Monthly Archives: december 2015

Het Pad van de Pelgrims – Vele vraagtekens

Voor dag en dauw zit het elfje al aan de oever van de beek, wachtend op de dag die de pelgrims te wachten staat. En het duurt niet lang of ze hoort het beekje ook in beweging komen.

Goedemorgen Elfje. Gewekt door de vogels? Of klopten de eekhoorntjes op je deurtje? Weer een nieuwe dag van houthakken en water halen zoals de boeddhisten zeggen of is het meer hout sprokkelen en stromend water bekijken?

Om maar gelijk met de deur in het elfenhutje te vallen…Sneeuwwitje is best een aangrijpend verhaal, en ik meen het als ik zeg dat ik het helemaal aanvoel. Het gevoel in de kinderjaren al dan niet abrupt ergens van afgesneden te zijn of te worden is mij ook wel bekend. Ergens in de vroege kinderjaren werd Jantje zich bewust van de kilte van deze wereld en de calvinistische wereld om hem heen. Bij zijn geboorte waren er naar zijn gevoel al acht (!) volwassenen in huis en iedere twee jaar kwam er weer een kind bij. Dus veel aandacht was er niet bij, het was gehoorzamen en al vrij snel opdrachten uitvoeren.

Zodra ik kon lezen ging ik boeken lezen, liefst ook ‘s avonds in bed nog vlak voor het slapen. En als dan de zekering beneden werd losgedraaid, zodat er geen lamp meer aankon, viel ik op basis van wat ik in het kinderboek gelezen had, al fantaserend in slaap en droomde dan van een andere wereld waarin ik gelukkig was en hele mooie dingen meemaakte. Je zou kunnen zeggen dat ik op die manier mijn eigen sprookjes verzon. En eigenlijk is mijn hele leven tot nu toe ook een verzinsel. Nu Jerfaas in beeld is gekomen wordt steeds meer duidelijk dat Jan volledig een droomfiguur is. Een manifestatie op basis van wat? Ik weet het niet. Het zal ongetwijfeld bij de pelgrims ter sprake komen op deze of gene dagreis die ze gaan.

Ja, op de vraag uit ‘Het onpersoonlijke leven’: ‘Ben je gereed? Wens je te gaan?’….. zeg ik: Ja! En jij, JJ? Ben jij gereed? Wens jij te gaan?….

Mijn antwoord is dat Jan wenst om te gaan, maar waarschijnlijk nooit helemaal gereed is en dat Jerfaas mogelijkerwijze degene is die al onderweg is, maar meest van tijd achterom kijkt.

Kijk eens aan…kun je in het licht van het pelgrimspad je antwoord eens toelichten?

Ik heb het sprookje gelezen. En ook de ‘onpersoonlijke tekst’ is inderdaad niets anders dan waar de Cursus overgaat, zij het in een andere toonzetting. Wel een hele mooie manier om op te roepen tot bekering en de persoon, zeg maar ego, af te leggen, voor zover je dat zelf kunt. En daar zit de kneep. De sprookjes en alle parabels en bijbelverhalen zijn allemaal in menselijke begrippen gevat, dat wil zeggen, in tijd en ruimte. We moeten ergens naar toe en dat zal dus in de toekomst zijn. Heel begrijpelijk want dat is het menselijke/persoons/ego referentiekader. In de Bijbel zijn vrijwel geen teksten die geen gebruik maken van dat kader. De Cursus, en sommige andere leringen, roept vooral op tot inzicht in het Nu, dat is het Heilig Ogenblik. Dat Nu alles Hier al in orde is, dat we niet hoeven te gaan, maar dat we er al zijn. Maar helaas, onze blik wordt versluierd. We zien niet de ware wereld. Iets in ons is gehecht aan de wereld die we nu zien. Ik sluit niet uit dat die gehechtheid juist die persoon is en alle spulletjes en verhalen rond die persoon. Iets blokkeert de ‘verlichting’ en de Cursus legt het allemaal uit. Maar daar hebben we het al eerder over gehad.

