Author Archives: TV en JJ

Het Pad van de Pelgrims – Power of Now mijmering


Ierland 2016 067
Een nieuwe dag ziet het daglicht en zo vrij als een vogel ziet Paulus dat er geen wolkje aan de lucht is. Komt dat even goed uit nu de pelgrims het ‘hogerop’ gaan zoeken. Hij is al vroeg uit de veren om de draad van de pelgrimsdag op te nemen. Ondertussen gaan zijn dagelijkse oefeningen door. Vredig uit bed stappen, ‘ik ben liefde’, en dan de dag in met Jerfaas op de schouder, want die kijkt mee wat Jan gaat doen, wanneer er meer of minder liefde is, en heel interessant…welke gedachten komen voorbij? Jerfaas, als observeerder van de gedachten, ziet ze regelmatig op een afstandje voorbij komen en soms ineens veel dichterbij. Ze zijn er nog steeds. JJ realiseert zich dat hij nog behoorlijk in de ego-modus verkeert. De jantjes benemen hem nog nadrukkelijk het uitzicht.

Er zijn heel vaak gedachten die al dan niet subtiel enige aanmerking hebben op de dingen die gebeuren, die er dus al zijn. Het bewustzijn oftewel het universum heeft een situatie gecreëerd, en dat wordt afgekeurd. Er wordt over geoordeeld. Maar dat gaat veranderen! The power of Now komt eraan. In het Nu is nooit een probleem.

Eigenlijk snakken de jantjes ook wel naar Liefde, om ieder ander mens te zien als een Liefdeswezen, wat ze ook lijken te doen of te zeggen. Ze snakken naar de Vrede die ieder jantje te boven gaat. Ze willen voorgoed met pensioen… klaar… zou het elfje zeggen.

Aangezien het pelgrimspad de ontpersoonlijking dient, is het verklaarbaar dat de ene pelgrim daar op gericht is. Voorlopig zal dat uiteraard nog via het ‘denken’ moeten gebeuren, en heel graag in volledige afstemming met de andere pelgrim. Alle mogelijke verschillen van mening of interpretatie, of ervaringen of wat dan ook, zijn allemaal van de persoon. Want wie de pelgrims werkelijk zijn oftewel worden, daar is geen enkel verschil tussen beiden. In wezen zijn ze één, en daar zit geen spatje verschil in.

Volgens de CIW is alles in deze wereld een symbool van iets anders en holografische symbolen kunnen je voorstellingsvermogen een acceleratie geven van jewelste. De symbolen waar het hele aardse bestaan uit bestaat, zullen blijven komen tot de pelgrims de Leegte bereiken. Want ook die pelgrims zijn weer een symbool. Over holografie gesproken. Wanneer ze niet meer de pelgrim menen te zijn, maar echt helemaal WORDEN, dan zal er wat gebeuren. Nu hebben ze hun wereldse bestaan nog bij zich, op sleeptouw, maar ook weer binnen handbereik om op ‘terug te vallen’. Dat zal veranderen of zijn betekenis verliezen, zeker op lange termijn.

Het ‘loslaten’ van de persoon brengt mee, dat niets meer een zogenaamde terugvaller of tegenvaller kan zijn, want alleen het toeziende bewustzijn zijnde, is er niets meer aan te merken, er zijn alleen de dingen die gebeuren. Die zijn zoals ze zijn, neutraal, zonder ‘tweedracht’ in zich. Niets is goed en niets is slecht. En sommige dingen zijn geweldig, zoals praten met het Elfje en vertoeven in haar aanwezigheid, zo besluit Paulus zijn ochtendmijmering als hij haar in het vizier krijgt.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 160 - Power of Now mijmering | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Kost-gangers

De uitgesproken wens van JJ om met het oranje boek in de ene hand en in de andere hand een andere hand, zij het in spiegelbeeld, het pad te vervolgen krijgt op deze pelgrimsdag een vervolg, als hij begroet wordt door Hemelsblauw… 

…met Oranje Boven…

HerfstHey Koffiemaatje. Met jouw mijmerend koffiepraatje nog geregeld in mijn gedachten pakte ik vanochtend het blauwe boek voor het lezen van de dagelijkse les, en het zal toch niet zomaar zijn dat het boek openviel op ‘zomaar’ een bladzijde waarbij mijn oog gelijk viel op een tekst die mij raakte.

Je hebt maar zwakjes in het stof rondgetast en je broeders hand gevonden, onzeker of je die zou loslaten of het leven vast zou grijpen dat zo lang vergeten was. Verstevig je greep en sla je ogen op naar je sterke metgezel, in wie de betekenis van jouw vrijheid schuilt. Hij leek naast jou gekruisigd. En toch is zijn heiligheid onaangetast en volmaakt gebleven, en met hem aan je zijde zul je heden met hem het Paradijs betreden en de vrede van God kennen.(T.20.III.9:3-6)

Ah, dit is mooi, Tetty!

En verder lezend nog een paar stukjes ‘kost’ voor onderweg voor de pelgrims.

Dit is mijn wil voor jou en je broeder, en voor elk van jullie voor elkaar en voor zichzelf. Hier is alleen heiligheid, en verbondenheid zonder beperking. Want wat is de Hemel anders dan vereniging, rechtstreeks en volmaakt, en zonder de sluier van angst erover?

Hier zijn we één, en bezien we met volmaakte zachtmoedigheid elkaar en onszelf. Hier worden alle gedachten van enige afscheiding tussen ons onmogelijk. Jij die in de afscheiding een gevangene was, bent nu in het Paradijs bevrijd. En hier wil ik me met jou verenigen, mijn vriend, mijn broeder en mijn Zelf.(T,20.III,10:1-7)  

En de bladzijde omslaande las ik heel toepasselijk: 

En waar zouden ze anders heengaan dan daar waar ze willen zijn? Jij en je broeder zullen elkaar nu even zeker naar de Vader leiden als God Zijn Zoon heilig geschapen heeft, en hem zo heeft bewaard. In jouw broeder schijnt het licht van Gods eeuwige belofte van jouw onsterfelijkheid. Zie hem als zondeloos, en er kan in jou geen angst zijn.(T.20.III.11:6-9)

Ja, laten de pelgrims zo op pad ZIJN.

Tot slot ging ik nog even terug naar de bladzijde waarmee ik begon en las:

Ben jij je broeder met vreugde tegemoet getreden om Gods Zoon te zegenen, en hem dank te zeggen voor al het geluk dat hij jou heeft aangereikt?

JA!

Heb jij je broeder herkend als de eeuwige gave van God aan jou?

JA!

