Monthly Archives: oktober 2019

Het Pad van de Pelgrims – Jezelf weiden in Gods Gedachten

Of het nu komt door de stortvloed aan woorden uit het beekje, maar er is een enorme hoosbui losgebarsten. Terwijl de regen tegen het venster striemt, meldt zich toch een postduif bij de paddenstoel van Paulus. Door het vensterglas kijkt hij Paulus vragend aan en vraagt hem of er wat over te vliegen is naar het elfje. Terwijl Paulus in gedachten verzinkt, wordt het hem duidelijk waarover het zal gaan. De pelgrimsdagen en de Cursuslessen dezer dagen hebben het als thema en hij heeft zonet een stukje uit Reis voorbij Woorden gelezen:

Begin dus nu meteen, als het je vrede brengt,

jouw gedachten gade te slaan.

Verzet je niet tegen ze.

Bevecht ze niet.

Wanhoop er niet van.

Verheug je niet over ze.

Laat ze gewoon zijn

en sla ze gade.

≈ 

Wanneer jij gedachten hebt

die in je een gevoel van Eenzijn voortbrengen,

een gewaar-zijn dat niemand bijzonder is,

dat niemand anders is,

wees dan verheugd

en sta die ervaring toe, door jou heen te stromen.

≈ 

Wanneer jij gedachten heb die jou laten zien dat jij van streek bent,

hoe onaanzienlijk ze ook mogen zijn,

van woede of van angst of van welke soort aanval ook,

realiseer je dan dat dit de gedachten zijn,

die door deze Cursus opgelost zullen worden

zoals de nevel door de morgenzon.

Wat klinkt dat eenvoudig, maar o zo treffend, klinkt het weer opgeklaard op elfse wijze.

Ja, knikt Paulus, de pelgrims beseffen inmiddels dat gedachten doorgaans ego/persoonsgericht zijn, of ze zijn van de H.G. en lopen dan over van Liefde, en dat het de kunst is alle gedachten te zien en daarna te doorzien. De Stilte erachter, daar gaan de pelgrims naartoe. Daar zijn de zogenaamde Gedachten Gods. Dat wordt dus andere kost.

Alles wat we lezen zijn concepten; dus begrippen, denkbeelden of ideeën. En alle wijze spirituele boeken staan als het ware vol met concepten. Ze hebben hun plaats boven de taille van de zandloper, de wereld. Iets anders is de ervaring waar die concepten naar toe kunnen leiden. Wat we ook lezen of mondeling delen, het zijn woorden van deze wereld, en Jezus zei het al: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.’

Vandaag las ik een gezegde van Ramana Maharshi. Hij zei: ‘Een concept gebruik je als een doorn om een andere doorn, die in je voet zit, te verwijderen. Als dat gebeurd is, gooi je allebei de doornen weg. Dan ben je vrij van concepten. Maar ook slechts één concept kan de waarheid aan het oog onttrekken. Dus voel je vrij om je van concepten te bedienen. Maar als je ze eenmaal hebt gebruikt, gooi je ze weer weg.’

Het proces van het denken ontneemt je het zicht op onderling afhankelijke tegendelen. We leven nu eenmaal in de dualiteit! Het denken neigt altijd naar het één of het ander. Vandaar dat de complementaire aard van de meeste dingen niet wordt gezien. Een concept kan altijd op twee manieren worden geïnterpreteerd. Soms denk je het een, soms denk je het ander, maar steeds vaker denken we: ik weet het niet. Zeggen ‘niet te weten’ geeft aan dat de concepten losgelaten worden, en die concepten zijn als staalkabels over het pad van iedere pelgrim gespannen. Maar wanneer er genoeg licht van overgave op valt, dan veranderen ze in breekbare touwtjes die eenvoudig geen enkele hindernis meer vormen.

Maar hoe dan ook…al kronkelt het pad, het gaat altijd verder… naar je (andere) Zelf. 

deel1- (461)Soms kronkelt het pad niet, soms ligt het pad in een knoop, Paulus.   

Zoals het elfje weet komen knopen alleen voor in het gebied boven de taille, in het domein van de persoon. En wie ziet dat? Wie ziet dat er een zogenaamd iemand is die een knopenpad ziet? Juist, dat is het onpersoonlijke bewustzijn, bijgenaamd Gods Zoon. Datgene wat zonder concepten IS. Het is maar net waarmee  je je mee wilt identificeren. Met degene die ziet of met degene die gezien wordt.

Maar mocht het Vrolijke Vissertje met zichzelf in de knoop liggen, dan hoopt Paulus dat ze weer snel uit de knoop schiet en in de lach schiet. Laat de gedachten maar waaien, ze lijken voor knopen te zorgen, maar voor je het weet zijn ze weer weg. Duik in het nu, daar is zonder gedachten nooit een knoop. En wat je ziet, binnen of buiten je, dat kun je niet zijn.

Doorgaans is het Elfje weer snel boven Jan, Jan Jerfaas!

