Monthly Archives: oktober 2020

Het Pad van de Pelgrims – De eenzame pelgrim

De rivier stroomt en op beide oevers loopt een pelgrim eenzaam voort, zo is zijn beleving. Ze lopen in dezelfde richting, en dat is stroomopwaarts in de richting van de bron. Het lijkt of de rivier de laatste dagen veel breder is dan voorheen. Eerder konden ze regelmatig samen op eenzelfde oever optrekken en wanneer ze op hun eigen oever verbleven, dan waren er de duifjes die via de lichtboog pijlsnel heen en weer vlogen om berichtjes te brengen. Maar de lichtboog is verwaaid en tot een labyrinth geworden en de rivier lijkt nu onoverbrugbaar.

DSC_0050

De rivier is het leven van de mens en aan de oppervlakte toont zich de psyche, dat waar de mens zich mee vereenzelvigt, zijn gedachten en emoties. En die rivier kan een woeste stroom zijn met draaikolken en stroomversnellingen. Het is mogelijk dat het oppervlak glad is, maar dieper gelegen objecten zorgen er vaak voor dat het water anders gaat stromen en het gladde oppervlak verstoord wordt. Die dieper gelegen objecten zijn veelal niet zichtbaar, ook niet voor de rivier zelf. Toch zullen de pelgrims elkaar weer ontmoeten, in het uiterste geval bij de bron, daar waar de beide oevers uiteindelijk samenkomen.

DSC_0049Wat is er toch gebeurd dat de rivier de pelgrims uit elkaar dreef? De ene pelgrim weet het niet. Nu kan hij wel menen dat het veroorzaakt werd doordat de andere pelgrim regelmatig niet in vrede was, maar mogelijk was het zijn eigen projectie in het manifeste. Maar stel dat de andere pelgrim inderdaad regelmatig in onvrede viel, waardoor werd dat veroorzaakt? Hij weet het niet.

Was het omdat zijn Cursus citaten haar irriteerden? Of vond zij dat haar meningen, die zij oprecht als inzichten beschouwt, te weinig door hem werden geaccepteerd? Maar waarom dan die heftige reacties, waarbij de lieve oogjes plotseling vurig werden en het welbespraakte mondje als bij toverslag tot een dunne streep werd. Hoe is dat toch allemaal mogelijk. Uiteindelijk zijn alle inzichten en overtuigingen, meningen en concepten, louter gedachten. En die komen en gaan. Dat is te zien door eenieder die zijn ‘observer’ heeft gevonden. Het zijn geen ervaringen pur sang, hoewel over ervaringen later wel gedachten kunnen komen. Maar achter de gedachten ligt de Leegte, de Liefde, en daarin verschijnt alles. Dus wat claimen we van alles wat er verschijnt? Want dat is wat er gebeurt.

De ene pelgrim weet het niet, hij neemt via Jerfaas waar wat er zo door de jantjes wordt vernomen. En die jantjes, of minstens een aantal ervan, vormen grotendeels de ene pelgrim. Ze willen rust, ze menen dat het heel moeilijk is om met de andere pelgrim hun gedachten te delen wanneer dat tot onvrede leidt. En die onvrede geeft de jantjes, de persoon, een onbehaaglijk gevoel. Ze zien een andere persoon die boos gedrag vertoont, maar zich dat kennelijk niet realiseert. Uiteindelijk is alles een les die God de mens graag ziet leren en zijn die waarnemingen daar onderdeel van. Waarom de twee pelgrims elkaar in dit leven weer moesten ontmoeten, zal ook een les zijn. Mogelijk was het Pad van de Pelgrims de hele les. Misschien komt er een volgende les. De ene pelgrim legt het in Gods hand. Voor zover hij nog iets van toekomstverwachting heeft, gaat dat gepaard met het onstuitbare verlangen naar Vrede en Rust en Stilte. Hij hult zich daarom nu weer volledig in stilte.

Hecht je aan niets,

ook niet aan het verlangen naar Niets.

Bevrijding is niet de vervulling van het verlangen,

het is de realisatie dat bevrijding vrij van verlangen is.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 189 - De eenzame pelgrim | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De climax

Goedemorgen wakker Elfje, en mocht dat nog niet zo zijn, ´ontwaakt gij die slaapt en sta op uit de droom´. Na het krieken van deze dag en overlopend van dankbaarheid groet ik U.

Goedemorgen Paulus, er is niet iemand die ontwaakt, die iemand lost op, en wat is, en was, blijft. 