Heb jij de heiligheid gezien die zowel in jou als in jouw broeder schijnt, om de ander daarmee te zegenen?

JA!

Dat is het doel van je heilige relatie.

AMEN!

Het doet deze pelgrim veel genoegen dat je zulke mooie passages uit de Cursus toegewezen kreeg. De CIW is een dusdanig veelzijdig boek dat het een heel leven lang inspiratie kan geven. Niet alleen is het een studieboek en een handleiding voor een dagelijkse training van een jaar, het is ook een literair Meesterwerk met veel poëzie in zich. Zo’n boek is geen mensenwerk, dat is wel duidelijk vanwege de consistentie. JJ heeft de diepe overtuiging dat we Leiding krijgen op het pad van ontpersoonlijking. Zo zullen we nog wel meer jantjes tegenkomen die in eenieder zitten, dat is het proces. Ontpersoonlijken gaat niet vanzelf en ongemerkt.

Tetty, je gebruikt het woord ‘kost’ en dat is wat de hele Reis eigenlijk ook is. Alles wat we tegenkomen met behulp van het oranje en blauwe boek is geen babyvoeding meer, het is vast voedsel. Stevige kost en voor de persoon is het zeer zware kost, die zal er vroeg of laat van moeten overgeven, en letterlijk zichzelf overgeven aan het Licht wat vanuit het Vredespaleis op alle deelpersoontjes gaat schijnen. Voorwaar enerzijds een heftige zaak, anderzijds het mooiste wat er kan gebeuren. Alle belemmeringen voor de Totale Vrede, TV, zullen worden weggenomen. In alles wordt een prachtig vooruitzicht beschreven. De Werkelijke Wereld. Het Santiago de Compostella in de Geest. Hosanna in den Hooge. Geweldig Hemelsblauw.

Herfst 2012 046Ja, en wat we onderweg ook voorgeschoteld krijgen, de ‘klare wijn en stevige kost’ blijkt vanuit het Vredespaleis juist ‘Licht’ verteerbaar en smaakt naar meer. Er wordt wel gezegd dat Onze Lieve Heer rare kostgangers heeft. Als dat zo is en TV en JJ binnen dat ‘kader’ als zo’n kostganger gezien kunnen worden, dan vind ik het helemaal niet erg om raar te zijn. In naam van Onze Lieve Heer wil ik wel zo’n kostganger zijn. En dat het ons dan ‘Lieve Heer’lijk zal smaken. Proost, mede‘kostganger’.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 159 - Kost-gangers | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Een ge’filter’d koffiepraatje

Zoals bekend volgt de Jnani zoeker doorgaans het pad van het denken, de filosofische redeneringen. Jnani wil het vooral eerst begrijpen. Misschien komt het daardoor dat hij de afgelopen nacht niet in een oceaan van rust en stilte heeft gedobberd, hoewel…het hoofd was wel bijna zonder gedachten, maar hij werd vaak heel alert wakker. 

Bij het ochtendgloren bespeurt hij meer en meer gedachten over de afgelopen pelgrimsdagen en dan met name over de stenen des aanstoots. Het maakt dat hij al vroeg in de ochtend met een kopje koffie voor zich uit zit te staren en iets zegt hem om het een en ander aan woorden op het TV scherm te laten verschijnen. Maar terwijl de zogenaamde tijd verstrijkt laat dat ‘iets’ hem nog even wachten om het daadwerkelijk ten uitvoer te brengen. En al starend mijmert hij voor zich uit. 

Het is dat ‘iets’ dat zijn leven lijkt te sturen. JJ is kennelijk niet zo autonoom als hij wel eens denkt. En de koffie die hij nu drinkt is door een filter gegaan, dat houdt iets tegen waardoor de koffie beter te drinken is. Zo gaat het ook met de contacten tussen mensen onderling, zoals tussen JJ en TV. Ze geven elkaar informatie, hetzij al pelgrimerend mondeling of schriftelijk via de postduif. Maar wat er binnenkomt kan anders zijn dan de zender het bedoelde. Het filter heeft een deel tegengehouden en mogelijk ook nog van ‘smaak’ veranderd. De pelgrims hebben de H.G. hard nodig om door het filter heen te breken.

Al koffiedrinkend heeft hij het idee dat met name de laatste pelgrimsdagen klare wijn is geschonken. Die term dateert uit het verleden toen de Gereformeerde Kerken een rapport uitbracht over ‘De aard van het schriftgezag’, zo ongeveer van: Wat betekent het nu wat er in de Bijbel staat. De pelgrims hebben zich in ieder geval goed uitgesproken en zijn weer een stapje in de goede richting, zo voelt het voor JJ. En zijns inziens zal die goede richting betekenen dat ze meer eensgezind het pad gaan en dat er minder irritaties, of hoe je het noemt, opduiken. Ze raken meer vertrouwd met elkaars opvattingen en de termen die ze gebruiken. JJ heeft een jaar of tien tamelijk intensief de CIW bestudeerd en dat ook met anderen doorgesproken. Dan worden bepaalde opvattingen, zo noemt hij het maar, op basis van de CIW een vast patroon in het taalgebruik en de beleving. En of de pelgrims in de goede richting lopen is af te lezen op de thermometer van innerlijke rust. Hoe vrediger het gemoed, des te beter loopt het pad in de goede richting. Het is overduidelijk het ego, de persoon met alle jantjes die de rust verstoort. Afijn, het elfje weet dat net zo goed en wil ook gelukkig zijn en liefde uitstralen. Laten JJ en TV met het oranje boek in de ene hand en in de andere hand een andere hand, zij het in spiegelbeeld, het pad vervolgen.

Als ze elkaar weer treffen zullen zij weer woorden gebruiken om te trachten klaarheid te scheppen. En de filters zullen weer proberen hun werk te doen, maar ze gaan bewust proberen aan de hand van Jezus te gaan. Uiteraard is dat een symbool, wel een heel mooi symbool, van de Heilige Geest. Laten JJ en TV hopen dat de filters ditmaal door hen gezien en uitgeschakeld kunnen worden. Zij kennen natuurlijk de structuur van het filter, het zijn de ‘ikjes’ die als afweer bepaalde blinde vlekken veroorzaken in hun geest.

Als deze bloemrijke mijmering uiteindelijk door de postduif voor TV ontvangst is bezorgd, klinkt het per omgaand: Aangezien JJ van mening is dat zowel TV als JJ in hetzelfde schuitje zitten, kan er overgegaan worden tot schuitje varen, theetje (koffie) drinken, varen we naar de oceaan.