De hele symboliek is geweldig mooi en mijns inziens ook een spel van de ‘mind’. Net als alle woorden in de boeken, hoe mooi ook, het blijft symboliek. Maar de ervaring, hoe krijgen we die continu? Kennelijk niet door onze eigen wil, want dan was die er al? Is het Genade? Dat zou best kunnen? Kunnen we dan niets doen? Ik weet het niet. Dienen we gewoon mee te kijken naar dat wat er gebeurt of lijkt te gebeuren? Ik weet het niet. Gewoon net als het Elfje meegaan in de stroom van het beekje? Is het inderdaad zo dat Bewustzijn met zichzelf speelt, zoals je al eerder gezegd hebt?

In de Sneeuwwitje tekst schrijft Tetty: Zachtjes glijdend zweven we vanuit de grenzeloosheid van ons wezen de tijd binnen en de vraag: ‘Waren wij er morgen ook al?’ blijft eenzaam achter, hoopvol wachtend op de terugkomst van het antwoord. De draad van het leven wordt opgepakt. De reis gaat verder. Het begint met een droom, maar…het is geen droom. Wij worden gedroomd. Wij zijn de droom.

Dus vanuit de grenzeloosheid van ons wezen zweven we de tijd binnen, en de ruimte. Vanuit de oceaan zijn de water-landers om de een of andere reden aangespoeld aan de kust, ergens in de omgeving van secret garden, om na omzwervingen door de woestijn het sprookjesbos te bereiken en vandaar op weg naar de kust te gaan. Om weer de oceaan te bereiken en NU de overkant van de oceaan zien te halen. Niet ergens onderweg op een eilandje stranden en via een verkeerde golfstroom wederom bij secret garden aan te spoelen, enzovoort.

NU dienen we van wal te steken en de juiste stroming te kiezen, de golfstroom van pure Liefde, die nooit stopt en rechtstreeks naar de overkant gaat. Maar we zijn al aan de overkant, de hele reis is een droom en wij zijn in die droom, dus zijn wij de hele droom. Als wij ontwaken, zijn wij dan uit de droom, oftewel uit de droom geholpen? Of zijn wij dan weg? Zijn wij dan weer in de grenzeloosheid van ons wezen? Welke woorden kunnen hieraan gegeven worden? Is er een symboliek die de ervaring daarvan kan benaderen? JJ weet het niet. Hopelijk weet TV raad.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 085 - Vele vraagtekens | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Sneeuwwitje

Het verhaal van hoe Sneeuwwitje in Tetty is ontstaan is een fragment uit het boek ‘Reis naar de Ruimte van NU’, dat ik aan het schrijven ben. Dit boek is tijdelijk op de plank beland omdat de beschrijving van het pelgrimspad de aandacht NU vraagt. Het boek verbeeldt een innerlijke reis aan de hand van wat zich sinds de her-innering aan mijn BDE in mijn dromen heeft afgespeeld. Daarnaast verwerk ik in dit boek twee ingrijpende dromen uit mijn kindertijd en een gebeurtenis, in dit geval ‘Sneeuwwitje’, die in werkelijkheid heeft plaatsgevonden. Ik was toen met mijn ouders en mijn zusje van bijna 1 jaar oud op vakantie in een huisje in Nunspeet. In de ‘Sneeuwwitje ervaring’ beschrijf ik exact hoe het gebeuren plaatsvond en hoe ik het als 5-jarig kind gevoeld en beleefd heb, en wat mijn gedachten zijn geweest. In het boek draagt Tetty de naam Mirna.   

Ik heb door de jaren heen meer dan tweehonderd dromen op papier kunnen zetten. Veel van deze dromen heb ik ten tijde van ‘Verdwaald verlangen – Een zoektocht naar de hemel op aarde’ met Maurice besproken. Zodoende is er bij de meeste dromen een uitgebreid verhaal cq. duiding ontstaan. Ik heb tijdens het pelgrimspad al eens iets gezegd over symbolen, met name over dromen. 

