Monthly Archives: juli 2016

Het Pad van de Pelgrims – Bewustzijn

Nog voordat de dag goed en wel is opgestaan, is Paulus al opgestaan. Zittend in het stilaan opkomende ochtendzonnetje gaan zijn gedachten naar het elfje. Heeft zij zich in vrede ter ruste gelegd? Is zij fris en monter ontwaakt? Hij hoopt dat van ganser harte.

Aangespoord door de oproep aan Mozes: ‘Ben je gereed? Wens je te gaan’ volgt hij al snel de Elfenroute, het spannende spoor naar het elfenhutje, waar het beeld van Jerfaas en de jantjes nog altijd naast de Lelietjes op tafel staan. Daarnaast liggen het blauwe boek en het oranje boek opengeslagen, waar het elfje in verdiept is. Nadat het elfje zich in vrede ter ruste had gelegd, is zij voor dag en dauw fris en monter ontwaakt en met zulke boeken op tafel zit ze er gekleurd bij.

Terwijl Paulus dit vredige tafereel aanschouwt, kan hij niet anders zeggen dan: Vrede zij met u.

Opkijkend uit de boeken klinkt uit het elfenmondje: Ook met u zij de Heer.  

Geliefde Elf, het verlangen van de mens om te worden tot wie hij of zij in diepste wezen is, brengt mij bij deze aflevering van de pelgrimsdag. Aangespoord door Mozes, aan wie God zich bekend maakte met de naam IK BEN DIE IK BEN.

Zoals bekend vond in het brandende niet verbrandende braambos deze sprekende openbaring plaats. IK BEN, om het bewustzijn aan te duiden of het ‘zijnde’: dat wat IS.

Ja, het is een ‘Wonder’lijke gebeurtenis, waar Mozes getuige is van Zijn Aanwezigheid. En hoe ervaart mijn medepelgrim, zij van Visser, dit op dit moment?

Het Vrolijke Vissertje ervaart in Volkomen Vrede Zijn Aanwezigheid zoals dat ook ervaren wordt in het beeld dat ik steeds voor mij zie sinds ik mijn kompas heb gericht op het ‘Hoge’ noorden; het beeld waarin ik mij als een kind bij de hand laat nemen en laat leiden. 

En als ik dan CIW les 173 lees: Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen. Ik ga met God in volmaakte heiligheid, dan voel en zie ik dat in mijzelf en in alles om mij heen. Een gevoel dat voortvloeit uit mijn besluit los te laten wat mij deed struikelen: de gedachte dat ik oud nieuws zit te lezen en op zoek ben naar wat ik al gevonden heb. Want anders kan de Weg die ik ga niet aan mij verschijnen. 

Dus niet lezen in de zin van: ja, ik begrijp het, ik snap hoe het werkt, ik weet hoe het in elkaar zit, en gezien mijn ervaring weet ik hoe het is enzovoort… Maar lezen vanuit: ‘ik weet niets’ en lezen als een kind met een ontvankelijke geest, dat zich bij de hand laat nemen en laat leiden. Zo heb ik ieder woord in het oranje boek met vol-ledige aandacht tot mij genomen en geproefd, gevoeld en ervaren. En het werkt. Ik constateer dat het diep en krachtig in mij doordringt en doorwerkt. 

Via de heldere en duidelijke bewoordingen laat ik mij stap voor stap meenemen en de simpele sprekende oefeningen en voorbeelden zijn krachtig in al hun eenvoud. Zoals deze oefening bijvoorbeeld die de schrijver C.B.Zuijderhoudt in hoofdstuk 2 beschrijft betreffende de vraag: Wat ben ik?  

Laten we – om de vraag wat u werkelijk bent te beantwoorden – eens kijken wat er precies gebeurt als u gewoon het dagelijks bestaan ervaart. Ik maak daarbij meestal gebruik van de volgende simpele oefening: zoek ergens een stil plekje en ga daar rustig zitten. Sluit uw ogen en oren en stop uw gedachten eventjes. Dat laatste kunt u doen door bijvoorbeeld diep in te ademen en uw adem in te houden. Dan stopt het denken voor enkele ogenblikken. ‘Kijk’ vervolgens gedurende die gedachtestilte aandachtig wat er gebeurt binnen in uw hoofd. Het is daar donker en stil. Wacht net zolang totdat er een gedachte of een beeld opkomt en zich aan u ‘laat zien’.

