Monthly Archives: juli 2014

Het Pad van de Pelgrims – Alleen Liefde bestaat

Tetty, ik heb mij afgevraagd hoe jij ons bij-éénzijn hebt ervaren. Voor mij ben jij een liefdevol luisterend oor en een milde ‘juf’ wanneer ik mijn innerlijke roerselen vertel. Het is heel wat als je gewoon je ervaringen en gedachten kunt ventileren zonder dat er enig oordeel, vraagteken of wat dan ook bij gezet wordt. Zoals het bij-éénzijn voorbij vliegt, zo geeft het mij het gevoel ‘huiswaarts’ te vliegen.

Er wordt gezegd: ‘Een luisterend oor is de tederste aanraking van een woord’. Als we zo naar elkaar luisteren, onvoorwaardelijk, treden we binnen in de ruimte van de goddelijke liefde. 

Er gaat veel door mij heen wat ik eigenlijk nog wil vragen, maar tegelijkertijd zie ik in dat al die jantjes met hun ideeën en vragen ook eigenlijk zeepbellen zijn, die even vorm aannemen om dan uit elkaar te spatten. Maar er kan zo weer van alles naar boven komen waar ik graag met je over wil praten.

Het is fijn om te delen, JJ, wat ons beweegt. We worden bewogen door de Liefde die ons beweegt. En het is mooi om elkaar bewust in die liefdevolle ruimte te ontmoeten.  

Zoals de dag nu haar loop neemt, Jan Jerfaas, zo heb ik na de tête-à-tête alles op zijn beloop gelaten. Ik had het gevoel van: alles is gezegd, alles is gelezen, alles is geschreven, alles is gedaan, alles is klaar, en nu? Wat moet ik nu nog, wat zal ik nu nog? Niets. Het is zoals het is. En dat gevoel heb ik al lange tijd. Dus heb ik mij de rest van de avond bewogen op de melodie van de stilte en mij ondergedompeld in de volheid van de leegte. HEER-lijk! Genieten dat ik in God Tetty mag zijn en mijn weg mag gaan, met zo hier en daar een lekkere cappuccino met taart. Ook HEER-lijk!

En ik herinnerde mij een uitspraak van een andere Jan, namelijk de Spaanse heilige, mysticus, dichter en kerkleraar Jan van het Kruis:  

Men kan God niet boven alles beminnen zonder van alles leeg te zijn.

Geraakt kijkt hij haar aan. Tetty, het voelt alsof ik door je woorden getroffen word door een laserstraal die de woorden in mij brandt: ‘Alleen Liefde bestaat en al het andere bedenk je zelf’.

En zo is het. Amen. Dat is ook het antwoord op jouw vraag: ‘Wie kijkt dan met het oog van Liefde?’ Dat is de Liefde zelf. Onpersoonlijk. Dat is wie jij bent. De Bron van Liefde, van Al wat Is, is voelbaar in je hart. In die Liefde zijn we Eén. 

Zoals jij het gevoel hebt op de een of andere manier vleugels te hebben gekregen, zo geeft het bij-éénzijn mij vleugels van inspiratie. Zo bekeken kunnen we als aarDs-engelen in gesprek zijn. Op die manier kunnen we elkaar tot hulp zijn om klaarheid in de dingen te brengen, zoals jij het noemt. En dat kan weliswaar bijdragen tot een grote schoonmaak in je bewustzijn, maar uiteindelijk is het wel zo dat je er zelf met de bezem doorheen zult moeten. Dat kan een ander niet voor je bewerkstelligen. 

Wat dat betreft slaat Jan uiteindelijk wel de spijker op de kop met zijn opmerking over de stille hoop dat Tetty haar geheim met hem zou delen. En is dat niet ergens onvervuld tussen ons in blijven hangen, JJ? Van mijn kant voel ik dat er iets van mij verwacht wordt waar ik niet kant en klaar aan kan voldoen? Simpelweg omdat er geen geheim is. Zielsgraag zou ik met jou willen delen en jou willen geven wat ik zelf ontvangen heb. Maar hoe? En is er überhaupt wel een hoe? Draagt dit alles niet bij tot…?  

