Monthly Archives: februari 2016

Het Pad van de Pelgrims – Paulus is zijn naam

De dag ontluikt in vrede en de verlichte sterrenhemel laat haar magische glans na in de woorden waarmee het elfje door het beekje stralend wordt begroet: ‘Goede Morgen-ster’. En terwijl het beekje meteen van wal steekt, ziet het elfje Paulus ten tonele verschijnen.

In het sprookjesbos woont ook een kabouter. Paulus is zijn naam. De andere bewoners zien hem regelmatig met zijn kale kopje en zijn grijze baardje een beetje verstrooid door het bos lopen. Hij is dan op zoek naar wijsheid, tenminste, dat zegt hij altijd als men vraagt waar hij heen gaat. ‘Wijs me de weg’, zegt hij dan. Sommigen zeggen: ‘Het is niet hier, maar het is daar’, en de kabouter loopt dan weer in de richting die men aanwijst.

Maar op een stralende dag loopt Paulus zo vastberaden een bepaalde kant op, dat het de andere bewoners opvalt. Dus vraagt men hem: ‘Zoek je vandaag geen wijsheid, Paulus?’ En hij antwoordt: ‘Nee, die zoek ik niet, die haal ik gewoon waar ze is.’ ‘En waar haal je die dan?’ zegt iemand. ‘Nou’, zegt Paulus, ‘dat moeten jullie toch weten, natuurlijk bij het Elfje.’ 

Het is namelijk zo dat de kabouter op één van zijn zoektochten bij het beekje aangeland was. Toen hij aan de oever stond en naar het water keek, voelde hij een diep gevoel van herkenning. Het was alsof hij dat beekje heel goed kende…een beetje alsof hij dat zelf was. 

Terwijl hij daar stond te mijmeren, hoorde hij een vrolijk gelach…hi…hi… Hij keek om en wist niet wat hij zag. Daar kwam een wel heel doorzichtig Elfje aanlopen. Hij zag haar mooie hartje kloppen in haar ranke sierlijke lijfje. En ze zei met haar stemmetje dat klonk als zilveren klokjes: ‘Hallo kaboutertje, wat sta jij naar mijn beekje te kijken?’ ‘Nou…uh, ik kwam hier en het beekje kwam me een beetje bekend voor, zodoende.’ ‘Nou’, zei het elfje, ‘dat kan eigenlijk niet, want het is zo dat ik dat beekje tot stand heb gebracht, want vroeger was het er niet. Je zou kunnen zeggen dat ik het geschapen heb.’ 

Het kaboutertje stond perplex. ‘Hoe kan dat dan?’, vroeg hij. En het elfje vertelde alles over zichzelf; wie ze was en waar ze vandaan kwam, en dat ze graag dingen schreef waarvan andere bewoners dan tranen kregen, en dat zo het beekje was ontstaan. Uit ontroering dus. Paulus luisterde…en luisterde…wel anderhalf uur…zonder iets te zeggen. ‘Weet je wat?’, zei het elfje, ‘kom maar eens bij mij in mijn hutje, dan zal ik je ook vertellen over wijsheid, want ik weet dat je vaak je paddenstoelenhuisje uitgaat om dat te zoeken.’ 

Zo komt het dat het kaboutertje regelmatig het elfenhutje opzoekt om wijsheid op te doen van het elfje. Ze woont op een heel mooie plek onder grote bomen, met veel dierenvrienden. In de nacht zit de wijze mijnheer ‘de Uil’ altijd op een tak boven haar hutje en roept ieder uur ‘oehoe’, en in de ochtend zingen de merels voor haar. In de middag komen de krekels vioolspelen en zo heeft ze nog veel meer muzikale vrienden. 

Als Paulus dan langskomt, zit het elfje meestal voor haar hutje aan een tafeltje. Daar liggen vaak een blauw en een oranje boek op. Zodra ze hem ziet, begroet ze hem vriendelijk en zegt: ‘Kom erbij zitten’. Ze klapt dan in haar handjes en ineens staat er een klapstoel voor hem. En dan begint het gesprek over wijsheid. Oh, oh, wat weet dat elfje veel en wat kan ze mooi vertellen. Ze maakt daarbij ook allerlei sierlijke gebaren. 

