Het Pad van de Pelgrims – Denkbeeldige reis

Vanuit de Vredespaleis-dagdroom droomt JJ zich in gedachten als Jnani pelgrim naar de oceaan.

Hij zit aan de oever van de Stille Oceaan. Hij is een tijdloze en vormloze pelgrim, hoewel hij in sommige opzichten een bepaalde mensenleeftijd en menselijke vorm lijkt te hebben.

Ook voelt hij zich als een vis in het water, hoewel hij in het verleden dacht dat hij een beekje was. Maar dat begreep hij toen niet echt, hij zocht en zocht als een voortzwemmende vis naar water. Niet beseffende dat hij het al was en nota bene voortgekomen was uit de geschriftjes van het elfje. Haar gevoelige woorden hadden zovelen diep geraakt dat die woorden als het ware vervloeiden en als tranen zich uitstortten in het sprookjesbos en daar de bron van het beekje vormden. Hoewel hij zijn oorsprong dus voelde, begreep hij het niet, en zocht er dus naar.

De pelgrim kijkt naar links en ziet het verleden weer voor zich, hoe hij als beekje murmelend en dan weer stil, soms kolkend en dan weer roerloos, zich een weg zocht naar de oceaan. Hij ziet het elfje, vaak kwam ze vrolijk en lachend naar hem toe, en heel soms kwam ze stilletjes naderbij om gewoon aan zijn oever te zitten en zachtjes fluisterend haar diepere roerselen te vertellen. En hij ziet zich in de gedaante van Paulus de secret garden betreden, terwijl het elfje om hem heen fladdert.

Ierland 2016 005Nu kijkt hij naar rechts en ziet hij de grote Stille Oceaan, de vloeibare liefde en immense vreugde van onvoorstelbare diepte. En hij weet dat hij daar ook is, samen met het elfje. Ze zijn er bij ‘vol bewustzijn’ naar toe gestroomd en er volledig in opgegaan. Maar soms lijkt het niet zo. Zou het zijn net als de grote Amazone die uitstroomt in de Atlantische Oceaan en daarin opgaat, hoewel toch vele tientallen kilometers in zee het water nog zoet is. Het rivierwater is oceaan geworden, maar heeft nog niet helemaal alle eigenschappen daarvan.

Al deze dingen overdenkt de pelgrim, daar zittend aan de kust, en hij vraagt zich af wat hij nog meer gaat beleven in deze denkbeeldige reis die hij maakt met het elfje. De Cursus zegt: ‘Je maakt een reis die reeds lang voorbij is’, dus hij hoeft in wezen niets meer te doen. Het lijkt alleen maar zo. Dus enkel en alleen schouwen, met verwondering kijken naar wat gebeurt, en de vreugde voelen van het Zijn. 

Plotseling wordt zijn aandacht getrokken door een vrolijk geluid. Hi Hi, ha ha ha, daar komt het vrolijke vissertje, met een ganzenveertje achter haar oortje. Kennelijk van plan om weer mooie dingen te gaan schrijven, en hij mag ze lezen. Laat ze maar komen!

wordt vervolgd…tot NU…

This entry was posted in 157 - Denkbeeldige reis. Bookmark the permalink.

Comments are closed.