Het mag ook een gevoel of geluid zijn dat zich laat ervaren. Dan zult u simpelweg constateren dat u als het ware die opgekomen gedachte of dat gevoel in uw innerlijk gewaar wordt. Het doet zich aan u voor. U stelt de komst en aanwezigheid van die gedachte of dat gevoel vast. Blijf even stilstaan bij dit simpele feit. 

Want dat betekent, dat datgene wat innerlijk gewaar wordt, onafhankelijk bestaat, los van die opgekomen gedachte en los van dat gevoel. Het betekent tevens dat dit potentiële gewaarworden ook aanwezig is zonder dat er een beeld, een gedachte of een gevoel is, maar dat het dan als het ware leeg is, zonder inhoud. Dat was immers ook het geval voordat die gedachte of dat gevoel zich bij u voordeed, toen het nog donker en stil was in uw hoofd. 

We noemen die continu aanwezige beschikbaarheid tot gewaarworden, die mentale aanwezigheid: bewustzijn. En dat bewustzijn is eigenlijk uw wezen, dat wat u ‘ik’ noemt. U leeft, u opereert als het ware als dat bewustzijn en wel continu, de hele dag door. Dát is de feitelijke gang van zaken. Het is van groot belang dat u dat helder ziet. 

Als u er scherp op gaat letten, zult u gaan herkennen dat dit bewustzijn voelt als uw diepste kern, als uw eigenheid. Als u zelf. Dit vermogen tot gewaarworden maakt het mogelijk dat hetgeen zich voordoet, ‘tot bestaan’ komt. Dit bewustzijn ‘schept’ dat wat zich manifesteert; het brengt het tot aanzijn. 

Tetty, weet je nog wat ik ooit zei na de hunker in de bunker: ik verlang ernaar om altijd de Liefde van God te voelen, voor iedereen en alles wat leeft. Ik verlang er dus naar altijd de Vrede te voelen die alle verstand te boven gaat. Nu is dat niet zo, korte momenten lijkt het enigszins in de buurt van die Liefde en Vrede te komen en dan is het weer weg. Dan is het ego, zijn de jantjes, weer actief.

Als ik nu gewoon even hardop voor mijzelf spreek, gebruikmakend van de termen in hoofdstuk 2, dan zeg ik: in mijn innerlijk schep ‘ik’ een ervaring van iets in de buitenwereld wat verhindert die Liefde en Vrede te voelen. Hoe kan dat? De CIW zegt dat we vanuit de al vaker genoemde onbewuste schuld een vorm van ‘zelfhaat’ voelen en die naar buiten projecteren. Er is dus niets buiten het bewustzijn, de hele wereld zit in ons innerlijk, ook de fietser die mij zowat van de sokken reed, zoals je kon zien in de kijkdoos die ik jou ooit voorhield (53 – Ego in actie).

Mijn spirituele ervaringen, waarvan de meeste niets met de zogenaamde Jan te maken hadden en enkele wel, zaten dus in mijn ‘innerlijk’, mijn bewustzijn? Het is nog te vroeg om van het oranje boek een verklaring te verwachten, we zullen het eerst door moeten werken. Ik lees verder:  

Met bewustzijn bedoelen we dus niet de interpretatie die een chirurg aan dit woord geeft. In zijn ogen is men ‘bij’ bewustzijn, of ‘buiten’ bewustzijn en dat kan niet. Het kan hoogstens zo zijn dat de zintuigen het bewustzijn tijdelijk niet van de nodige prikkels en daarmee van inhoud voorzien of dat het brein disfunctioneert. Dan is het daarmee leeg bewustzijn, bewustzijn zonder actuele ervaring. Bewustzijn zoals wij dat hier bedoelen heeft een geheel andere betekenis dan in het ziekenhuis. 

Mooi om te lezen, JJ. Dit raakt bovendien exact aan mijn eigen ervaring. Toen ik destijds na mijn BDE weer wakker werd uit de narcose, hoorde ik zeggen: ‘Ze is weer bij bewustzijn’, en ik dacht: ‘Er is geen sprake van bij bewustzijn zijn of buiten bewustzijn zijn. Ik ben Bewustzijn en Bewustzijn heeft geen begin en geen einde en wordt los van het lichaam ervaren.’  

