Monthly Archives: december 2020

Het Pad van de Pelgrims – De alleen-gaande pelgrim

De ene pelgrim vervolgt zijn weg in stilte, met groot verlangen naar de volmaakte Stilte. Zijn pad gaat omhoog en geleidelijk krijgt hij meer inzicht en uitzicht op het landschap wat hem de komende tijd zal omgeven. Hij ziet de rivier stromen, maar tot in de verte ziet hij geen brug om die over te steken. De zuid-oever is kennelijk de plaats waar hij dient te gaan. Een lichtboog is ook niet te zien, hoewel vrij recent nog een prachtige regenboog beide oevers verbond. Feitelijk is dat een lichtboog, want in de regenboog valt het daglicht in een kleurenspectrum uiteen. Je zou kunnen zeggen dat het licht in nuances en componenten uiteen valt. Dat zou een metafoor kunnen zijn voor de ervaringen van een pelgrim die zijn weg gaat. Hij krijgt de samenstellende delen van zijn pelgrimstocht te zien, die hij alleen dient te gaan.

Dit traject is dat van de stilte. Als pelgrim heeft hij eigenlijk een soort monniksgelofte afgelegd, te leven in armoede van geest, dus niets  te willen, niets te hebben en niets te weten of te zeggen. En dat slaat op alle dingen van deze wereld. De enige plek waar hij thuis is, is de thuisloosheid, op weg zijn naar…iets Hogers. Ook Meister Eckhart haalde Jezus aan: ‘Zalig zijn de armen van geest, want zij zullen het Koninkrijk der Hemelen bezitten’.

Hoewel het pad omhoog gaat, is het een afdalen in de stilte. Afdalen, steeds verder afdalen. Voorbij alles wat de pelgrim of wie dan ook ooit heeft bedacht, voorbij alle kennis en zekerheden.

Steeds dieper gaan, de dingen verlaten, alle herinneringen loslaten, en eraan voorbij gaan. Nog verder weg van zichzelf als persoon. Hier in deze omgeving rest een stilzwijgen. Praten is hier niet van de geringste betekenis. Daarvoor zou de pelgrim weer omhoog moeten klimmen. Een aantal ladders op, naar de wereld met de begrensde dingen en de meningen.

De schemering valt in en de pelgrim kijkt met ontzag naar de maan en de sterren die nu snel zichtbaar worden. Hoe onvoorstelbaar groot is het universum. Hoeveel planeten zouden er bevolkt zijn met belichaamde zielen zoals de aarde? Hoeveel onbelichaamde zielen zouden er wel niet zijn die ook nog in de afscheiding leven, net als de pelgrim? Waarschijnlijk leven zij ook in hun eigen sprookje, net als alle aardbewoners die eigenlijk allemaal in een uitgestrekt sprookjesbos wonen, met fabel-achtige bergen, zeeën en oceanen. Allemaal in hun eigen verhaal, wat heel uniek is.

Nu valt de pelgrim even terug in zijn eigen sprookje. Als JJ heeft hij zich sinds kort aangesloten bij andere stiltezoekers. Gewoon een lange tijd samen stil zijn. Geen verhalen over de persoon en het verleden. Geen weten en kennis. Alleen niet weten en zwijgen. Spreken is (soms) zilver, maar zwijgen is goud.

Ook duikt een gedachte aan het elfje op. Hij heeft haar laatste bericht gelezen. Zij spreekt over een inwijding, maar wie is het die ingewijd kan worden als er geen persoon meer is? En wat kan daarover verteld worden als het een ervaring is? Maar als zij het laatste restje ego in grote helderheid heeft zien verdwijnen, dan is dat geweldig. Dan heeft zij als de ‘andere pelgrim’ het Vredespaleis bereikt en daar haar intrek genomen. De ene pelgrim zal daar ooit ook aankloppen. En zoals geschreven staat: ‘Wie klopt, die zal opengedaan worden’.

De pelgrim richt zich nu weer op zijn omgeving en ziet een duifje naderen. Ze zijn hier uiterst zeldzaam, dus vraagt hij het boodschappertje dit berichtje mee te nemen want het zal wel weer een tijdje duren voordat zich weer zo’n buitenkansje aandient. Terwijl hij het duifje ziet opstijgen, daalt de pelgrim voor langere tijd weer af in de diepe stilte.