DSC_5268

En wat dat ‘iets’ is wat JJ liet wachten… Tetty wordt door iemand wel eens ‘iets’ie pietsie genoemd. Maar ‘iets’ie pietsie zal JJ niet laten wachten, maar zal hem opwachten. Tot het onverbloemde, dan wel ongefilterde koffiepraatje. En wat het tijdstip betreft; tot ÉÉN!  

Ook dat tijdstip laat niet lang op zich wachten.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 158 - Een ge'filter'd koffiepraatje | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Denkbeeldige reis

Vanuit de Vredespaleis-dagdroom droomt JJ zich in gedachten als Jnani pelgrim naar de oceaan.

Hij zit aan de oever van de Stille Oceaan. Hij is een tijdloze en vormloze pelgrim, hoewel hij in sommige opzichten een bepaalde mensenleeftijd en menselijke vorm lijkt te hebben.

Ook voelt hij zich als een vis in het water, hoewel hij in het verleden dacht dat hij een beekje was. Maar dat begreep hij toen niet echt, hij zocht en zocht als een voortzwemmende vis naar water. Niet beseffende dat hij het al was en nota bene voortgekomen was uit de geschriftjes van het elfje. Haar gevoelige woorden hadden zovelen diep geraakt dat die woorden als het ware vervloeiden en als tranen zich uitstortten in het sprookjesbos en daar de bron van het beekje vormden. Hoewel hij zijn oorsprong dus voelde, begreep hij het niet, en zocht er dus naar.

De pelgrim kijkt naar links en ziet het verleden weer voor zich, hoe hij als beekje murmelend en dan weer stil, soms kolkend en dan weer roerloos, zich een weg zocht naar de oceaan. Hij ziet het elfje, vaak kwam ze vrolijk en lachend naar hem toe, en heel soms kwam ze stilletjes naderbij om gewoon aan zijn oever te zitten en zachtjes fluisterend haar diepere roerselen te vertellen. En hij ziet zich in de gedaante van Paulus de secret garden betreden, terwijl het elfje om hem heen fladdert.

Ierland 2016 005Nu kijkt hij naar rechts en ziet hij de grote Stille Oceaan, de vloeibare liefde en immense vreugde van onvoorstelbare diepte. En hij weet dat hij daar ook is, samen met het elfje. Ze zijn er bij ‘vol bewustzijn’ naar toe gestroomd en er volledig in opgegaan. Maar soms lijkt het niet zo. Zou het zijn net als de grote Amazone die uitstroomt in de Atlantische Oceaan en daarin opgaat, hoewel toch vele tientallen kilometers in zee het water nog zoet is. Het rivierwater is oceaan geworden, maar heeft nog niet helemaal alle eigenschappen daarvan.

Al deze dingen overdenkt de pelgrim, daar zittend aan de kust, en hij vraagt zich af wat hij nog meer gaat beleven in deze denkbeeldige reis die hij maakt met het elfje. De Cursus zegt: ‘Je maakt een reis die reeds lang voorbij is’, dus hij hoeft in wezen niets meer te doen. Het lijkt alleen maar zo. Dus enkel en alleen schouwen, met verwondering kijken naar wat gebeurt, en de vreugde voelen van het Zijn. 

Plotseling wordt zijn aandacht getrokken door een vrolijk geluid. Hi Hi, ha ha ha, daar komt het vrolijke vissertje, met een ganzenveertje achter haar oortje. Kennelijk van plan om weer mooie dingen te gaan schrijven, en hij mag ze lezen. Laat ze maar komen!

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 157 - Denkbeeldige reis | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Diepere roerselen

Het sprookjesbos ligt in de avond van de dag die door zachte nevels is omfloerst. De zon heeft amper kans gezien om daar doorheen te breken, terwijl ze juist zo graag een zonnestraal had willen laten schijnen op het elfje. Want ze heeft gezien dat het elfje ook omfloerst is door iets, wat moeilijk naam te geven is, maar waar het doorbreken nauwelijks doorheen kan breken. 

Juist als de zon in de avond haar nauwelijks zonnige taak achter de bewolkte horizon laat zinken, schijnt het haar toe dat er lichtjes iets begint te schijnen. Maar ze moet het overlaten aan de invallende schemer die juist om de hoek komt kijken.  

De schemer kijkt toe en ziet in de avondstilte de gestalte van het elfje aan de oever van de beek zitten. In het elfje is, op de plek van haar hart, een zwak schijnsel waarneembaar dat zich een weg naar buiten probeert te banen. Geen geluid is hoorbaar, het bos ademt stilte en de schemer weet dat ook hij straks onhoorbaar zal opgaan in het donker. Tot die tijd omhult hij stilzwijgend alles wat er is en laat het zijn zoals het is.  

Roerloos zit het elfje daar en ook het beekje vertoont geen rimpeling. Hij wacht niet op wat er komen zal of niet zal komen. Het maakt niet uit. Het komt zoals het komt en het gaat zoals het gaat. Daar doet geen rimpeling of vleugelslag iets aan af. Dat het beekje daar is en dat het elfje daar zit is genoeg. Het is zonder taal het teken dat ze op de plek zijn waar ze zijn.

Terwijl de stilte bewegingloos in vrede voortgaat en alles aanraakt op zijn pad, wordt de lichtstraal uit het hart van het elfje krachtiger en schijnt op het beekje die daardoor oplicht. En heel lichtjes ontstaan er woorden die uitgesproken worden zonder ‘uitgesproken’ te willen zijn.  

‘Dag beekje’, zegt het elfje zacht.

Het beekje zegt niets, maar de glinstering van het water zegt genoeg.

‘Ik ben er weer’, gaat het elfje verder.

Het beekje knikt een rimpeling en het moedigt het elfje aan om verder te gaan. 