De ervaring terug te komen in een lichaam en weer in de beperktheid van een lichaam te zijn, laat zien, ondanks de bewustwording Bewustzijn te zijn, hoe sterk de conditionering van identifcatie met het lichaam is. Dus na het ontwaken in Bewustzijn volgde het proces van integratie. Verstandelijk begreep ik wel dat ik niet het lichaam ben, maar het weten en begrijpen is niet voldoende.

Het belangrijkste is om te voelen dat je niet het lichaam bent, beter gezegd, niet uitgaan van het feit dat je niet het lichaam bent, omdat je dan juist realiteit geeft aan een lichaam waarmee je je identificeert, maar uitgaan van het Bewustzijn dat je bent. Het is de omkering van je aandacht. Gaandeweg is toen ook het besef en de ervaring gekomen dat ik niet in een lichaam zit, maar dat het lichaam in mij zit. Het lichaam is een verschijningsvorm in Bewustzijn.  

Dus niet alleen wat betreft de oefening die C.B.Z. geeft, maar ook door mijn ervaring na de BDE, kan ik mij dan ook helemaal vinden in wat gezegd wordt: In dit onderzoek heb je nog niets van anderen aan hoeven te nemen of te ‘geloven’, je kon alles zelf constateren. Overtuigd raken puur door eigen ervaring. Niet door wat je elders leest, hoort of wordt aangepraat. 

Ik ervaar het gaan van de weg aan de hand van dit boek als pure ervaring. Ik ervaar hoe wijd je innerlijk wordt, hoe je bewustzijn verruimd en hoe je jezelf als persoon voelt verdwijnen. Ik voel het gebeuren. En dat ik het besluit nam om datgene los te laten wat mij deed struikelen en mij te laten leiden als een kind wordt voor mij nog eens bevestigd door Herhaling V van de CIW die mij diep raakt:

Sterk onze voeten, Vader. Laat onze twijfels bedaren en onze heilige denkgeest stil zijn, en spreek tot ons. We hebben geen woorden om aan U te geven. We wil­len slechts naar Uw Woord luisteren en het ons eigen maken. Leid onze oefening, zoals een vader een klein kind langs een weg leidt die het niet begrijpt. Toch volgt het, zeker dat het veilig is, omdat zijn vader het de weg wijst. (Wd1.hV.Inl.2:1-6) 

Zo brengen we onze oefening bij U. En als we struikelen, helpt U ons overeind. Als we de weg vergeten, rekenen we op Uw onfeilbare herinnering. We dwalen af, maar U zult niet vergeten ons terug te roepen. Versnel onze voetstap nu, op­dat we zekerder en sneller tot U kunnen gaan. En we aanvaarden het Woord dat U ons biedt om ons oefenen tot één geheel te maken, wanneer we de gedachten her­halen die U ons gegeven hebt. (Wd1.hV.Inl.3:1-6)

Het is al avond als het Elfje haar vaste avondrondje loopt. De stilte is nog geen seconde van de zijde van de dag en van het Elfje geweken. De Stilte is Alomtegenwoordig aanwezig. Deze ene Elfde dag was als duizend jaar en was er één uit duizenden, zoals het beekje ook één uit duizenden is. De wijze waarop ze beiden uiting hebben gegeven aan een Vast Voornemen klinkt  beloftevol.

En vanuit de goddelijke diepte van de oceaan van bewustzijn waaruit het leven wordt geput waait over de hills the song van Hillsong de Oceandreamers tegemoet. 

You call me out upon the waters
The great unknown where feet may fail
And there I find You in the mystery
In oceans deep
My faith will stand

And I will call upon Your name
And keep my eyes above the waves
When oceans rise
My soul will rest in Your embrace
For I am Yours and You are mine

Your grace abounds in deepest waters
Your sovereign hand
Will be my guide
Where feet may fail and fear surrounds me
You’ve never failed and You won’t start now

So I will call upon Your name
And keep my eyes above the waves
When oceans rise
My soul will rest in Your embrace
For I am Yours and You are mine

Spirit lead me where my trust is without borders
Let me walk upon the waters
Wherever You would call me
Take me deeper than my feet could ever wander
And my faith will be made stronger
In the presence of my Savior

Oh, Jesus, you’re my God!

