Het Pad van de Pelgrims – De Slang

Zoals iedere pelgrimsdag put JJ uit het blauwe boek en deze keer brengt het de pelgrims ook daadwerkelijk bij de put. In plaats van een blik in de put te werpen, werpt hij een twijfelachtige blik op het pelgrimsschap. Wat denken de pelgrims wel te bereiken? Realiseren zij zich dat ze een barre tocht tegemoet gaan waarin van alles kan gebeuren, wat zij wellicht totaal niet voorzien hadden. Dat een terugkeer niet mogelijk is en dat zij dus pelgrommend door moeten zetten. Ook dat prille begin, de besluitvorming samen te vertrekken, hebben de pelgrims voldoende gevoel van zekerheid over de onderlinge afstemming van beiden? Kunnen zij zich volledig uiten ten opzichte van de ander, of is er een aarzeling om de ander niet te kwetsen of om niet te dominant over te komen? Hoe zit dat allemaal in de beide psyches? En als af en toe die put opengaat en zwaveldampen het zicht benemen, hoe gaan ze daarmee om? God mag het weten. Beter gezegd; die weet het.

Nou, nou, medepelgrim, wat een zware uitputtende gedachten. Deze pelgrim hoopt dat ze er vanavond van kan slapen, anders moet ze toch nog de put openen, al is het alleen maar om door de eventuele zwaveldampen zo bedwelmd te raken dat ze in één roes de nacht doorbrengt.

Tetty, in de Cursus wijst Jezus op de hevige weerstand waar iedereen op stuit wanneer men probeert zich Zijn leer eigen te maken.

Wanneer je op deze manier oefent, laat je alles wat jij nu gelooft plus alle gedachten die jij bedacht hebt achter je. In eigenlijke zin is dit de bevrijding uit de hel. Toch is het, gezien door de ogen van het ego, een verlies van identiteit en een afdaling in de hel.(Wd1.44.5:4-6)

En die weerstand waarnaar verwezen wordt, is de angst voor het verlies van de persoonlijke identiteit; het loslaten daarvan is de laatste stap voordat we kunnen ontwaken uit de droom van afgescheidenheid. De kern van Jezus’ boodschap is het blootleggen van het ego, zodat je gaat zien hoezeer we ons ermee vereenzelvigd hebben. En dat is niet zo gemakkelijk, dat kijken in de put. Daarom haalt het ego steeds dezelfde truc weer uit, we kijken gewoon niet in de put. We kijken om ons heen naar de wereld en zien daar allerlei gruwelen die niet van ons zijn. Maar we zien ze, en eigenlijk is dat ook de put. Een andere Cursusles zegt ondermeer: Waarneming is een spiegel, en geen feit.Waar ik naar kijk is mijn geestestoestand, naar buiten gereflecteerd.

Dus zolang de pelgrims op hun pad nog afschrikwekkende beelden zien, is de bestemming nog een eindweegs. En JJ realiseert zich dat de put erg diep is en vele lagen telt. Alles wat er te lezen valt in de Cursus over het ego en de valse autonomie zou je kunnen zien als de tekst op het deksel van de put. Als TV dit kan onderschrijven en ook herkent, dan kunnen we samen het deksel ietsje oplichten. In deze ‘beerput’ leven vele monsters die het menselijk bestaan bemoeilijken, beangstigen en verzieken. Ik besef dat ze, net als bijvoorbeeld angst, oncontroleerbaar ‘uit de put’ kunnen komen.

Natuurlijk is er alleen maar een put, JJ, zolang wij denken dat die er is. Als het zo is dat wij ooit door onbewustheid onszelf en allerhande zaken in die put gedacht hebben, dan gaan wij dat alles er nu bewust ook weer uitdenken. M.a.w. als er door een onjuiste gerichtheid van denken zaken in de put gestopt zijn, dan kan het alleen maar zo zijn dat juist door een juiste gerichtheid van denken die monsters nu naar boven komen om als illusies doorzien te worden. Want hoe dichter we bij de Lichtbron komen, hoe groter de schaduwen.

Het kenmerk van monsters is dat ze in het duister van de put hun werk doen, het liefst ongezien willen blijven en zeker niet bij naam genoemd willen worden. Daaraan ontlenen ze hun macht en kracht om zuigend en wroetend bezig te zijn. En gevoed door angst vreten ze zich door alles heen. Want uiteindelijk is er maar één monster en dat is angst. En dat ene monster kan verschillende monsterlijke gedaanten aannemen.

Monsters die in het donker van de put leven verdragen geen licht. Daarom kun je ze maar het beste naar boven halen en aan het licht brengen. In het licht lossen ze op en ben je ervan verlost. Monsters die ongezien hun werk doen, kun je maar beter zichtbaar maken en in de ogen kijken. Monsters die liever niet genoemd worden, kun je maar beter bij hun naam noemen. Door dit alles geef je ze geen bestaansrecht, daarmee ontneem je ze hun bestaansrecht.

