Welkom op het Pelgrimspad

Voor het volgen van het Pad…begin bij Begin…
en stap het volgende hoofdstuk in…

Posted in Welkom! | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Tekenen aan de wand

De postduif vliegt onvermoeid heen en weer. Ditmaal met een gerust bericht dat bij Paulus de rust in de ‘bovenkamer’ is weergekeerd en dat hij zonder draaiend hoofd zijn draai weer heeft gevonden. Als Paulus nog even een schrede achterwaarts doet naar de boodschap vol wijsheid die hij kreeg, waarin als een boemerang zijn eigen woorden weerkaatsten, dan kan gezegd worden:

Het is inderdaad een leerzame les en er kwamen ook inderdaad tijdens de piek des onbehagens bepaalde gedachten voorbij die als het ware vroegen: En hoe staat de identificatie met het lichaam er nu bij? En let eens op wat voor gedachten er verder nog komen? Laat het kaboutertje zichzelf hier antwoord geven: Het ging redelijk, maar er is nog geen goddelijke gelijkmoedigheid. Het leerproces is nog gaande, maar Jerfaas is er altijd bij, en de jantjes lijken inderdaad kleiner te worden en weer terug te vallen in de rol van de kinderjaren.

Voor de rest taal nog teken van de ene pelgrim. Heeft hij tijdens de pelgrimsreis de pauzeknop ingedrukt? Zit hij nog steeds in zijn bovenkamer? Wat tekent zich nog meer af in het genoemde leerproces? Het elfje wacht voor onbepaalde tijd aan de oever van de vriend-elijke beek of er iets langsdrijft of overdrijft. Na enige tijd krijgt ze gezelschap van degene die door Paulus wel Kees Koer.ierDuif genoemd wordt en wordt haar een inkijkje overgebriefd.

Ik heb zojuist nog met mijn snaveltje op het raam van het bovenkamertje in de paddenstoel getikt om te vragen of er een berichtje weg te brengen is, maar Paulus en zijn alter-ego JJ reageren niet. Daarom breng ik zelf maar even een briefje, lief Elfje.

Die Paulus zit bijna alleen maar in zijn bovenkamer en wat hij precies doet, kan ik niet zien. Terwijl ik voor het raam zat, zag ik dat de gordijnen gesloten waren, maar door een plotselinge lichtstraal kon ik door een kier naar binnen kijken en zag ik hem. Hij stond bij de muur waar een groot stuk papier hing waarop hij dingen tekende. Je zou kunnen zeggen… ‘tekenen aan de wand’.

Ik zag een voorstelling van een deel van het pelgrimspad. Het liep langs een bergwand en een deel van het smalle pad was weggezakt zodat hij daar niet verder kon. Er was nog een mogelijkheid om verder te komen en dat was ook de Enige mogelijkheid. Ietsje voor de plek waar het pad verdwenen was, bevindt zich een grot met een kleine opening. Dat is de toegang tot een heel stelsel van grotten die een soort tunnel vormen. De uitgang is een stuk verder op het pelgrimspad, daar waar het weer begaanbaar is en ook nog eens heel gemakkelijk te gaan is, want er zijn vrijwel geen obstakels meer.

Als ik het nu goed gezien heb, Elfje, dan is hij de grot binnengegaan. Het is daar heel erg stil en er is niemand anders, er is er maar één. Ook dient hij diep te buigen, zich heel klein te maken, anders blijft hij steken. Hij hoort niemand anders, alleen zijn eigen voetstappen en zijn eigen ademhaling, alleen zichzelf. Alleen zijn gedachten vergezellen hem, ze zijn nu duidelijker te zien omdat er verder niets te zien is. De ogen zien niets in het duister, niets om goed te keuren en niets om af te keuren, voor de oren geldt hetzelfde. Hij is alleen met zichzelf. Hij is, en verder is er alleen stilte.

De rotswanden zwijgen, hoewel ze soms een echo geven van de voetstappen van de ene pelgrim. Dat geeft de illusie van een andere plaats en tijd waar iemand loopt. Maar er is geen ander. Het klinkt vervormd, het is niet echt. Maar hij weet dat de tunnel een einde heeft, dat ergens het licht zich zal manifesteren.

Het lijkt erop dat hij nog wel even bezig is daar in de stilte, vermoedelijk moet hij zich de stilte zo eigen maken dat hij die ook blijft horen wanneer hij het pad buiten weer betreedt. Opdat hij niet alleen deze grot, maar ook die van Plato, voorgoed mag verlaten.

Ja, als ik het goed gehoord heb, meende ik hem te horen mompelen over de grot van Plato. Dat is een bekende metafoor. Plato beschrijft mensen die in een grot zitten. Ze zitten vastgeketend op hun plek en kunnen alleen maar kijken naar de achterwand van de grot, waar ze schimmen zien bewegen. Ze zijn van mening dat die schimmen de echte wereld zijn. Maar één persoon ontdekt dat de schimmen op de wand ontstaan doordat er licht schijnt op figuren die vóór de opening van de grot in de zon langslopen en zo hun schaduwen werpen. Deze persoon wijst dat daarbuiten de echte wereld is. Maar niemend wil hem geloven. Iedereen blijft kijken naar wat hij al jaren gewend is. Deze metafoor beschrijft de menselijke situatie: we dromen en weigeren te ontwaken. Dit leven is een droom, een afschaduwing van het echte leven.

Hij hoopt dus de grot van Plato te verlaten. En dat hij honderd procent verantwoordelijkheid kan nemen voor alles wat in de gewone wereld lijkt te gebeuren. Zodat alles, maar dan ook alles wat hem ook maar in het minst beroert, door de uitlatingen, toestand of wat voor hoedanigheid dan ook en van wie dan ook, louter en alleen in hemzelf zijn oorsprong vindt.

Daarom loopt hij nu in het duister, om eerst alleen met zichzelf die vrede te voelen, en als dat gelukt is kan hij weer geleidelijk aan prikkels toe gaan laten uit de zogenaamde wereld, die louter zijn eigen droom is. En dat iedere vorm van reactie gelijk staat met najagen van wind.

Wel beste Elf, dat is wat ik meende te zien daar vlak onder de witte stippen.

De lading die het postduifje met zich meevoert, wordt met grote dankbaarheid in ontvangst genomen. Het elfje met de ganzenveer veert ervan op en op haar gezichtje verschijnt een vrolijke glimlach. Zoals een CIW les zegt:

Vandaag zullen we onze vereniging met elkaar en onze Bron aanvaarden, 

zo wordt er gehoopt dat de pelgrims zich ook weer verenigen in een ontmoeting. Zolang de ene pelgrim zich naar binnen keert, houdt het elfje de wacht.

Tuin 007

 wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 170 - Tekenen aan de wand | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Pelgrimsvirus


Natuur 050
De eerste groen gelukkige tekenen van nieuw leven zijn zichtbaar. Maar van Paulus geen teken van leven. De wijze raad van Paulus aan het elfje om het hoofdje ter ruste te leggen, kon hij zelf niet in praktijk brengen. Niet alleen bleek de avond in duizelingwekkende vaart voorbij te zijn gegaan, maar Paulus is ook enigszins duizelig achtergebleven. Hij had een rommelend buikje bij thuiskomst en werd even daarna enorm duizelig, waarna het gevoel ontstond dat er een centrifuge in zijn maag zat. Onderwijl rilde hij als een juffershondje, dus dat was niet goed, zo concludeerde hij. Het zal het ´pelgrimsvirus´ wel zijn. Snel naar bed, zo besloot hij, maar zo ver kwam hij niet, want de maag werd letterlijk omgekeerd. Alles kwam eruit.

Dit heeft hij nog nooit meegemaakt. Sinds de kinderjaren heeft hij nooit meer overgegeven en misselijkheid kent hij al helemaal niet. Het was absurd, waar dat nu van komt? Ah, dacht hij… het ego vraagt aandacht, dat is het. Maar de Cursustekst ´ik ben niet mijn lichaam, ik ben vrij´, danste JJ blauw voor de ogen. En ´ik ben een Waterman en ga onder een hete douche´. Dus moeizaam heeft het lichaam zich nadien in bed laten vallen. En ook vandaag zoekt JJ als een slappe vaatdoek de lakens weer op. Hij gaat eerst mediteren, en dat zal wel overgaan in een soort slaap.

Aldus het weinig veerkrachtige nieuws dat het elfje via de gevederde boodschapper bereikt.

Paulus heeft vrijwel de gehele dag doorgebracht in zijn bovenkamer onder de stippen. Deels slapende en deels in zijn meest geliefde waaktoestand, dat is de meditatieve toestand waarbij het lichaam niet of nauwelijks waarneembaar is en waar Jerfaas de hoofdrol speelt.

Dierbare Elf, uw veertje is me bij nacht en bij dag bijgebleven. Regelmatig even concentreren op ´de veer´ was gewenst en daarnaast nog effectief ook. Het feit dat het elfje de veer gezien heeft zal uiteraard symbolisch zijn, en daar heeft het elfje al een serie mogelijke interpretaties van gegeven. Maar misschien is het ook een aanwijzing dat zij wel een pluim, plume is veer, verdiend heeft vanwege de stappen die zij nu op het pelgrimspad zet. 

