Welkom op het Pelgrimspad

Voor het volgen van het Pad…begin bij Begin…
en stap het volgende hoofdstuk in…

Posted in Welkom! | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Alles over Niets

Nu de stellingen op de deur aan stelligheid niets te wensen overlaten hoort TV JJ verder dwalen door de non-dualiteit. Hij ontdekt dat er een Nederlandse film is gemaakt die op dvd verkocht wordt, samen met een boek en een dvd met interviews van medewerkenden die ook Advaita leraar of lerares zijn. Dat samen getiteld: ‘Alles over Niets’. Het komt voort uit de toch wel uitgebreide Nederlandse ‘non-dualiteits scene’, die zoals eerder aangegeven grote sympathie heeft van JJ.

Van al die ‘leraren’ vertelt iedereen eigenlijk hetzelfde maar dan met andere woorden, de klemtonen liggen ook weer iets verschoven. Het leven van de zogenaamde mens krijgt meer of minder aandacht ten opzichte van datgene waar het boek eigenlijk over gaat; de non-dualiteit. En soms komen er woorden voorbij die toch even blijven hangen, zoals bijvoorbeeld: dat taal gebaseerd is op afscheiding en er ook vol van staat. Dat taal steeds weer verwijst naar losstaande dingen, terwijl de Advaita en andere leringen benadrukt dat er geen losstaande dingen zijn. De Cursus zegt het ook steeds weer: ‘Er is een manier om alles anders te zien’.

Hoe zou het zijn als je praat en geen woorden van afscheiding gebruikt? Zijn er wel woorden van volmaakte eenheid? Want zelfs het woord ‘alles’ betekent alle dingen, en dingen zijn losstaande zaken. Is communicatie überhaupt mogelijk zonder die woorden van splijting? Maar je kunt eigenlijk alleen communiceren als er iemand anders is, maar dat is weer afscheiding. Zonder communiceren kun je alleen maar Zijn in Stilte.

En dan je gewaarwordingen. Het lijkt of je iets buiten je waarneemt, bijvoorbeeld een postduifje die ongeduldig zit te wachten. Maar zonder afscheiding is er geen duif. Ik kan me niet losmaken van die gewaarwording, dus die duif dat ben ik zelf. Er is dus geen grens tussen mij en de omgeving aan de buitenkant van het lichaam of tussen mij en zogenaamde gedachten die ergens in mij onstoffelijk voorbijkomen.

Zijn die plaatjes buiten mij en binnen mij allemaal onzin? Illusie? Maar buiten mij kan ik aanraken. Is dat zo? Want als dat lichaamsdeel nu ook niet bestaat, dan raak ik dus niets aan. Er is dan alleen een gedachte dat er iets aangeraakt wordt. En als er geen grens is tussen mij en iets anders, is er dan een grens mogelijk tussen binnen mij en buiten mij. Dan zou ik die grens zijn, want iets is binnen mij (gedachte) of buiten mij (ding). Nou, dit soort dingen gaan door het bolletje van Paulus heen.

Er gaat wel heel veel door het bolletje van Paulus heen. Maar ja, dat krijg je ervan als je alles over niets leest. Je kunt beter niets over niets lezen. Misschien gaat het elfje dat boek wel schrijven. ‘Niets over Niets’. Alles wat er over niets geschreven kan worden staat daar onbeschreven. Je leest wie je bent. Tabula rasa.

Heeft TV het genoemde boek ook gelezen en de dvd’s bekeken? Zo ja…was het Volledig Ja en Amen?