I will call upon Your name
Keep my eyes above the waves
My soul will rest in Your embrace
I am Yours and You are mine 

(Hillsong)

Keep my eyes above the waves raakt het hart van de pelgrims en ze slaan hun geestelijke ogen op om boven de aardse werkelijkheid uit te kijken. Zoals Mozes het brandende braambos in vuur en vlam zag staan, zo zien de pelgrims hoe boven de oceaan de hemel zich verheft als een onverterend vuur, het symbool van de geest. Spirit lead me.

En op het ritme van het harmonieus verklankte verlangen voltrekt zich de ware pelgrimstocht van hun geest. Voortgedreven door het sneller stromende beekje versnellen als van-Zelf hun voetstappen en volgen de pelgrims het spoor naar waar het brandende braambos van spreekt: het spoorloze, grenzeloze, ruimteloze, tijdloze Zelf. En…where feet may fail…Spirit lead me… 

Met een door stilte gewassen ziel stelt het Elfje zich voor dat Paulus nu op een plek zit, luisterend naar de Stilte die spreekt. En voordat de nacht zich over hen uitspreidt, fluistert ze vanuit de Stilte die Liefde is: Welterus…sssssstttttt…ten.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 104 - Bewustzijn | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De struikeling

Maar ook de nacht gaat niet zonder struikeling voorbij, zoals TV in een droombeeld te zien krijgt.

‘De struikeling’

Het is in de avondschemering en het naderende donker is gekleurd door een warme oranje gloed, alsof de morgenstond in aantocht is. En alles baadt in dat licht. Jan Jerfaas en Tetty zijn op weg door de drukke stad. Overal gebouwen, mensen, en verkeer, en toch hebben ze een gevoel van rust te midden van deze hectiek. Ze reizen een stuk met de bus door de stad. En ondanks dat die bus overvol is met mensen, voelt de bus toch als een soort ‘beschermd’ eilandje waaromheen de wereld zich afspeelt. Maar hoe dan ook, er is toch binnen de drukte in die bus iets of iemand die Tetty bijna doet omvallen. Maar Jan Jerfaas grijpt haar vast en vangt haar op, en weet haar zo ternauwernood op de been te houden.

Even na zessen wakker geworden voelt het elfje zich gelijk van zessen klaar. En nieuwsflitsender dan gisteren spoedt zij zich zonder te struikelen naar de oever van het beekje, dat rustig kabbelend in het ochtendlicht de dag en het nu niet zoekende Elfje verwelkomd.

Goedemorgen Beekje, in de nacht heb ik vele gebeurtenissen beleefd die zonder beelden op het TV scherm zijn verschenen, maar waaraan ik het gevoel heb overgehouden dat alles in beweging is en dat het perspectief biedt. Alles wat ik vannacht heb gedaan was hoopvol en constructief. Eén beeld staat mij nog helder voor ogen. 

En ook zonder over haar woorden te struikelen, vertelt ze het beekje over ‘De struikeling’.

Zo…rimpelt het beekje glinsterend, en toen…?

Aangezien ik klaarwakker was, stond ik voor dag en dauw op en begon de dag met het omslaan van het blaadje van de Findhorn-kalender, waarbij mijn oog eerst nog viel op de spreuk van gisteren: Zoek innerlijke vrede en zekerheid en volg zonder druk of spanning het pad, waarvan je weet dat het voor jou is. Besef dat ik je kompas ben, besef dat ik je gids ben.

Bij deze spreuk was een foto afgebeeld van een Groen Gelukkig bospad, waar het eerste zonlicht haar stralen over deed schijnen. Dit raakte het hart van het 11-je, zodat zij zich weer helemaal in haar twee ééntjes voelde in haar boshutje in het sprookjesbos.

Onbewust van deze spreuk was het kompas gisteren nog twee keer in beeld gekomen. De eerste keer las ik wat er in het oranje boek geschreven staat over mystici, de zoekers naar waarheid: Maar als u in aanleg een mystiek mens bent, dan blijft u de onrust houden, net zolang totdat u vindt. Zoals een kompasnaald consequent het noorden zoekt, zo blijft u zoeken naar de uiterste grond der dingen, gedreven door een onverklaarbare drang van binnenuit. Een drang die telkens sterker blijkt dan de schijnbare oplossing die de ratio u presenteert… zoals ‘Ga maar gewoon borduren’. 