JJ ziet de buikklachten wel weer als een test, want de grootste verleiding die het ego in zijn repertoire heeft is om ons, Gods zoon, te laten denken dat we een lichaam zijn en dat er met dat lichaam iets te bereiken is of andersom, dat het helemaal fout kan gaan. Maar daar trappen wij niet in, wij doorzien deze list en gaan verder op ons pad, met of zonder buikpijn. Toch komen als vanzelf gedachten op hoe heerlijk het zal zijn om zonder lichaam te vertoeven in het Koninkrijk en dan liefst voor altijd.

Na dit beekse spraakwater gaat JJ zijn slaapplaats weer opzoeken. Ditmaal eerst de veer op het nachtkastje leggen, dan wat moois lezen, en vervolgens het lichaam tot volledige rust brengen en even spelen met de gedachte dat deze wereld met al zijn fratsen nu verlaten gaat worden. Het LICHT visualiseren en dan het sublieme gevoel er als het ware naar toe gezogen worden.

Ondertussen staat het trouwe duifje al weer met zijn pootjes te trappelen, of beter gezegd met de vleugels te klapperen om via de lichtboogroute dit boodschapje elfwaarts te brengen. Mogelijk vliegt het duifje dat dit bericht brengt een beetje lager dan anders, maar dat is vanwege de lading bloemen die met dit bericht meegevoerd worden. Want hoewel alle treden van de trap onmisbaar zijn; JJ wenst TV veel bloemen op de Stairway to Heaven.

Stairway To HeavenNa deze bloemrijke bezorging keert het duifje met een onbezorgd en onverbloemd bericht terug.

Goedemorgen, hopelijk uitgeslapen bloemenman. Hoe de persoonlijke illusoire toestand ook mag zijn, hoofd-zakelijk gezien misschien nog niet in orde, maar er is vanmorgen een bericht waargenomen dat mogelijk weer een andere draai aan de toestand zal geven. Op de voorpagina van de krant stond: Vredesduiven willen hun vleugels weer uitslaan. Mogelijk draagt de positieve inhoud van deze weinige woorden die het duifje nu brengt bij tot één-ig welzijn van Paulus.

Zo te lezen raakt Paulus weer aardig boven Jan en wellicht is het zuiveringsproces door het beekje weer tot rust gekomen. Het loslaten werd wel heel aanschouwelijk gemaakt. Ik hoorde het je onlangs nog zeggen, JJ: Ja, overgave is belangrijk voor mij. Nou, kijk eens aan, het lichaam helpt daar gelijk een handje bij. Zowel letterlijk door over te geven, en figuurlijk doordat je je dient over te geven, ongeacht hoe het is, aan dat wat is. En het forse pelgrimstempo wordt een halt toegeroepen.

Het proces dat op zo’n moment plaatsvindt, is gewoon inherent aan de weg die je gaat. Het lichaam voldoet aan de behoefte die jij hebt om meer en meer bewust te zijn wie jij bent. Zoals gezegd, via ervaring beseffen en inzien dat deze wereld een illusie is, inclusief de persoon die men denkt te zijn, kan soms gaan via de ervaring een slappe vaatdoek te zijn.

Het feit dat je sinds je kinderjaren niet meer gespuugd hebt, komt natuurlijk door wat je laatst ook nog zei: ‘Word als een kind’. Bovendien had je dit gebeuren al in een eerder stadium aangekondigd: ‘Ontpersoonlijken gaat niet vanzelf en ongemerkt. Tetty, je gebruikt het woord ‘kost’ en dat is wat de hele Reis eigenlijk ook is. Alles wat we tegenkomen met behulp van het oranje en blauwe boek is geen babyvoeding meer, het is vast voedsel. Stevige kost en voor de persoon is het zeer zware kost, die er vroeg of laat van zal moeten overgeven, en letterlijk zichzelf overgeven aan het Licht wat vanuit het Vredespaleis op alle deelpersoontjes gaat schijnen. Voorwaar enerzijds een heftige zaak, anderzijds het mooiste wat er kan gebeuren. Alle belemmeringen voor de Totale Vrede, TV, zullen worden weggenomen. In alles wordt een prachtig vooruitzicht beschreven. De Werkelijke Wereld. Het Santiago de Compostella in de Geest. Hosanna in den Hooge. Geweldig Hemelsblauw.’ (159-Kost-gangers)

En kijk eens…aan de oever van de beek bloemt het ook al…

Warnsborn 2013 049Nu er op deze pelgrimsdag tot nu toe geen postduifje is aan komen vliegen, zou dat er mogelijk op kunnen duiden dat Paulus nog hoog in de paddenstoel in zijn bedje ligt. En ook al zijn er nu door de bewolking geen witte stippen zichtbaar, ze zijn er wel. Evenzo is het Zelf er, ook al zou dat wat versluierd kunnen voelen door enkele pijnwolkjes. Het elfje hoopt dat die wolkjes ook weer snel voorbijdrijven. Maar wat je ook voelt en hoe je je ook voelt; er is maar één ding: alles gaat voorbij. OOK DIT GAAT VOORBIJ.

Met deze boodschap wordt er nog een duif op losgelaten. Het elfje weet niet of 1paulus dit nog leest voor de nacht, misschien is het morgen pas of daarna, of wanneer dan ook, Het maakt niet uit. Wat geschreven staat, geldt voor iedere dag en nacht.

Het elfje houdt met Liefde de wacht bij de paddenstoel aan de oever van het beekje.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 169 - Pelgrimsvirus | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Een veerkrachtige aanmoediging

De gebeurtenissen volgen elkaar in rap pelgrimstempo op. Alhoewel het er op deze stille sprookjesbosavond niet op lijkt dat er nog iets in beweging zal komen. Geen windvlaag is waarneembaar, geen elfenvleugelslag wordt gehoord, geen beekse rimpeling is zichtbaar. JJ staart naar een scherm, maar het TV beeld waar hij tijdens deze pelgrimsreis zo vertrouwd mee is geraakt, verschijnt niet. In plaats daarvan kijkt hij naar een uitzending van Janosh, waar het TV programma hem op heeft geattendeerd.

Janosh is digitaal kunstenaar en zijn werk is gebaseerd op Heilige Geometrie, een soort codetaal die het onderbewustzijn begrijpt. Zijn prachtige hologrammen vormen sleutels tot een hoger bewustzijn. Tijdens een live webcast van hem laat je je meevoeren door de beelden en de speciaal gecomponeerde muziek en kun je geraakt worden tot in je ziel.

JJ is benieuwd of het hem kan bekoren en zodoende duikt nu in het sprookjesverhaal van Paulus Janosh op met de code ‘Overgang’. En wat op het scherm verschijnt is zo indrukwekkend dat na afloop de gedaante van Paulus spoorslags zijn voeten richting elfwaarts beweegt. De overgang van de oceanieke ‘Overgang’ naar de elfachtige Secret Garden is slechts een gedachteflits.

Geliefde Elf, JJ keek TV zou je kunnen zeggen. Ik heb uw gestalte mogen waarnemen, en wel op het moment dat de oceaan aanstalten maakte u op te nemen. Het geluid en de beelden hebben mij zeer bekoord. De woorden die Janosh sprak hebben me minder geraakt, de gedachte kwam dat het nogal vaag was en op toekomst en persoonlijkheid gericht. Dat wil niet zeggen dat het geen waardevolle bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de mensheid als zodanig. Alle treden van een ladder zijn onmisbaar. Ze leiden allen naar boven, Al met al toch een indrukwekkende webcast. En hoe heeft mijn mede Oceandreamer het ervaren?

Ik heb een heel merkwaardig uitstapje beleefd tijdens de live webcast! En jouw woorden: ‘Ik heb uw gestalte mogen waarnemen, en wel op het moment dat de oceaan aanstalten maakte u op te nemen‘ en ‘Alle treden van een ladder zijn onmisbaar, ze leiden allen naar boven’ heb ik wel heel aanschouwelijk gemaakt. Dit is wat er gebeurde toen ik mijn ogen sloot en luisterde naar de tonen gedurende de activatie van het hologram dat werkt op je onderbewustzijn.

Van het ene op het andere moment bevind ik mij in een grote donkere grot. Ik kijk verward om mij heen en voel een enorme drang om eruit te raken. Ik begin door het donker te rennen en te rennen, door langgerekte gangenstelsels.

Ineens komt er meer ruimte en zijn er, uitgehouwen in de rotsen, steile trappen omhoog, die ik in vliegende vaart op ren. Abrupt eindigt het in een grot waar het lichter is en ik sta stil middenin die grot. Doordat het hier lichter is, kan ik om mij heen de grote ronde ruimte zien. Van boven schijnt door een smalle kier een lichtstraal naar het midden van de grot, vlak naast mij op de grond.

Ik kijk omhoog en er dwarrelt een witte veer naar beneden, die voor mijn voeten valt. Ik pak de veer in mijn hand. Op dat moment hoor ik boven mij een geluid van brokkelende stenen. Ik kijk omhoog en zie dat er hoog in de grot een opening komt, zonder dat er ook maar één steen naar beneden valt.