Na het betreden van de baardgraskapel laat het elfje er geen gras over groeien en valt vragenderwijs met de deur in huis.

Wat is je antwoord, JJ, na de ontvangst van het middernachtelijk TV programma? 

Tsja…ik heb de pennenvrucht tot mij genomen, maar inmiddels ook weer naast mij neergelegd, want ik kan mij er niet in vinden. Ach weet je, het is in feite ook niet belangrijk wat de jantjes uitspoken. Ze zijn slechts een illusie. Niet de moeite waard om daar veel woorden aan te wijden.

Maar jij schreef dat jij je niet goed voelde, en dat is al een tijd gaande, en dat jij je de dag doorgeworsteld had. Dat klinkt niet echt fijn.  

Het zijn van die muizenissen zonder betekenis. Ze komen voorbij en zijn altijd persoonsgericht, dus hoeven ze niet onder de microscoop gelegd te worden, ze verdampen vanzelf. De pelgrimstocht en de omstandigheden onderweg boeien JJ het meest.

Wat vertel je mij nou? Jij doet dit af als een ‘muizenis zonder betekenis’ die gewoon terzijde geschoven kan worden? Is dit juist ook niet een omstandigheid onderweg die jou iets te zeggen heeft? 

Ach, ik schreef zomaar wat. Dat is van de jantjes en dient niet serieus genomen te worden. Dat is niet iets wat verder ter sprake hoeft te komen.

Is dat zo?  

Ja.

De ogen van het elfje zijn tijdens de woordenwisseling groter dan groot geworden en haar mondje valt open van verbazing. Op de een of andere manier is dit de beekse druppel die de emmer doet overlopen.

Prima, dan hoef je wat mij betreft dit soort pelgrimspraat ook niet meer ten gehore te brengen. Als jij vertelt hoe het er bij jou voor staat, dan neem ik dat serieus. Als jij je niet goed voelt, gaat mij dat aan mijn hart. Als jij wat bij mij neerlegt, leg ik dat niet zomaar naast mij neer. Sinds onze gezamenlijke pelgrimstocht een aanvang heeft genomen, voel ik mij betrokken bij hoe jij je voelt en wat jou beweegt. Als het beekje niet vanzelfsprekend stroomt en troebel water laat zien, probeer ik of ik wat helderheid kan brengen.

Het is niet de eerste keer dat wanneer jij ergens mee geconfronteerd wordt, je het op deze wijze afdoet. Keer op keer val je in dezelfde herhaling als de jantjes opduiken, dus kennelijk heeft het jou toch wat te zeggen. Maar in plaats van dat het je door inzicht en bewustwording verder brengt, doe je het nonchalant met een achteloos gebaar af met: Ach…de nukken en grillen van de jantjes. Maar om alles wat er gebeurt simpelweg af te doen met: ´het is maar een illusie’… Zet je daarmee een schrede in de binnenwereld of doe je maar alsof? 

In alles ben ik een luisterend oor en probeer ik een inzichtgevende helpende hand te bieden. Als jij daar niets mee kunt, maakt mij dat niet uit. Dan is dat zo. Maar als jij vervolgens beweert dat het slechts een totaal niet belangrijke oprisping van de persoon is, die niet serieus genomen dient te worden, dan vraag ik mij af waar je mee bezig bent om mij die zogenaamde jantjes-onzin te willen blijven vertellen. Je neemt mij hierin niet serieus. Ik zit notabene tijd en energie te steken in wat voor jou van nul en generlei belang is. Ik lijk wel gek. Het voelt alsof er een spelletje met mij gespeeld wordt. Daar pas ik voor. 

Het elfje voelt een krachtig ‘nee’ tegen deze situatie. Hier wil ze niet langer voor gebruikt worden. Helder en duidelijk staat het inzicht haar voor ogen dat het niet anders kan of hier moet een punt achter gezet worden. Op deze manier wordt het Pad van de Pelgrims een never ending story, een gebed zonder eind. Aan de ene kant wil ze het dierbare bewustzijnssprookje met duizend-en-een woorden levend houden en vasthouden. Aan de andere kant voelt ze in zichzelf een losmakingsproces voltrekken waar ze nog geen woorden aan kan geven, maar wat haar innerlijk al doet opstaan en weglopen als sprookje uit het sprookje. Ze voelt dat alles er toe geleid heeft dat dit moet gebeuren, maar vooralsnog wil ze niet dat het gebeurt. Het ego wil zich op de valreep nog laten gelden.