Het enige geheim dat er is, is de gedachte dat er een geheim zou zijn. En dat zul je zelf dienen te onthullen. En dan is de vraag…Wat zou er gebeuren als Jerfaas de persoon Jan met zijn jantjes liefdevol omarmt in plaats van liefdevol terzijde schuift?… 

Stilte…

het antwoord laat op zich wachten…

in de stilte blijven ze aanwezig in verbondenheid…

’uit het dagboek jantje’ wordt dichtgeslagen…

‘uit het droomboek Tetty’ wordt opengeslagen…

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 026 - Alleen Liefde bestaat | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Jerfaas en de jantjes

Het is heel vroeg in de morgen als Jerfaas ontwaakt. Zoals de zon begint op te komen, zo lijkt het hem dat het bewustzijn ook langzaam opkomt. Daarin komt geen lichaamsgevoel voor en geen enkel jantje. Toch is er waarneming, maar als leegte. Wel een lichte ruis. Die lijkt Jerfaas altijd te hebben en… hoort die bij het lichaam? Hoe dan ook wordt in die leegte waargenomen dat de torenklok slaat.

Nu is het voorbij, de eerste gedachte van de dag ontstaat. Hoe laat is het? Hoeveel keer sloeg de klok? Moeiteloos kijkt Jerfaas terug in de tijd en telt alsnog de slagen. Het zijn er vier. Het is alsof er in een inktzwarte ruimte vier brandende kaarsen uitgeblazen zijn en nog nagloeien. De tweede gedachte komt. Zie je dat tijd eigenlijk niet bestaat?

Daarna komen meer heldere herinneringen naar voorbije gebeurtenissen, maar ook gedachten met betrekking tot de eerdere tête à tête met Tetty. ‘Je Bent het Al’, zei ze. De Cursus in Wonderen zegt: Er is maar één werkelijkheid, en dat is bij God. Dat is wie je bent. De rest is een illusie, een droom. Niets wat tijdelijk is, kan werkelijk zijn.

Kijkend vanuit die werkelijkheid is alle materie en persoonsgebondenheid pure illusie. Kijkend vanuit ‘de mens’ zijn er schier imaginaire bewustzijnsniveau’s die ooit bereikt zouden kunnen worden. Kijkend naar de bijnadoodervaring van Tetty is het van bovenaf gezien een verschuiving in perceptie binnen de illusie, van onderaf gezien is het een kwantumsprong in de Liefde.

‘Je bent het Al’, maar naar het gevoel van Jan moet het nog komen. Om klaarheid in deze dingen te brengen is dus hulp voor Jan Jerfaas nodig en hij hoopt dat Tetty die kan bieden. Dat zij een grote schoonmaak kan bewerkstelligen in dit stukje menselijk bewustzijn wat in januari 1947 op aarde terechtkwam, nota bene op zondagmiddag op het tijdstip ‘kerktijd’.

Terwijl het lichaam nog steeds gevoelloos in bed ligt, ziet Jerfaas dat de jantjes langzaam wakker worden en vooral jantje-spiritueel. Niet alleen de woorden van Tetty, maar ook van verlichte mensen komen naar boven. ‘Zoek niet, je bent het al, stop met het geloven van je gedachten, wees in het Nu’ tot de uitspraak van Jezus: ‘Tenzij gij uzelf verloochene, zult gij het Koninkrijk niet zien’. 

Wordt hier bedoeld dat Jerfaas de hele persoon Jan met zijn jantjes liefdevol terzijde moet schuiven? Dat is in wezen al gaande. En het doenerschap is daarmee grotendeels verdwenen. Maar is het anderzijds ook niet zo, dat zowel Tetty als die ‘andere’ verlichten hun ervaring en inzicht uitdragen? En dat de ontvangers toch iets van een keuze moeten maken? Dat ze toch beter moeten luisteren en zich beter moeten afstemmen oftewel tunen op de Liefde die overal aanwezig moet zijn?

Jerfaas blijft in alle rust kijken, meer kan hij ook niet, maar vaak heeft hij het idee dat zijn aandacht kalmerend werkt op de hele groep jantjes, zo ook nu. Meestal komen er dan één of meer jantjes naar voren die als het ware wat dichter bij hem staan, althans dat denken ze zelf, zoals jantje-spiritueel en jantje-snap. Die twee werken vaak samen en zijn ervan overtuigd zo ongeveer de hele persoon Jan uit te maken. Oké, er zijn nog wel veel andere jantjes, maar die zijn door hen bijna uitgeschakeld, want zij tweeën begrijpen hoe het zit en zitten vol plannen om zich helemaal bij Jerfaas te voegen.

Natuurlijk verlopen de tête-à-tête’s zoals het moet zijn. Als het hele universum dat wat gebeurt al heeft goedgekeurd, wie zijn zij om dan te zeggen dat het anders moet. Nee, wat zij bedoelen is eigenlijk de stille hoop dat Tetty haar geheim met hen zal delen. Ze weten dat Jerfaas hen met liefde aanschouwt en nooit beoordeelt, maar ze beseffen dat Jerfaas zelf ook weer aanschouwd wordt, maar door wie of wat.