Door die opening zie ik een stukje lichte lucht van waaruit ongelooflijk veel gekleurde bloemen door de opening naar beneden vallen, tot het punt waarop de eerste bloemen de grond in de grot raken. Vanaf dat moment vormen de vallende bloemen een langgerekt pad omhoog door de opening naar buiten. Ik zet mijn voeten op het pad en loop omhoog.

Op het moment dat ik door de opening ga, hoor ik vele stemmen en ik bevind mij in een grote ontvangsthal die zacht verlicht is. Met een enorme kracht begint de hal rond te wervelen waardoor ik opgenomen word in die beweging. Totdat ik met een vloeiend gebaar neergelegd wordt op een zachte golf water die mij wiegt. En om mij heen is niets meer.

Dat is inderdaad wel een opmerkelijk TV gebeuren wat zich aandiende.

Ja, het ging het allemaal zo snel, dat er als het ware geen tijd was om na te denken. In het begin was er nog enige verwarring en een drang om eruit te raken, alhoewel er als zodanig geen angst voelbaar was. Het meest opmerkelijke was wel dat het zich volkomen neutraal in en aan mij voltrok. Geen emotie, geen gevoel, geen gedachte. Het gebeurde en het werd waargenomen. Er was slechts ervaren. Terwijl er tegelijkertijd ervaren werd dat er een verschuiving plaatsvond.

Dit hele gebeuren tijdens de code Overgang laat natuurlijk in alle opzichten een overgang zien. Een overgang van het donker naar het licht, van aardediep naar hemelhoog. Achteraf heb ik nog even gelezen wat er m.b.t. de code vermeld staat:

Wanneer we kiezen voor verandering, kan het moeilijk zijn om het nieuwe tegemoet te treden. Aan de ene kant is het heel spannend om vooruit te kijken, maar tegelijkertijd weet je niet altijd waar je aan begint. Je hebt een moedige beslissing genomen en hoewel je er volledig achter staat, kan de overgangsfase beangstigend zijn omdat je nog niet ziet waar het je naartoe zal leiden. Krabbel niet terug, want jouw ziel heeft aangegeven klaar te zijn voor de volgende stap. Geef daar gehoor aan zonder te ver vooruit te willen kijken. De frequentie van Overgang zendt vertrouwen uit en bereidt je voor op nieuwe tijden.

Woorden van deze strekking zijn ook al eens de revue gepasseerd m.b.t. het pelgrimspad. Hoe dan ook, de ervaring laat zien dat wat er ook gebeurt en hoe het ook gebeurt, er is hulp. Maar dat weten de pelgrims natuurlijk ook wel.

Het meest bijzondere achteraf vind ik wel de witte veer. Ik moest meteen denken aan het indiaanse leven waar ik ooit tijdens een spontane regressie iets van heb ervaren, en waarin ik stervende was. Ik vroeg mij af waar een veer, en in het bijzonder een witte veer, symbool voor staat.

De symbolische betekenis van veren is: waarheid, wijsheid, lichtheid, snelheid, vlucht, verhoogd bewustzijn, luchthartigheid, verlichting, gebed, goddelijkheid, vooruitgang. Het blijkt dat bij de Native Americans veren werden gebruikt om te kunnen communiceren met de Heilige Geest en om het symbool van hemelse wijsheid uit te drukken. Witte veren in het bijzonder staan voor zuiverheid en kunnen duiden op onschuld of een nieuwe start in spirituele zin. Als je veren vindt op je pad, dan zou je kunnen zeggen dat je op een hoger spiritueel pad bent beland, en het kan een teken van aanmoediging zijn om filosofisch te gaan of te blijven reizen op dit pad.

Al met al is het niet niks wat er allemaal in zo’n ogenschijnlijk simpel veertje naar je toe kan komen. En zonder nu ergens waarde aan te willen hechten, maar als de pelgrim dan de kaart voor zich ziet van het elfje dat als zandloper bij de oceaan is gekomen en elf witte veren op haar pad heeft liggen…..(162-Licht en schaduw)

Nou, JJ, dat was het en dat is het. Verder weet ik het nu ook even niet. Ik ga mij straks maar lekker in mijn bed neerleggen en zal vanzelf wel in slaap gewiegd worden.

Leg het hoofdje maar ter ruste elf, het gaat vanZelf.

Welterusten brother, slaap lekker, en morgen veerkrachtig weer op.

En terwijl Paulus zijn voeten hem paddenstoelwaarts doen keren, blaast het elfje hemelsblauw, zo licht als een veertje, een wit veertje het beekje in.

DSC_1665

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 168 - Een veerkrachtige aanmoediging | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De etiketten

Spreken is zilver, zwijgen is goud. Met dat laatste eindigde de voorgaande pelgrimsdag, met het eerste begint deze spraakzame dag nu de opgaande zon een zilveren weg trekt over het water.

DSC_5579Goedemorgen Droomfiguur, what a beautiful day!

Goedemorgen Jan Jerfaas, metgezel bij dag en nacht, zo is mij vannacht gebleken. Terwijl Tetty in alle rust en stilte dromerig neergevlijd lag, kreeg zij een op’zien’barende openbaring.

‘De etiketten’

Vannacht ben ik toeschouwer geweest van een reeks chaotische en waanzinnige gebeurtenissen. Het was een aaneenschakeling van fragmenten die in het waakbewustzijn volkomen onlogisch zouden lijken, maar in de droom een logische aaneenschakeling vormden. Juist daarom lieten deze ‘aardse’ gebeurtenissen zien dat de chaos en waanzin juist zit in de droom waarin wij denken te leven, waarin alles volkomen logisch lijkt te zijn. Uiteindelijk liep alles uit op de finale waar iedereen voor uitgelopen was.

Een grote mensenmenigte heeft zich verzameld op het plein midden in de stad. Men heeft zich geschaard om een open ruimte waar twee mensen staan en aller ogen zijn op deze twee personen gericht. Het zijn Jan Jerfaas en Tetty. Zij zijn met een boodschap gekomen. Zij laten de mensen zien hoe alles in elkaar zit.

Op hun borst zijn grote en kleine etiketten geplakt. Van doorzichtig cellofaan, sommige met een lichtgrijze tint. Op ieder etiket zijn woorden geschreven. Het zijn zelfklevende etiketten. Sommige etiketten beginnen al los te raken en krullen om. Het zal niet lang meer duren of ze zullen eraf vallen.

Jan Jerfaas en Tetty laten de mensen zien dat wij onszelf allerlei etiketten opgeplakt hebben. Etiketten waarmee we onszelf van alles toedichten, wat slechts betrekking heeft op de persoon. Maar dat is niet wie wij zijn. Het feit dat die etiketten doorzichtig zijn geeft aan dat het een illusie is die doorzien kan worden en dat onze ware aard daar doorheen kan schijnen. En hoe krachtiger ons ware Zelf daar doorheen schijnt, hoe minder zelf-klevend de etiketten zullen worden. Ze zullen uiteindelijk geen houdbaarheid hebben en loslaten.

De etiketten zitten op onze borst geplakt, omdat dat de plek is waar ons hart zich bevindt. Hoeveel er ook aan je kleeft en waar je ook aan vastgekleefd zit, we hebben een hart vol liefde. En door de kracht en de warmte van de Liefde van ons Ware Zelf zullen de etiketten van-Zelf loslaten.

Tot zover deze JJ en TV voorstelling. Wij hebben de mensen wat te laten zien, JJ. En als wij dat laten zien, kan het voor iedereen een beautiful day worden.

Nou, Tetty, dat is weer een prachtige en ‘sprekende’ droom, hoewel JJ niet graag een hoofdrol speelt, want hij vindt zelf ook dat er nog veel etiketten erg vast zitten. Dat zijn de labels, de jantjes, die vergroeid lijken te zijn, maar ze worden meer en meer gezien en doorzien. Er is dus hoop.

Er is Hoop, Geloof en Boven-Al Liefde. En voor het spelen van de hoofdrol hoeft JJ echt niet vol-ledig perfect te zijn. Jerfaas is al perfect en er zitten misschien wel minder etiketten vast dan JJ vindt en denkt. En voor Het Pad van de Pelgrims speel je al de hoofdrol en dat is niet alleen geweldig, dat doe je ook geweldig. Wees er blij mee en geniet. Geef geen oordeel over jezelf, dat doet God ook niet. Ga niet uit van Jan maar ga uit van Jerfaas.