Een Ja en Amen voor wat betreft het inzicht in de non-dualiteit en een hulpmiddel om te begrijpen wat ervaren wordt. Met het boek ‘Alles over Niets’ heb je in een notendop alles over de non-dualiteit in de hand. Korte toegankelijke teksten, duidelijk, verhelderend omtrent het begrip non-dualiteit en in die zin geeft het veel inzicht. Maar het lijkt ook wel eens meer als een ietwat afstandelijke hoofd-zaak te klinken dan dat het ook klinkt als een gevoelsmatig verwarmende hart-zaak. Wat dat betreft ervaart TV dat Meester Eckhart, evenals Jezus, als non-duale leraar en spreker niet alleen het ‘begrijp’elijke hoofd maar ook het ‘wetende’ hart raakt en als zodanig dus hoofd en hart verbindend spreekt. Dit vanuit een diep doorleefde liefde voor en in Christus die we zijn.

Maar goed, al met al komt het Ja en Amen op wat er gelezen wordt in de eerste plaats door mijn BDE en de daarmee samenhangende non-duale ervaring waardoor het allemaal herkenbaar is. Na mijn BDE en daarover geschreven te hebben, heb ik tientallen boeken over BDE’s gelezen en ik kwam voortdurend hetzelfde tegen, soms zelfs in dezelfde bewoordingen. En zo wordt dat ook ervaren m.b.t. alles wat gezien en gelezen wordt omtrent non-dualiteit. Ik kan dingen van mijzelf teruglezen die ik ooit geschreven heb of gesproken heb met mijn co-auteur Maurice, waarvan ik denk: ja, dit kom ik nu ook allemaal in die non-duale literatuur tegen. Terwijl de term non-dualiteit of Advaita als zodanig toen niet in die mate in beeld kwam zoals nu het geval is met mijn medepelgrim. Maar ik realiseer mij dat het er al die tijd is geweest alhoewel het nu meer tot leven dan wel tot Leven lijkt te komen.

Het Ja en Amen op wat er in de non-dualiteits boeken gelezen wordt komt mede ook door alles wat er inmiddels in het TV en JJ programma al besproken en aan de orde is geweest. Waar het om gaat staat, vaak in alle eenvoud, ook beschreven op het Pad van de Pelgrims dat gegaan wordt. En dat het voor TV voelt dat alles meer tot Leven komt, komt omdat na de verlichtingservaring het op een bepaald niveau aanwezige ontwaakte besef dat deze wereld en het menszijn een illusie is, nu tot een volledig inzien en doorzien komt. Daardoor wordt het meer en meer tot een ervaren. Zoals de pelgrims ooit in het sprookjesbos tijdens het rondje Jan Jerfaas en Tetty zich verbonden hebben tot M.E.(Mobiele Eenheid)-pelgrim, zo ervaart TV dat zij letterlijk en figuurlijk als M.E. (Mobiele Eenheid)-pelgrim het Pad gaat van Zelf-bewustwording naar Zelf-realisatie, de éénwording met de Werkelijkheid.

 ≈

Na dit alles over Alles over Niets wenst Paulus het elfje het Elferbeste. Dankbaarheid welt in hem op en daarmee geeft het murmelende beekje zich over aan de rust en stilte van de vallende avond. Het donker van de nacht gaat de aarde bedekken. Het sprookjesbos slaapt, er is niets dat beweegt. Door het bladerdak zijn de eerste stralende sterren zichtbaar. Alsof het elfje op de grens van oud en nieuw staat, zo doet het vuurwerk van de geest de hemel kleuren met vele schitterende sprookjes. Maar even zo flitsend als ze de lucht ingaan, even zo flitsend spatten ze uit elkaar tot niets.

Terwijl het elfje dit alles aanschouwt, denkt ze aan Paulus die nu waarschijnlijk bij zijn paddenstoel naar eenzelfde soort schouwspel staat te kijken. Ze wenst hem in gedachten toe dat hij en het elfje met verwondering mogen kijken naar de sprookjes die hun reis hemels licht kleuren om uiteindelijk ook uiteen te spatten tot Niets.