Het is wel eens gebeurd dat hij in de buurt van haar hutje komt zonder dat hij afgesproken heeft te komen. Dan kan hij het niet laten om even door de struiken te gluren of hij haar ziet. Vaak zit ze dan aan het tafeltje met haar boeken, maar ook met haar schriftje waarin ze met haar ganzenveertje zit te krazzz…krazzen. Waarschijnlijk schrijft ze dan dingen van ontroering, waardoor het beekje weldra weer sneller zal gaan stromen. 

Maar soms heeft ze een ander soort schriftje, het lijkt wel of er een beetje licht uitkomt. Dan zit ze er met haar vingertjes steeds ‘naar te wijzen’. Net zoals ze wel eens doet met de berichtjes die Paulus haar gestuurd heeft via de postduifjes, maar waar ze het niet helemaal mee eens was. Maar ja, daarom gaat hij ook vaak naar haar toe. Een kabouter is geen Elf en heeft nog veel te leren. Daarom noemt hij haar ook wel ‘juf’, omdat ze zoveel weet en soms ook wel eens een beetje streng is. Misschien is ze vroeger wel een mens geweest en was ze een echte juf, daar in de wereld van de mensen, die ver buiten het sprookjesbos ligt. Maar daar zal ze wel niet meer naar teruggaan, denkt Paulus. Hij heeft het gevoel dat ze in gedachten (!) een reis maakt. En hij rekent erop dat ze hem ook daarover meer zal vertellen.

En na deze groen gelukkige verschijning zien de pelgrims dat het pad oranje kleurt…

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 091 - Paulus is zijn naam | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De Kluizenaar

de Poort van Zijn…

Ondertussen mijmert het elfje in het nachtelijk stille groen gelukkige sprookjesbos al dromend over Sneeuwwitje-9 die symbolisch een pelgrimstocht maakt op zoek naar wijsheid. De her en der geschreven woorden die door het 11-je bijeen gesprokkeld worden, laten een beeld zien van Sneeuwwitje die sleutel 9 in handen heeft om de poort van Zijn te openen.

Zoals TV in de droom ‘De Christelijke Zondagsbeurs’ te zien heeft gekregen hoe belangrijk het is om wijs onderscheid te maken, dan wel te zien, tussen wat echt is en echt lijkt te zijn, zo ligt in het sprookje van Sneeuwwitje een grote les verborgen, die gaat over dienstbaarheid aan de mensheid, en het gebruik van wijs onderscheid. Sneeuwwitje gaat een inwijdingsweg opdat zij IN HET LICHT komt. In eenheid met haar animus (de prins), wordt ze gekroond (zevende chakra) in heelheid en licht. 

Het elfje leest: De prins verwijst naar het Christusbewustzijn of de Boeddha-natuur, die in ons tot ontwikkeling en rijpheid is gekomen. Het idee van ontwaken staat centraal in het boeddhisme. Boeddha geldt als de ontwaakte, de verlichte. De Boeddha’s van sprookjesverhalen zijn Sneeuwwitje en Doornroosje. Zij ontwaken en komen tot bewustzijn. Hun ontwaken heeft betrekking op lichaam en geest.  

Wat we leren van de pelgrimstocht en de odyssee van Sneeuwwitje is dat we heel worden, wanneer alle aspecten van het leven van de ziel en van de persoonlijkheid worden samengebracht en geïntegreerd. Geïsoleerd en in afscheiding leven leidt niet tot geluk en tevredenheid. Het actieve werk waartoe wij geroepen zijn is maar gedeeltelijk fysiek, emotioneel en mentaal. Er is ook nog het werk van de ziel, onze dienstbaarheid aan de mensheid, de gelegenheid en de uitdaging om een ‘licht voor de wereld’ te zijn.  

Het elfje leest verder dat men tarotkaart 9 van de Grote Arkana traditoneel kent als De Heremiet. Hij wordt vaak afgebeeld als een wijze oude man of vrouw. Ah…kijk eens aan…daar verschijnt hij al in beeld…op de sneeuwwitte toppen van The Rock…

Aandachtig neemt het elfje de energie van de Kluizenaar in zich op. Ze leest dat de energie van de Kluizenaar duidt op een innerlijke zijnstoestand waarin de mens de behoefte voelt om alleen te zijn, contemplatief te leven. Het elfje dat een sterke neiging voelt tot een kluizenaarsbestaan, en daarom ook ter bezinning neergestreken is bij haar boshutje te midden van het groen bij de zuivere bron, voelt zich tot in het diepst verbonden met de Kluizenaar. En dat niet alleen…

Ze leest: Het licht van de lantaarn symboliseert het licht, het inzicht dat hij wil verspreiden en geven aan hen die op zijn pad komen. Dat doet hij niet nadrukkelijk. Niet hij zoekt ze, maar zij zoeken hem, komen op zijn licht af en dan zal het goed zijn. De Kluizenaar is niet iemand die in de schijnwerpers wil staan. 