In dit alles ben jij JJ, naast TV, de Boven-ste-Beste Hoofdrolspeler. En als de ene hoofdrolspeler even wat minder perfect optreedt, vult de ander dat aan. Zo gaat het Vice Versa met de H.G. All-Ways. Ik weet niet of jij dit ook allemaal zo voelt? Maar als jij diep in je hart voelt dat het zo is, voel het dan. Nogmaals, ga uit van Jerfaas. Want de hoofdrolspelers zijn uiteindelijk de hartspelers…

2015-08-17 13.56.02

IMG_0030

…die in het hart van God samenkomen en Zijn…

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 167 - De etiketten | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De Slang

Zoals iedere pelgrimsdag put JJ uit het blauwe boek en deze keer brengt het de pelgrims ook daadwerkelijk bij de put. In plaats van een blik in de put te werpen, werpt hij een twijfelachtige blik op het pelgrimsschap. Wat denken de pelgrims wel te bereiken? Realiseren zij zich dat ze een barre tocht tegemoet gaan waarin van alles kan gebeuren, wat zij wellicht totaal niet voorzien hadden. Dat een terugkeer niet mogelijk is en dat zij dus pelgrommend door moeten zetten. Ook dat prille begin, de besluitvorming samen te vertrekken, hebben de pelgrims voldoende gevoel van zekerheid over de onderlinge afstemming van beiden? Kunnen zij zich volledig uiten ten opzichte van de ander, of is er een aarzeling om de ander niet te kwetsen of om niet te dominant over te komen? Hoe zit dat allemaal in de beide psyches? En als af en toe die put opengaat en zwaveldampen het zicht benemen, hoe gaan ze daarmee om? God mag het weten. Beter gezegd; die weet het.

Nou, nou, medepelgrim, wat een zware uitputtende gedachten. Deze pelgrim hoopt dat ze er vanavond van kan slapen, anders moet ze toch nog de put openen, al is het alleen maar om door de eventuele zwaveldampen zo bedwelmd te raken dat ze in één roes de nacht doorbrengt.

Tetty, in de Cursus wijst Jezus op de hevige weerstand waar iedereen op stuit wanneer men probeert zich Zijn leer eigen te maken.

Wanneer je op deze manier oefent, laat je alles wat jij nu gelooft plus alle gedachten die jij bedacht hebt achter je. In eigenlijke zin is dit de bevrijding uit de hel. Toch is het, gezien door de ogen van het ego, een verlies van identiteit en een afdaling in de hel.(Wd1.44.5:4-6)

En die weerstand waarnaar verwezen wordt, is de angst voor het verlies van de persoonlijke identiteit; het loslaten daarvan is de laatste stap voordat we kunnen ontwaken uit de droom van afgescheidenheid. De kern van Jezus’ boodschap is het blootleggen van het ego, zodat je gaat zien hoezeer we ons ermee vereenzelvigd hebben. En dat is niet zo gemakkelijk, dat kijken in de put. Daarom haalt het ego steeds dezelfde truc weer uit, we kijken gewoon niet in de put. We kijken om ons heen naar de wereld en zien daar allerlei gruwelen die niet van ons zijn. Maar we zien ze, en eigenlijk is dat ook de put. Een andere Cursusles zegt ondermeer: Waarneming is een spiegel, en geen feit.Waar ik naar kijk is mijn geestestoestand, naar buiten gereflecteerd.

Dus zolang de pelgrims op hun pad nog afschrikwekkende beelden zien, is de bestemming nog een eindweegs. En JJ realiseert zich dat de put erg diep is en vele lagen telt. Alles wat er te lezen valt in de Cursus over het ego en de valse autonomie zou je kunnen zien als de tekst op het deksel van de put. Als TV dit kan onderschrijven en ook herkent, dan kunnen we samen het deksel ietsje oplichten. In deze ‘beerput’ leven vele monsters die het menselijk bestaan bemoeilijken, beangstigen en verzieken. Ik besef dat ze, net als bijvoorbeeld angst, oncontroleerbaar ‘uit de put’ kunnen komen.

Natuurlijk is er alleen maar een put, JJ, zolang wij denken dat die er is. Als het zo is dat wij ooit door onbewustheid onszelf en allerhande zaken in die put gedacht hebben, dan gaan wij dat alles er nu bewust ook weer uitdenken. M.a.w. als er door een onjuiste gerichtheid van denken zaken in de put gestopt zijn, dan kan het alleen maar zo zijn dat juist door een juiste gerichtheid van denken die monsters nu naar boven komen om als illusies doorzien te worden. Want hoe dichter we bij de Lichtbron komen, hoe groter de schaduwen.

Het kenmerk van monsters is dat ze in het duister van de put hun werk doen, het liefst ongezien willen blijven en zeker niet bij naam genoemd willen worden. Daaraan ontlenen ze hun macht en kracht om zuigend en wroetend bezig te zijn. En gevoed door angst vreten ze zich door alles heen. Want uiteindelijk is er maar één monster en dat is angst. En dat ene monster kan verschillende monsterlijke gedaanten aannemen.

Monsters die in het donker van de put leven verdragen geen licht. Daarom kun je ze maar het beste naar boven halen en aan het licht brengen. In het licht lossen ze op en ben je ervan verlost. Monsters die ongezien hun werk doen, kun je maar beter zichtbaar maken en in de ogen kijken. Monsters die liever niet genoemd worden, kun je maar beter bij hun naam noemen. Door dit alles geef je ze geen bestaansrecht, daarmee ontneem je ze hun bestaansrecht.

Ik heb zo mijn ervaringen met een put en met monsters en ook hoe ze te verslaan. Over dat laatste vertel ik je een droom die ik ooit had.  

‘De Slang’

Mensen worden bedreigd door negatieve krachten. Het dierlijke monsterlijke in de mens. Het speelt zich af in het donker en half duister. Mensen zijn in gevecht met dieren, dieren nemen bezit van mensen, en dieren verwonden mensen. Er is gruwelijk letsel, mensen met afgerukte ledematen, onvoorstelbaar lijden, vreselijke angst.

Ik sta er middenin en zie het allemaal gebeuren, maar word zelf niet bedreigd. Ik voel de vreselijke angst, maar daar bovenuit voel ik mijn innerlijke kracht. Ik voel dat het mijn taak is om een eind aan deze situatie te maken. Ik weet dat ik het in mij heb om de situatie te veranderen en ik weet dat ik het kan.

Op dat moment bereikt de gruwelijke ellende zijn hoogtepunt en is het een kwestie van erop of eronder, een strijd van leven en dood. Er is nog één dier zichtbaar. Een allesverslindende slang van reusachtige buitenaardse afmetingen. De slang moet eraan. Ik voel mij helder en sterk en grijp een enorm grote bijl. Vervuld van afschuw hak ik met ongekende kracht de slang doormidden. Het gevaar is geweken, we zijn gered van de ondergang.

Opgelucht en bevrijd zeg ik tegen de man die naast mij staat: kom, we kunnen verder. Hij heeft een half afgerukte linkerarm en de plek waar zijn oog heeft gezeten is een dichtgegroeide holte. Terwijl hij als een zombie naast mij loopt, zeg ik: kop op, het is niet wat het lijkt te zijn. Jij denkt: nu heb ik geen oog meer en kan ik niet meer zien. Maar er is een oplossing. Aan je arm kan ik niks doen, maar aan je oog wel, kijk maar. 

En ik druk in de holte waar zijn oog heeft gezeten een waxinelichtje, dat al een keer aangestoken is geweest. En ik zeg: je hoeft het alleen maar aan te steken en je hebt het licht weer in je oog.

Goed beschouwd is het een gruwelijke horrordroom. Maar het is de symboliek, hè. Net zoals de vondst met het waxinelichtje, wat ik trouwens wel het toppunt van creativiteit vond, haha.

Er leven dingen in ons die mogelijk nog onderdrukt worden of die naar de oppervlakte komen, wat heel negatief is. Het mag eruit. Het zijn dingen waar je wellicht niet blij van wordt en zo ken je jezelf misschien ook niet. Maar het zit wel in je. De reden waarom je er niet blij van wordt, is omdat je erover oordeelt. Als je er niet over oordeelt en je neemt het gewoon zoals het is, dan betekent dat dat je dat ook in je hebt. Punt. Geen stempel, geen markering, het zit er ook in. Klaar. En het is dus een gedachte. En een gedachte is illusie.

Wat je waarneemt is dat er een hele hoop negativiteit in je zit, maar dat is allemaal subjectief omdat het, laat maar zeggen, erin is gekomen omdat je op plaatsen hebt gestaan waar je niet hoort te staan. Dat maakt het allemaal, hoe je erop reageert, op hebt gereageerd, en op wat je om je heen ziet, heel emotioneel, heel dierlijk.

Misschien laat het ook wel het beeld van de mensheid zien, waar we nu zitten met z’n allen, dat dat ook een verbinding met jou en mij heeft, dat wij zo zijn, en dat waar we naartoe gaan. We bijten om ons heen, we verslinden van alles, we doen van alles, we maken de boel kapot, en dat is wat we blijven doen. Dus de echte mens wordt bedreigd.

Aken augustus 2013 022Wat er uiteindelijk overblijft is de slang. De slang is het zinnebeeld van de ruggegraat, van de energie, de kundalini-energie die weergegeven wordt door een slang. Een slang is ook de esculaap, wat genezing brengt, transformatie. Dus wat vervuld is van negatieve energie, daar zijn we uiteindelijk in staat om dat te beëindigen. De slang is ten diepste verbonden met de strijd in de mens tussen goed en kwaad. De lagere, dierlijke natuur en de hogere, Goddelijke natuur strijden voortdurend om de macht. Ooit las ik een mooi verhaal over dit thema.