Onder de sterren die lijken op de paddenstoel stippen waaronder Paulus zich ter ruste heeft gelegd, is het dagelijkse aftellen, beter gezegd optellen, begonnen. Het tellen van één naar twee eentjes. En dan bij de elfde stip…stoppen de gedachten, want ook het tellen zijn gedachten. Een heel kort moment van stilte…en kennelijk volgt dan niets. De rest van de nacht brengt hij uitgeteld onder de stippen door. Eindelijk staat het verstand er bij stil.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 178 - Alles over Niets | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Stellingen op de deur

Voor dag en dauw, alsof de dag voorbij zal zijn voordat hij begonnen is, spoedt de kabouter zich vanuit het zuiden richting het noorden, waar het elfje in haar baardgrashuisje hem met rasse schreden naderbij ziet komen. Een groot vel papier wappert in zijn hand. Welke boodschap draagt hij vandaag met zich mee? Wat is het dat hij al zo vroeg voor het voetlicht wil brengen? Nog voordat de klop op de deur klinkt, heeft ze al opengedaan om haar licht bij hem op te steken.

Goedenmorgen Elfehart, Jerfaas en de jantjes wensen u een mooie dag toe waarin al uw wensen voor vandaag vervuld mogen worden.

Goedemorgen JJ, wat zowel het stoffelijke als het onstoffelijke betreft, wat heeft de flying pilgrim nog te wensen? Ze heeft alles al, ze is alles al, en door het lopen van het pelgrimspad zal dit een doorlopende ervaring worden en Zijn. Wat is daarop uw antwoord, dierbare medepelgrim. 

Aangezien zij die het Licht is het gehele universum is, zal zij zichZelf waar-schijn-lijk ook zien in datgene wat zij nu te horen krijgt.

Vanuit het Zuiden gaan de gedachten naar het Noorderlicht.

Moge zij stralen als de zon bij onbewolkte hemel.

Opdat haar warmte voor elkeen waarneembaar is,

en aan iedere horige het gevoel van vrijheid geve.

En dat zij nu deze nieuwe dag zal binnenvliegen

voortgestuwd door wonderbaarlijke stromingen.

Op weg naar een waarheid als een sprookje,

als een Elfje naar het Licht.

Dat is prachtig gepoëet, JJ. Wat valt er verder nog toe te voegen aan dit schitterende uitgangspunt voor onze Noorderlichtreis? Zo te zien aan het volgeschreven blad papier in je hand heb je stellig nog wat te melden. 

Aangezien het Noorderlicht haar schijnsel met welgevallen heeft zien neerkomen op de wereld van een Cursus in Wonderen en andere non-duale ziens-wijze boeken, dwaalde ik vanmorgen vroeg weer even door mijn toch wel zeer geliefde ‘non-dualiteit’ materie en kwam ik de volgende teksten tegen.

Zie hier…de stellingen op de deur van de baardgraskapel. Zou je die nu willen horen en daarbij diep voelen of er, al is het maar bij een enkel regeltje, iets van weerstand of een ‘ja maar’ optreedt? Er zal toch wel een enkel tetje zijn die eventjes een vingertje opsteekt?

Luister…hier komen de nonduale stellingen:

Als alle illusies zijn verdwenen, 
blijft alleen de stilte over 
en dat is wie je bent.

Er is niemand die zich kan bevrijden van een illusie, want degene die meent zich van iets te kunnen bevrijden is de illusie zelf.

Spiritualiteit is weten dat je nooit iets gedaan hebt, nooit iets zult doen en niets kunt doen omdat alleen eenheid iets doet.

Doel van het ego is niet om de waarheid te weten, maar om zichzelf in stand te houden. 

De essentie van de illusie is denken dat jij en anderen iets doen of kunnen doen vanuit vrije wil. De essentie van spiritualiteit is weten dat dit niet waar is.  

Terwijl je datgene beleeft wat jij ‘je leven’ noemt bevindt je Ware Zelf zich buiten tijd en ruimte. 
Het is onkwetsbaar. 