Ik heb zo mijn ervaringen met een put en met monsters en ook hoe ze te verslaan. Over dat laatste vertel ik je een droom die ik ooit had.  

‘De Slang’

Mensen worden bedreigd door negatieve krachten. Het dierlijke monsterlijke in de mens. Het speelt zich af in het donker en half duister. Mensen zijn in gevecht met dieren, dieren nemen bezit van mensen, en dieren verwonden mensen. Er is gruwelijk letsel, mensen met afgerukte ledematen, onvoorstelbaar lijden, vreselijke angst.

Ik sta er middenin en zie het allemaal gebeuren, maar word zelf niet bedreigd. Ik voel de vreselijke angst, maar daar bovenuit voel ik mijn innerlijke kracht. Ik voel dat het mijn taak is om een eind aan deze situatie te maken. Ik weet dat ik het in mij heb om de situatie te veranderen en ik weet dat ik het kan.

Op dat moment bereikt de gruwelijke ellende zijn hoogtepunt en is het een kwestie van erop of eronder, een strijd van leven en dood. Er is nog één dier zichtbaar. Een allesverslindende slang van reusachtige buitenaardse afmetingen. De slang moet eraan. Ik voel mij helder en sterk en grijp een enorm grote bijl. Vervuld van afschuw hak ik met ongekende kracht de slang doormidden. Het gevaar is geweken, we zijn gered van de ondergang.

Opgelucht en bevrijd zeg ik tegen de man die naast mij staat: kom, we kunnen verder. Hij heeft een half afgerukte linkerarm en de plek waar zijn oog heeft gezeten is een dichtgegroeide holte. Terwijl hij als een zombie naast mij loopt, zeg ik: kop op, het is niet wat het lijkt te zijn. Jij denkt: nu heb ik geen oog meer en kan ik niet meer zien. Maar er is een oplossing. Aan je arm kan ik niks doen, maar aan je oog wel, kijk maar. 

En ik druk in de holte waar zijn oog heeft gezeten een waxinelichtje, dat al een keer aangestoken is geweest. En ik zeg: je hoeft het alleen maar aan te steken en je hebt het licht weer in je oog.

Goed beschouwd is het een gruwelijke horrordroom. Maar het is de symboliek, hè. Net zoals de vondst met het waxinelichtje, wat ik trouwens wel het toppunt van creativiteit vond, haha.

Er leven dingen in ons die mogelijk nog onderdrukt worden of die naar de oppervlakte komen, wat heel negatief is. Het mag eruit. Het zijn dingen waar je wellicht niet blij van wordt en zo ken je jezelf misschien ook niet. Maar het zit wel in je. De reden waarom je er niet blij van wordt, is omdat je erover oordeelt. Als je er niet over oordeelt en je neemt het gewoon zoals het is, dan betekent dat dat je dat ook in je hebt. Punt. Geen stempel, geen markering, het zit er ook in. Klaar. En het is dus een gedachte. En een gedachte is illusie.

Wat je waarneemt is dat er een hele hoop negativiteit in je zit, maar dat is allemaal subjectief omdat het, laat maar zeggen, erin is gekomen omdat je op plaatsen hebt gestaan waar je niet hoort te staan. Dat maakt het allemaal, hoe je erop reageert, op hebt gereageerd, en op wat je om je heen ziet, heel emotioneel, heel dierlijk.

Misschien laat het ook wel het beeld van de mensheid zien, waar we nu zitten met z’n allen, dat dat ook een verbinding met jou en mij heeft, dat wij zo zijn, en dat waar we naartoe gaan. We bijten om ons heen, we verslinden van alles, we doen van alles, we maken de boel kapot, en dat is wat we blijven doen. Dus de echte mens wordt bedreigd.

Aken augustus 2013 022Wat er uiteindelijk overblijft is de slang. De slang is het zinnebeeld van de ruggegraat, van de energie, de kundalini-energie die weergegeven wordt door een slang. Een slang is ook de esculaap, wat genezing brengt, transformatie. Dus wat vervuld is van negatieve energie, daar zijn we uiteindelijk in staat om dat te beëindigen. De slang is ten diepste verbonden met de strijd in de mens tussen goed en kwaad. De lagere, dierlijke natuur en de hogere, Goddelijke natuur strijden voortdurend om de macht. Ooit las ik een mooi verhaal over dit thema.

Een oude indiaan gaf zijn kleinzoon les over het leven.