Jerfaas ziet hoe jantje-spiritueel en jantje-snap door het denken aan verleden en toekomst en hiermee het gebrek aan bereidheid om werkelijk in het hier en nu te zijn, leven op psychologische tijd en iets willen verkrijgen waar ze zelf de blokkade voor zijn. Nu voelt hij medelijden, maar…dat is een jantje eigenschap. En is hij dat nu zelf, die ook graag achterom zou willen kijken naar datgene waar hij uit voortkomt en ook in verschijnt, datgene waar Tetty vertrouwd mee is? En waarom voelt hij nu angst? Is dat ook een jantje? Jerfaas raakt nu in verwarring. Is hij zelf soms ook een jantje? Help!!! Dan heeft hij alleen maar in de spiegel der raadselen gekeken.

Plotseling voelt hij de rust terugkeren. Het komt door één van de laatste zinnen uit het antwoord van Tetty: je bent het al, je Bent het Al.  Toch nog een korte vertwijfeling…bedoelt ze met ‘Al’ nu ‘reeds’ of ‘alles’? Snel komt het antwoord: Beide.

De opkomende dag is in alle rust begonnen haar loop te nemen. En TV verschijnt naast hem in beeld, alhoewel zij niet uit beeld lijkt te zijn geweest.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 025 - Jerfaas en de jantjes | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Je Bent het Al

Tetty, wie kijkt dan met het oog van Liefde? Ik ben van mening dat het Jerfaas is, maar Jan wil de vraag stellen. Ben ik dan Jerfaas en Jan tegelijk? Als ik diep voel zijn er geen vragen, maar toch blijven ze nog terugkomen. En zo benoemt Jan dingen die hem steeds weer bezighouden en waar hij graag een antwoord op heeft. Het is net als tijdens het bij-éénzijn, zogezegd, waarin er veel gepraat wordt. Kennelijk willen de niet werkelijke persoonlijkheden ook nog graag een duit in het zakje doen.

Ja, prima toch. Waarom steeds het onderscheid maken tussen het ik en het niet-ik, de onpersoonlijkheid en de persoonlijkheid en het analyseren daarvan. Het is alles met elkaar. Het gaat via de persoon en ik hou van beide; van wie ik ben en hoe ik ben, van mijn Zijn en door Tetty te laten zijn. En of jij nu Bent of als Jan je ervaringen met mij deelt. Het maakt niet uit. Er wordt van je gehouden.   

Als we spreken, dan gebeurt dat middels die ‘body-mind-machines’. Maar het pad volgend zal dat gaandeweg anders zijn, verwacht ik.

Waarom zou je iets verwachten? En wat verwacht je dan? Verwachting schept teleurstelling. Als het anders is, is het anders. Als het niet anders is, is het niet anders. Punt. Laat het los. Neem het zoals het is en geniet. Het gaat er zelfs niet om, je af te vragen wie of wat er geniet. Het gaat om het genieten. Hoe het ook zal zijn, ik geniet en er wordt genoten. In termen van Tetty en niet Tetty: als ik geniet, wordt er genoten. Als er wordt genoten, geniet ik. Het is niet het een of het ander. Het is beiden ineen. In-Eén.    

Maar is het dan niet zo dat er nog wat ‘tuning’ nodig is?

Hoezo tuning? Wat voor tuning? Hoeveel meer of minder tuning? Dat is maar een idee, ingegeven door het feit dat je wat gemist hebt. Mogelijk omdat je er een bepaalde verwachting aan gegeven heb of omdat je een bepaalde waarde geeft aan hoe het moet zijn of zou moeten zijn. Maar daarmee ga je wellicht voorbij aan of zie je niet wat er op dat moment is… en voelbaar kan zijn. 

We zijn in ‘tuning’, anders kunnen we nooit zo bij-één zijn zoals nu het geval is. En een volgend moment zal in ‘tuning’ misschien anders verlopen. De tuning is zoals die is en voor mij is het prima zoals het is. We kunnen bij wijze van spreken als twee verlichte zielen of onthechte heiligen, of noem maar op, in stilte op een bankje midden in het bos gaan zitten. In plaats daarvan spreken we als Jan en Tetty heel wat woorden en geven we elkaar een kijkje in ieders leven. Maakt het wat uit? Nee, het maakt alleen wat uit zolang jij denkt dat het wat uitmaakt of uit moet maken. 

