nacht, zo is mij vannacht gebleken. Terwijl Tetty in alle rust en stilte dromerig neergevlijd lag, kreeg zij een op’zien’barende openbaring.

‘De etiketten’

Vannacht ben ik toeschouwer geweest van een reeks chaotische en waanzinnige gebeurtenissen. Het was een aaneenschakeling van fragmenten die in het waakbewustzijn volkomen onlogisch zouden lijken, maar in de droom een logische aaneenschakeling vormden. Juist daarom lieten deze ‘aardse’ gebeurtenissen zien dat de chaos en waanzin juist zit in de droom waarin wij denken te leven, waarin alles volkomen logisch lijkt te zijn. Uiteindelijk liep alles uit op de finale waar iedereen voor uitgelopen was.

Een grote mensenmenigte heeft zich verzameld op het plein midden in de stad. Men heeft zich geschaard om een open ruimte waar twee mensen staan en aller ogen zijn op deze twee personen gericht. Het zijn Jan Jerfaas en Tetty. Zij zijn met een boodschap gekomen. Zij laten de mensen zien hoe alles in elkaar zit.

Op hun borst zijn grote en kleine etiketten geplakt. Van doorzichtig cellofaan, sommige met een lichtgrijze tint. Op ieder etiket zijn woorden geschreven. Het zijn zelfklevende etiketten. Sommige etiketten beginnen al los te raken en krullen om. Het zal niet lang meer duren of ze zullen eraf vallen.

Jan Jerfaas en Tetty laten de mensen zien dat wij onszelf allerlei etiketten opgeplakt hebben. Etiketten waarmee we onszelf van alles toedichten, wat slechts betrekking heeft op de persoon. Maar dat is niet wie wij zijn. Het feit dat die etiketten doorzichtig zijn geeft aan dat het een illusie is die doorzien kan worden en dat onze ware aard daar doorheen kan schijnen. En hoe krachtiger ons ware Zelf daar doorheen schijnt, hoe minder zelf-klevend de etiketten zullen worden. Ze zullen uiteindelijk geen houdbaarheid hebben en loslaten.

De etiketten zitten op onze borst geplakt, omdat dat de plek is waar ons hart zich bevindt. Hoeveel er ook aan je kleeft en waar je ook aan vastgekleefd zit, we hebben een hart vol liefde. En door de kracht en de warmte van de Liefde van ons Ware Zelf zullen de etiketten van-Zelf loslaten.

Tot zover deze JJ en TV voorstelling. Wij hebben de mensen wat te laten zien, JJ. En als wij dat laten zien, kan het voor iedereen een beautiful day worden.

Nou, Tetty, dat is weer een prachtige en ‘sprekende’ droom, hoewel JJ niet graag een hoofdrol speelt, want hij vindt zelf ook dat er nog veel etiketten erg vast zitten. Dat zijn de labels, de jantjes, die vergroeid lijken te zijn, maar ze worden meer en meer gezien en doorzien. Er is dus hoop.

Er is Hoop, Geloof en Boven-Al Liefde. En voor het spelen van de hoofdrol hoeft JJ echt niet vol-ledig perfect te zijn. Jerfaas is al perfect en er zitten misschien wel minder etiketten vast dan JJ vindt en denkt. En voor Het Pad van de Pelgrims speel je al de hoofdrol en dat is niet alleen geweldig, dat doe je ook geweldig. Wees er blij mee en geniet. Geef geen oordeel over jezelf, dat doet God ook niet. Ga niet uit van Jan maar ga uit van Jerfaas.

In dit alles ben jij JJ, naast TV, de Boven-ste-Beste Hoofdrolspeler. En als de ene hoofdrolspeler even wat minder perfect optreedt, vult de ander dat aan. Zo gaat het Vice Versa met de H.G. All-Ways. Ik weet niet of jij dit ook allemaal zo voelt? Maar als jij diep in je hart voelt dat het zo is, voel het dan. Nogmaals, ga uit van Jerfaas. Want de hoofdrolspelers zijn uiteindelijk de hartspelers…

2015-08-17 13.56.02

IMG_0030

…die in het hart van God samenkomen en Zijn…

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 167 - De etiketten | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De Slang

Zoals iedere pelgrimsdag put JJ uit het blauwe boek en deze keer brengt het de pelgrims ook daadwerkelijk bij de put. In plaats van een blik in de put te werpen, werpt hij een twijfelachtige blik op het pelgrimsschap. Wat denken de pelgrims wel te bereiken? Realiseren zij zich dat ze een barre tocht tegemoet gaan waarin van alles kan gebeuren, wat zij wellicht totaal niet voorzien hadden. Dat een terugkeer niet mogelijk is en dat zij dus pelgrommend door moeten zetten. Ook dat prille begin, de besluitvorming samen te vertrekken, hebben de pelgrims voldoende gevoel van zekerheid over de onderlinge afstemming van beiden? Kunnen zij zich volledig uiten ten opzichte van de ander, of is er een aarzeling om de ander niet te kwetsen of om niet te dominant over te komen? Hoe zit dat allemaal in de beide psyches? En als af en toe die put opengaat en zwaveldampen het zicht benemen, hoe gaan ze daarmee om? God mag het weten. Beter gezegd; die weet het.