Waar de pelgrim ook gaat, de Elfel waakt in Stilte en vanuit het noorden straalt het Licht hartverwarmend met Liefde… 

En als de zon wegzinkt in de oceaan, verspreidt zich een golving van licht. Want hoe het ook zij…  

His Grace shines on you!

deel1- (165)

His Grace shines through you!

wordt vervolgd…tot Nu… 

Posted in 193 - De alleen-gaande pelgrim | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De ‘afscheid’ings-show

De zuidelijke oever van de rivier is in een weldadige stilte gehuld. Vrijwel niets is te horen van de stroom des levens die op enige afstand voorbijgaat, zoals ook het zogenaamde echte leven aan een ieder die denkt een persoon te zijn voorbijgaat. Eigenlijk was het er nooit, het leek heel echt, maar het was fantasie, een eigen sprookje. Op het traject wat de ene pelgrim nu gaat, staan veel bomen en het dichte bladerdak laat nauwelijks toe dat er duifjes opstijgen, slechts hier en daar is een opening te vinden. Wel is het gouden zonlicht door ontelbare gaatjes zichtbaar en de ontelbare zonneharpen geven het woud een bijna hemelse aanblik. De pelgrim geniet en zowel zijn ademhaling als de prachtige omgeving geven hem een directe verbinding met het Nu. Dit moment is fantastisch, en ieder moment is fantastisch, en eenmalig, en nooit komt het weer terug.

Toch dwalen zijn gedachten even weg van dit moment. Er verschijnt een gedachte  die hem in herinnering brengt dat hij tot voor kort zo graag de rivier overstak en dagelijks duifjes liet vliegen. Een volgende gedachte is er een van de vragende vorm: ‘Waarom nu niet meer?’

Er komt nu slechts een veel voorkomende gedachte; ‘Ik weet het niet’. De spontane aandrang om berichtjes te schrijven en te sturen is helemaal weg, het hoeft kennelijk niet meer. Het ‘gebeurt’ niet meer. Opmerkelijk.

Hij gaat er maar even bij zitten op het mos, met zijn rug tegen de gladde stam van een beuk. Een vlinder komt dansend voorbij en nu komt er een gedachte over het elfje dat ook zijn medepelgrim was. Nu kennelijk niet meer, want als hij haar laatste duifje, beter gezegd Duif, goed begrepen heeft, dan is haar ego nu voorgoed opgelost. Nu is zij dus een ex-pelgrim, de persona (masker) is afgelegd, en haar ware natuur is herkend. En zoals dat bij mensen dan gaat, komen er bij de pelgrim meer gedachten. Zij heeft nu dus haar ego doorzien, en dat zal best, in ieder geval een deel ervan. In kaboutertaal heeft het elfje dus een aantal tetjes gezien die in het verleden hun rol speelden. Maar zijn ze nu voorgoed weg? En zouden er nog andere zijn die zich angstvallig schuil houden?

De pelgrim gaat zijn eigen ervaringen na. Er zijn vele jantjes, sommige zijn prominenter dan andere. En er is er eentje die graag doet alsof er geen jantjes meer zijn, dat hij ze allemaal heeft gezien en heeft laten verdwijnen, dat is de jantje-spiritueel. Hij speelt een sluw en doortrapt spelletje. Maar Jerfaas ziet ook die, hij schijnt er zijn licht op. Echter, de graadmeter doet ook zijn werk; is er een continue toestand van diepe innerlijke vrede? Is er niets meer, geen enkele zogenaamde gebeurtenis die dat verstoort? Zelfs geen gedachte van enig onbehagen, hoe vluchtig ook? En stel dat de graadmeter op nul staat, voor hoe lang?  Een dag, een week, een maand?

Al deze gedachten gaan door het hoofdje van de pelgrim, ook dat hij van ganser Harte hoopt dat het elfje voorgoed verlost is van de tetjes, nog beter benoemd…verlost is van Tetty, want dat is de persoon in zijn geheel. En dat zal een heel pijnlijk verlies zijn. Geen identiteit meer hebben, geen BDE gehad hebben. Want de hele persoon met al haar ervaringen, die verscheen in het bewustzijn wat wij allen zijn. En dat is een harde noot om te kraken, dat is echt sterven voordat je doodgaat. Naamgenoot Paulus noemt dat ‘het afleggen van de oude mens’. Het is een quantumsprong. Het ego is een gigantische kracht, het heeft het universum in zijn greep, en het verschijnt als miljarden zogenaamd afzonderlijke mensjes, met geheel eigen karaktertjes, allemaal unieke lichaampjes enzovoort, enzovoort… Om die hele afscheidings-show te Boven te komen, dat is nogal wat. Maar het gebeurt…soms…het is…Genade.

De pelgrim wacht op zijn beurt, zou je kunnen zeggen. Of liever gezegd, er komt een gedachte dat hij verlangt dat de sluiers van misleiding en afscheiding weggenomen worden en dat hij werkelijk ÉÉN kan zijn met allen bij wie dat ook is gebeurd. En natuurlijk is het mogelijk dat het Elfje inderdaad verlost is, de boven beschreven gedachten kwamen gewoon even voorbij, en omdat er een openingetje voor een duifje was, laat hij die nu vliegen. Terwijl het duifje opstijgt en speurt of er nog iets van de lichtboogroute te zien is, pakt de pelgrim één van de zonneharpen en speelt en zingt zijn lied. I am sorry…please forgive me…thank you…I love you…

DSC_2471

En tegen de avondhemel straalt het teken van de medepelgrim…in verbondenheid…

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 192 - De 'afscheid'ings-show | Leave a comment