Daarin herkent Tetty zichzelf als de uitverkoren kandidaat in de inmiddels in beeld gebrachte Metamorfose Show, waarin ze plaats wenst te nemen te midden van de mensen.

Ze leest: Zijn lantaarn kan gezien worden als symbool voor de boodschap: ‘Waar ik ben, vermag ook jij te zijn.’ Deze ontmoeting en deze ervaring is dus geen exotische belevenis voor enkele uitverkorenen, maar een stap op de weg naar bewustzijn die aan elk mens die de stilte ingaat is voorbehouden.

Kijkend naar de Kluizenaar, waarvan gezegd zou kunnen worden dat hij Licht geworden is, roept de wijze man gekleed in een pij, met de capuchon op, een beeld in herinnering. Ineens ‘ziet’ TV duidelijk ‘de Kluizenaar’ als de Poortwachter tijdens haar hemelse ervaring. En de eerste twee regels van een aloud lied stromen bij haar binnen:

‘Ik zie een poort wijd open staan, waardoor het licht komt stromen.’

Zachtjes in zichzelf zegt het elfje: Alles stroomt, beekje. We gaan het tegemoet en het komt ons tegemoet.

de Poort van Zijn…

waar Het Licht IS…

Ze herinnert zich een paar regels uit het blauwe boek: Broeder, vergeef me nu. Ik kom tot je om jou met mij mee naar huis te nemen. En terwijl we gaan, gaat de wereld met ons mee op onze weg naar God. (Wd2.342.2:1-3) 

Terugbladerend in dat boek ziet ze nu dat die regels het slot vormen van de les waarin als door geen toeval de sleutel en de poort in beeld wordt gebracht. 

Ik dank U, Vader, voor Uw plan om mij te verlossen uit de hel die ik heb gemaakt. Het is niet werkelijk. En U hebt mij het middel verschaft om zijn onwerkelijkheid aan mij te bewijzen. De sleutel ligt in mijn hand, en ik heb de deur bereikt waarachter het eind van dromen ligt. Ik sta voor de Hemelpoort, en vraag me af of ik naar binnen zal gaan om thuis te zijn. Laat ik vandaag niet opnieuw dralen. Laat me alles vergeven en laat de schepping zijn zoals U haar wilt en zoals ze is. Laat ik me herinneren dat ik Uw Zoon ben, en als ik deze deur uiteindelijk open, laat me dan in het schitterende licht van de waarheid alle illusies vergeten, terwijl de herinnering van U tot mij terugkeert. (Wd2.342.1:1-8)

Het is een wonderbaarlijke les waarin ieder woord Tetty’s ervaring op heldere wijze weerspiegelt. En het is niet alleen wat ervaren is, en wat altijd in zekere mate gevoeld wordt, maar er wordt gevoeld dat de vol-ledig Zijn-de ervaring op handen is. Boudewijn de Groot zong ooit: Er komen andere tijden. Dat zal niet lang meer op zich laten wachten.

Het is al laat in de nacht en in het boshutje brandt nog licht. Het elfje werpt een laatste blik op de Kluizenaar. Ongetwijfeld zal hij nog meer te vertellen hebben, maar het elfje houdt het voor nu voor gezien. Met een klik op het lichtknopje verdwijnt de Kluizenaar in het donker van de nacht.

Zoals in het sprookjesbos de nacht voortschrijdt naar het ochtendlicht, zo schrijden de pelgrims voort. Zoals de Kluizenaar met de lantaarn in zijn hand het licht van de innerlijke ster verspreidt, zo houdt het engelachtige elfje in haar hand de lantaarn, als symbool van haar zielester die als een lichtende gids de weg wijst.

In het geboorteverhaal van Jezus laten de Drie Koningen uit het Oosten zich leiden door het licht van de ster naar de geboorte van het Goddelijk Kind. Zij volgden de ster, zij vonden de ster. Het nieuwe leven, een nieuw begin. De vervulling van de Sterrenprofetie.

En onder de verlichte sterrenhemel glinstert het beekje het elfje tegemoet. ‘De Elf die ook een Engel is. Hoe kan dat toch, en hoe is dat benoemen? Wacht eens even… het is een Elfel’.