Een oude indiaan gaf zijn kleinzoon les over het leven.

‘In ieder mens is een strijd gaande, een strijd tussen twee wolven. Een zwarte en een witte.
De zwarte wolf vertegenwoordigt het kwade.
Hij is boos, woedend, ontevreden, jaloers, verdrietig, bang, hebzuchtig en arrogant.
Hij is vol zelfmedelijden, schuldgevoelens, spijt, wrok, minderwaardigheid, leugens, valse trots en superioriteit. Alles draait om zijn ego.
Hij zoekt ruzie met iedereen want hij vertrouwt niemand.
En daarom heeft hij geen echte vrienden.’

‘De witte wolf staat voor het goede.
Hij is vriendelijk en doet niemand kwaad. Hij geeft vreugde, vrede, liefde, hoop, nederigheid, welwillendheid, empathie, vrijgevigheid, waarheid, compassie en geloof.
Hij leeft in harmonie met de wereld om hem heen.
Hij vecht alleen als het nodig is, zorgt voor de andere wolven en is trouw aan zichzelf.’

Hij zwijgt even zodat zijn kleinzoon zich een beeld kan vormen over deze wolven.

Dan zegt hij: ‘Iedereen heeft die twee wolven in zich. En beide willen de baas zijn in mijn denken, doen en laten.’
De kleinzoon denkt even na en vraagt: ‘Welke wolf wint er?’
De indiaan antwoord: ‘De wolf die jij voedt. De wolf die jij aandacht geeft! Want alles wat je aandacht geeft groeit.’

De droom maakt duidelijk wat ons in de weg staat op de weg van ontwaken. In dit proces wordt de strijd door de reusachtige afmetingen van de slang uitvergroot. Vroeg of laat moet iedere spirituele zoeker de strijd met de slang in zichzelf aangaan en de angst overwinnen.

Dan wordt het licht teruggegeven aan iemand, waarbij het kennelijk niet belangrijk is wat hij ziet, maar hoe hij omgaat met dat wat hij ziet. Dus het verlichten an sich, snap je? Licht is dus het belangrijkste. Licht is synoniem voor bewustzijn, Bewust-Zijn. Nou, ons bewustzijn speelt zich af buiten ons zijn, en dat is de ideeënwereld, en niet wie wij zijn. ‘Zijn’ drukt zich uit in de omgeving denken en gevoel. Kortom, hoofd en hart moeten we weer bij elkaar zien te brengen. Daar hebben we licht voor nodig, inzicht, verlichting. Dat is het waxinelichtje dat in dat oog geplaatst wordt. Wat al een keer aangestoken is geweest, het is geen nieuw lichtje. Maar alles was er toch al.

Kijk, als jij ziet, begrijpt dat waar wij vandaan komen, dat we daar naartoe teruggaan, dan komen we in de buurt van het licht. Dus het licht wordt weer zichtbaar voor ons. In ons beeld is dat: als ik het licht heb, steek ik het aan. Maar je moet ook iets hebben om het aan te kunnen steken. En dat is je verstand. Je verstand brengt je gevoel bij het bewustzijn.

Dus even terug naar jouw verzoek, JJ, aan het begin van deze pelgrimsdag: als er iets is dat aan het licht dient te komen, dan kunnen we samen het deksel van de put oplichten en met liefde en acceptatie kijken naar wat er tevoorschijn komt, zonder ervan in de put te raken. We hebben Jezus’ opdracht, beschreven op blz. 51 in het boek De meest gestelde vragen over een Cursus in Wonderen van Kenneth en Gloria Wapnick gelezen. De opdracht dat zijn studenten naar het ego moeten kijken, zonder oordeel. Als er zonder schuld en oordeel naar het ego in actie gekeken kan worden, wie is er dan aan het kijken? Dat kan niet het ego zelf zijn, maar wel de denkgeest – of liever, de keuzemaker in onze denkgeest – die zich niet in het lichaam bevindt en daarom, nogmaals, niet het ego is.

Kortom, als pelgrims staan we, met Jezus’ liefde aan onze zijde, naast elkaar en zoals geschreven staat: ‘We deinzen nergens voor terug. We hebben de lamp die het zal verdrijven.’ Alles wordt in het Licht van de Waarheid neergezet. En als de monsters de put gaan verlaten, welt in de put het water uit de Bron omhoog. Samen staan we sterk, Jan Jerfaas.                               

Het doorgaans zo spraakzame beekje is stil geworden na deze elfachtige spraakwaterval. Wat valt er verder nog te zeggen? In het sprookjesbos verstommen de dagelijkse geluiden tot nachtelijke fluisteringen. Nog even en de donkere nacht zal overgaan in een stralende dag. De pelgrims zullen alle stadia doorlopen voordat het laatste bereikt wordt. Ze houden vol in Geloof, Hoop en Liefde. En voor het oog van de water-landers trekt de ondergaande zon een gouden weg over het water.

Deel2- (135)

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 166 - De Slang | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Jezelf weiden in Gods Gedachten

Of het nu komt door de stortvloed aan woorden uit het beekje, maar er is een enorme hoosbui losgebarsten. Terwijl de regen tegen het venster striemt, meldt zich toch een postduif bij de paddenstoel van Paulus. Door het vensterglas kijkt hij Paulus vragend aan en vraagt hem of er wat over te vliegen is naar het elfje. Terwijl Paulus in gedachten verzinkt, wordt het hem duidelijk waarover het zal gaan. De pelgrimsdagen en de Cursuslessen dezer dagen hebben het als thema en hij heeft zonet een stukje uit Reis voorbij Woorden gelezen:

Begin dus nu meteen, als het je vrede brengt,

jouw gedachten gade te slaan.

Verzet je niet tegen ze.

Bevecht ze niet.

Wanhoop er niet van.

Verheug je niet over ze.

Laat ze gewoon zijn

en sla ze gade.

≈ 

Wanneer jij gedachten hebt

die in je een gevoel van Eenzijn voortbrengen,

een gewaar-zijn dat niemand bijzonder is,

dat niemand anders is,

wees dan verheugd

en sta die ervaring toe, door jou heen te stromen.

≈ 

Wanneer jij gedachten heb die jou laten zien dat jij van streek bent,

hoe onaanzienlijk ze ook mogen zijn,

van woede of van angst of van welke soort aanval ook,

realiseer je dan dat dit de gedachten zijn,

die door deze Cursus opgelost zullen worden

zoals de nevel door de morgenzon.

Wat klinkt dat eenvoudig, maar o zo treffend, klinkt het weer opgeklaard op elfse wijze.

Ja, knikt Paulus, de pelgrims beseffen inmiddels dat gedachten doorgaans ego/persoonsgericht zijn, of ze zijn van de H.G. en lopen dan over van Liefde, en dat het de kunst is alle gedachten te zien en daarna te doorzien. De Stilte erachter, daar gaan de pelgrims naartoe. Daar zijn de zogenaamde Gedachten Gods. Dat wordt dus andere kost.

Alles wat we lezen zijn concepten; dus begrippen, denkbeelden of ideeën. En alle wijze spirituele boeken staan als het ware vol met concepten. Ze hebben hun plaats boven de taille van de zandloper, de wereld. Iets anders is de ervaring waar die concepten naar toe kunnen leiden. Wat we ook lezen of mondeling delen, het zijn woorden van deze wereld, en Jezus zei het al: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.’

Vandaag las ik een gezegde van Ramana Maharshi. Hij zei: ‘Een concept gebruik je als een doorn om een andere doorn, die in je voet zit, te verwijderen. Als dat gebeurd is, gooi je allebei de doornen weg. Dan ben je vrij van concepten. Maar ook slechts één concept kan de waarheid aan het oog onttrekken. Dus voel je vrij om je van concepten te bedienen. Maar als je ze eenmaal hebt gebruikt, gooi je ze weer weg.’

Het proces van het denken ontneemt je het zicht op onderling afhankelijke tegendelen. We leven nu eenmaal in de dualiteit! Het denken neigt altijd naar het één of het ander. Vandaar dat de complementaire aard van de meeste dingen niet wordt gezien. Een concept kan altijd op twee manieren worden geïnterpreteerd. Soms denk je het een, soms denk je het ander, maar steeds vaker denken we: ik weet het niet. Zeggen ‘niet te weten’ geeft aan dat de concepten losgelaten worden, en die concepten zijn als staalkabels over het pad van iedere pelgrim gespannen. Maar wanneer er genoeg licht van overgave op valt, dan veranderen ze in breekbare touwtjes die eenvoudig geen enkele hindernis meer vormen.

Maar hoe dan ook…al kronkelt het pad, het gaat altijd verder… naar je (andere) Zelf. 

deel1- (461)Soms kronkelt het pad niet, soms ligt het pad in een knoop, Paulus.   