‘Ik moet je wat vertellen’, klinkt het fluisterend, ‘ik weet het allemaal niet meer en nu lijkt het alsof ik een poosje ben weggeweest. Weet je, beekje, in het sprookjesbos vertoeven en daar zijn gaat eigenlijk als van Zelf. Op deze plek is alles goed en fijn en licht. In mijn eentje op mijn grijze ros, in mijn eentje in het boshutje, zittend aan de oever van het beekje, lijkt alles een natuurlijk verloop te hebben en kan ik volkomen van-Zelf-sprekend het elfje zijn. Maar nu ik mijn intrek heb genomen in mijn baardgrashuisje te midden van de zogenaamde buitenwereld in het sprookjesbos lijkt er ineens een einde te zijn gekomen aan de natuurlijke wereld van het sprookjesbos. Terwijl ik de oneindigheid ervaar in het sprookjesbos dat oneindig is, voelt het alsof ik in die buitenwereld een einde heb bereikt en het spoor bijster ben hoe verder te gaan. In het sprookjesbos kan ik alle kanten uit en in de buitenwereld lijkt het alsof ik niet weet welke kant ik uit zal gaan. Alles is daar zo anders. Er zijn daar zo veel verhalen en voor ik het weet raak ik daar verstrikt  in ‘vind’-ingen, raak ik verzeild op een knopenpad, of ‘denk’beeld ik mij iets in. Een overweldigend gevoel dat ik niets meer weet, maakt zich dan van mij meester en doet mij met slaphangende vleugeltjes verward in het rond kijken. Terwijl ik weet dat ik een elfje ben, lijk ik hier geen elfje te kunnen zijn, omdat ik niet weet hoe ik hier een elfje moet zijn. En dan voel het soms net alsof mijn hartje zich sluit en het zich alleen nog maar in tranen kan luchten’, besluit het elfje met een diepe zucht. 

Het beekje luistert stil en rimpelt begrijpend. Hij heeft haar traantjes al lang gezien en opgevangen en is onverstoorbaar door haar heen blijven stromen. ‘Maar je bent er weer’, murmelt hij zachtjes.  

‘Ja’, knikt het elfje verheugd, ‘ik heb vanmiddag Paulus ontmoet. Eerst hebben we ergens lekker van de appeltaart gesnoept. Maar ik moet je eerlijk zeggen dat het leek, dat ik naast die appeltaart ook nog heel wat meer op zijn bordje heb neergelegd. Als hij niet zou weten dat hij Paulus is, zou hij het daarvan zwaar voor zijn kiezen krijgen. Daarna hebben we een wandeling door het kabouterbos gemaakt. Daar liep het pad omhoog, maar daar had ik niet zoveel oog voor. Ik was nog druk doende om, zoals het leek, Paulus van alles voor de voeten te gooien. En als hij niet zou weten dat hij Paulus is, zou hij daar vast en zeker over gestruikeld zijn. Weet je, beekje, zoiets kan ik ook alleen maar doen omdat Paulus als ÉÉN-ige weet dat wij in Liefde elkaars onpersoonlijke ‘trusty friend’ zijn. Maar al gaande door de buitenlucht, waar ik mijn hartje kon luchten, voelde ik dat de binnenlucht ook begon op te knappen. Ik voel dat mijn hartje zich weer heeft geopend en dat ik weer oog heb voor het pad dat omhoog loopt’, zo besluit het elfje nu met een opgeluchte zucht. 

De schemer heeft het inmiddels aan het donker overgelaten om de laatste woorden van het elfje op te vangen. En het donker ziet dat de lichtstraal uit het hart van het elfje zo’n helder licht begint te weerspiegelen op het beekje dat hij oeverloos begint te glinsteren.

‘En weet je wat Paulus mij later nog via een postduifje heeft laten weten?’, vervolgt het elfje. Het beekje is nu vol ongerimpelde aandacht om de woorden die komen tot op de bodem van zijn bestaan op te nemen. Terwijl de vleugeltjes van het elfje zich beginnen te spreiden, zegt ze: ‘Als je gewoon het leven ervaart, volg je het pad van je eigen vreugde’. En in de stilte die volgt op de woorden hoort het elfje hoe het beekje antwoordt met het zachte kabbelende geluid van vreugdevol genieten. 

‘Het pad van vreugde ontstaat door te laten horen, zien en voelen waar de ziel van zingt en datgene waarin de ziel misschien niet het hoogste lied laat horen, gewoon te ervaren als de melodie van het leven’, voegt het elfje er opgewekt met blije oogjes aan toe.  

‘Lief beekje’, gaat het elfje verder, ‘ik wil niets liever dan al spelend de snaren van de zonneharp beroeren om te laten zien, horen en voelen waar mijn ziel van zingt, om zo te kunnen stralen in de wereld die dat nodig heeft. En als ik jou vertel waar mijn ziel van zingt, neem jij mijn lied dan mee in de stroom? Dan zijn we als vloeibare Liefde op weg naar de oceaan’. 

Het beekje heeft niet alleen gezien en geweten dat het elfje weer op haar plek zit, maar heeft het nu ook gehoord, want anders zou het elfje niet kunnen vertellen wat ze hem nu verteld heeft. 

Het elfje zwijgt en luistert in het donker naar het rustige kabbelen van het beekje. In de verte hoort ze het zachte geruis van de oceaan en ze verlangt om verder te gaan. En de tijdloosheid die een rol speelt in de tijd ziet dat de tijd aangebroken is voor een zonnige nieuwe dag.

DSC_4751

wordt vervolgd…tot NU…

 

Posted in 156 - Diepere roerselen | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Gedachtekronkels

Na een hart en ziel verwarmende rooskleurige nacht kabbelt het beekje er vrolijk en lustig op los met een: ‘Welkom op deze elf-de dag’. Maar in geen velden of wegen vangt het beekje een glimp op van het elfje. Langzaam verstrijkt de tijd. Vanuit zijn paddenstoelhuisje probeert Paulus op dusdanige wijze in te zoomen zodat het huisje tussen de baardgrasjes precies in het brandpunt komt te liggen. Maar geen gevleugeld wezen valt er te bespeuren. Zelfs geen postduif die zijn vleugels uitslaat. Is de keuze maaltijd haar toch niet goed bekomen? Of zijn er nog wat stenen des aanstoots op haar pad waaraan ze zich heeft gestoten? Of is het elfje nu al de stilte binnengevlogen? Die bovenaardse sereniteit waar stilte zich manifesteert als het opperste geluk. En waar geen mens kan binnentreden tenzij hij bij de ingang zijn ‘ik’ heeft ingeleverd.

Zijn gedachten zijn vaak bij het elfje, en wat er voor gedachten in haar voorbijkomen. Het zal te maken hebben met het pad, zo veronderstelt hij, en dat is niet altijd gemakkelijk. Vanwaar ze vertrokken is, en alles wat ze tijdens de reis heeft meegemaakt, ze weet dat er voor de pelgrim geen weg terug is. Of ze halverwege een verblijfplaats zoekt voor de rest van haar leven of niet, ze kan niet terugkeren naar waar ze begon. En het besef dat het bereiken van het eindpunt betekent dat de pelgrim plots verdwijnt, geeft zowel een gevoel van vreugde als verdriet. Maar het is niet haar verdriet, het komt vanuit haar denken, er komen gedachten die ze niet wil. Gelukkig weet ze hoe ze er vanaf kan komen. Zoals ze een kaarsje uitblaast, zo kan ze ook die gedachten en gevoelens wegblazen. En ook hier mag ze haar vleugeltjes bij gebruiken, zodat er een windvlaag ontstaat. Blaas ze maar naar het beekje, die spoelt ze dan wel weg, zo besluit Paulus zijn gedachtekronkels.

