Monthly Archives: september 2016

Het Pad van de Pelgrims – Groei en bloei

Een nieuwe dag, een nieuw geluid. De zon schijnt en in de tuin van Jan is het een drukte van belang. Niet dat er zoveel te horen is, hoewel de vogels duidelijk aanwezig zijn. Maar aan het grondoppervlak, de aardkorst, daar voltrekt zich het wonder. Overal wijken de zand- en kleikorrels uiteen om allerhande kiemblaadjes door te laten van planten die zich naar het zonlicht toe werken om te groeien en te bloeien. Het is een adembenemend proces, ieder uur en iedere dag ziet het er weer anders uit. De tuin van Jan heeft een Louis le Roy karakter, hij laat de natuur veelal zijn gang gaan. Kale grond is een open wond die smeekt om bedekking, en de natuur zorgt daarvoor.

Er staan veel ouderwetse sterke planten die zich ondergronds vermeerderen of zichzelf uitzaaien. Ook de vogels brengen zaden mee en het is verrassend om te zien wat daaruit komt. De kleine ‘gazons’ bevatten meer madeliefjes en distels dan gras, maar hebben nooit bruine plekken, echter de hele zomer bloemetjes. Soms dient er in de tuin wat verwijderd te worden omdat een soort te dominant wordt, en heel af en toe wordt er een paar vierkante meter gewoon gerooid, een pakje wilde bloemenzaad erin en afwachten maar. Ook de Lelietjes der Dalen zijn ooit in de tuin gearriveerd en verspreiden zich in een rap tempo. Overal komen hele groepjes tevoorschijn.

Soms als Jan mijmerend heel langzaam door de tuin loopt, hoort hij wat ritselen bij de lelietjes. Zou een elfje zich daar soms ophouden? Maar aandachtig speurend ziet hij niets. Het kan zijn dat het elfje zich goed schuilhoudt. Want hij heeft dan het gevoel dat een paar heel kleine lieve oogjes hem aanstaren. Maar hij ziet niets, of zou de schutkleur van het elfje zo perfect zijn met groene oogjes en een zandkleurig lijfje. Iedere dag opnieuw verwacht hij het lieve tere wezentje te zien.

Vandaag is hij twee keer een uur wezen fietsen. Overal explodeert de natuur, vooral op die plaatsen waar ‘de mens nergens aankomt’. Het is geweldig langs de dijken en velden en de bosrand. Krentebomen vol in bloei, paardenbloemen van het mooiste geel, pinksterbloemen, koolzaad en noem maar op. Hoe is het mogelijk. Men noemt dat onkruid. En al dat mensengedoe met de natuur, dat noemt men dan ‘cultiveren’. Stel je een wereld voor zonder mensen, louter planten en dieren, hoe zou dat zijn? Jan schrikt op, het is bijna vijf voor half acht, er is buiten nog wat te doen.

En…misschien laat het elfje zich nog even zien, al zou het maar een knipoogje zijn in de schemering.

Hier in deze halfschaduw border schuilt mogelijk het piepkleine, ragfijne wezentje. Het zal voor haar als een sprookjesbosje zijn. Daar in haar schuilplaats des allerkleinsten. Wie weet wat zich voor middernacht nog openbaart. Met licht verhoogde hartslag beëindigt hij deze mijmering.

Vanuit de fluweelzwarte sprookjesachtige sterrenhemel schijnt een manestraal richting aarde en licht daar de plek op waar het sprookje leeft. Het elfje had vandaag wel wat anders te doen dan een beetje omhangen tussen de lelietjes, in de hoop dat de tuinjan langskomt. Dat hij desondanks toch naar haar gespeurd heeft, doet haar vleugeltjes ‘licht’ bewegen en zachtjes zegt ze: Wow…in zo’n schilderachtig sprookjesbos zie ik het wel zitten…En in alle rust dompelt zij zich verder onder in het wonderbaarlijke sprookje van het elfje en het beekje. Het is werkelijk prachtig hoe veelzeggend ieder detail is. Het is meer dan een plaatje waard. Daarom…voordat de dag wordt besloten met een bewonderenswaardige groet van het Vrolijke Vissertje…schakelt ze toch nog het stand-by postduifje in voor een boodschap. 

Het is niet hardop uitgesproken, maar mag de ene er stilzwijgend als van-ZELF-sprekend vanuit gaan dat zij morgen de andere weer in levende lijve ontmoet in het sprookjesbos? 

Per omgaand komt het retourduifje met de boodschap: Hierover zegt de Schrift: Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in (g)een mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben.

Aldus zal het geschieden, dat zij elkander treffen in Zijn aanschijn.

Zonder tegenwerpingen treffen de Oceaangangers elkaar bij het elfenhutje. Ze gaan aan de gang…de Oceangang. Vanuit de schuilplaats des allerkleinsten naar de schuilplaats des Allerhoogsten.

vanuit de buitentuin naar de binnentuin

binnen in jezelf

is een rijke bloeiende plek

de magische tuin van innerlijke wijsheid

sluit je ogen

stel je open voor het wonder der natuur

zie jezelf binnengaan

in de kleurrijke tuin

van je geest en je hart

waar de innerlijke natuur tot leven komt

geef je over

en de Liefde bloeit in je op

je zult van binnenuit leven en stralen

met een overvloed aan energie

the secret garden

daarheen gaat de reis

en verder…en verder…en verder…