Monthly Archives: november 2017

Het Pad van de Pelgrims – Ten Hemel gestegen

Als Paulus zich om twaalf bij de Elf voegt, maakt zij hem, inmiddels weer met beide voeten op de grond, deelgenoot van hoe zij ten Hemel is gestegen. 

‘Ten Hemel gestegen’

Ik bevind mij in het centrum van een stad en loop door de Hoofdstraat. Overal zijn mensen op straat en ik zie, alsof ik door alles heen zie, ook mensen achter muren, ramen en deuren. 

Ik loop daar en ieder die ik tegenkom of die aan de kant van de straat staat, kijk ik diep in de ogen. De mensen zijn niet gewend dat er zo naar hen gekeken wordt. De mensen kijken mij aan en kijken mij na met een verwonderde blik in de ogen. En in hun ogen gebeurt iets moois. 

Ik word mij bewust en voel dat er vanuit mijn ogen een zeldzaam helder licht straalt.  

Tot twee keer toe loop ik deze weg, waarbij ik sommige gezichten voor de tweede keer zie. 

Opeens ben ik in de Hoofdstraat ergens binnen in een grote kamer waar meer mensen zijn. Ik ben één van hen en voel mij Eén met hen. Mijn mannelijke wederhelft is er ook. We kijken elkaar aan en hij zegt: ‘Het is de tijd. We moeten gaan.’

We gaan naar buiten en lopen nog een klein stukje door de straat. Tegen ieder die daar is en met wie ik oogcontact heb, zeg ik: ‘Het is tijd, ik ga.’ ‘Waar ga je heen?’ wordt er gevraagd. ‘Naar de Hemel’, zeg ik. 

Ik voel en zie dat de mensen nog niet goed begrijpen wat er gaande is en voordat goed en wel tot hen doordringt wat ik gezegd heb, geven mijn mannelijke wederhelft en ik elkaar een hand terwijl we in onze andere hand een krantje, tot een soort puntzakje gevouwen, vasthouden. In mij komt de gedachte aan ‘De Wachttoren’. De ‘Wachttoren’ is de aankondiger van Jehova’s koninkrijk, het tijdschrift van Jehova’s getuigen. 

Midden op straat kijken mijn mannelijke wederhelft en ik elkaar aan en ineens voel ik hoe het van alle kanten begint te trekken in mijn lichaam. Een enorme energie wordt voelbaar en onze voeten komen los van de aarde. We stijgen omhoog. 

Ik kijk nog achterom en zie de verbaasde en verbijsterende gezichten van de mensen. We zweven zo over alles en iedereen de straat uit en hoger en hoger, het Licht tegemoet. Ik begin te huilen van gelukzaligheid, maar daardoor verzwakt mijn kracht enigszins. Maar mijn mannelijke wederhelft houdt mij stevig bij de hand. Ik voel hoe sterk hij is en hoeveel kracht er van hem uitgaat en hij zegt: ‘Kom, niet huilen, we gaan door.’ 

Op het moment dat ik onder mij zie dat de Hoofdstraat uitloopt op een T-splitsing met een straat die ik herken als de Kruisstraat weet ik dat ik mijn geboorteplaats Meppel verlaat.  

Dan word ik wakker.

Dat is wel een heel bijzondere droom die je hebt gehad, Tetty. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat al dit soort beeltenissen in ons bewustzijn komen, die dan weer iets betekenen wat met andere beelden geschetst kan worden. Je zou kunnen zeggen dat beelden de universele communicatie inhouden en dat woorden louter een hulpmiddel zijn om die beelden door te geven. Mogelijk zijn dan de ´boodschappen´ zonder beelden weer iets anders, meer iets om denkprocessen te veranderen of iets dergelijks.  

In dromen komen vaak symbolen voor of inspirerende verhalen die uitnodigen tot een hoger niveau te ontwaken. Ook al was het middenin de nacht, in de wetenschap dat deze droom op de een of andere manier betekenisvol is, heb ik hem meteen opgeschreven. 