2015-08-08 16.19.20

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 155 - Gedachtekronkels | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Het Vredespaleis

Gisteravond begaf JJ zich ter ruste terwijl de echo van de gelopen pelgrimsdag nog in zijn geest weerklonk. En niet nachtdromend in de ‘Licht’boot gaat hij in de vroege ochtend aan land in een dagdroom. Diep onder de indruk kan hij niet wachten om het vliegende pelgrimmetje deelgenoot te maken van wat hij meemaakte.

‘Het Vredespaleis’

Hij bevindt zich in een grote ruimte met veel zuilen en hij weet: Ik ben in het Vredespaleis. Hij vraagt Jezus om hem te hulp te komen. En daar komt hij, vaag is een menselijke gestalte zichtbaar in een prachtige lichtbol die de ruimte inkomt. Het licht vult de hele ruimte en dringt door in ieder hoekje, alles wordt zichtbaar. JJ ziet nu dat hij ook zo’n soort lichtwezen is, en er zijn er nog veel meer. Ze bestaan allemaal uit precies dezelfde lichtenergie. 

Jezus wenkt hem nu en zegt: Kijk uit het raam. JJ kijkt naar buiten op een soort plein en ziet daar vele jantjes en tetjes druk praten. Ze gesticuleren en hij hoort ze zeggen: ‘Nee, zo is het niet’ en ‘Het is zo’. En ‘Ik denk dat het…’ en ‘Nou dat denk ik niet’, enzovoort, enzovoort. Kijk, zegt Jezus, weet je waar ze het over hebben? Ze hebben het er over hoe het er hier binnen uitziet en hoe het is om hier te zijn. Maar ze beseffen totaal niet dat ze hier nooit binnen kunnen komen.

JJ kijkt geboeid naar het gedoe daarbuiten en een gevoel van tragiek overvalt hem. Nadat Jezus hem bemoedigend heeft toegeknikt, verflauwt het licht en wordt hij zich weer bewust van het bed waarin hij ligt. En alsof Jezus hem nog een boodschap meegeeft, hoort hij: Dat Vredespaleis ligt in je hoofd, probeer daar zoveel mogelijk in te verblijven, en kijk door het raam naar alles wat je denkt, hoort, ziet en leest. Letterlijk alles speelt zich af op het plein daarbuiten.

Geliefde Elf, het Vredespaleis is gelegen in het Koninkrijk der Hemelen. En heel toepasselijk las ik daarna les 286 van de Cursus in Wonderen. 

De stilte van de hemel omhult vandaag mijn hart.

Vader, wat een stilte vandaag! Wat vallen alle dingen rustig op hun plaats! Dit is de dag die als het tijdstip werd gekozen waarop ik de les begrijpen ga dat het niet nodig is dat ik iets doe. In U is iedere keuze al gemaakt. In U is ieder conflict opgelost. In U is alles wat ik hoop te vinden al gegeven aan mij. Uw vrede is de mijne. Mijn hart is vredig en mijn denkgeest in rust. Uw Liefde is de hemel en Uw Liefde is de mijne.(Wd2.286.1:1-9)

De stilheid van vandaag zal ons hoop geven dat we de weg hebben gevonden en daarlangs heel ver zijn gereisd naar een volkomen zeker doel. Vandaag zullen we niet twijfelen aan de eindbestemming die God Zelf ons in het vooruitzicht heeft gesteld. We vertrouwen in Hem en in ons Zelf, dat nog altijd één is met Hem.(Wd2.286.2:1-3)

Wat een Wonder van de Cursus!

Ja, en de glimp van het Vredespaleis als eindbestemming die je in je dagdroom mocht opvangen zal je inspireren en motiveren om daar te komen. Het middel dat de Cursus je daarvoor aanreikt is vergeving.

Ja, we weten inmiddels dat het bij vergeving allemaal gaat om het wegnemen van blokkades. Al meerdere keren is die mooie blauwe tekst op ons pad gekomen.

De Cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven. Het beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die ons natuurlijk erfgoed is.(T.Inl.1:6-8)

Ha, ha, hoe wonderlijk is het dat ik juist vandaag in de krant las dat het uiterlijke Vredespaleis tot erfgoed verklaard is. Datgene waar de pelgrims innerlijk weet van hebben en waar zij zo veel mogelijk in proberen te verblijven, dringt kennelijk nu ook door tot wat zich buiten op het plein afspeelt.

‘De blokkades wegnemen’ vraagt bereidheid om naar het ego te kijken. Om met Jezus’ liefde aan je zijde voorbij de blokkades te kijken naar de vreugdevolle waarheid over jezelf en je broeders. De Cursus beklemtoont steeds weer dat alle irritatie en woede die door de buitenwereld veroorzaakt lijkt te worden in wezen op het zelf is gericht. Pas wanneer dat beseft wordt, zal het gaan afnemen en kan het Zelf zichtbaar worden. En dan… wanneer de Vrede voelbaar is geworden, dan wordt die ook buiten zichZelf gezien als de werkelijke wereld die vol liefde is.

Maar de jantjes zullen het Vredespaleis in het Koninkrijk nooit binnengaan, zij zullen samen met het lichaam en het persoonsverhaal volledig verdwijnen in de illusie waar ze ook uit voortgekomen zijn. Bij ieder jantje, oftewel projectiebeeld, is het mogelijk een ‘reset’ uit te voeren. De CIW zegt dan bij monde van Jezus: ‘Kies opnieuw.’

Op dat moment kruist de Keuzemaker het pad van de pelgrims.

KeuzemakerZo, zo, TV, al met al misschien wel zware kost voor mijn vliegende medepelgrim. Maar als het goed verteerd wordt zal ze het Licht van de Wereld worden en het pad voor deze medepelgrim verlichten. Je zou het een keuze maaltijd kunnen noemen.

Ik ga voor Groen Geluk!

Het doet mij groot genoegen dat je energieleverancier ‘GreenChoice’ is. Behalve milieuvriendelijk is het ook gratis, althans voor de geestelijke energievorm. Bon Appetit. 

Van HartZelfde!

