Het Pad van de Pelgrims – Gedachtekronkels

Na een hart en ziel verwarmende rooskleurige nacht kabbelt het beekje er vrolijk en lustig op los met een: ‘Welkom op deze elf-de dag’. Maar in geen velden of wegen vangt het beekje een glimp op van het elfje. Langzaam verstrijkt de tijd. Vanuit zijn paddenstoelhuisje probeert Paulus op dusdanige wijze in te zoomen zodat het huisje tussen de baardgrasjes precies in het brandpunt komt te liggen. Maar geen gevleugeld wezen valt er te bespeuren. Zelfs geen postduif die zijn vleugels uitslaat. Is de keuze maaltijd haar toch niet goed bekomen? Of zijn er nog wat stenen des aanstoots op haar pad waaraan ze zich heeft gestoten? Of is het elfje nu al de stilte binnengevlogen? Die bovenaardse sereniteit waar stilte zich manifesteert als het opperste geluk. En waar geen mens kan binnentreden tenzij hij bij de ingang zijn ‘ik’ heeft ingeleverd.

Zijn gedachten zijn vaak bij het elfje, en wat er voor gedachten in haar voorbijkomen. Het zal te maken hebben met het pad, zo veronderstelt hij, en dat is niet altijd gemakkelijk. Vanwaar ze vertrokken is, en alles wat ze tijdens de reis heeft meegemaakt, ze weet dat er voor de pelgrim geen weg terug is. Of ze halverwege een verblijfplaats zoekt voor de rest van haar leven of niet, ze kan niet terugkeren naar waar ze begon. En het besef dat het bereiken van het eindpunt betekent dat de pelgrim plots verdwijnt, geeft zowel een gevoel van vreugde als verdriet. Maar het is niet haar verdriet, het komt vanuit haar denken, er komen gedachten die ze niet wil. Gelukkig weet ze hoe ze er vanaf kan komen. Zoals ze een kaarsje uitblaast, zo kan ze ook die gedachten en gevoelens wegblazen. En ook hier mag ze haar vleugeltjes bij gebruiken, zodat er een windvlaag ontstaat. Blaas ze maar naar het beekje, die spoelt ze dan wel weg, zo besluit Paulus zijn gedachtekronkels.

2015-08-08 16.19.20

wordt vervolgd…tot NU…

This entry was posted in 155 - Gedachtekronkels. Bookmark the permalink.

Comments are closed.