Deze droom heeft een transformerend karakter. In dat licht gezien is het opmerkelijk dat ik gisteren een slang heb gezien. Een slang is het symbool van transformatie. Ik bevond mij op een bospad, in de buurt van de zuivere heldere bron, toen ik rechts voor mij aan de kant van het pad iets kronkeligs, min of meer opgerold en in s-vorm, zag liggen. Even was er de gedachte: ‘Hè, is dat nu een tak?’ Maar toen begon het te bewegen en zag ik dat het een slang was van ongeveer een meter lang. Hij had een grijs gemêleerde kleur met een patroon daarin. Al sissend gleed hij richting het bladerdek aan de kant van het pad, waar hij onzichtbaar in verdween. 

Vervolgens liep ik verder het pad af en terwijl ik linksaf sloeg zag ik een klein eindje verder, aan de kant van de weg waar ik de slang had gezien, een hert staan. Ik bleef stilstaan en ook het hert bewoog zich niet. Over en weer bleven we elkaar aankijken totdat het geluid van een naderende fietser het hert in beweging zette. Met enorme sprongen vloog hij de andere kant uit, over de weg heen, schoot rakelings voor de racefietser langs, die zijn remmen zowat fijnkneep en zich, ondanks het dragen van een helm, een hoedje schrok. En alles en iedereen was in een oogwenk  voorbij.

Als ik mij dan realiseer dat het hert symbool staat voor hemelsverlangen, het verlangen naar het ware geluk en dat het hert de verlosser voorstelt die ons het licht brengt en ons tot het licht brengt, dan zie ik zowel de symboliek van de slang als van het hert weerspiegelt in mijn droom.

Daarbij kreeg ik de droom op 7-7. Naar aanleiding van de droom ‘Het getal 34′ heb ik al verteld over het getal 7, waarover ik in mijn boek ‘Verdwaald verlangen – Een zoektocht naar de hemel op aarde’ geschreven heb: Het getal 7 is symbool voor de heelheid van de mens, getuige de uitdrukking: ‘Ik voel mij in de zevende hemel’. Het geeft de voltooiing van een werkzaamheid aan, zoals we dat symbolisch ook zien in de 7e scheppingsdag. Het staat voor de stap die je zet binnen je ontwikkeling.

Ook zie je in deze droom heel mooi de symboliek van man en vrouw, symbool van de animus en anima die in ieder van ons zit. We hebben hier al eerder over gesproken. In het samengaan van man en vrouw voltrekt en openbaart zich de Eenheid. Samen vormen zij het goddelijk huwelijk. Het brengt nieuw leven voort. Het Leven.(84-Sneeuwwitje) En ook Hans en Grietje zijn hier een voorbeeld van.(89-Hans en Grietje)  

Tot slot werd ik binnen een dag tot drie keer toe met mijn geboorteplaats Meppel geconfronteerd. Niet alleen via mijn droom, maar ook via iemand die op zijn route vanaf Meppel langs het kanaal had gereden en via iemand die in het bos een praatje met mij aanknoopte en in Meppel bleek te wonen.

De droom zit werkelijk boordevol symboliek en opmerkelijk is ook het feit dat de Hoofdstraat uitloopt op een T-splitsing met de Kruisstraat. Aan de ene kant komt deze straat uit op de Synagogestraat, aan de andere kant bevindt zich aan het einde van de Kruisstraat rechts de Eendrachtstraat en links de Grote Oever.  

Kortom Beekje, langs de Grote Oever komen we in de ÉÉN-dracht.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 135 - Ten Hemel gestegen | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Het Pad en de zijpaadjes

Goedemorgen Bhakta-pelgrim, uitgerust en toegerust voor deze nieuwe dag? Gisteravond, voor het ter ruste gaan, mijmerde JJ langs de vele gekleurde woordelijke wegen die de pelgrims gaan, nog even door op de al eerder gestelde TV-vraag: Wat zijn wij zonder boeken? Na een kort meditatief moment gleed hij weg in een droom waarin alle boeken met spirituele inhoud die hij ooit gelezen had, eigenlijk deel uitmaken van ‘de weg’ die nu gegaan wordt. Toen dacht hij ook dat hij kennismaakte met zaken van de hoogste orde, maar nu leken die boeken en hun inhoud meer op kleine paadjes in de richting van de grote weg.