De ratio die oproept genoegen te nemen met de verdunde versie van Tetty Zelf omdat, ondanks de vrede waarin alles plaatsvindt, de onmacht gevoeld wordt om uitdrukking te geven aan, zoals ik al zei: ‘alles wat erin zit en wat er graag uit wil, en wat ik er graag uit wil laten komen, maar er niet uit lijkt te komen’.

De ratio die maar doorpruttelt: Ach, houd er toch mee op, laat het er in, het wordt toch niks en de verlichting die aan de horizon gloort is een utopie die nagejaagd wordt. Het is toch prima zo, je hebt een gelukkig en vredig leven, waar zou je je verder nog mee bezig houden? Laat de Geest maar in de fles in plaats van dat jij je bezig houdt met wat er allemaal wel of niet omhoog borrelt uit de Geest.  

De tweede keer dat het kompas in beeld kwam, was toen ik een artikel las in het tijdschrift ‘Het Vermoeden’ getiteld: Op zoek naar het innerlijk kompas. En dan hoor ik innerlijk weer de boodschap: ‘Als het Hoogste zich gaat voltrekken, moet tot het Hoogste gesproken worden.’ 

Dat is wat gaande is, JJ, en uit het feit dat die ratio een moment van zich doet spreken blijkt wel dat ik er nog niet ben. Ik zou mij door zo’n moment niet van de wijs moeten laten brengen.  

Zo zie je maar weer, Tetty, hoe smal het pad is. Maar ik herinner mij wat jij eerder hebt gezegd, Green Eyes: Om onszelf op deze smalle weg staande te kunnen houden, hoe smal de weg ook zal zijn, hij zal breed genoeg zijn om in de Heilige Relatie naast elkaar te gaan, hand in hand, van hart tot hart, als één ziel. Als elkaars leraar en leerling, om onszelf en elkaar te bemoedigen, te inspireren, te motiveren vanuit het gedicht ‘Four green eyes are focussed’ dat ik jou ooit stuurde. Om onszelf en elkaar op de weg te houden, terzijde te staan, te beschermen en wederzijds te ondersteunen.

Ja, en in dit naast en met elkaar gaan, doet de drukke stad in de droom ‘De struikeling’ mij denken aan een droom die ik eind jaren negentig heb gehad; de droom naar het ‘Thuisland van de Ziel’. Deze droom heb ik verwerkt in het boek ‘Reis naar de Ruimte van NU’, dat ik aan het schrijven ben. Ik wil je graag het fragment uit die droom voorlezen, waarin Mirna en Sweder het pad lopen dat hen brengt naar het ontwaken van de ziel.

Verheugd constateren we dat we in gezelschap zijn van ons innerlijk kind dat ons verfrist met jeugdig enthousiasme en ons speels door onze ervaringen wil leiden, die uiteindelijk zullen leiden tot het bereiken van ons doel: Vrijheid. 

Met hernieuwde energie lopen we vol goede moed de stad in. Lopend door de straten zien we niets anders dan een gigantische massa huizen en torenhoge gebouwen. Omringd door al deze mentale projecties proberen we onze route uit te stippelen en ons een weg te banen door een jachtige, commercieel gerichte samenleving, waarin we ‘struikelen’ over een overvloed aan materiële mogelijkheden en waar de wind van drukte en haast een benauwde en bedompte sfeer creëert. We zien hoe we ons als mens huisvesten in de hokjes en kaders van onze denkpatronen, waarvan de ramen geblindeerd en de deuren in het slot gevallen zijn door etiketten van oordeel en meningen. Trots en voldaan op wat we van onszelf maken worden onze mentale bouwsels hoger en hoger. Het ontneemt ons het zicht op onze ware natuur.