Maar voorbij Jan en Tetty en onthechte heiligen gaat het om de Liefde en Verbondenheid die gevoeld wordt en de herkenning van jezelf in de ander. En een bij-éénzijn kan ik, zo is mijn ervaring, net zo goed voelen in het eindeloos slap ouwehoeren en in de ongein die ik met anderen maakte tijdens een spontaan in elkaar geflanste jeu-de boules competitie in Frankrijk onlangs. 

Ik moet nu ineens denken aan een filmpje van Mooji dat ik onlangs zag. Ik vind hem een groot leraar. Hij sprak over ‘het inzien dat de persoon in wezen niet bestaat’. De wijsheid, maar ook de humor, waarmee hij dingen uitlegt en daarna tot de kern gaat, is prachtig.

Ja, maar hoe de wijze ook mag zijn waarop de uitleg verteld wordt om tot de kern te komen, het komt feitelijk allemaal op hetzelfde neer. Het gaat er uiteindelijk om dat je het voelt. En op het moment dat je het voelt, hoef je niet meer naar wat voor leraar dan ook te luisteren of bij wijze van spreken aan de voeten van de Meester te zitten. Dan ben je je eigen leraar. Dan ben je je eigen Meester.  

Zoals gezegd, wat zijn wij zonder boeken, cd’s en dvd’s? Anders gezegd, hoeveel boeken, workshops, studies, meditaties en wat niet al hebben we nog nodig? Het is alleen maar een idee dat we van alles moeten doen om te komen tot ons Zijn. We hoeven niets te doen. We hoeven alleen maar te Zijn. 

Wanneer ben je klaar? Je bent al klaar. Maar zolang je denkt en gelooft dat dat niet zo is, blijf je bezig. Hoelang blijf je bezig? Zolang je bezig blijft, kun je niet klaar zijn. 

Lieve Beste Jan Jerfaas, je bent het al, je Bent het Al, en de rest is alleen maar invulling. En dat is zoals het is. Klaar. Amen. Laat het lied, dat klinkt door de dag, weerklinken in je hart, droomreiziger. 

This life is…
This life is…
This life is a dream
This life is a dream
It will be over in the blink of an eye 

Remember who you are
Remember what you are 

Whose life is this?
Whose hands are these?
Whose voice is this?
What am I? 

This life is just a dream
It will be over in the blink of an eye
Remember who you are
Remember what you are 

Om Gam Ganapataye Namaha 

This life is beautiful
This life is horrible
This life is wonderful
And this life is just a dream
A dream made of love 

Remember who you are
Remember what you are 

Remember
You are before
Before these questions
Before an answer 

Remember
You are before
Before everything 

(Remember –Omkara) 

Als dit gevoeld wordt kan er genoten worden van het aardse bestaan zonder er gevangen in te raken.

Als dit gevoeld wordt kunnen gedachten en gevoelens gedeeld worden zonder identificatie daarmee.

Als dit gevoeld wordt kunnen vragen en antwoorden met elkaar in gesprek gaan.  

En het lied droomt de pelgrims tijdloos door de opkomende dag tot de neergaande dag opkomt in de opkomende dag. En het begin dat geen eind kent, herhaalt zich.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 024 - Je Bent het Al | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Raadselachtig bestaan

Het is vroeg in de morgen als Jerfaas ontwaakt. Zoals de zon begint op te komen, zo lijkt het hem dat het bewustzijn ook langzaam opkomt. Het bewustzijn is nog vrijwel leeg. Wel merkt hij dat het lichaam nog volledig ontspannen in bed ligt. Met ‘aandacht’ gaat hij via de ademhaling naar binnen, via de neus, door de keel, de longen in. Hij voelt het hart langzaam kloppen en het bloed stromen. Het hele lichaam is als een energiewolk waar hij naar keuze in kan ronddwalen, zoals je door een groot huis kunt lopen. Ergens hoor je de centrale verwarming ruisen of er kraakt iets op zolder. Jij bent erin en om je heen neem je iets waar. En als dan ergens buiten de wind plotseling opsteekt of een auto toetert, dan lijkt dat ver weg, dat is buiten.

Zo hoort Jerfaas ook ‘buiten’ het geluid van de radio dat vaag tot hem doordringt. Ineens wordt zijn aandacht getrokken. Er gaat iets gezegd worden over ‘kijken met verwondering’. ‘Het is kijken met het oog van Gods Liefde’, wordt er gezegd.