Ja, ik begrijp heel goed wat jij bedoelt. Zoals ik het ervaar zullen een aantal boeken nog deel uitmaken van ‘de weg’ die nú gegaan wordt, de rest heeft geleid tot deze weg nú, en kan als het ware aan de kant gelegd worden. Zoveel mooie boeken zijn er gelezen, die hun waarde hebben gehad op het moment dat ik ze las. Bij iedere stap die gezet werd, paste als het ware weer een ander boek dat mij raakte. Maar ik realiseer mij ook dat veel boeken niet verder gaan dan lichaam en geest, waarbij met geest dan de denkgeest, de mind, bedoeld wordt. Zoals bijv. de psychologie ook niet verder gaat dan hoe lichaam en geest elkaar beïnvloeden. Het is al eerder gezegd: de psychologie houdt zich uitsluitend bezig met het ik, en niet met het Zelf. Er wordt veelal niet geraakt aan de spirituele laag.

Na de herinnering aan mijn BDE ervaar ik, zoals beschreven in het boek Verdwaald verlangen: Ik ben hier, maar als ik om mij heen kijk, komt mijn dagelijkse leven mij onwerkelijk en onbegrijpelijk voor. Alles lijkt weer zijn gewone gangetje te gaan, alles lijkt weer bij het oude te zijn, maar dat is het niet. Er is iets veranderd. Niets is meer hetzelfde. De wereld om mij heen is een wereld van uiterlijke verschijnselen geworden, waarvan ik niet weet wat ik ermee moet. Niets is meer belangrijk. Materiële zaken hebben hun bekoring verloren. Alles heeft zijn betekenis verloren. Alles is een illusie die ik voor echt heb gehouden en het lijkt of ik er opnieuw betekenis aan moet geven, maar vooralsnog loop ik gedesoriënteerd rond.

Als ik wel eens sprak over het feit dat de wereld die wij voor echt houden slechts een illusie is, vonden die woorden nauwelijks weerklank en werd ik met een onbegrijpelijke blik aangekeken. Er was eigenlijk nooit iemand die dat ook zo voelde of voor wie dat ook zo was, laat staan er iets van begreep, al was het maar een begrijpen van het hoofd geweest. Zelfs bij BDE’ers ben ik daar niet verder mee gekomen. Dus heb ik dat maar voor mij gehouden en naar buiten toe alles een beetje laten hangen op het niveau van lichaam en geest. Niet dat daar iets mis mee is, want het kan veel inzicht geven. Maar bewustzijn gaat daaraan voorbij. En hoewel dat voor mij voelbaar is, zijn er toch vele momenten geweest waarop ik, omwille van en ten behoeve van mijn omgeving, toch concessies gedaan heb aan mijn weg, door niet uitgesproken levend vanuit bewustzijn mijn weg te gaan en mijzelf bewust, dan wel onbewust, heb vastgehouden aan en in de illusie.

Natuurlijk ben ik in de afgelopen jaren ook wel de Cursus tegengekomen en boeken over Advaita Vedanta. Maar globaal genomen las ik alleen maar wat ik al ervaren had. Zoals ik ook wel over de Cursus gezegd heb: ik lees niks nieuws. Nog steeds is dat zo en toch ervaar ik dat nu ik ermee bezig ben, dat het tot op het diepste niveau doorwerkt. Alle boeken die ik de afgelopen 16 jaar gelezen heb, hebben geleid tot dit moment. Ik zou mij nu kunnen afvragen waarom ik niet eerder geraakt ben  door de boeken die ik nu lees. Maar dat komt natuurlijk omdat ik daar eerst Jan Jerfaas voor moest ontmoeten, om vanuit een Heilige Relatie deze weg samen te gaan, om ten volle de IK BEN te leven die Wij Zijn. Mogelijk omdat ik, voordat wij elkaar ontmoet hebben, besloten heb dat ik overal, voor zover nog van toepassing, klaar mee ben. Klaar met, zoals jij het noemt, de kleine paadjes. Omdat al die kleine paadjes mij niets meer brachten, en mij als zodanig niet langer vervulden.

Vanaf dat moment zat ik als het ware aan de kant van de weg, rustend en berustend, kijkend en luisterend naar wat voorbij kwam. Het voelde alsof ik even pas op de plaats had gemaakt, vanuit de wetenschap dat de weg die ik verder zou gaan, hoe dan ook anders zou moeten gaan lopen en ik niet wist hoe ik daar, los van het hele spirituele circuit, op enigerlei wijze invulling aan zou moeten of kunnen geven. Vanuit een vaag verlangen dat voelbaar werd, leek het toch alsof ik onbewust zoekend was en zat te wachten op iets of iemand die mij zou verstaan en met wie ik mij goed zou kunnen verstaan. En aldus geschiedde.

