Het Pad van de Pelgrims – Stof uit de ogen wrijven

Ondertussen heeft de kabouter, sinds hij zich in de grot in de stilte ging begeven, al een heel pelgrimssprookje bij elkaar gesprokkeld. Daarin heeft de heel zoete droom die hij ooit als een soort Goed Heilig Man kreeg een niet onbelangrijke rol gespeeld. (58-De kiosk) Zo terugkijkend was het een soort keerpunt in de kijk van JJ op de buitenwereld. Hoewel een keerpunt wel een krasse uitdrukking is, maar het blikveld is wel een paar graden verschoven. Nog steeds is het meestal niet mogelijk om louter Liefde te voelen bij de aanblik van de medemens en de wereld om hem heen. Als dat zo was zou hij bewoner zijn van het Vredespaleis en dat is dus niet zo. Hij is een pelgrim en nog onderweg.

Na de lange wandeling door de grot laat hij door de niet langer onzichtbare spleet zijn ogen en gedachten de vrije loop. Soms zijn die twee functies verbonden en soms ook helemaal niet. Een moment waarop dat wel zo is, ziet hij de sterrenhemel waarin ook bekende sterrenbeelden helder afsteken tegen de donkerte van het achterliggende universum. En de gedachte komt op dat deze sterren, in feite zonnen, gigantisch ver buiten ons zonnestelsel liggen. Bovendien zijn ze ooit ontstaan en zullen ze ooit verdwijnen, en wie weet hoe lang al hebben mensen diezelfde sterren gezien.

Ook de voorouders van Jan, zijn eigen ouders en overleden broers en zussen, allen reeds tot stof vergaan, hebben diezelfde sterrenconstellaties gezien. Hoe verschillend is de ‘levensduur’ van planeten en organismen, waaronder de mens als lichaam. Maar het bewustzijn wat in de mens schuilt, zou eeuwig zijn, maar is dat zo? Hoe kunnen we dat weten? We hebben als mens al zoveel onzin als overtuiging gehad, en het verdween. JJ weet het niet, hij weet niets. Het ‘ik ben’ is de enige zekerheid die hij bij zichzelf meent te bespeuren. Ho, wacht eens even, er is er nog eentje, en voorwaar niet onbelangrijk…

Waar hij ook is of waar hij ook gaat,

hetzij bij dag of bij nacht.

Zij… houdt… de… wacht.

De Elfel zij geprezen.

In gedachten aan het vrolijke vissende elfje dat met een enkel ganzenveertje een meeslepende waterstroom  creëert, en wel dusdanig dat zelfs de grote oceaan er zijn voordeel mee wil doen om zijn nivo te verhogen, verhoogt Paulus zijn tred. Moet je je voorstellen, een veertje verandert een oceaan, wat een wonder. Dat wil hij meemaken, daar wil hij bij zijn. Paulus hoopt zich dan op te stellen als een volkomen leeg en ontvankelijk strand, terwijl vanuit de oceaan een tsunami van wijsheid op hem afkomt. En dat, wanneer het water tot rust gekomen is en langzaam terugstroomt vanwaar het kwam, er prachtige vormen van inzicht op het strand achterblijven.

Dat wordt dan weer een pelgrimsdag van welkom en welzijn voor de grot.eske kabouter. Heerlijk om weer te praten over de Werkelijke dingen. Daarbij stuiteren de jantjes en tetjes wel eens even heen en weer, maar zo gaat dat nu eenmaal. Als de energie er langzaamaan uit verdwijnt, komen ze tot stilstand. De enige ‘choice’ is toch steeds weer de keuze voor vrede, is Liefde.

De observer oftewel Jerfaas staat als een huis in de ervaring van JJ en dat de jantjes gezien worden is doorslaggevend voor de weg naar Huis. Ze dienen eerst gezien en dan ‘gepasseerd’ worden.

Het is de ontpersoonlijking, het ‘entwerden’. De Leegte binnengaan, waar Gods woorden geschreven worden, zo zegt Jezus in de Cursus. Gedachten en overtuigingen, met name over mij, het zogenaamde ik, zijn de illusie. Het hoort bij het ‘naar binnen’ kijken, samen met de H.G. Wanneer de pelgrims zich laten leiden door de Hoogste Geestelijke ondersteuning die ooit mogelijk was en is, dan zal zich dat wat nu nog onvoorstelbaar lijkt een ervaring gaan worden. Daartoe zullen de PGB’s, de persoonsgebondenblokkades, opgeruimd moeten worden met behulp van de therapie zoals de Cursus die verschaft. Voor het ego is dat een harde lijn, maar er is maar één lijn die naar de Waarheid zal leiden. Dus laten de pelgrims kijken in hoeverre ze voetje voor voetje in de sporen van hun Leidsman kunnen gaan. Er zal nog veel gestruikeld en gevallen worden, maar ook weer opgekrabbeld. En voor een onbeperkte visie wrijft Paulus zich het stof uit de ogen.

Na de voorstellingen in de donkere grot van de afgelopen tijd mag het licht nu weer aan. Het is als in de ‘Grotta Azzurra’ aan de Italiaanse kust vlakbij het eiland Capri, waar hij ooit was. In een bootje door een smalle donker lijkende opening binnengekomen, blijkt er een hemelsblauw licht uit het water te komen. Dat is in wezen ook zo, het zonlicht van buiten komt via het water naar binnen. Onvoorstelbaar mooi. Het verlangen naar Hemelsblauw doet hem daaraan denken.

Hij sluit zijn wandeling door de grot af met een vers uit het Ho’oponopono lied van Kirtana.

Knowing peace begins with me,

I stand before your mirror.

And bowing to my Self in you,

I invite Love,

I invite Love here

Want dat is de verbondenheid en de Leiding die de pelgrims ontvangen. Al zijn Gods wegen verbazingwekkend, zij laten zich daardoor gidsen.

wordt vervolgd…tot NU…

This entry was posted in 174 - Stof uit de ogen wrijven. Bookmark the permalink.

Comments are closed.