En wordt er daar…boven Jan…ook weer gelachen? En om welke zogenaamde persoon wordt het meest gelachen? Wie het laatst lacht, lacht het best. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. Die laatsten die eersten werden, zijn de lachende pelgrims. Laat de Gedachten Gods maar opkomen vanuit de Stilte.

Ja, laten we in plaats van ergens een gedachte aan wijden, ons weiden in Gods gedachten.

In vrede zij mijn denkgeest. Laat al mijn gedachten stil zijn.

Vader, vandaag kom ik tot U om de vrede te zoeken die U alleen kunt geven. Ik kom in stilte. In de rust van mijn hart, in de diepste domeinen van mijn denkgeest wacht ik en luister naar Uw stem. Mijn Vader, spreek tot mij vandaag. Ik kom om Uw stem te horen in stilte, vol overtuiging en liefde, in de zekerheid dat U mijn roep zult horen en mij antwoorden zult.

Nu wachten we in rust en vrede. God is hier, omdat we samen wachten. Ik weet zeker dat Hij tot jou zal spreken, en jij Hem horen zult. Aanvaard mijn vertrouwen, want het is dat van jou. Onze denkgeest is één. We wachten met één bedoeling: het antwoord van onze Vader te horen op onze roep, onze gedachten stil te laten zijn en Zijn vrede te vinden, en Hem tot ons te horen spreken over wat wij zijn, Tot Hij zich aan Zijn Zoon openbaart.(W.d1.221.1:2) 

De pelgrims zullen niet versagen en zoals bekend hult het elfje zich graag in haar lievelingskleur oranje. De communicatie tussen de zoekers naar de Gods-ervaring, de pelgrims op het pad van hunkering naar volledige communicatie en Liefde, is nog steeds groeiende naar een hoger niveau. Ze hebben M.E. als leraar en Jezus als mentor, die hen uiteindelijk ook zal verwelkomen als ze aankomen.

Dan zal het zijn als ‘God ontmoet God’. Want dat heeft het elfje Zelf ervaren en heeft het elfje ook ervaren toen ze aan de oever van het beekje ging zitten en diep in het water van het beekje keek. En ze ervaart het als pelgrim die voor het pad gekozen heeft. Op weg naar een toekomst die verschilt van het verleden omdat ze ervoor kiest het heden te gebruiken om ruimte te maken voor het licht dat we in wezen al zijn. En wat de toekomst brenge moge, het zal geleid worden in heilig licht. Zo worden de pelgrims geleid in heilig licht tot Het Heilig Licht.

En om de stortvloed aan woorden in te dammen, besluiten de pelgrims de dag met:

 Laat elke stem in mij verstommen, behalve die van God.

Vader, vandaag wil ik alleen Uw stem horen. In de diepste stilte wil ik tot U komen om Uw stem te horen en Uw woord te ontvangen. Ik heb geen ander gebed dan dit: ik kom tot U om U om de waarheid te vragen. En de waarheid is niets anders dan Uw wil, die ik vandaag met U wil delen.

Vandaag laten we geen enkele ego-gedachte onze woorden of daden richten. Wanneer zulke gedachten zich aandienen, doen we rustig een stap terug en kijken ernaar, en laten ze dan los. Wat ze met zich mee zouden brengen, willen we niet. En dus kiezen we er niet voor ze vast te houden. Nu zijn ze stil. En in die stilheid, geheiligd door Zijn Liefde, spreekt God tot ons en vertelt ons van onze wil, nu we ervoor kozen ons Hem te herinneren. Les 254

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 165 - Jezelf weiden in Gods Gedachten | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Vraag en antwoord sprookje

Het pelgrimspad spitst zich opnieuw toe op gedachten. Zoals het beekje het ervaart, moet het elfje wel wonderbaarlijk oceaniek zijn nu er zulke Elf.en vragen van oceaandiepte afgevuurd zijn. Het nodigt hem uit om eveneens in de diepte de antwoorden op te duiken.

Daar is heel veel over te zeggen, in feite is daar een dik blauw boek over geschreven. Uit die materie zijn de vragen heel uitgebreid te beantwoorden. Maar nu kiest Paulus, het bos-denkertje, ervoor om spontaan antwoord te geven op de vragen, op basis van gedachten van dit moment.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen meningen en overtuigingen van een persoon?

Dat is redelijk eenvoudig waar te nemen. Wanneer de gedachte ook maar iets van een ik-vorm heeft, over mij gaat, kortom iets van doen heeft met de ‘denker’, dan is het persoonlijk. Vrijwel alle gedachten komen voort uit de database van alles wat de persoon ooit gehoord, gezien, gelezen of in zijn leven ervaren heeft. Want ook dat gelezene en ervarene is door een persoonlijk waarnemingsfilter gegaan en dus gekleurd opgeslagen. Als men de ogen en oren sluit, of zoals de Bijbel zegt: ‘ga in uw binnenkamer’, en op die manier van de buitenwereld afgesloten is, dan kan men de gedachten ‘voorbij zien komen’ tegen de achtergrond van stilte. En met de aandacht tevens in het lichaam tegelijkertijd de lading van de gedachten voelen. Vrijwel alle gedachten van de persoon hebben iets van een emotionele lading en die voelt men in het lichaam. Ook gaan die gedachten altijd over iets uit het verleden of de toekomst en een bepaalde locatie. Je zou kunnen zeggen; ze gaan over dingen binnen ruimte en tijd, en in het nu is er vaak afwijzing.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen gedachten Gods?