Nou, nou, medepelgrim, wat een zware uitputtende gedachten. Deze pelgrim hoopt dat ze er vanavond van kan slapen, anders moet ze toch nog de put openen, al is het alleen maar om door de eventuele zwaveldampen zo bedwelmd te raken dat ze in één roes de nacht doorbrengt.

Tetty, in de Cursus wijst Jezus op de hevige weerstand waar iedereen op stuit wanneer men probeert zich Zijn leer eigen te maken.

Wanneer je op deze manier oefent, laat je alles wat jij nu gelooft plus alle gedachten die jij bedacht hebt achter je. In eigenlijke zin is dit de bevrijding uit de hel. Toch is het, gezien door de ogen van het ego, een verlies van identiteit en een afdaling in de hel.(Wd1.44.5:4-6)

En die weerstand waarnaar verwezen wordt, is de angst voor het verlies van de persoonlijke identiteit; het loslaten daarvan is de laatste stap voordat we kunnen ontwaken uit de droom van afgescheidenheid. De kern van Jezus’ boodschap is het blootleggen van het ego, zodat je gaat zien hoezeer we ons ermee vereenzelvigd hebben. En dat is niet zo gemakkelijk, dat kijken in de put. Daarom haalt het ego steeds dezelfde truc weer uit, we kijken gewoon niet in de put. We kijken om ons heen naar de wereld en zien daar allerlei gruwelen die niet van ons zijn. Maar we zien ze, en eigenlijk is dat ook de put. Een andere Cursusles zegt ondermeer: Waarneming is een spiegel, en geen feit.Waar ik naar kijk is mijn geestestoestand, naar buiten gereflecteerd.

Dus zolang de pelgrims op hun pad nog afschrikwekkende beelden zien, is de bestemming nog een eindweegs. En JJ realiseert zich dat de put erg diep is en vele lagen telt. Alles wat er te lezen valt in de Cursus over het ego en de valse autonomie zou je kunnen zien als de tekst op het deksel van de put. Als TV dit kan onderschrijven en ook herkent, dan kunnen we samen het deksel ietsje oplichten. In deze ‘beerput’ leven vele monsters die het menselijk bestaan bemoeilijken, beangstigen en verzieken. Ik besef dat ze, net als bijvoorbeeld angst, oncontroleerbaar ‘uit de put’ kunnen komen.

Natuurlijk is er alleen maar een put, JJ, zolang wij denken dat die er is. Als het zo is dat wij ooit door onbewustheid onszelf en allerhande zaken in die put gedacht hebben, dan gaan wij dat alles er nu bewust ook weer uitdenken. M.a.w. als er door een onjuiste gerichtheid van denken zaken in de put gestopt zijn, dan kan het alleen maar zo zijn dat juist door een juiste gerichtheid van denken die monsters nu naar boven komen om als illusies doorzien te worden. Want hoe dichter we bij de Lichtbron komen, hoe groter de schaduwen.

Het kenmerk van monsters is dat ze in het duister van de put hun werk doen, het liefst ongezien willen blijven en zeker niet bij naam genoemd willen worden. Daaraan ontlenen ze hun macht en kracht om zuigend en wroetend bezig te zijn. En gevoed door angst vreten ze zich door alles heen. Want uiteindelijk is er maar één monster en dat is angst. En dat ene monster kan verschillende monsterlijke gedaanten aannemen.

Monsters die in het donker van de put leven verdragen geen licht. Daarom kun je ze maar het beste naar boven halen en aan het licht brengen. In het licht lossen ze op en ben je ervan verlost. Monsters die ongezien hun werk doen, kun je maar beter zichtbaar maken en in de ogen kijken. Monsters die liever niet genoemd worden, kun je maar beter bij hun naam noemen. Door dit alles geef je ze geen bestaansrecht, daarmee ontneem je ze hun bestaansrecht.

Ik heb zo mijn ervaringen met een put en met monsters en ook hoe ze te verslaan. Over dat laatste vertel ik je een droom die ik ooit had.  