Het sprookje wordt vervolgd en…Paulus is inmiddels ook van de partij. Maar daar is het elfje zich nog niet van bewust. Hij wacht de tijd van morgen af om zijn opwachting te maken!

wordt vervolgd…tot NU…

 

Posted in 090 - De Kluizenaar | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Hans en Grietje

hand in hand

van hart tot hart

als één ziel

Met het ‘beeld’ wat JJ met woorden laat ‘zien’ is het mooi de dag te beginnen. Terwijl TV het ‘beeld’ op haar innerlijke scherm in beeld heeft, laat ze het op zich inwerken. En ineens is ze benieuwd welk ‘beeld’ de Inner Child kaarten hierbij zou laten zien. Op de Inner Child kaarten staan veel thema’s uit sprookjes, mythen en natuur afgebeeld en de symbooltaal brengt je in verbinding met je ziel. Als 11-achtig sprookje vindt Tetty de beelden sprookjesachtig mooi en het brengt haar ertoe een kaart te trekken.

En hoe ongelooflijk mooi…het is de kaart van Hans en Grietje. Zij staan, als één ziel, hand in hand in het bos, en boven hen hangt aan een tak een hartje. Terwijl TV de kaart bij JJ in beeld brengt, noemt ze een paar dingen uit de beschrijving die haar raken en aan het pelgrimspad raken.

In het traditionele tarot is deze kaart altijd afgebeeld als De Geliefden. Op een hoger niveau is het een symbool van de balans tussen fysieke en spirituele liefde. Het verhaal van ‘Hans en Grietje’ laat ons een elementaire vorm zien van goddelijke liefde, die werkt in het avontuur van een toegewijde broer en zus.  

Zij worden geleid door twee witte vogels. Eerst leidt een duif hen naar een huisje van suikergoed. Vervolgens helpt een witte eend hen het water over te steken en is zo als een brug die hen tot een nieuw niveau brengt van liefde en bewustzijn. 

In religieuze geschriften verschijnt de duif vaak als een beeld van de Heilige Geest. In sprookjes worden de pure spirituele krachten, nog onbedorven door de zintuigen, gesymboliseerd door de duif of een andere witte vogel.  

Wanneer u deze kaart trekt, vindt er mogelijk een diepe spirituele inwijding of verbinding plaats. Realiseer uzelf dat ieder persoon een balans heeft tussen mannelijk/vrouwelijk, en dat het nu tijd voor u is, om deze innerlijke componenten tot een staat van balans en evenwicht te brengen. 

Hans is het symbool van de animus – de wind, de geest, en mannelijke energie. Grietje is de anima – de ziel, koestering, en vrouwelijke energie. Samen, hand in hand, zijn zij een beginvorm van het goddelijk huwelijk. Hans en Grietje moeten in harmonie samenwerken, en elkaar onvoorwaardelijk vertrouwen.  

Mediteer over de schoonheid van deze beide kinderen, die elkaar inspireren, en herinner u dat zij de verloren liefde van hun ouders weerspiegelen, die door de hardheid van het leven zijn verzwakt. De spiritueel omarming, de romantische aanraking, de blik recht uit het hart kunnen u de rijkdom en het wonder van deze wereld opnieuw doen ervaren. 

Voorwaar, ik zeg u, dat is een mooi sprookje. Er zit een enorme diepgang in, eigenlijk is het voor zover bekend al sinds de oudste beschavingen waar dingen op schrift gesteld werden dat de reis van de ziel in allerlei parabels beschreven wordt.

Ja, Hans en Grietje zit in jou, in mij en in ons samen. Net als Hans en Grietje gaan de water-landers over het water, de stroom van vloeiend leven, op de vleugels van de geest, gesymboliseerd door de witte eend, zoals er geschreven staat. Samen, hand in hand, van hart tot hart, als één ziel, zijn zij inderdaad een beginvorm van het goddelijk huwelijk. Het gaat niet om vereniging met een ander, maar om vereniging binnen jezelf.  

Zoals al eerder gebleken is dat TV99 en JJ66 elkaar spiegelen, zo zal het toch geen toeval zijn dat ‘Hans en Grietje’ kaart 6 is en ‘Sneeuwwitje’ kaart 9. De 6 en de 9 symboliseren einde en begin. Het getal 9 staat voor het einde van een cyclus en het begin van een nieuwe ontwikkeling. Het getal 6 symboliseert samengaan, de vereniging van man en vrouw brengt nieuw leven voort. Het duidt op samenwerking, op delen, want slechts door deling kan er vermenigvuldigd worden. 