Hart van de Roos

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 154 - Het Vredespaleis | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Leesstof op het zandpad


Warnsborn augustus 2013 006
Het is nog vroeg als de pelgrims de reis door het wereldse en niet wereldse voortzetten en het landschap hen welkom heet met een beginnende paarse groet. Volop in de zon genieten de pelgrims van de wandeling. Lange tijd is er alleen maar lopen, slechts lopen, en ze voelen zich enkel en alleen aanwezig. Maar het is niet alleen paars wat de klok slaat. Na verloop van tijd springen er regels uit het blauwe en oranje boek tevoorschijn en die zorgen voor veel leesstof op het zandpad.

Tetty, het gaat allemaal over de ‘niet echtheid’ van het gemanifesteerde, inclusief alles wat we daar waarnemen. Luister maar. Hier lees ik enkele passages uit het blauwe boek, voorafgaand aan les 241, waarin gesproken wordt over ‘Wat is de wereld’.

De wereld  is onjuiste waarneming. Ze is uit dwaling voortgekomen en heeft haar bron niet verlaten. Ze zal niet langer blijven bestaan dan de gedachte die haar heeft voortgebracht wordt gekoesterd. Wanneer de gedachte van afgescheidenheid gewijzigd is in een van ware vergeving, zal de wereld in een heel ander licht worden gezien, een dat tot de waarheid leidt, waarin heel de wereld met al haar dwalingen zal verdwijnen. Nu is haar bron verdwenen en zijn haar gevolgen dat eveneens. 

De wereld werd gemaakt als een aanval op God. Ze symboliseert angst. En wat is angst anders dan de afwezigheid van liefde? De wereld was aldus bedoeld als een plaats waar God niet binnen kon gaan en waar Zijn Zoon van Hem gescheiden kon zijn. Hier werd waarneming geboren, want kennis zou dergelijke waanzinnige gedachten niet kunnen voortbrengen. Maar ogen bedriegen en oren horen onjuist. Nu worden vergissingen alleszins mogelijk, omdat er geen zekerheid meer is. 

Waar het zien werd gemaakt om van de waarheid weg te leiden, kan het ook opnieuw worden gericht. Geluiden worden de roep om God, en aan alle waarneming kan een nieuw doel worden gegeven door Degene die God als Verlosser van de wereld heeft aangesteld. Volg Zijn licht en zie de wereld zoals Hij die beziet. Hoor alleen Zijn Stem in alles wat tot jou spreekt. En laat Hij jou de vrede en zekerheid schenken die jij hebt weggegooid, maar die de Hemel voor jou in Hem bewaard heeft. 

Laten we niet voldaan rusten voordat de wereld zich bij onze veranderde waarneming aangesloten heeft. Laten we niet tevreden zijn voordat vergeving totaal is gemaakt. En laten we niet proberen onze functie te wijzigen. Wij moeten de wereld verlossen. Want wij die haar gemaakt hebben, moeten haar door de ogen van Christus zien, opdat wat gemaakt was om te sterven tot eeuwig leven kan worden hersteld.

Maar iets in ons wil eigenlijk niet aannemen wat daar zo duidelijk staat. Het wil deze wereld echt maken, en dat lukt aardig. Je zoon of dochter heeft bijvoorbeeld een ziekte en dat is dan heel erg. Vele anderen zijn net zo ziek of nog erger, maar dat voelt al een stuk minder erg. Want die zijn niet mijn kind. Zo denkt het ego.

En als ik dan het oranje boek opensla, dan lees ik ook hier dat Meester Eckhart niet voor niets aanraadt om te gaan ‘doorbreken’, de wereld van het gemanifesteerde te verlaten, oftewel uit het bewustzijn te wissen. Want de persoon leeft in die dualiteit, die kan niet mee naar de non-dualiteit.

Ieder wezen verlangt naar zijn allereerste oorsprong omdat het op den duur de meest onvoorstelbare vrede oplevert. Dit verlost zijn van jezelf, deze eeuwigheid die daarvoor in de plaats komt, is van alles wat in dit leven verlangd kan worden, het meest begerenswaardig. Het naar binnen keren van de zintuigen, het doorbreken, kan de ziel  tot de eenheidservaring brengen. Verblijven in zijn is niet anders dan een zich afwenden van alle schepselen en een zich verenigen in de ongeschapenheid.

Zonder in de staat van non-dualiteit te zijn valt de Godsontmoeting niet te realiseren. Het zal duidelijk zijn dat de zuiverheid van Gods natuur nergens anders in kan liggen dan daar waar tijd en ruimte verdwenen zijn, in de non-dualiteit, in de Eenheid. Waar binnenin u nog geen enkele opsplitsing, geen enkel zijn of kwaliteit zich aandient, is de zuiverheid absoluut.

Om in dit pure zijn te geraken adviseert M.E. een moedwillig lege geest. Men moet dus de staat van non-dualiteit realiseren om dit innerlijk koninkrijk binnen te kunnen gaan. Dit betekent dat men de stilte in de geest moet leren bewerkstelligen, en wel bij voortduring. Een stille geest is een geest die zichzelf als object heeft opgeheven, zodat het denkproces wel plaats kan vinden, maar het denken dat alle binnenkomende prikkels kleurt en aanpast, wordt genegeerd. Daarmee wordt het niet relevante deel van het denken geëlimineerd. De gedachten worden niet meer geïnitieerd door hetgeen voorradig is als conditionering, doch alleen door wat zich op dat moment aandient.

Bij het vertoeven in die stille duisternis, bij het gaan naar binnen, komt er een moment dat een kracht de ziel naar steeds diepgaander lagen van haar eigen zijn trekt. Er is een binnendringen in het onbekende Ene, dat stukje bij beetje ten slotte tot een adembenemende afdaling in de leegte wordt. De ziel verliest dan haar houvast op een wijze die overeenkomst vertoont met dat wat plaatsvindt op het moment van de dood, wanneer de ziel het terugtrekken van haar lichamelijke zintuigen opmerkt. Dan voelt zij ook de terugtrekking van bewuste gedachten, van de wil, van die hele binnenwereld waarmee de ziel zich geleidelijk aan had geïdentificeerd. Zij voelt zich verdwijnen en oplossen in een ‘gene zijde’ die desondanks deel is van haar eigen zijn, maar waar nochtans haar besef van aparte existentie volstrekt verdwijnt. Er rest dan niets meer van ‘mij’ en dat heeft het effect van een enorme bevrijding en intense vrede.

