Het Pad van de Pelgrims – De ‘afscheid’ings-show

De zuidelijke oever van de rivier is in een weldadige stilte gehuld. Vrijwel niets is te horen van de stroom des levens die op enige afstand voorbijgaat, zoals ook het zogenaamde echte leven aan een ieder die denkt een persoon te zijn voorbijgaat. Eigenlijk was het er nooit, het leek heel echt, maar het was fantasie, een eigen sprookje. Op het traject wat de ene pelgrim nu gaat, staan veel bomen en het dichte bladerdak laat nauwelijks toe dat er duifjes opstijgen, slechts hier en daar is een opening te vinden. Wel is het gouden zonlicht door ontelbare gaatjes zichtbaar en de ontelbare zonneharpen geven het woud een bijna hemelse aanblik. De pelgrim geniet en zowel zijn ademhaling als de prachtige omgeving geven hem een directe verbinding met het Nu. Dit moment is fantastisch, en ieder moment is fantastisch, en eenmalig, en nooit komt het weer terug.

Toch dwalen zijn gedachten even weg van dit moment. Er verschijnt een gedachte  die hem in herinnering brengt dat hij tot voor kort zo graag de rivier overstak en dagelijks duifjes liet vliegen. Een volgende gedachte is er een van de vragende vorm: ‘Waarom nu niet meer?’

Er komt nu slechts een veel voorkomende gedachte; ‘Ik weet het niet’. De spontane aandrang om berichtjes te schrijven en te sturen is helemaal weg, het hoeft kennelijk niet meer. Het ‘gebeurt’ niet meer. Opmerkelijk.

Hij gaat er maar even bij zitten op het mos, met zijn rug tegen de gladde stam van een beuk. Een vlinder komt dansend voorbij en nu komt er een gedachte over het elfje dat ook zijn medepelgrim was. Nu kennelijk niet meer, want als hij haar laatste duifje, beter gezegd Duif, goed begrepen heeft, dan is haar ego nu voorgoed opgelost. Nu is zij dus een ex-pelgrim, de persona (masker) is afgelegd, en haar ware natuur is herkend. En zoals dat bij mensen dan gaat, komen er bij de pelgrim meer gedachten. Zij heeft nu dus haar ego doorzien, en dat zal best, in ieder geval een deel ervan. In kaboutertaal heeft het elfje dus een aantal tetjes gezien die in het verleden hun rol speelden. Maar zijn ze nu voorgoed weg? En zouden er nog andere zijn die zich angstvallig schuil houden?

De pelgrim gaat zijn eigen ervaringen na. Er zijn vele jantjes, sommige zijn prominenter dan andere. En er is er eentje die graag doet alsof er geen jantjes meer zijn, dat hij ze allemaal heeft gezien en heeft laten verdwijnen, dat is de jantje-spiritueel. Hij speelt een sluw en doortrapt spelletje. Maar Jerfaas ziet ook die, hij schijnt er zijn licht op. Echter, de graadmeter doet ook zijn werk; is er een continue toestand van diepe innerlijke vrede? Is er niets meer, geen enkele zogenaamde gebeurtenis die dat verstoort? Zelfs geen gedachte van enig onbehagen, hoe vluchtig ook? En stel dat de graadmeter op nul staat, voor hoe lang?  Een dag, een week, een maand?

Al deze gedachten gaan door het hoofdje van de pelgrim, ook dat hij van ganser Harte hoopt dat het elfje voorgoed verlost is van de tetjes, nog beter benoemd…verlost is van Tetty, want dat is de persoon in zijn geheel. En dat zal een heel pijnlijk verlies zijn. Geen identiteit meer hebben, geen BDE gehad hebben. Want de hele persoon met al haar ervaringen, die verscheen in het bewustzijn wat wij allen zijn. En dat is een harde noot om te kraken, dat is echt sterven voordat je doodgaat. Naamgenoot Paulus noemt dat ‘het afleggen van de oude mens’. Het is een quantumsprong. Het ego is een gigantische kracht, het heeft het universum in zijn greep, en het verschijnt als miljarden zogenaamd afzonderlijke mensjes, met geheel eigen karaktertjes, allemaal unieke lichaampjes enzovoort, enzovoort… Om die hele afscheidings-show te Boven te komen, dat is nogal wat. Maar het gebeurt…soms…het is…Genade.

De pelgrim wacht op zijn beurt, zou je kunnen zeggen. Of liever gezegd, er komt een gedachte dat hij verlangt dat de sluiers van misleiding en afscheiding weggenomen worden en dat hij werkelijk ÉÉN kan zijn met allen bij wie dat ook is gebeurd. En natuurlijk is het mogelijk dat het Elfje inderdaad verlost is, de boven beschreven gedachten kwamen gewoon even voorbij, en omdat er een openingetje voor een duifje was, laat hij die nu vliegen. Terwijl het duifje opstijgt en speurt of er nog iets van de lichtboogroute te zien is, pakt de pelgrim één van de zonneharpen en speelt en zingt zijn lied. I am sorry…please forgive me…thank you…I love you…

DSC_2471

En tegen de avondhemel straalt het teken van de medepelgrim…in verbondenheid…

wordt vervolgd…tot NU…

This entry was posted in 192 - De 'afscheid'ings-show. Bookmark the permalink.

Comments are closed.