Het Pad van de Pelgrims – Elf.en vragen

Het is heel vroeg in de morgen en nog donker in het sprookjesbos. Toch kun je al horen dat de ochtend aan het ontwaken is. Daarvoor zorgen de vogels die met hun liedjes de dag tegemoet zingen. Zoals er vaak van alles door het bolletje van Paulus gaat, zo hebben de vogels de lente al een beetje in hun bolletje. Zo te horen stemt dat blije vooruitzicht hen nu al in alle toonaarden vrolijk.

Maar degene die dit allemaal hoort is ook al een Vroege Vogel. Het duurt dan ook niet lang of de deur van het baardgrashuisje gaat open en het elfje fladdert de dag in. Met een doelgerichte vleugelslag vliegt ze door het stille sprookjesbos. Langs de paddenstoel van Paulus die natuurlijk nog op één oor het laatste stukje van de reis door dromenland letterlijk en figuurlijk aan het ‘afleggen’ is. Misschien komt het daardoor dat ze nu al zo vroeg op pad is om het beekje te gaan verrassen.

Ondertussen hebben deze gedachten haar snel op de plaats gebracht waar ze wil zijn. Terwijl het eerste daglicht het sprookjesbos beschijnt, ligt het beekje in alle stilte te wachten op wat komen zal. En daar ziet hij het elfje naderen, die heel zachtjes op haar plekje aan de oever gaat zitten.

Goedemorgen beekje, zegt het elfje zacht. Het beekje glimlacht stil en is benieuwd wat het elfje al zo vroeg heeft bewogen om naar hem toe te komen.

Beekje, ik heb een paar vragen, hoort hij het elfje zeggen. Het beekje begint zacht te rimpelen. Ah, vragen, daar houdt hij van. Terwijl hij altijd zegt: Ik weet niets, geeft hij ondertussen maar al te graag antwoord. De rimpeling van het beekje moedigt het elfje aan om verder te praten.

Weet je nog, beekje, dat ik hier gisteren ook naast jou heb gezeten? Ja, nou en of, het beekje herinnert het zich nog als de dag van gisteren. Dat was een bewogen en sprankelend bij-één-zijn geweest, waar de waterdruppels zo nu en dan in het rond hadden gespetterd. Zelfs het strand had het daar niet droog bij kunnen houden.

Ja, nou en of, het beekje herinnert het zich nog als de dag van gisteren. Dat was een bewogen en sprankelend bij-één-zijn geweest, waar de waterdruppels zo nu en dan in het rond hadden gespetterd. Zelfs het strand had het daar niet droog bij kunnen houden. 

Beekje, gaat het elfje verder, toen ik veel later weer in mijn huisje op mijn werkplek zat, zat ik toch nog na te denken over de woordjes die uit jou gestroomd waren. Die woordjes hebben zich nu bij mij omgevormd tot vragen. Ik heb ze hier bij mij en ik weet zeker dat jij een antwoord op die vragen wilt geven. Want het beekje houdt van Elf.en vragen net zoals Paulus met zijn puntmuts wel raad weet met puntige vragen. Als ik nu die vragen in het water gooi, en jij gaat ze voelen, wil je dan kijken wat er in jou omhoog borrelt. En als er dan antwoorden beginnen te stromen wil je ze dan laten doorstromen naar mijn lichtschriftje?

Het beekje beweegt zich niet waardoor in het stille water tot grote diepte gezien kan worden. Het is alsof het beekje zich zo voorbereidt op wat komen zal. Het elfje vraagt zich even af of het feit dat zij van mening is dat het beekje antwoord zal willen geven wellicht een aanname is waarvan ze hoopt dat het beekje die zal aannemen.

Het zijn maar Vier Vragen, zegt het elfje er gauw achteraan, in de hoop dat het niet te veel gevraagd zal zijn. En…eigenlijk zijn het pelgrimsvragen. Bij dat vooruitzicht komen er bij het beekje al luchtbelletjes tevoorschijn en het elfje hoort tot haar grote opluchting het beekje alias Paulus zeggen: Gooi er maar in, gooi het maar in mijn puntmuts, ik neem de vier vragen aan.

Varens (3)Eén voor één haalt het elfje de vragen tevoorschijn, die ze onder haar vleugeltjes behoedzaam met zich meegedragen heeft en ze gooit ze in het beekje.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen meningen en overtuigingen van een persoon?

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen gedachten Gods?

Wat maakt of zorgt ervoor dat iets wat gezegd wordt niet als een mening of overtuiging van een persoon gezien dan wel ervaren wordt?

Of staat alleen al de wetenschap of de ‘gedachte’ wetenschap dat zoiets zelden voorkomt je in de weg om de waarheid te horen dan wel te ervaren in dat wat gezegd wordt of waar het gezegde naar verwijst?

Nadat de laatste vraag door het water opgenomen is, staat het elfje letterlijk en figuurlijk op. Want in de tijd dat dit verhaal zich afspeelt en het lijkt alsof ze naast de oever van het beekje zit, heeft ze slechts half zittend in haar bedje, zo rond de klok van zeven, al schrijvend met haar ganzenveertje dit verhaal laten ontstaan en beeldend tot leven gebracht. Het brengt het elfje weer terug in het leven van alledag wat nooit alledaags zal zijn. Want een beekje en een elfje, een elfje en een kabouter, en de ene en de andere pelgrim brengen het alledaagse onder ogen en doorzien het alledaagse, waardoor er niet alleen een sprookje tot leven kan komen, maar door die sprookjes heen, die werkelijk onwerkelijk zijn, de Werkelijkheid tot leven kan komen zodat ze de Werkelijkheid in elkaars ogen gaan zien.

wordt vervolgd…tot NU…

This entry was posted in 163 - Elf.en vragen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.