Zoals het elfje weet komen knopen alleen voor in het gebied boven de taille, in het domein van de persoon. En wie ziet dat? Wie ziet dat er een zogenaamd iemand is die een knopenpad ziet? Juist, dat is het onpersoonlijke bewustzijn, bijgenaamd Gods Zoon. Datgene wat zonder concepten IS. Het is maar net waarmee  je je mee wilt identificeren. Met degene die ziet of met degene die gezien wordt.

Maar mocht het Vrolijke Vissertje met zichzelf in de knoop liggen, dan hoopt Paulus dat ze weer snel uit de knoop schiet en in de lach schiet. Laat de gedachten maar waaien, ze lijken voor knopen te zorgen, maar voor je het weet zijn ze weer weg. Duik in het nu, daar is zonder gedachten nooit een knoop. En wat je ziet, binnen of buiten je, dat kun je niet zijn.

Doorgaans is het Elfje weer snel boven Jan, Jan Jerfaas!

En wordt er daar…boven Jan…ook weer gelachen? En om welke zogenaamde persoon wordt het meest gelachen? Wie het laatst lacht, lacht het best. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. Die laatsten die eersten werden, zijn de lachende pelgrims. Laat de Gedachten Gods maar opkomen vanuit de Stilte.

Ja, laten we in plaats van ergens een gedachte aan wijden, ons weiden in Gods gedachten.

In vrede zij mijn denkgeest. Laat al mijn gedachten stil zijn.

Vader, vandaag kom ik tot U om de vrede te zoeken die U alleen kunt geven. Ik kom in stilte. In de rust van mijn hart, in de diepste domeinen van mijn denkgeest wacht ik en luister naar Uw stem. Mijn Vader, spreek tot mij vandaag. Ik kom om Uw stem te horen in stilte, vol overtuiging en liefde, in de zekerheid dat U mijn roep zult horen en mij antwoorden zult.

Nu wachten we in rust en vrede. God is hier, omdat we samen wachten. Ik weet zeker dat Hij tot jou zal spreken, en jij Hem horen zult. Aanvaard mijn vertrouwen, want het is dat van jou. Onze denkgeest is één. We wachten met één bedoeling: het antwoord van onze Vader te horen op onze roep, onze gedachten stil te laten zijn en Zijn vrede te vinden, en Hem tot ons te horen spreken over wat wij zijn, Tot Hij zich aan Zijn Zoon openbaart.(W.d1.221.1:2) 

De pelgrims zullen niet versagen en zoals bekend hult het elfje zich graag in haar lievelingskleur oranje. De communicatie tussen de zoekers naar de Gods-ervaring, de pelgrims op het pad van hunkering naar volledige communicatie en Liefde, is nog steeds groeiende naar een hoger niveau. Ze hebben M.E. als leraar en Jezus als mentor, die hen uiteindelijk ook zal verwelkomen als ze aankomen.

Dan zal het zijn als ‘God ontmoet God’. Want dat heeft het elfje Zelf ervaren en heeft het elfje ook ervaren toen ze aan de oever van het beekje ging zitten en diep in het water van het beekje keek. En ze ervaart het als pelgrim die voor het pad gekozen heeft. Op weg naar een toekomst die verschilt van het verleden omdat ze ervoor kiest het heden te gebruiken om ruimte te maken voor het licht dat we in wezen al zijn. En wat de toekomst brenge moge, het zal geleid worden in heilig licht. Zo worden de pelgrims geleid in heilig licht tot Het Heilig Licht.

En om de stortvloed aan woorden in te dammen, besluiten de pelgrims de dag met:

 Laat elke stem in mij verstommen, behalve die van God.

Vader, vandaag wil ik alleen Uw stem horen. In de diepste stilte wil ik tot U komen om Uw stem te horen en Uw woord te ontvangen. Ik heb geen ander gebed dan dit: ik kom tot U om U om de waarheid te vragen. En de waarheid is niets anders dan Uw wil, die ik vandaag met U wil delen.

Vandaag laten we geen enkele ego-gedachte onze woorden of daden richten. Wanneer zulke gedachten zich aandienen, doen we rustig een stap terug en kijken ernaar, en laten ze dan los. Wat ze met zich mee zouden brengen, willen we niet. En dus kiezen we er niet voor ze vast te houden. Nu zijn ze stil. En in die stilheid, geheiligd door Zijn Liefde, spreekt God tot ons en vertelt ons van onze wil, nu we ervoor kozen ons Hem te herinneren. Les 254

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 165 - Jezelf weiden in Gods Gedachten | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Vraag en antwoord sprookje

Het pelgrimspad spitst zich opnieuw toe op gedachten. Zoals het beekje het ervaart, moet het elfje wel wonderbaarlijk oceaniek zijn nu er zulke Elf.en vragen van oceaandiepte afgevuurd zijn. Het nodigt hem uit om eveneens in de diepte de antwoorden op te duiken.

Daar is heel veel over te zeggen, in feite is daar een dik blauw boek over geschreven. Uit die materie zijn de vragen heel uitgebreid te beantwoorden. Maar nu kiest Paulus, het bos-denkertje, ervoor om spontaan antwoord te geven op de vragen, op basis van gedachten van dit moment.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen meningen en overtuigingen van een persoon?

Dat is redelijk eenvoudig waar te nemen. Wanneer de gedachte ook maar iets van een ik-vorm heeft, over mij gaat, kortom iets van doen heeft met de ‘denker’, dan is het persoonlijk. Vrijwel alle gedachten komen voort uit de database van alles wat de persoon ooit gehoord, gezien, gelezen of in zijn leven ervaren heeft. Want ook dat gelezene en ervarene is door een persoonlijk waarnemingsfilter gegaan en dus gekleurd opgeslagen. Als men de ogen en oren sluit, of zoals de Bijbel zegt: ‘ga in uw binnenkamer’, en op die manier van de buitenwereld afgesloten is, dan kan men de gedachten ‘voorbij zien komen’ tegen de achtergrond van stilte. En met de aandacht tevens in het lichaam tegelijkertijd de lading van de gedachten voelen. Vrijwel alle gedachten van de persoon hebben iets van een emotionele lading en die voelt men in het lichaam. Ook gaan die gedachten altijd over iets uit het verleden of de toekomst en een bepaalde locatie. Je zou kunnen zeggen; ze gaan over dingen binnen ruimte en tijd, en in het nu is er vaak afwijzing.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen gedachten Gods?

Dat is alles wat in tegenstelling staat met het voorgaande. Het zijn eigenlijk geen gedachten in de vorm van data’s. Ze liggen als een inzicht erboven. Ze voegen niets toe aan het ‘ik’, aan de persoon. En ze gaan gepaard met een vredig gevoel in het lichaam. Het is een soort inkijk in het geheel, in de non-dualiteit. Het gevoel van exacte gelijkheid met ieder mens is dan zo vanzelfsprekend en het idee van ‘er is iemand anders’ wordt gezien als niet juist. De Cursus noemt het de stem van de Heilige Geest, die spreekt namens God.

Wat maakt of zorgt ervoor dat iets wat gezegd wordt niet als een mening of overtuiging van een persoon gezien dan wel ervaren wordt?

Of men het zelf zegt of dat ‘iemand anders’ het zegt maakt niet uit. Wanneer men waakzaam is, kan men bij zichzelf ook ‘de persoon’ oftewel het ego horen spreken. De mate van vrede die men ervaart als men zelf spreekt, geeft aan of er onpersoonlijk wordt gesproken. Als iemand anders spreekt kan men ook wel of niet vrede voelen. Maar wanneer men zelf nog sterk in de persoon verankerd is, dan kunnen andermans woorden behoorlijke onvrede brengen als bijvoorbeeld de eigen opvattingen niet ondersteund worden. En dan zal die ander altijd gezien worden als iemand met een persoonlijke mening. Dat is nu juist de projectie. Onvrede is altijd van het ego.

Of staat alleen al de wetenschap of de ‘gedachte’ wetenschap dat zoiets zelden voorkomt je in de weg om de waarheid te horen dan wel te ervaren in dat wat gezegd wordt of waar het gezegde naar verwijst?

Dat zou kunnen. Iemand die onbewust is neemt zijn eigen database als de waarheid en uitgangspunt. Dus men denkt ‘in verschillen’…‘mijn mening’… ‘ik vind dit of dat’. Zelfs als iemand zegt: ‘ik houd van iedereen’, dan rijzen bedenkingen. Meer bewuste mensen zullen die mogelijkheid wel openhouden en ook aanvoelen wanneer er op puur onpersoonlijk wijze gesproken wordt. Eigenlijk is dat ook heel gemakkelijk. Er zijn oprecht bescheiden mensen die weinig zeggen, zich hulpvaardig opstellen, die ongevraagd geen enkele mening geven en veel kalmte uitstralen. Zij hebben geen enkele behoefte hun persoon te etaleren, ze hebben weinig ego. En wanneer ze iets zeggen, en de ander neemt dat niet aan als waarheid, dan zijn ze niet aangedaan. Dat is nu juist de persoon. Het maakt niet uit of boodschappen aankomen. Men geeft uit liefde en daar wordt niets voor terugverlangd, zeker geen bevestiging.