Al deze woorden leiden ons op ons pad naar een groots panorama, dat een geweldig uitzicht biedt op de Waarheid. Daar zullen we voorgoed onze persoonlijkheid aan de wilgen hangen, en als zuivere zielen verder zweven naar het hemelse licht.

deel1- (214)

Zonder dat ze nog enkele woorden wisselen die via de leesstof van de oranje weg opdwarrelen, verschijnt opnieuw voor het pelgrimsoog de zandloper waarmee in het oranje boek het doorbreken in de godheid beeldend wordt voorgesteld. Wellicht kunnen ze zich op een volgende pelgrimsdagreis daar nog eens mooi op verder bezinnen, voordat het elfje het kleed van bewustzijn weer aandoet, door de taille van de zandloper glipt en opnieuw geboren wordt, zoals het beekje het voorspiegelde. In de weerspiegeling van het Stille water van de beek doet zij er voor dit moment het zwijgen toe.

En de Oceandreamers in hun ´Licht´bootje varen niet hun eigen koers, maar liggen op Zijn koers…

Deel2- (129)

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 153 - Leesstof op het zandpad | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Mijnopruimingsdienst

Terwijl het elfje opgeruimd van geest de nieuwe dag begroet, zet het woord opruimen bij JJ een gedachtenstroom in gang en Jerfaas kijkt nauwlettend toe wat er gebeurt. De mijnopruimingsdienst treedt in werking en wordt actief in beeld gebracht op het TV-scherm. En aan de hand van de gedachtenstroom van JJ m.b.t. de jantjes, volgt TV m.b.t. de tetjes haar gedachtenstroom.

Mijnopruimingsdienst? Dit klinkt wel heel erg explosief, JJ. Ik krijg gelijk een beeld van een mijnenveld in de buitenwereld, waar men behoedzaam doorheen laveert, om niet vernietigd te worden. Want ja, dan ben je er geweest. Vanuit het materiële denken waarin men zich identificeert met de persoon is dit een beeld waar angst regeert. Vanuit het religieuze denken van de pelgrim ontstaat de gedachte: Maar wie of wat wordt er vernietigd? Wie of wat is er dan geweest? En moet er überhaupt wel iets vernietigd worden?

Tetty, er is een jantje die de ‘opruimer’ speelt van alles wat met ik, mij en mijn te maken heeft. Hij is de killer van het ego zogezegd. Maar hij is een doener en dat is verdacht, dus je zou kunnen zeggen dat dit jantje een collaborateur is. Het ego met al zijn facetten wordt bij JJ door ‘een hoger iets’ aan het licht gebracht en het jantje duikt erop om een ‘mijn’ op te ruimen.

Haha, ik geniet van de wijze waarop jantje ten tonele wordt gevoerd. Ik zie hem in gedachten druk doende en volg met een geamuseerde blik al zijn verrichtingen die hem diverse benamingen opleveren, in dit geval de opruimer. Het is toch wel een geweldig ventje die aandoenlijk zijn best doet waarvoor hij ingehuurd is. Maar iets van de jantjes, of in mijn geval iets van de tetjes, kan alleen maar aan het licht gebracht worden als het er, laat maar zeggen, ‘verborgen in het donker’ nog is. Iets wat er niet meer is, kan ook niet meer aan het licht gebracht worden, want dat is licht geworden. Wat maakt nu dat iets er niet meer is? Door het te laten zijn precies zoals het is. Acceptatie.

Het is dus zo, dat jantje de opruimer ook weer wordt gezien, en dat kan best een tijd duren voor hij verdwijnt. Maar het feit dat hij minder opduikt is een gevolg van de mindere aandacht die hij krijgt. En die aandacht, dat is volgens JJ de sleutel. Iets wat weggedaan wordt in fysieke zin krijgt geen directe aandacht meer, hooguit in memoriam zou je kunnen zeggen, maar ook dat kan zich herhalen. Wanneer je bijvoorbeeld een stoffelijk ding weg doet, kan het ook dan nog in gedachten terugkomen. Dus laat staan de ‘gedachten’ waaruit vrijwel ons hele innerlijk bestaat. Die staan vaak op de repeat, of qua vorm, letterlijk, of qua structuur, soort van gedachten.

Ik begrijp wat je hiermee bedoeld te zeggen, maar het maakt het verhaal niet anders. Die aandacht waar jij het over hebt is eveneens gerelateerd aan jantje de opruimer en al die andere ego-facetten die het denken bevolken en waarvan gedacht wordt dat ze ‘weggedaan’ moeten worden.

Het geen of mindere aandacht geven aan de jantjes en tetjes betekent nog niet dat ze geaccepteerd zijn. Voor TV is acceptatie de sleutel. Om iets geen directe aandacht meer te geven, hoeft het niet weggedaan te worden. Iets willen wegdoen betekent dat het niet geaccepteerd wordt zoals het is. Iets willen wegdoen is doorgaans iets ontkennen en daarmee continueer je het. Iets wat mindere aandacht krijgt c.q. weggedaan wordt blijft om meer aandacht vragen. Iets wat helemaal geen aandacht meer krijgt, wil nog meer aandacht. Het voelt zich ontkend en wil zich laten kennen. Het lijkt of het minder opduikt, maar dat komt omdat het vaak niet meer via de directe weg gebeurt, maar via de indirecte weg, zoals gezegd, in memoriam. En dat is doorgaans in sluimerende toestand nog hardnekkiger. Want terwijl je het ogenschijnlijk niet in de gaten hebt, kan het onverwachts als een soort sluipmoordenaar op herhaling tevoorschijn springen. Acceptatie is als het ware het huurcontract van de jantjes en tetjes opzeggen en alles laten zijn precies zoals het is. In acceptatie is de aandacht opgelost.

Inderdaad is acceptatie de sleutel. Mijn leraar Tolle zegt steeds: ‘Don’t react to content, because it is already as it is’. Daar hadden we het onlangs nog over; wat een van ons beiden ook zegt, alles wat we ervan vinden is onze eigen interpretatie en zegt iets over ons innerlijk. Acceptatie geeft rust, wat er ook gezegd of gedacht wordt.

De CIW les van vandaag zegt: Laat alles precies zijn zoals het is. Eigenlijk staat daar: ‘laat ik mogen zien zoals het werkelijk is’, want wij kijken en luisteren door de bril van de jantjes en zien niet hoe het werkelijk is. Wij zien en horen vaak iets wat ons niet aanstaat, niet beseffende dat het ons innerlijk is wat als een waas over de werkelijkheid ligt. Maar het is ‘mijn’ werkelijkheid die gezien wordt, dus als het ‘mijn’ weggehaald is, zou die werkelijkheid wel eens aanzienlijk mooier kunnen zijn.