‘In ieder mens is een strijd gaande, een strijd tussen twee wolven. Een zwarte en een witte.
De zwarte wolf vertegenwoordigt het kwade.
Hij is boos, woedend, ontevreden, jaloers, verdrietig, bang, hebzuchtig en arrogant.
Hij is vol zelfmedelijden, schuldgevoelens, spijt, wrok, minderwaardigheid, leugens, valse trots en superioriteit. Alles draait om zijn ego.
Hij zoekt ruzie met iedereen want hij vertrouwt niemand.
En daarom heeft hij geen echte vrienden.’

‘De witte wolf staat voor het goede.
Hij is vriendelijk en doet niemand kwaad. Hij geeft vreugde, vrede, liefde, hoop, nederigheid, welwillendheid, empathie, vrijgevigheid, waarheid, compassie en geloof.
Hij leeft in harmonie met de wereld om hem heen.
Hij vecht alleen als het nodig is, zorgt voor de andere wolven en is trouw aan zichzelf.’

Hij zwijgt even zodat zijn kleinzoon zich een beeld kan vormen over deze wolven.

Dan zegt hij: ‘Iedereen heeft die twee wolven in zich. En beide willen de baas zijn in mijn denken, doen en laten.’
De kleinzoon denkt even na en vraagt: ‘Welke wolf wint er?’
De indiaan antwoord: ‘De wolf die jij voedt. De wolf die jij aandacht geeft! Want alles wat je aandacht geeft groeit.’

De droom maakt duidelijk wat ons in de weg staat op de weg van ontwaken. In dit proces wordt de strijd door de reusachtige afmetingen van de slang uitvergroot. Vroeg of laat moet iedere spirituele zoeker de strijd met de slang in zichzelf aangaan en de angst overwinnen.

Dan wordt het licht teruggegeven aan iemand, waarbij het kennelijk niet belangrijk is wat hij ziet, maar hoe hij omgaat met dat wat hij ziet. Dus het verlichten an sich, snap je? Licht is dus het belangrijkste. Licht is synoniem voor bewustzijn, Bewust-Zijn. Nou, ons bewustzijn speelt zich af buiten ons zijn, en dat is de ideeënwereld, en niet wie wij zijn. ‘Zijn’ drukt zich uit in de omgeving denken en gevoel. Kortom, hoofd en hart moeten we weer bij elkaar zien te brengen. Daar hebben we licht voor nodig, inzicht, verlichting. Dat is het waxinelichtje dat in dat oog geplaatst wordt. Wat al een keer aangestoken is geweest, het is geen nieuw lichtje. Maar alles was er toch al.

Kijk, als jij ziet, begrijpt dat waar wij vandaan komen, dat we daar naartoe teruggaan, dan komen we in de buurt van het licht. Dus het licht wordt weer zichtbaar voor ons. In ons beeld is dat: als ik het licht heb, steek ik het aan. Maar je moet ook iets hebben om het aan te kunnen steken. En dat is je verstand. Je verstand brengt je gevoel bij het bewustzijn.

Dus even terug naar jouw verzoek, JJ, aan het begin van deze pelgrimsdag: als er iets is dat aan het licht dient te komen, dan kunnen we samen het deksel van de put oplichten en met liefde en acceptatie kijken naar wat er tevoorschijn komt, zonder ervan in de put te raken. We hebben Jezus’ opdracht, beschreven op blz. 51 in het boek De meest gestelde vragen over een Cursus in Wonderen van Kenneth en Gloria Wapnick gelezen. De opdracht dat zijn studenten naar het ego moeten kijken, zonder oordeel. Als er zonder schuld en oordeel naar het ego in actie gekeken kan worden, wie is er dan aan het kijken? Dat kan niet het ego zelf zijn, maar wel de denkgeest – of liever, de keuzemaker in onze denkgeest – die zich niet in het lichaam bevindt en daarom, nogmaals, niet het ego is.

Kortom, als pelgrims staan we, met Jezus’ liefde aan onze zijde, naast elkaar en zoals geschreven staat: ‘We deinzen nergens voor terug. We hebben de lamp die het zal verdrijven.’ Alles wordt in het Licht van de Waarheid neergezet. En als de monsters de put gaan verlaten, welt in de put het water uit de Bron omhoog. Samen staan we sterk, Jan Jerfaas.                               

Het doorgaans zo spraakzame beekje is stil geworden na deze elfachtige spraakwaterval. Wat valt er verder nog te zeggen? In het sprookjesbos verstommen de dagelijkse geluiden tot nachtelijke fluisteringen. Nog even en de donkere nacht zal overgaan in een stralende dag. De pelgrims zullen alle stadia doorlopen voordat het laatste bereikt wordt. Ze houden vol in Geloof, Hoop en Liefde. En voor het oog van de water-landers trekt de ondergaande zon een gouden weg over het water.

Deel2- (135)

wordt vervolgd…tot NU…

This entry was posted in 166 - De Slang. Bookmark the permalink.

Comments are closed.