Nogmaals, in de Cursus wordt daar veel over gezegd. En dan vooral, net als in de Advaita, wat ‘Gods gedachten’ niet zijn, zoals hier genoemd wordt: de ‘privé gedachten’. Nou, als je alle gedachten wegstreept die over mij gaan en dus niet over alle andere mensen, wat blijft er dan over? Gods gedachten zijn te vinden op een veel dieper niveau dan wat we doorgaans ervaren. ‘Zoekt en gij zult vinden’.

God is de denkgeest waarmee ik denk

Het idee van vandaag bevat de sleutel tot wat jouw werkelijke gedachten zijn. Ze hebben niets gemeen met wat jij denkt te denken, net zoals niets wat jij denkt te zien ook maar iets met visie te maken heeft. Er is geen verband tussen wat werkelijk is en wat jij denkt dat werkelijk is. Niets wat jij denkt dat het je werkelijke gedachten zijn, lijkt ook maar enigszins op jouw werkelijke gedachten. Niets wat jij denkt te zien, vertoont enige gelijkenis met wat visie jou zal tonen.

Jij denkt met de Denkgeest van God. Zodoende deel jij jouw gedachten met Hem, zoals Hij de Zijne deelt met jou. Het zijn dezelfde gedachten, omdat ze door dezelfde Denkgeest worden gedacht. Delen is eender of één maken. En de gedachten die jij denkt met de Denkgeest van God verlaten jouw denkgeest niet, want gedachten verlaten niet hun bron. Daarom zijn jouw gedachten in de Denkgeest van God, evenals jij. Ze zijn eveneens in jouw denkgeest, waar Hij is. Zoals jij deel van Zijn Denkgeest bent, zo zijn jouw gedachten deel van Zijn Denkgeest. Les 45 

Aldus de beantwoorder in het vragensprookje van de Elf.en vragen.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 164 - Vraag en antwoord sprookje | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Elf.en vragen

Het is heel vroeg in de morgen en nog donker in het sprookjesbos. Toch kun je al horen dat de ochtend aan het ontwaken is. Daarvoor zorgen de vogels die met hun liedjes de dag tegemoet zingen. Zoals er vaak van alles door het bolletje van Paulus gaat, zo hebben de vogels de lente al een beetje in hun bolletje. Zo te horen stemt dat blije vooruitzicht hen nu al in alle toonaarden vrolijk.

Maar degene die dit allemaal hoort is ook al een Vroege Vogel. Het duurt dan ook niet lang of de deur van het baardgrashuisje gaat open en het elfje fladdert de dag in. Met een doelgerichte vleugelslag vliegt ze door het stille sprookjesbos. Langs de paddenstoel van Paulus die natuurlijk nog op één oor het laatste stukje van de reis door dromenland letterlijk en figuurlijk aan het ‘afleggen’ is. Misschien komt het daardoor dat ze nu al zo vroeg op pad is om het beekje te gaan verrassen.

Ondertussen hebben deze gedachten haar snel op de plaats gebracht waar ze wil zijn. Terwijl het eerste daglicht het sprookjesbos beschijnt, ligt het beekje in alle stilte te wachten op wat komen zal. En daar ziet hij het elfje naderen, die heel zachtjes op haar plekje aan de oever gaat zitten.

Goedemorgen beekje, zegt het elfje zacht. Het beekje glimlacht stil en is benieuwd wat het elfje al zo vroeg heeft bewogen om naar hem toe te komen.

Beekje, ik heb een paar vragen, hoort hij het elfje zeggen. Het beekje begint zacht te rimpelen. Ah, vragen, daar houdt hij van. Terwijl hij altijd zegt: Ik weet niets, geeft hij ondertussen maar al te graag antwoord. De rimpeling van het beekje moedigt het elfje aan om verder te praten.

Weet je nog, beekje, dat ik hier gisteren ook naast jou heb gezeten? Ja, nou en of, het beekje herinnert het zich nog als de dag van gisteren. Dat was een bewogen en sprankelend bij-één-zijn geweest, waar de waterdruppels zo nu en dan in het rond hadden gespetterd. Zelfs het strand had het daar niet droog bij kunnen houden.

Ja, nou en of, het beekje herinnert het zich nog als de dag van gisteren. Dat was een bewogen en sprankelend bij-één-zijn geweest, waar de waterdruppels zo nu en dan in het rond hadden gespetterd. Zelfs het strand had het daar niet droog bij kunnen houden. 

Beekje, gaat het elfje verder, toen ik veel later weer in mijn huisje op mijn werkplek zat, zat ik toch nog na te denken over de woordjes die uit jou gestroomd waren. Die woordjes hebben zich nu bij mij omgevormd tot vragen. Ik heb ze hier bij mij en ik weet zeker dat jij een antwoord op die vragen wilt geven. Want het beekje houdt van Elf.en vragen net zoals Paulus met zijn puntmuts wel raad weet met puntige vragen. Als ik nu die vragen in het water gooi, en jij gaat ze voelen, wil je dan kijken wat er in jou omhoog borrelt. En als er dan antwoorden beginnen te stromen wil je ze dan laten doorstromen naar mijn lichtschriftje?

Het beekje beweegt zich niet waardoor in het stille water tot grote diepte gezien kan worden. Het is alsof het beekje zich zo voorbereidt op wat komen zal. Het elfje vraagt zich even af of het feit dat zij van mening is dat het beekje antwoord zal willen geven wellicht een aanname is waarvan ze hoopt dat het beekje die zal aannemen.

Het zijn maar Vier Vragen, zegt het elfje er gauw achteraan, in de hoop dat het niet te veel gevraagd zal zijn. En…eigenlijk zijn het pelgrimsvragen. Bij dat vooruitzicht komen er bij het beekje al luchtbelletjes tevoorschijn en het elfje hoort tot haar grote opluchting het beekje alias Paulus zeggen: Gooi er maar in, gooi het maar in mijn puntmuts, ik neem de vier vragen aan.

Varens (3)Eén voor één haalt het elfje de vragen tevoorschijn, die ze onder haar vleugeltjes behoedzaam met zich meegedragen heeft en ze gooit ze in het beekje.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen meningen en overtuigingen van een persoon?

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen gedachten Gods?

Wat maakt of zorgt ervoor dat iets wat gezegd wordt niet als een mening of overtuiging van een persoon gezien dan wel ervaren wordt?

Of staat alleen al de wetenschap of de ‘gedachte’ wetenschap dat zoiets zelden voorkomt je in de weg om de waarheid te horen dan wel te ervaren in dat wat gezegd wordt of waar het gezegde naar verwijst?

Nadat de laatste vraag door het water opgenomen is, staat het elfje letterlijk en figuurlijk op. Want in de tijd dat dit verhaal zich afspeelt en het lijkt alsof ze naast de oever van het beekje zit, heeft ze slechts half zittend in haar bedje, zo rond de klok van zeven, al schrijvend met haar ganzenveertje dit verhaal laten ontstaan en beeldend tot leven gebracht. Het brengt het elfje weer terug in het leven van alledag wat nooit alledaags zal zijn. Want een beekje en een elfje, een elfje en een kabouter, en de ene en de andere pelgrim brengen het alledaagse onder ogen en doorzien het alledaagse, waardoor er niet alleen een sprookje tot leven kan komen, maar door die sprookjes heen, die werkelijk onwerkelijk zijn, de Werkelijkheid tot leven kan komen zodat ze de Werkelijkheid in elkaars ogen gaan zien.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 163 - Elf.en vragen | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Licht en schaduw

Nu het lijkt dat Paulus zijn gedachten op een rijtje heeft gezet en zowel het beekje als het elfje daarmee overspoeld zijn, denkt het elfje: het is wel klaar met het denken over gedachten. Maar de gedachten-tsunami laat nog een beeld in JJ opdoemen. 

De mensheid zou je kunnen zien als een kring van identieke zielen die hand in hand staan. Ze vormen als het ware de Tempel van de Ziel waarin alles gebeurt. Iedere ziel heeft een schaduw binnen de cirkel, en de meeste zielen hebben als het ware die ‘eigen schaduw’ benoemd als hun ware zelf.  

Zij zien zichzelf niet hand in hand in die kring staan, nee, ze zien zichzelf als een losstaande schaduw binnen die kring en er is veel hinder van die andere schaduwen. En de analogie en holografie volgend kan men binnen het eigen waarnemingsvermogen ook weer schaduwen zien van zichzelf; de gedachten die vrijwel altijd gezien worden als ‘mijn gedachten’. Het zijn er veel en niet altijd liefdevol, vooral niet over die andere schaduwen in de cirkel, de personen. Soms flitsen die gedachten zo snel voorbij dat ze niet eens te zien zijn, maar ze laten wel iets van een gevoel achter, dus ze zijn er wel geweest. Ook pelgrims hebben daar soms mee te kampen, daarom zijn ze pelgrims. 

Dat is een mooi beeld, JJ, wat in je opdoemt. Ter illustratie is er dit TV-beeld uit het Hoge Noorden.

deel1- (169)

Opmerkelijk dat er losstaande schaduwen te zien zijn. Terwijl ze als zielen dus hand in hand staan, ’zien’ ze zichzelf vanuit onbewustheid niet hand in hand staan. Gelukkig worden de pelgrims zich meer en meer bewust en de gedachten ziende zullen zij voorbij de gedachten gaan zien. Want het zal niet zomaar zijn dat binnen het grote geheel dit beeld nu in beeld komt.  