Natuurlijk zeggen de dromen iets over mij en hebben ze mij iets te vertellen. Tegelijkertijd bevatten ze een universele betekenis en waarheid die voor ieder van ons geldt. De reis in het boek ‘Reis naar de Ruimte van Nu’ wordt dan ook gemaakt door een man en een vrouw, symbool van de animus en anima die in ieder van ons zit. In het samengaan van man en vrouw voltrekt en openbaart zich de Eenheid. Samen vormen zij het goddelijk huwelijk. Het brengt nieuw leven voort. Het Leven. 

Ik geef je nu het stuk tekst waar het om gaat. Wat er vooraf gaat aan dit fragment doet er even niet toe, evenals wat erna komt en de context waarbinnen dit fragment een plek heeft. Het gaat nu even om de gebeurtenis op zich. 

En op de vraag: ‘Ben je gereed? Wens je te gaan?’… ben ik, nu de avondstilte valt, wel zo’n beetje gereed om naar bed te gaan. Dus Sneeuwwitje legt zich zo ter ruste onder de groene tak. En het sprookje wenst JJ alle kleuren van de regenboog, die symbool staat voor de verbinding tussen de goddelijke wereld en de aardse wereld. En in verbondenheid met TV99 wordt het licht ontstoken.

Bij het schijnsel van het kaarslicht leest JJ66 het fragment uit ‘Reis naar de ruimte van Nu’.

Zachtjes glijdend zweven we vanuit de grenzeloosheid van ons wezen de tijd binnen en de vraag: ‘Waren wij er morgen ook al?’ blijft eenzaam achter, hoopvol wachtend op de terugkomst van het antwoord. De draad van het leven wordt opgepakt. De reis gaat verder. 

Het begint met een droom, maar…..het is geen droom. 

Wij worden gedroomd. Wij zijn de droom.

Ik ben een droom. Ik ben een sprookje

 En het kind weet het. 

We are such stuff as dreams are made on

(William Shakespeare)

Het begint met het kind, dat dol is op sprookjes en twee bijzondere zomerjurken heeft. De ene jurk is gemaakt van stof met afbeeldingen van Roodkapje en het andere jurkje is gemaakt van stof met afbeeldingen van Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Het zijn haar sprookjesjurken. 

Het begint met dit kind, het sprookjeskind, het droomkind, kleine Mirna. Een klein, stil en verlegen meisje van vijf jaar oud, op vakantie in een huisje in het bos. Het klinkt als het begin van een aloud kinderliedje dat ze op school heeft geleerd. Haar lievelingsliedje. ‘In het bos daar staat een huis, hertje gluurde door de ruit.’ Maar hier niet. 

Het is aardedonker en het meisje slaapt. Maar midden in de nacht, terwijl het huis en het bos slapen, verandert er iets. Het meisje wordt wakker en staat op. In het donker van de nacht trekt ze haar sprookjesjurk aan. Haar Sneeuwwitje jurk. Dansend en springend boven op haar bed komt ze tot leven en danst ze de sterren van de hemel. Ze laat in al haar speelsheid zichzelf zien. Een vrolijk en onbevangen kind. Ze is zichzelf. Puur. Spontaan.

In de stilte van de nacht dringt het geluid van het dansende kind door de dunne muren van het huisje heen en brengt ook anderen in beweging. Haar vader en moeder komen af op het geluid en zien hun dochtertje, blij en vrolijk dansend. In een fractie van een seconde nemen ze het schouwspel in zich op en gaan meteen over tot actie. ‘Wat doe je daar, ben je nu helemaal mal, je hoort in bed te liggen’, wordt er tegen haar gezegd. Resoluut wordt ze vastgepakt en in een oogwenk wordt haar jurk uitgetrokken, terwijl ze ondertussen bestraffend wordt toegesproken alsof ze iets heel stouts heeft gedaan. Totaal beduusd en hevig geschrokken, helemaal uit haar doen, laat ze met zich doen. Ze durft niets te zeggen, maar denkt bij zichzelf: ‘Wat heb ik nu voor ergs gedaan?’ Verbijstering en onbegrip alom.

