Monthly Archives: februari 2018

Het Pad van de Pelgrims – De M.E.’ers

WarnsbornHet gras groent, de lucht blauwt, de wolken witten en de dag zont en schaduwt. Daar gaan de zogenoemde M.E.’ers, die onder meer het oranje pad van Meester Eckhart volgen.

De ene pelgrim probeert de andere pelgrim iets te vertellen en over en weer probeert men een antwoord te formuleren. Menig keer blijft men steken in de woorden of blijft men steken achter de woorden. Terwijl ze beiden hetzelfde bedoelen en van hetzelfde uitgaan, struikelen ze over elkaars woorden of over hun eigen woorden. En hoeveel wijs(heids)vingers van het elfje  en wijze vingerwijzingen van Paulus zijn er wel niet de lucht in gegaan?  Maar deze communicatie, hoe perfect of gebrekkig soms ook, kan zo zijn omdat het binnen en vanuit liefdevolle eenheid plaatsvindt.  

Woorden schieten soms tekort waar beeldtaal kan spreken. Als er al woorden zijn waarmee de pelgrimsdag in een beeld geschilderd kan worden, dan is het dat de pelgrims de dag al bomend hebben doorgebracht. Zoals dit beeld het TV scherm vult, zo vervuld is zij door het bij-Eén-Zijn.

Warnsborn 2013 007Kijk, medepelgrim, daar staan we. ‘Jan Jerfaas en Tetty’. Omgeven door de ‘wereld’ staan we daar tezamen in een zee van ruimte. ‘De Profeet’ van Kahlil Gibran zegt over het huwelijk: ‘Maar laat er tussenruimte zijn in je tezamenzijn. Laat de winden des hemels tussen je dansen.’ Maar in de Eenheid van een Heilige Relatie zijn wij zelfs de tussenruimte. Er hoeft niets tussen ons te dansen, omdat wij de Ruimte Zijn en HET danst in ons, met ons, door ons.

Rondje Jan Jerfaas en Tetty 018En de Aanwezigheid die zich voor het Elfje in alles openbaart laat zich op een lieflijke hertelijke wijze zien. Terwijl de pelgrims zich neerzetten op het derde elfenbankje, met uitzicht op zichzelf, laat op de voorgrond, in alle rust en stilte, het hert zich zien.

Het hert staat symbool voor hemelsverlangen, het verlangen naar het ware geluk, Jan Jerfaas. Er wordt wel gezegd dat het hert de verlosser voorstelt die ons het licht brengt en ons tot het licht brengt. Christus, onze Verlosser, die ons het eeuwige licht brengt. Het beeld van het hert is het beeld van onze ziel die verlangt naar levend water, de Christusgeest in ons.

Het  Elfje bevindt zich nu voor het negende jaar in het sprookjesbos en nog nooit is haar daar een hert verschenen. Uitgerekend nu en op deze plek, waar het Elfje en het Beekje samen Zijn op weg naar het ware geluk, verschijnt het hert. Terwijl zij zich afvragen wanneer zij zullen naderen voor Gods ogen, nadert God hen voor hun ogen en treedt op de voorgrond. 

Terwijl de pelgrims als boom en als mens het hertje zien, laat de TV ontvanger zijn reflectie erop los.

Tetty, ergens in de tussenfasen gedurende de reis naar de non-dualiteit zullen onze fysieke ogen meer vredige taferelen gaan waarnemen. Die beelden lijken nog heel echt, maar ze verschillen met het merendeel van de beelden die we eerder in ons leven waarnemen. Laat ik duidelijker zijn. Wij ‘zien’ buiten ons in feite alleen ons innerlijk. De manier waarop we denken, waar onze interesse in deze wereld naar uitgaat, bepaalt de waarneming van de mens. We zoeken als het ware beelden die daarbij aansluiten, via televisie of door naar bepaalde plaatsen te gaan. Maar op een ander niveau scheppen we die beelden ook. Dan lijken dingen zomaar te gebeuren. Je hoort of ziet onverwachts iets van het een of ander. Maar in wezen creëer je dat. Dus mogelijk zijn het niet hijgende hertje en de vredige vis (93-De Vredige Vis), die beiden getuigen van een grote mate van bereidwilligheid zich te tonen, tekenen dat onze eigen interne projector zich aan het bijstellen is. Zo binnen, zo buiten.

God Is. God Is het paradijselijke sprookjesbos waarin Zijn Stem spreekt en Zijn oor luistert. Alles ademt Gods Geest. Voor het Elfje is deze hemelse pelgrimsdag een openbaring van de Eeuwigheid en een openbaring van Liefde. Op weg naar het Noorderlicht zal Hij ons het licht brengen en ons tot het licht brengen. Omdat wij Het Licht Zijn.

Daar gaan ze, de M.E.’ers. Het rondje ‘Jan Jerfaas en Tetty’ is gelopen. En in het ‘uitgelezen pad’ komen alle woorden samen die gesproken zijn en geprobeerd zijn te spreken. De pelgrims vervolgen de weg, hand in hand, van hart tot hart en één van Geest. Gezamenlijk bomend.

Rondje Jan Jerfaas en Tetty 057En zij zullen ook de weg vinden met en in de woorden, want hoe dan ook…twee levensdraden vlechten zich samen tot zij als eenheid zijn verweven. De M.E.’ers van de Mobiele Eenheid.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 139 - De M.E. 'ers | Leave a comment