‘De Slang’

Mensen worden bedreigd door negatieve krachten. Het dierlijke monsterlijke in de mens. Het speelt zich af in het donker en half duister. Mensen zijn in gevecht met dieren, dieren nemen bezit van mensen, en dieren verwonden mensen. Er is gruwelijk letsel, mensen met afgerukte ledematen, onvoorstelbaar lijden, vreselijke angst.

Ik sta er middenin en zie het allemaal gebeuren, maar word zelf niet bedreigd. Ik voel de vreselijke angst, maar daar bovenuit voel ik mijn innerlijke kracht. Ik voel dat het mijn taak is om een eind aan deze situatie te maken. Ik weet dat ik het in mij heb om de situatie te veranderen en ik weet dat ik het kan.

Op dat moment bereikt de gruwelijke ellende zijn hoogtepunt en is het een kwestie van erop of eronder, een strijd van leven en dood. Er is nog één dier zichtbaar. Een allesverslindende slang van reusachtige buitenaardse afmetingen. De slang moet eraan. Ik voel mij helder en sterk en grijp een enorm grote bijl. Vervuld van afschuw hak ik met ongekende kracht de slang doormidden. Het gevaar is geweken, we zijn gered van de ondergang.

Opgelucht en bevrijd zeg ik tegen de man die naast mij staat: kom, we kunnen verder. Hij heeft een half afgerukte linkerarm en de plek waar zijn oog heeft gezeten is een dichtgegroeide holte. Terwijl hij als een zombie naast mij loopt, zeg ik: kop op, het is niet wat het lijkt te zijn. Jij denkt: nu heb ik geen oog meer en kan ik niet meer zien. Maar er is een oplossing. Aan je arm kan ik niks doen, maar aan je oog wel, kijk maar. 

En ik druk in de holte waar zijn oog heeft gezeten een waxinelichtje, dat al een keer aangestoken is geweest. En ik zeg: je hoeft het alleen maar aan te steken en je hebt het licht weer in je oog.

Goed beschouwd is het een gruwelijke horrordroom. Maar het is de symboliek, hè. Net zoals de vondst met het waxinelichtje, wat ik trouwens wel het toppunt van creativiteit vond, haha.

Er leven dingen in ons die mogelijk nog onderdrukt worden of die naar de oppervlakte komen, wat heel negatief is. Het mag eruit. Het zijn dingen waar je wellicht niet blij van wordt en zo ken je jezelf misschien ook niet. Maar het zit wel in je. De reden waarom je er niet blij van wordt, is omdat je erover oordeelt. Als je er niet over oordeelt en je neemt het gewoon zoals het is, dan betekent dat dat je dat ook in je hebt. Punt. Geen stempel, geen markering, het zit er ook in. Klaar. En het is dus een gedachte. En een gedachte is illusie.

Wat je waarneemt is dat er een hele hoop negativiteit in je zit, maar dat is allemaal subjectief omdat het, laat maar zeggen, erin is gekomen omdat je op plaatsen hebt gestaan waar je niet hoort te staan. Dat maakt het allemaal, hoe je erop reageert, op hebt gereageerd, en op wat je om je heen ziet, heel emotioneel, heel dierlijk.

Misschien laat het ook wel het beeld van de mensheid zien, waar we nu zitten met z’n allen, dat dat ook een verbinding met jou en mij heeft, dat wij zo zijn, en dat waar we naartoe gaan. We bijten om ons heen, we verslinden van alles, we doen van alles, we maken de boel kapot, en dat is wat we blijven doen. Dus de echte mens wordt bedreigd.

Aken augustus 2013 022Wat er uiteindelijk overblijft is de slang. De slang is het zinnebeeld van de ruggegraat, van de energie, de kundalini-energie die weergegeven wordt door een slang. Een slang is ook de esculaap, wat genezing brengt, transformatie. Dus wat vervuld is van negatieve energie, daar zijn we uiteindelijk in staat om dat te beëindigen. De slang is ten diepste verbonden met de strijd in de mens tussen goed en kwaad. De lagere, dierlijke natuur en de hogere, Goddelijke natuur strijden voortdurend om de macht. Ooit las ik een mooi verhaal over dit thema.

Een oude indiaan gaf zijn kleinzoon les over het leven.

‘In ieder mens is een strijd gaande, een strijd tussen twee wolven. Een zwarte en een witte.
De zwarte wolf vertegenwoordigt het kwade.
Hij is boos, woedend, ontevreden, jaloers, verdrietig, bang, hebzuchtig en arrogant.
Hij is vol zelfmedelijden, schuldgevoelens, spijt, wrok, minderwaardigheid, leugens, valse trots en superioriteit. Alles draait om zijn ego.
Hij zoekt ruzie met iedereen want hij vertrouwt niemand.
En daarom heeft hij geen echte vrienden.’