Ze wordt als het ware ruw uit haar wereld gehaald en terwijl ze met beide benen, letterlijk en figuurlijk, op de harde, kille grond wordt gezet, hoort ze haar moeder zeggen: ‘Je hebt gedroomd.’ Ze zegt niets, kijkt haar ouders aan en een gevoel van vervreemding neemt bezit van haar, want ze weet met grote van-Zelf-sprekendheid: ‘Ik heb niet gedroomd. Ik ben een droom. Ik ben een sprookje.’ Ze weet van een grotere wereld. Ze weet dat ze van de sterren komt en van nog veel verder. Op dat moment weet ze ook dat ze nooit hardop zal kunnen zeggen: ‘Ik ben een droom. Ik ben een sprookje’, want met ontstellende zekerheid dringt de waarheid tot haar door: dat wat zij weet, kunnen grote mensen niet begrijpen. En ze voelt zich moederziel alleen staan.

Resoluut wordt ze onder de dekens gestopt met de boodschap: ‘En nu gauw gaan slapen.’ Zonder een kik te geven doet ze uit angst gauw haar ogen dicht. Op dat moment sluit ze haar ogen voor wie ze is en gaat er binnenin haar een deurtje op slot. Ze voelt niet langer de verbinding met de wereld waar ze vandaan komt. Het sterrenlicht is gedoofd, de nacht is aardedonker. Vanaf die nacht durft ze zichzelf niet meer te laten zien, vergeet ze wie ze is, en loopt ze verloren op aarde rond. Ze is zichzelf niet meer. Ze is een vergeten herinnering. 

Het enige tastbare wat nog herinnert aan het sprookjeskind is de foto die de volgende ochtend gemaakt wordt. Kennelijk heeft het gebeuren in die nacht toch iets teweeggebracht bij haar vader en moeder. Als ze ’s ochtends uit bed komt, hoort ze haar moeder zeggen: ‘Weet je wat, je mag vandaag je Sneeuwwitje jurk aan en dan mag je er straks mee op de foto. Is dat niet fijn?’ 

Ze vindt het niet fijn en ze wil eigenlijk niet. Het voelt als een goedmakertje. Ze is pas vijf jaar maar ze voelt en heeft nu al in de gaten: dit klopt niet. Maar ze stribbelt niet tegen en trekt de jurk met tegenzin aan. Het wordt geen blije foto. Stijf in de houding, met een donker gezicht, en haar handen op de rug staat ze erbij alsof ze zeggen wil: zo, nou jullie willen dit even, en daarom doe ik het, maar dit is niet echt. Het sprookje is uit.

Natuurlijk ging het sprookje verder, ook al had ik dat gevoel op dat moment niet. Maar ik zat er nog middenin. Evenals het feit dat ik nog steeds de droom was…

Bij het zachte licht van de flakkerende vlam blijft JJ in stilte zitten. Zoals toen in de stilte van de nacht Sneeuwwitje tot leven is gekomen, zo is nu al lezende vanuit het groen gelukkige sprookjesbos Sneeuwwitje voor hem tot leven gekomen. Hij waardeert het bijzonder dat dit met hem gedeeld wordt. Voor nu rest hem niets anders, voordat de nacht zijn intrede doet, dan zachtjes voor zich uit te zeggen: Bedankt…en zowel een Liefdevolle persoonlijke als onpersoonlijke Groet van ons beiden, J&J.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 084 - Sneeuwwitje | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Het onpersoonlijke leven

Goedemorgen Sneeuwwitje onder groene tak. En daarboven nu geen blauw maar grijs. Hoewel… boven dat grijs is het altijd blauw. Het grijs is slechts een sluier. Het sprookje gebruikt vandaag iets andere kleuren, maar ze komen allen uit de regenboog.