In beide dromen komt het ‘struikelen’ aan de orde en het laat ook zien dat hoeveel uitdagingen er ook op het pelgrimspad zijn, het kenmerk van de ware leerling is om geconcentreerd te blijven en gericht op het goddelijk pad. En zo voelt het ook voor mij, want ik kan niet anders dan voortgaan op de weg die ik ingeslagen ben, omdat ik diep in mij de drang voel, zoals beschreven in M.E.: een drang die zo diep verankerd ligt, dat ze alleen maar zwicht voor de ultieme waarheid in absolute herkenning daarvan.

En de Findhorn-spreuk voor vandaag luidt: Vind je eigen pad en laat elke ziel het zijne of het hare vinden en volgen. Weet dat jullie uiteindelijk hetzelfde doel zullen bereiken. Het besef van eenheid met mij.

En als ik lees:‘Zij representeren bij voortduring het religieuze gevoel van de mensheid. Zij spelen een cruciale rol in het waarborgen van geestelijk leven in de mens. Zij zijn de dragers van het zaad.’, dan voel ik dat het zo is en dat ik daarom deze weg samen met Jan Jerfaas ga, omdat wij op deze manier ons Zelf en het geheel vertegenwoordigen. Wij zijn de dragers van het zaad. In ons hart wordt de grond bewerkt door Gods Geest, opdat het nieuwe daar kan rijpen en groeien om aan het licht te brengen.

Lieve Beste Jan Jerfaas, soulmate on a wonderful trip, vergeef mij mijn ‘struikeling’. Na deze schijnbare onderbreking is de draad weer opgepakt. Mijn innerlijke kompas is gericht op het ‘Hoge’ noorden.  

Geweldig om te horen, Tetty, dat je weer recht in het zadel zit. Dat je struikelt of valt is niet erg, het gaat erom dat je weer opstaat en verdergaat. Een wonderful trip wordt nooit onderbroken. Iedere dag dient ten volle genoten te worden. Het Eeuwig Nu is altijd bij ons en schenkt zijn Licht aan wie het verlangt. Laat ons met gelijke tred het Licht tegemoet gaan en zo mogelijk spoedig betreden. Versnel onze voetstap nu, opdat we zekerder en sneller tot U kunnen gaan, lees ik hier in het blauwe boek. En verder…

God is louter Liefde, en dus ben ik (zijn wij) dat ook.

Alleen dit Zelf kent Liefde. Alleen dit Zelf is volmaakt consistent in Zijn Gedachten, kent Zijn Schepper, begrijpt Zichzelf, is volmaakt in Zijn ken­nis en in Zijn Liefde, en wijkt nooit af van Zijn onveranderlijke staat van eenheid met Zijn Vader en Zichzelf. (Wd1.hV.Inl.4:3-5)

En dit is het wat ons opwacht aan het einde van de reis. Elke stap die we zetten brengt ons een beetje dichterbij. Ik maak de reis met jou. Laten we ons hart verheffen van de stof naar het leven, terwijl we ons herinneren dat dit ons is beloofd, en dat deze cursus gezonden werd om het pad van licht voor ons te ontsluiten, en ons stap voor stap te leren hoe we terug kunnen keren naar het eeuwige Zelf dat we dachten te hebben verloren. (Wd1.hV.Inl.5:1-4)

Neem je broeders hand, want dit is geen weg die we alleen gaan. In hem ga ik met jou, en jij met mij. Onze Vader wil dat Zijn Zoon één is met Hem. Wat kan er leven dat niet één is met jou? (Wd1.hV.Inl.9:6)

Laten we het spoor volgen en datgene vinden waar alleen het juiste spoor naar toe kan leiden, genaamd de Waarheid. Althans, wat betreft de ontmoeting tussen zoekers onderling naar de Waarheid, de kompasgebruikers, de noordgangers, de mystici.

 Oost, West—Noord, Best.

Het elfje heeft zich met haar oogjes dicht neergezet in de Stilte en haar vleugeltjes laten verwarmen door de zon. Nu het avond is geworden bibberen haar vleugeltjes buiten van de kou. En omdat inmiddels ook de stromende regen zich laat zien, horen en voelen, heeft ze zich nu knus geïnstalleerd in haar boshutje, waar niet alleen de lampjes branden maar ook de kachel. En terwijl de regen tikt, tikt het elfje in haar lichtschriftje in het verlengde van Oost, West—Noord, Best… 

Zoals het klokje Thuis tikt, tikt het over-AL