Dat is alles wat in tegenstelling staat met het voorgaande. Het zijn eigenlijk geen gedachten in de vorm van data’s. Ze liggen als een inzicht erboven. Ze voegen niets toe aan het ‘ik’, aan de persoon. En ze gaan gepaard met een vredig gevoel in het lichaam. Het is een soort inkijk in het geheel, in de non-dualiteit. Het gevoel van exacte gelijkheid met ieder mens is dan zo vanzelfsprekend en het idee van ‘er is iemand anders’ wordt gezien als niet juist. De Cursus noemt het de stem van de Heilige Geest, die spreekt namens God.

Wat maakt of zorgt ervoor dat iets wat gezegd wordt niet als een mening of overtuiging van een persoon gezien dan wel ervaren wordt?

Of men het zelf zegt of dat ‘iemand anders’ het zegt maakt niet uit. Wanneer men waakzaam is, kan men bij zichzelf ook ‘de persoon’ oftewel het ego horen spreken. De mate van vrede die men ervaart als men zelf spreekt, geeft aan of er onpersoonlijk wordt gesproken. Als iemand anders spreekt kan men ook wel of niet vrede voelen. Maar wanneer men zelf nog sterk in de persoon verankerd is, dan kunnen andermans woorden behoorlijke onvrede brengen als bijvoorbeeld de eigen opvattingen niet ondersteund worden. En dan zal die ander altijd gezien worden als iemand met een persoonlijke mening. Dat is nu juist de projectie. Onvrede is altijd van het ego.

Of staat alleen al de wetenschap of de ‘gedachte’ wetenschap dat zoiets zelden voorkomt je in de weg om de waarheid te horen dan wel te ervaren in dat wat gezegd wordt of waar het gezegde naar verwijst?

Dat zou kunnen. Iemand die onbewust is neemt zijn eigen database als de waarheid en uitgangspunt. Dus men denkt ‘in verschillen’…‘mijn mening’… ‘ik vind dit of dat’. Zelfs als iemand zegt: ‘ik houd van iedereen’, dan rijzen bedenkingen. Meer bewuste mensen zullen die mogelijkheid wel openhouden en ook aanvoelen wanneer er op puur onpersoonlijk wijze gesproken wordt. Eigenlijk is dat ook heel gemakkelijk. Er zijn oprecht bescheiden mensen die weinig zeggen, zich hulpvaardig opstellen, die ongevraagd geen enkele mening geven en veel kalmte uitstralen. Zij hebben geen enkele behoefte hun persoon te etaleren, ze hebben weinig ego. En wanneer ze iets zeggen, en de ander neemt dat niet aan als waarheid, dan zijn ze niet aangedaan. Dat is nu juist de persoon. Het maakt niet uit of boodschappen aankomen. Men geeft uit liefde en daar wordt niets voor terugverlangd, zeker geen bevestiging.

Nogmaals, in de Cursus wordt daar veel over gezegd. En dan vooral, net als in de Advaita, wat ‘Gods gedachten’ niet zijn, zoals hier genoemd wordt: de ‘privé gedachten’. Nou, als je alle gedachten wegstreept die over mij gaan en dus niet over alle andere mensen, wat blijft er dan over? Gods gedachten zijn te vinden op een veel dieper niveau dan wat we doorgaans ervaren. ‘Zoekt en gij zult vinden’.

God is de denkgeest waarmee ik denk

Het idee van vandaag bevat de sleutel tot wat jouw werkelijke gedachten zijn. Ze hebben niets gemeen met wat jij denkt te denken, net zoals niets wat jij denkt te zien ook maar iets met visie te maken heeft. Er is geen verband tussen wat werkelijk is en wat jij denkt dat werkelijk is. Niets wat jij denkt dat het je werkelijke gedachten zijn, lijkt ook maar enigszins op jouw werkelijke gedachten. Niets wat jij denkt te zien, vertoont enige gelijkenis met wat visie jou zal tonen.

Jij denkt met de Denkgeest van God. Zodoende deel jij jouw gedachten met Hem, zoals Hij de Zijne deelt met jou. Het zijn dezelfde gedachten, omdat ze door dezelfde Denkgeest worden gedacht. Delen is eender of één maken. En de gedachten die jij denkt met de Denkgeest van God verlaten jouw denkgeest niet, want gedachten verlaten niet hun bron. Daarom zijn jouw gedachten in de Denkgeest van God, evenals jij. Ze zijn eveneens in jouw denkgeest, waar Hij is. Zoals jij deel van Zijn Denkgeest bent, zo zijn jouw gedachten deel van Zijn Denkgeest. Les 45 

Aldus de beantwoorder in het vragensprookje van de Elf.en vragen.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 164 - Vraag en antwoord sprookje | Leave a comment