Zoals bekend gaan de pelgrims als Sneeuwwitje 9 verbonden met Hans en Grietje 6 ‘hand in hand, van hart tot hart, als één ziel, één gedachte, Liefde’.(89-Hans en Grietje) Laten ze dat vooral voor ogen en oren houden als ze op het pad iets tegenkomen waar ze ‘mee te kampen hebben’. De schaduwen reiken altijd naar de plek waar het licht niet te zoeken is. Maar het feit dat er een schaduw is komt omdat er licht valt op hij/zij die zowel het licht als de schaduw in zich heeft. En de enige manier om de schaduw niet te zien, is je daarvan af te keren. Dus ‘keer om’ en wend je gezicht naar het licht. Op het moment dat er afstand genomen wordt van de schaduwkant van het lichaam, dan wel de gedachten, zal de schaduw hen niet meer het licht ontnemen om te kijken. Dan zullen ze zien in het Licht. En zoals het beeld ook te zien geeft: hoe Hoger je komt, hoe meer Licht. Er is geen verschil meer tussen dag en nacht. Zelfs om middernacht is de lucht stralend blauw. Hemelsblauw!

deel1- (170)

Nou, nou, dat is me wel de pelgrimsdag voor het strand. Als de gedachten-tsunami zich terugtrekt naar haar oorsprong en daarbij niets meer begeert dat van een naaste is, blijft het strand ademloos achter. De wijsheid heeft het overspoeld en schoongewassen blijft het in Stilte achter. In een soort vacuüm van rust, stilte en Nu, waarin geen gedachten waarneembaar zijn, zweeft het Elfje op serene wijze gedachteloos rond.

De Bhakta pelgrim heeft zich aan de oever van de Stille Oceaan bij de Jnani pelgrim gevoegd en zich mee laten nemen in zijn gedachtengang en ZIJN beleving. Zij die van 9-9 is ziet op haar denkbeeldige reis de ‘routekaart’ die haar op deze dag bezorgd is. De kaart waarop duidelijk te zien is dat het pad van de zandloper met veerkracht naar de oceaan leidt. En zoals de Jnani met heldere blik ziet, is het een 11-verig pad. Het verenigt de zandloper op het Elfenpad en de meeloper op het Elfenpad.

De Zandlopers 001

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 162 - Licht en schaduw | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Gedachten-tsunami

Goedemorgen Paulus, vroeger had je de flower of power, maar als ik jou zo hoor brengt mij dat in de flow of power. En die zal zo te horen dus uitlopen in de power of Now. Ik sluit mij dan ook vol-ledig aan bij de wens om de pelgrimsdraad op te pakken.  

Maar voordat het elfje verder ook maar iets kan zeggen, stort Paulus een gedachten-tsunami over haar uit waarvan het beekje zou overstromen.

Voor elf-en heb ik mij nog verdiept in ‘verdieping zoeken aan de andere kant van de zandloper’.(131- de zandloper). Het binnengaan van de immense stilte, verloren gaan in de ultieme non-dualiteit, het oplossen in God. En dat ‘doel’ heeft niets te maken met ‘verhalen van vroeger’ van de persoon die nooit bestond. Dat klinkt eigenlijk wel een beetje wreed, maar Jezus zei het al. ‘Tenzij gij… uzelf verloochene, zult gij het koninkrijk niet zien!’ Met de Schuilplaats des Allerhoogsten voor ogen laten de pelgrims alles achter.

PelgrimspadOnder de taille van de zandloper bevinden we ons in de eenheid. Dan gaan we door die taille, we keren ons af van God, en we ‘denken’ ons een unieke identiteit naast vele anderen. Dan denken we ons een lichaam, naast vele anderen, en dan denken we ons gedachten, en die gedachten gaan ook weer over de vermeende gedachten van die anderen. De gedachten van die anderen, die we zelf bedenken, ook al worden ze uitgesproken of neergeschreven, stroken zelden of nooit met de gedachten van onszelf. Dus de gedachten van die anderen zijn niet juist, die moeten veranderen, zo denken we.

De Cursus noemt dat de ‘verkeerd gerichte gedachten’. Dat impliceert dat er juistgerichte gedachten zijn. Dat zijn volgens de Cursus de gedachten van de H.G., die hebben alleen onschuld in zich jegens anderen, alleen liefde en begrip. Ze zien dat alle persoonsgerichte gedachten in wezen volkomen onbelangrijk zijn; er is geen gelijk, er is geen ongelijk. Het is zoals het is. Iemand heeft een gedachte en spreekt die uit. So what! Hij of zij zegt dat ik een sukkel ben, so what. Als alleen Liefde bestaat, dan bestaat de rest niet, dus heb ik die zelf bedacht. Zo simpel is het. God Is. De rest niet. Als er geen persoon is, dan kan die niets verkeerd doen of denken, en ook niet beledigd worden. Wat heerlijk. De meeste van ‘mijn’ gedachten zijn dus helemaal niet waar, het waren onbeduidende wolkjes. En de ‘mind’ wil graag iets bedenken, daarvoor is die onstaan. Het is de kern van het ego, het wil overal iets van vinden, liefst afkeuren. Dat is de wereld boven de taille. Daar regeert de persoon die bestaat bij de gratie van verschillen.

De pelgrims maken nu een cruciale periode door met betrekking tot de ontpersoonlijking, let maar op. En de gedachtenwereld is de indicator. Wat komen er voor gedachten? Hoe zijn ze gericht? Daaraan is te zien of de persoonlijkheid aan het wijken is. Maar zo gemakkelijk geeft die zich niet gewonnen. Vanochtend was het eerste lied dat JJ hoorde eentje van Jacques Brel, en wel het aangrijpende ‘Ne me quitte pas’. De eerste gedachte was over de persoonlijkheid die niet wenst los te laten, of omgekeerd gezegd, wij willen die vasthouden. Onze gedachten willen we blijven zien als ‘die van mij’. Daar zit de waan.

Merkwaardig dat wij en alle mensen zo overtuigd zijn van onze mening, al dan niet gebaseerd op andermans mening. Ook wanneer we verwijzen naar bepaalde bronnen. Dan is dat ook weer een geadopteerde mening, hoe plausibel die ook kan lijken te zijn. Het ging weer door me heen dat het allemaal gedachten zijn, ‘mijn gedachten’, authentiek of niet.

Dan zie ik de les van vandaag. Niets kan mij pijn doen  behalve mijn gedachten. En ietsje verderop: Alleen de Gedachten die ik met U denk zijn waar. Dan vraagt JJ zich af: hoe weet je wanneer dat zo is? Dan komt er snel een gedachte: ‘Als die gedachten vanuit een diep gevoel van Vrede komen’. Want wanneer een gedachte als het ware een reactie op een uitlating of opmerking van een ander is, dan ontbreekt die vrede, die stilte, als achtergrond. Het is heel subtiel, maar toch voelbaar.

Er komt vroeg of laat een moment dat wanneer we dingen bespreken en dus een mening uiten, dat de ander zegt: ‘Oh’, zo van: ‘Kreeg jij die gedachte in je hoofd?’ Althans, dat ging door me heen, ook weer zo’n gedachte. Wij doen aan gedachten-uitwisseling TV, en dat is wat gebeurt. Wat zal het bijzonder zijn als men, iemand anders aanhorende of diens schrijven lezende, geen enkele neiging heeft om te reageren. Gewoon slechts luisteren of lezen…hmm…oh…

Vandaar de steeds weer herhaalde oproep in het CIW Werkboek: Word stil, ga voorbij je gedachten en wacht maar eens wat daar gebeurt. Het is het zakken door de taille van de zandloper, maar dat zal pas gaan lukken als de zogenaamde eigen gedachten gezien zijn, en daarna terzijde geschoven worden, want zij zijn de sluiers die het zicht benemen.

Zo zie je maar wat onze ‘denkgeest’ allemaal produceert. Het kan mooi of lelijk zijn daar boven in de zandloper, maar het is niet echt.

Onze Vader, Uw ideeën weerspiegelen de waarheid, en de mijne verzinnen los van die van U slechts dromen. Laat me zien wat alleen de Uwe weerspiegelen, want de Uwe en alleen de Uwe vestigen de waarheid.

Dus zowel binnen ons gezien als buiten ons, als de zogenaamde werkelijkheid, het is dezelfde droom volgens de Cursus. Onze dromen kunnen wel een prachtige opstap vormen en dat noemt de Cursus dan de gelukkige droom, en die beleven we dan ook continu, zowel dag en nacht als ik het goed begrijp. Dat zal dan de verlichting zijn. Laten we hopen en bidden dat het onze permanente ervaring mag zijn. Kijken met de ogen van vergeving en liefde naar alles in deze wereld.

wordt vervolgd…tot NU… 

Posted in 161 - Gedachten-tsunami | Leave a comment