Hé pelgrim, zolang we kijken door de bril van de jantjes en tetjes maken we gebruik van de omgekeerde kijk. Daar moet de focus niet op liggen. Weet je wat we doen? We zetten gewoon die bril van de jantjes en tetjes af. Om te zien hoe het werkelijk is hebben we geen bril nodig. Om te zien hoe het werkelijk is hoeven we alleen maar van kijkrichting te veranderen. Dan zien we niet langer het ‘mijn’ wat er is, maar het Zijn dat Is. En dat is inderdaad aan’zien’lijk mooier en het aanzien meer dan waard.

Feitelijk hoeft er dus niets gedaan en opgeruimd te worden en hoeft er geen ego ge-killed te worden. Als het ego met al zijn facetten niet uit het zicht geruimd wordt, hoeft het ook niet aan het licht oftewel aan het zicht gebracht te worden. Dat scheelt dan een hoop werk en met dit inzicht heeft jantje de opruimer het nakijken en is tetje de opruimer ook het werk uit handen genomen… mijnopruimingsdienst opgeheven… opgeruimd staat netjes.

Nou, wat zullen we nu eens gaan doen? Gewoon lekker spelen in het mijnenveld, waar niets vernietigd hoeft te worden omdat je niet vernietigd kunt worden, omdat je door, in en met alles het pad van je eigen vreugde volgt wat je bent. Want ‘het hoger iets’, waar jij over spreekt regeert met liefde over en in het mijnenveld. En ineens komt een aloude versregel naar boven:

 Waar liefde woont, gebiedt de Heer den zegen:

Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,

en ‘t leven tot in eeuwigheid.

 Ja, ja, zo gek zijn die aloude psalmen nog niet. Omdat alle dogma’s in de verlichting opgeheven zijn, dringt de waarheid van wat gezongen wordt door in waar de pelgrimsziel van zingt.

En terwijl Jantje Opruimer zich aangespoord voelt om schoon schip te maken, klinkt vanuit ‘het hoger iets’ voor de Oceandreamers, onderweg in hun bootje…

Noorwegen 2014 064Ik ben een onbegrensde Oceaan.

Waar de geesteswind opsteekt

ontstaan er vele werelden,

als golven in het water

≈ 

Gaat in het water van mijn Wezen

de geesteswind weer liggen,

dan zinkt de universumboot

met al wat er gezag voert.

≈ 

(Ashtavakra’s Zang)

Noorwegen 2014 085

wordt vervolgd…tot NU… 

Posted in 152 - Mijnopruimingsdienst | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Licht-en-Beek route

Voordat de avond opgaat in de nacht vormt zich nog een TV voorstelling uit het sprookjesbos. 

Terwijl het elfje op haar grijze ros Oosterbeek binnenrijdt, de plek waar de zon over de beek opgaat, ziet ze in gedachten aan de dag met het beekje dat de zon nu bezig is om onder te gaan. De zon is, omfloerst door vage nevelige wolken, een zacht schijnend licht in een tere blauwe lucht. ‘En de avondzon schijnt met milde gloed over alles wat er gebeurd is’, komt in het elfje naar boven.

Noorwegen 2014 162De zon heeft de hele dag zijn licht laten schijnen tijdens het samenzijn met het beekje. Daarom besluit het elfje op de terugweg in het spoor van het beekje te blijven en langs de haar bekende LichtenBeek route te gaan. Licht en Beek, hoe mooi! In het samengaan van die woorden ligt alles besloten. Wat zou het elfje daar nog over willen zeggen?……

Dat het beekje het Licht is, dat het beekje voor het elfje als een licht is op haar pad, dat er via het beekje iets aan het licht gebracht wordt, dat er door het beekje soms een lichtje opgaat bij het elfje, en dat zij samen op weg zijn om het Levenslicht te zullen aanschouwen.

Dit gaat allemaal door het elfje heen terwijl ze de weg door LichtenBeek volgt via het meest groene Gotische raam dat ze zich kan voorstellen. Ooit toen ze hier reed, had ze net gelezen hoe in de tijdgeest van M.E. de gedrukte Romaanse bouwstijl plaatsmaakte voor de naar de hemel getrokken, van kunstige glas-in-loodramen voorziene Gotiek. En ze zag met eigen ogen hoe langs deze route het meest ‘natuur’lijke Gotische raam is ontstaan. Meterslang kan ze er doorheen rijden. En alle keren dat ze daar rijdt, is ze zich bewust van het feit dat deze spitsboog symbool staat voor het ‘naar de hemel getrokken worden’ wat in de geest van de mensen gebeurt, zoals M. E. schrijft.

Nog eenmaal staat het elfje stil om de inmiddels adembenemend mooie grote oranjekleurige zon achter de bomenrij te zien zakken. Hoe schitterend! Op haar grijze ros door het sprookjesbos rijdend ziet ze vanaf de weg het rondje ‘Jan Jerfaas en Tetty’ liggen. Ze ziet dat het er vredig bij ligt in de avondschemering. Alles is tot stilte gekomen. En het elfje ziet dat het goed is.

Het elfje voelt zich al met al opgeruimd en opgewekt. En ‘opgeruimd’ gaat ze in haar boshut verder met het opruimen van vele goederen die de kast bevolken. Allerhande zaken gaan het veld ruimen. Het opruimen hiervan staat ook symbool voor het proces van ontpersoonlijking. Ruimte creëren voor…ja, wie zal het zeggen, voor misschien wel… niets. Het Niets waar de pelgrims naar op weg zijn. En dan is het uiteindelijke doel van het ‘opruimen’ bereikt.

En ‘opgewekt’ ziet ze het vrolijke vissertje weer tevoorschijn komen. Zoals het vrolijke vissertje lang en kort geleden haar huisje tussen de baardgrasjes had verlaten om ter bezinning haar elfenvleugeltjes neer te strijken bij haar boshutje te midden van het groen bij de zuivere bron (64-Het beekje), zo gaat ze nu in omgekeerde volgorde het pad volgen om haar oren weer te luisteren leggen bij het zachte suizen van de wind door de baardgrasjes. 

Maar…

Waar zij zich ook bevindt,

het maakt niet uit.

Slechts de omgeving kan veranderen,

de vorm kan veranderen.

≈ 

Maar…

Het elfje is het elfje.

Het sprookjesbos blijft het sprookjesbos.

Het beekje is het beekje.

Paulus is Paulus.

Paulus 001

Waar je ook gaat, daar ben je

En gezien het feit dat het elfje, buiten hier en daar een prikkeling, altijd bijzonder geniet van de voorstelling van zaken van het beekje, spreekt het elfje de wens uit dat het beekje er Levens-lichtig op los blijft murmelen.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 151 - Licht-en-Beek route | Leave a comment