En als je naar de vormgeving van de 6 en de 9 kijkt, dan zie je dat ze samen de kracht van de lemniscaat dragen, de liggende 8 die de oneindige in de rondte gaande kosmische beweging symboliseert. 

Ik weet niet wat het is, JJ, maar nu ik Hans en Grietje gelezen heb, krijg ik het gevoel, mede ook door jouw ‘aaahhh…geweldig…’, dat M.E. ons gaat vergezellen. En in gedachten aan Jan Jerfaas, die zichzelf ooit benoemd heeft tot mijn particuliere tuinknecht, laat ik er geen gras over groeien. Wat zijn wij zonder boeken…laat nog even op zich wachten. Als één ‘van beide kinderen, die elkaar inspireren’ op weg naar de hartsbestemming, ga ik over Meister Eckhart lezen. Daarin valt wat te delen. 

Aaahhh…geweldig…

Met een spirituele omarming…

Aaahhh…geweldig…

En een kosmische werveling doet het elfje zweven naar de oever van het beekje. Daar rust ze kennelijk even uit. Weldra zal ze weer in het water duiken en dat voelt al een beetje als de oceaan, want water is water. En terwijl ze voort stromen zien ze de oever links en rechts, die steeds verandert, dat zijn de gebeurtenissen. Ze komen in zicht en verdwijnen weer, de een na de ander, ze komen en gaan. Ze letten er steeds minder op, nemen ze niet meer zo serieus. Secret Garden is veel interessanter. Daar maken ze nog even een stop om aan de hand van Meister Eckhart rond te kijken in het doolhof van de ziel. Maar het vinden van de uitgang daarvan staat vast, dat is de poort van Zijn.

de Poort van Zijn…

wie wil daar nu niet zijn…

om te Zijn…

Het klinkt het elfje als muziek in de oren. Het is avond en vanuit de Stilte daalt de stilte neer in het sprookjesbos. De laatste zonnestralen hebben geschenen door de zee van groen waarin overdag geen drup is gevallen. Voor het eerst vallen nu met harde tikken dikke druppels op het dak van het elfenhutje. Dit geluid zal nog lange tijd te horen zijn, want onder de hoge bomen drupt het lang door terwijl het al droog is. Het voelt knus en gezellig, zelfs in de nacht, om te luisteren naar de regen terwijl ze er zelf hoog en droog en warm bij zit en ligt. En zelfs nu het donker is, klinkt het gezang van de merels nog door de ‘harde’ regendruppels heen.

Na zo’n pelgrimsdag zoals JJ mocht beleven is het goed inslapen. Met het geschetste beeld van het Elfje in het sprookjesboshutje in zijn gedachten is de Stilte zeer nabij en glijdt hij snel weg in de Leegte. Rond drie uur wordt Jan echter klaarwakker. Na enig gedraai besluit hij de cd ‘Stillness Speaks’ van Tolle op te zetten om de stroom gedachten stop te zetten. En zoals vaak wordt na ongeveer een kwartier de stem van deze Eckhart zwakker en valt Jan weer in slaap.

Tot hij rond half vijf weer wakker wordt van een geweldige zangpartij van een merel die op de dakgoot vlak bij hem zit. Waarschijnlijk is het de merel die een nest heeft in de klimhortensia vlak bij de voordeur. Gisteren hipten twee kleine mereltjes daar rond en zonder twijfel zijn ze  pas kort daarvoor uit het nest gesprongen. Terwijl de merel dus vroeg in de ochtend zijn prachtige klanken ten gehore brengt vraagt Jan zich af of ginder in het bos bij het elfenhuisje tezelfdertijd ook merels het begin van de nieuwe dag aankondigen. Hoe zou het Elfje geslapen hebben? En hoe zal de dag voor haar verlopen? JJ vraagt zich af wat deze periode van contemplatie aldaar bij de Bron haar zal brengen. Hij verwacht dat het Elfje hoe dan ook anders uit deze periode van stilte en bezinning zal komen. Op het niveau van Tetty zal het sowieso een heerlijke retraite zijn en op het hogere niveau zal de Thuiskomst naderbij gekomen zijn, zo hoopt en verwacht JJ.

wordt vervolgd…tot NU…

 

Posted in 089 - Hans en Grietje | Leave a comment