De energie van dualiteit en eenheid strijden om voorrang. Hoe meer woorden ze spreekt, hoe meer ze zichzelf hoort spreken. Hoe meer ze zichzelf hoort spreken, hoe meer de stille leegte op de achtergrond haar vervult. Hoe meer ze zichzelf te kijk zet, hoe meer ze er dwars doorheen kijkt. Hoe meer ze de medepelgrim probeert te naderen, hoe meer ze zich van hem verwijderd voelt. Voorbij dit alles is de stilte voelbaar.

Wat valt er verder nog te zeggen? Is het niet zo dat de pelgrims alle woorden die gezegd moesten worden, gezegd hebben. Welke woorden uit het blauwe of oranje boek kunnen dit tij nog keren? Zijn ze nu aangekomen op het punt waarover JJ ooit hoopvol sprak toen hij zei: ‘De laatste Cursuslessen vormen een climax, in het optimale geval wordt de verlichting bereikt, oftewel de pelgrimsreis wordt naar gebed en wens beëindigd. In het NU is het stil en zijn geen woorden. Althans niet nodig, wanneer ze er zijn worden ze gezien of gehoord en in dat geval voor ‘kennisgeving’ aangenomen. Alles wat je ziet is wat jij bent, want God is overal en in alles aanwezig.’

In de stilte die voortduurt lijken de pelgrims op een doodstil punt aangekomen te zijn. Is de climax nu bereikt? Maar zo heeft TV zich dat niet voorgesteld. Tranen van onmacht, teleurstelling en woede, springen het elfje ondertussen in de ogen.

De boskabouter blijft het elfje aankijken. Hij vindt het niet fijn dat dit alles tranen en irritatie teweeg brengt. Hij wil niet dat het elfje door hem in onvrede valt. Ook al zegt de Cursus: Niets is zoals het zich aan jou voordoet. De heilige bedoeling ervan ligt achter jouw beperkte horizon, dit wat er nu gebeurt is niet wat hij wil en waar hij ook niet mee geconfronteerd wil worden. Hij heeft altijd gewenst en verlangd dat de pelgrims langs de meerdere leidraden die ze hanteren meer en meer op dezelfde manier gaan kijken, en een gemeenschappelijke staat van denken hebben, zoals de Heilige Relatie beoogt, maar daar lijkt vooralsnog geen zicht op. En ook al zegt de Cursus in hoofdstuk 22 dat binnen die gemeenschappelijke staat van denken beiden van harte vergissingen ter correctie geven, opdat beiden met vreugde als één worden genezen, dat gevoel heeft hij niet. De sprong in bewustzijn die hem Thuis zal brengen en die hij langs deze weg gezamenlijk met het elfje denkt te maken, lijkt zo niet van de grond te komen. Er rest hem niets anders dan resoluut op te staan en te zeggen: ‘Ik ga’.

Hij opent de deur van de baardgraskapel, kijkt nog één keer achterom en zegt: ‘Je bent nog niet van mij af’ en loopt naar buiten, het elfje verbijsterd, ontgoocheld en sprakeloos achterlatend. Met lede ogen kijkt het elfje toe hoe de uiterlijke deur zich achter Paulus sluit en ze voelt de leegte die hij achterlaat. Ze ziet de geliefde medepelgrim gaan en vraagt zich af of ze hem nog weer zal zien, terwijl ze innerlijk voelt dat het niet meer in deze hoedanigheid zal zijn. De gezamenlijke pelgrimstocht lijkt op abrupte wijze ten einde gekomen. In plaats van weg te dromen in het sprookjesbos gaapt voor haar een grote leegte. De TV uitzendingen met sprookjesbosnieuws zullen uit de ether genomen worden. Zullen de Oceandreamers ieder op hun eigen oever hun reis voortzetten? Daar wil ze nu nog niet aan. Ze houdt haar ogen gericht op de belofte die uit het blauwe boek tot haar spreekt.

Laten we dan samen onze ogen opslaan, niet in angst, maar in vertrouwen. En er zal in ons geen angst zijn, want in onze visie zullen er geen illusies zijn, alleen een pad naar de open poort van de Hemel, het huis dat we in stilte delen en waar we in zachtmoedigheid en in vrede, als één tezamen leven.(T.20.II.8: 11-12)

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 188 - De climax | Leave a comment