Goedemorgen Green Eyes, je klinkt zo vroeg op de ochtend alsof je al uit het spraakwaterige beekje gedronken hebt. Of komt het door de woorden uit het boekje, waarin je zit te lezen, dat je al zo vroeg op dreef bent?

Ja, Jan kreeg een oud boekje in handen. Het heet ‘Het onpersoonlijke leven’. Er staan prachtige dingen in. Eigenlijk gaat het over de sluier die de blauwe hemel bedekt. Luister, ik lees je een stukje voor.

Verhef je en bevrijd jezelf – nu en voor altijd – van de overheersing door je persoonlijkheid met haar opgeblazen en zichzelf verheerlijkende geest. Want van nu af aan moet die geest je dienaar zijn en het verstand je onderdaan, indien Mijn woord wil doordringen tot je ziel bewustzijn. IK BEN komt nu tot je ziel bewustzijn, dat IK opzettelijk heb aangewakkerd, in voorbereiding tot de ontvangst van Mijn woord.  

Nu, zo je sterk genoeg bent om het te verdragen; zo je in staat bent alles terzijde te zetten van eigen persoonlijke gedachten, geloofsovertuigingen en meningen, die slechts de waardeloze rommel zijn die je hebt verzameld op de afvalhopen van anderen; zo je sterk genoeg bent om dit alles weg te werpen, dan zal Mijn woord voor jou een bron zijn van oneindige vreugde en zegen.  

Maar wees erop voorbereid dat die persoonlijkheid van je voortdurend twijfel zal wekken aan Mijn woord wanneer je het leest. Want haar eigen leven komt in gevaar; en ze weet dat ze niet kan leven en gedijen en voortgaan te heersen over je gedachten en gevoelens, over je komen en gaan, wanneer je Mijn woord opneemt in je hart en het toestaat daar te verblijven.  

Ja, IK BEN komt nu tot je om je bewust te maken van Mijn tegenwoordigheid. Want IK heb eveneens je menselijke geest voorbereid, zodat deze enigermate Mijn bedoeling kan begrijpen. IK ben altijd bij je geweest, maar je wist het niet.  

Met opzet heb ik je geleid door de wildernis van boeken en leringen, van religies en filosofieën, terwijl IK je geestesoog steeds het visioen voorhield van het beloofde land, je voedende met het manna van de woestijn, opdat je het zou kunnen onthouden en waarderen en je zou blijven verlangen naar het brood van de geest.  

Nu heb IK je geleid tot de rivier de Jordaan, die je scheidt van je goddelijke erfenis. Nu is de tijd voor je gekomen om Mij bewust te kennen; de tijd voor je is gekomen om over te steken naar Kanaän, het land van melk en honing. 

Ben je gereed? 

Wens je te gaan? 

Volg dan dit Mijn woord, de ark van Mijn verbond en je zult droogvoets de overzijde bereiken.

Dat is toch prachtig, Tetty?

Ja, dat kan ik alleen maar be-Amen. Luisterend met hart en ziel voel ik de diepe waarheid die het in zich draagt, juist omdat het zich ook zo heeft voltrokken in mijn persoonlijk leven. Naast dat ik het herken als mijn eigen ervaring, hoor ik bovendien eigenlijk niets anders dan wat ook in de Cursus staat en in de Reis voorbij Woorden. En toch raakt het op het moment dat ik het nu hoor weer iets aan, omdat het zo toepasselijk is voor wat er op dit moment op het pelgrimspad gaande is. Want dat stukje tekst van Mozes raakt mij. ‘Ben je gereed? Wens je te gaan?’… Alsof het een klein tipje van de sluier wil oplichten. Voor mij getuigt alles van de leiding die iedere stap begeleidt. Net zoals Sneeuwwitje zo duidelijk laat zien wat er gaande is. En vervolgens sluit Mozes nu ook aan in de rij op de weg van ontpersoonlijking die de pelgrims gaan. 

JJ, zou jij trouwens het verhaal van hoe Sneeuwwitje in Tetty is ontstaan willen lezen?

Ja, graag.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 083 - Het onpersoonlijke leven | Leave a comment