‘De witte wolf staat voor het goede.
Hij is vriendelijk en doet niemand kwaad. Hij geeft vreugde, vrede, liefde, hoop, nederigheid, welwillendheid, empathie, vrijgevigheid, waarheid, compassie en geloof.
Hij leeft in harmonie met de wereld om hem heen.
Hij vecht alleen als het nodig is, zorgt voor de andere wolven en is trouw aan zichzelf.’

Hij zwijgt even zodat zijn kleinzoon zich een beeld kan vormen over deze wolven.

Dan zegt hij: ‘Iedereen heeft die twee wolven in zich. En beide willen de baas zijn in mijn denken, doen en laten.’
De kleinzoon denkt even na en vraagt: ‘Welke wolf wint er?’
De indiaan antwoord: ‘De wolf die jij voedt. De wolf die jij aandacht geeft! Want alles wat je aandacht geeft groeit.’

De droom maakt duidelijk wat ons in de weg staat op de weg van ontwaken. In dit proces wordt de strijd door de reusachtige afmetingen van de slang uitvergroot. Vroeg of laat moet iedere spirituele zoeker de strijd met de slang in zichzelf aangaan en de angst overwinnen.

Dan wordt het licht teruggegeven aan iemand, waarbij het kennelijk niet belangrijk is wat hij ziet, maar hoe hij omgaat met dat wat hij ziet. Dus het verlichten an sich, snap je? Licht is dus het belangrijkste. Licht is synoniem voor bewustzijn, Bewust-Zijn. Nou, ons bewustzijn speelt zich af buiten ons zijn, en dat is de ideeënwereld, en niet wie wij zijn. ‘Zijn’ drukt zich uit in de omgeving denken en gevoel. Kortom, hoofd en hart moeten we weer bij elkaar zien te brengen. Daar hebben we licht voor nodig, inzicht, verlichting. Dat is het waxinelichtje dat in dat oog geplaatst wordt. Wat al een keer aangestoken is geweest, het is geen nieuw lichtje. Maar alles was er toch al.

Kijk, als jij ziet, begrijpt dat waar wij vandaan komen, dat we daar naartoe teruggaan, dan komen we in de buurt van het licht. Dus het licht wordt weer zichtbaar voor ons. In ons beeld is dat: als ik het licht heb, steek ik het aan. Maar je moet ook iets hebben om het aan te kunnen steken. En dat is je verstand. Je verstand brengt je gevoel bij het bewustzijn.

Dus even terug naar jouw verzoek, JJ, aan het begin van deze pelgrimsdag: als er iets is dat aan het licht dient te komen, dan kunnen we samen het deksel van de put oplichten en met liefde en acceptatie kijken naar wat er tevoorschijn komt, zonder ervan in de put te raken. We hebben Jezus’ opdracht, beschreven op blz. 51 in het boek De meest gestelde vragen over een Cursus in Wonderen van Kenneth en Gloria Wapnick gelezen. De opdracht dat zijn studenten naar het ego moeten kijken, zonder oordeel. Als er zonder schuld en oordeel naar het ego in actie gekeken kan worden, wie is er dan aan het kijken? Dat kan niet het ego zelf zijn, maar wel de denkgeest – of liever, de keuzemaker in onze denkgeest – die zich niet in het lichaam bevindt en daarom, nogmaals, niet het ego is.

Kortom, als pelgrims staan we, met Jezus’ liefde aan onze zijde, naast elkaar en zoals geschreven staat: ‘We deinzen nergens voor terug. We hebben de lamp die het zal verdrijven.’ Alles wordt in het Licht van de Waarheid neergezet. En als de monsters de put gaan verlaten, welt in de put het water uit de Bron omhoog. Samen staan we sterk, Jan Jerfaas.                               

Het doorgaans zo spraakzame beekje is stil geworden na deze elfachtige spraakwaterval. Wat valt er verder nog te zeggen? In het sprookjesbos verstommen de dagelijkse geluiden tot nachtelijke fluisteringen. Nog even en de donkere nacht zal overgaan in een stralende dag. De pelgrims zullen alle stadia doorlopen voordat het laatste bereikt wordt. Ze houden vol in Geloof, Hoop en Liefde. En voor het oog van de water-landers trekt de ondergaande zon een gouden weg over het water.

Deel2- (135)

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 166 - De Slang | Leave a comment