De ontmoeting met JJ heeft mij doen opstaan van de weg en alles wat uit die ontmoeting voortgevloeid is, heeft mij weer helemaal op de weg gezet. Kortom, mijn BDE heeft mij destijds in één klap op de grote weg gezet, en vanaf die weg heb ik alle zijpaadjes verkend, waarbij ik gaande over die zijpaadjes wel steeds de grote weg voelde, maar als zodanig niet liep.

De weg, inclusief alle zijpaadjes, die ik de afgelopen 16 jaar ben gegaan was een fantastische weg die mij ongelooflijk veel gebracht heeft. Maar de weg die ik nu ga beantwoordt aan mijn diepste gevoel. In gezelschap van JJ, meekijkend door de ogen van JJ, meelezend en meeluisterend hoe en wat JJ ervaart, zie, lees en luister ik naar mijzelf. In de boeken en teksten die ik nu lees, en in het bijzonder in gezelschap van C.B.Zuijderhoudt met zijn boeken over Meester Eckhart, hervind ik mij Zelf op de grote weg. De weg van (en naar) het onpersoonlijk ik. De Bewustzijnsroute.

Datgene wat TV nu in deze ‘Bhakta talk’ ter sprake brengt, geldt ook voor meditatie. Advaita Vedanta wordt wel het directe pad genoemd, omdat dit de enige leer is die het ik onderzoekt. In al het ‘spirituele’ dat beoefend wordt, wordt het ik in stand gehouden, omdat er altijd nog sprake is van ‘iemand’ die iets doet of niet doet, die iets is of denkt dat hij nog iets moet worden, die iets leert en die iets wil bereiken.(74-Doe niets)(105-Zoekt en gij zult vinden) Altijd is er nog sprake van een ik. Zelfs in: ik bid tot God. Veelal is er op de ‘spirituele’ weg nog een interesse of belang bij wat het effect zou kunnen zijn, of het überhaupt effect heeft of wat het oplevert. Ook in die gevallen zit er weer een ik achter. Op de weg van Advaita Vedanta die nu gegaan wordt, is zelfs dat alles niet meer van toepassing en weggevallen of valt weg.

Nou, Jnani-pelgrim, dit is zomaar even iets wat vanuit het hart tot Bhakta kwam.

Dank je, (ont)roerend mee eens!!! Ook met wat er in ‘Verdwaald verlangen’ is geschreven. Wij worden steeds meer één van Geest. Het is geweldig om te horen dat er inspiratie is op de paden bij de bron als onderdeel van het grote pad. En de indruk rijst dat er syncretisme groeit tussen de beleving van het blauwe boek, het oranje boek, de Reis voorbij Woorden, het Boek der boeken, enzovoorts. Dat is ook geweldig, alle pijlen wijzen in dezelfde richting, maar alleen de woorden zijn enigszins verschillend. Het is waar ze naar verwijzen, en dat zijn in eerste instantie inzichten en daarna ervaringen. Maar die kunnen tijdelijk zijn, het pad kan rijzen en dalen, maar gaat steeds verder. Tot het Niets!! En daaruit komt dan alles voort. Ook de huidige toestand die via het pad weer naar het Niets voert. Het is ontzagwekkend.

Ja, om sprakeloos en woordeloos van te worden en te ZIJN!

En Paulus Pelgrim die nog op pad is, laat aan het eind van de dag al haiku-end er niet alleen een paar woorden op los, maar ook de postduif, die hem per omgaande het AL-leszeggende antwoord bezorgd op zijn Elf-sprekende vraag. 

de pelgrims zijn stil

bij de reis voorbij woorden

hun ogen lachen

≈ 

de pelgrims zwijgen

tijdens deze stille reis

hun ogen stralen

≈ 

de pelgrims lachen

en zij stralen van geluk

de thuiskomst nadert

≈ 

en de tussenstop

morgen om twaalf bij de Elf

zal dat plaatsvinden?

zo kan het worden

en als hij komt waar zij is

dan zal het zo zijn

En het gebeurt in die nacht dat zij ten Hemel stijgt, het Licht tegemoet.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 134 - Het Pad en de zijpaadjes | Leave a comment