Jerfaas schiet nu met zijn aandacht het lichaam uit, naar ‘buiten’, naar de radio. Hij hoort hoe psalm 8 gelezen wordt, waarin ook ‘het raadselachtige bestaan’ ter sprake komt. Er wordt gesproken over hoeveel er om ons heen is waarvan we het bestaan niet eens vermoeden voordat we het gewaar worden. Zoveel mensen met een kloppend hart, plannen makend of niet, bijvoorbeeld.

Jerfaas ziet hoe de gedachten daarop inhaken. Ja, zegt jantje-filosoof, er is zoveel in ons lichaam en er omheen, er gebeurt zoveel en we hebben er totaal geen grip op. En die paar dingen waarvan we denken er grip op te hebben, zijn er ook niet.

Allemachtig, zelfs het besef van het feit dat we geen grip hebben is niet van mij. Het is er gewoon. Wat is een mens, wie is deze mens? Het lichaam is Jan genoemd, maar wie of wat heeft de gewaarwording dat hij in dat lichaam zit, althans verbonden is met de hersenen waar de rapportage van de zintuigen wordt verwerkt en gekoppeld is aan eerdere waarnemingen?

Het is inderdaad net wat er daarstraks gezegd werd: ‘Laat deze verwondering ons bevrijden van alle krampachtigheid’. Oké, dan is Jan bevrijd van die krampachtigheid, Jerfaas is nooit krampachtig. Die kijkt alleen zonder enige voorkeur en ook wel met humor. Zou dat ‘Kijken met het oog van Gods Liefde’ zijn? Of iets wat er een klein beetje op lijkt?

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 023 - Raadselachtig bestaan | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Gods oog

JJ en TV kijken elkaar aan en in de spiegels van de ziel zullen Green Eyes zich Zelf in de ogen zien.

Het oog waarin ik God zie, is hetzelfde oog waarin God mij ziet. 

Mijn oog en Gods oog, dat is één oog en één zien en één liefhebben.

(Meester Eckhart) 

Dan zal de dualiteit van het zien en gezien worden verdwenen zijn. Omdat er niet iets meer te zien is, omdat ‘niet iets’ IS. ALLES is EEN. Maar zover is het nog niet. Om zover te komen wordt het pad gegaan. Om tijdens het afleggen van het pad datgene af te leggen wat hen ervan weerhoudt ten volle te zien wat God van zichzelf in hen gelegd heeft.

Een verhaal vertelt dat toen God klaar was met het maken van de wereld, Hij voor de mens een stuk van zijn eigen goddelijkheid wilde achterlaten, een vonk van zijn Wezen. Als een belofte aan de mens wat hij of zij kan worden.

God zocht naar een plaats om de goddelijke vonk van Zijn Leven te verbergen, want, zo zei Hij, wat de mens al te gemakkelijk kan vinden, zal hij niet naar waarde schatten.

‘Dan moet U de goddelijke vonk op de hoogste bergtop ter wereld verbergen’, zei Gods raadgever.

God schudde het hoofd. ‘Nee, de mens is een avontuurlijk schepsel en hij zal vlug genoeg leren de hoogste bergtoppen te beklimmen.’

‘Verberg het dan, o Eeuwige, in de diepten der aarde’, zei een andere raadgever.

‘Nee’, zei God, ‘op een dag zal de mens ontdekken dat hij kan graven naar de diepste plaatsen der aarde.’

‘Midden in de oceaan dan, Meester?’ zei weer een andere raadgever.

God schudde het hoofd. ‘Ik heb de mens het verstand gegeven, en op een dag zal hij schepen bouwen om de oceanen over te steken.’

‘Waar dan, Meester?’, riepen de raadgevers.

God glimlachte. ‘Ik zal de vonk op de meest ontoegankelijke plaats verbergen, de enige plaats waar de mens er niet gauw naar zal zoeken. Ik zal het diep in de mens zelf verbergen, omdat de ogen in laatste instantie naar binnen zullen keren om te zoeken en te vinden.’ Aldus geschiede.

Onder het liefdevol toeziend oog van het Alziend oog in hen dat wetend is, wordt een beroep gedaan op de pelgrims. Durf jij jezelf onder ogen te zien? Durf jij jezelf ook diep in de ogen te kijken om tot je Zelf te komen? Keer je blik naar binnen tot de goddelijke vonk overspringt die de Werkelijkheid ‘achter de dingen’ verlicht.

JJ en TV kijken elkaar aan en eensgezind als uit één mond klinkt het: Kom, pelgrim, laten we Gods oog in ons voor ogen houden in alles wat wij zien.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 022 - Gods oog | Reageren uitgeschakeld