Natuurlijk kan er niets anders zijn dan eenheid en eenheid is onkwetsbaar. Het idee dat er iets anders zou kunnen zijn is belachelijk. Het is slechts een klein raar idee waar we het beste om kunnen lachen. 

In werkelijkheid leef je niet in een wereld van stugge materie, maar leef je in een hemelse sfeer. Nu op dit moment.

Je bent te vergelijken met iemand die droomt, maar geen weet heeft van de echte wereld waar hij zich in bevindt.   

Wat zich in onze ervaring voordoet als vorm blijkt slechts leegte te zijn. Uit die leegte ontstaat door de waarneming van de zintuigen een wereld van vormen.

Je bezig houden met een ‘beter leven’ binnen tijd en ruimte lijkt op het schuiven van stoelen naar een andere plek. Op een fundamenteel niveau verandert er niets aan het bewustzijn.

Alles wat uitgaat van stappenplannen, van de gedachte dat er een ik is die wat dan ook zou kunnen doen valt te beschouwen als therapie. Daar is niks mis mee. Het kan zelfs erg nuttig zijn voor degene die prijs stelt op een beter functionerend ego, alleen het is geen spiritualiteit. 

Als individu ben je vergelijkbaar met een doodlopende straat. Je weet dat wat je ook doet, je levensverhaal zal eindigen in de dood. Er is geen beloning aan het einde, maar slechts de dood. Je bent letterlijk een doodlopende weg. 

Als eenheid ben je eeuwig. Je doet vormen verschijnen en verdwijnen. Door jou verschijnen tijd en ruimte. Er kan je niets gebeuren. Je bent nooit geboren dus kun je niet sterven. 

De stilte heeft geen begin en einde. Het is eeuwig en dus oneindig.

Mijn leven is van een oneindige kleinheid binnen de oneindige grootheid van stilte. 

Het geloof in een zelfstandige wil is ons opgedrongen. We hebben geen andere keuze gehad dan om te geloven in de vrije wil.

Alles positief interpreteren is net zo erg als alles negatief interpreteren. In beide gevallen gaat het om een interpretatie van de waarheid, niet om het leren kennen ervan. 

Temidden van een wirwar van gevoelens, gedachten en ideeën is er de windstilte die behalve leegte niets bevat. Het werkelijke jij is het niets.   

Jij bent de eeuwige stilte, niet de rommel erom heen. 

Non-dualistisch inzicht leidt niet tot een onverschillige houding, maar juist tot engagement. Je weet dat je eenheid bent. Dus de pijn van anderen is ook jouw pijn.    

De ervaring van verlichting kan je onmogelijk meer eenheid maken als dat je nu al bent. 

Jij bent. Het valt niet te ontkennen dat jij er bent. Dat ervaar je doorlopend. Dus moet jij eenheid zijn want er is niks anders dan dat. Alles wat is, is eenheid. Als jij er bent dan moet jij eenheid zijn.

Elfehart heeft met belangstelling en op de voorgestelde wijze de stellingen op de deur van de baardgraskapel gelezen en er is geen enkel tetje die ook maar één vingertje heeft opgestoken. Elfehart kan slechts haar handen vouwen en Amen zeggen. Het enige waar nu twee vingers voor opgestoken worden is voor de welbekende V-groet.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 177 - Stellingen op de deur | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – De taal van het water

Begeleidt door de Ierse zegenbede gaan de pelgrims de weg van A naar L, van Angst naar Liefde. En de Jnani pelgrim spoort de Bhakti pelgrim aan met de woorden: Laten we onze pas versnellen en niet achterom zien, maar vooruit en omhoog.

Meteen welt vanuit het beekgebied de aloude psalm 121 omhoog.

’k Sla d’ogen naar ’t gebergte heen,

Vanwaar ik dag en nacht

Des Hoogsten bijstand wacht.

Mijn hulp is van den HEER alleen,

Die hemel, zee en aarde

Eerst schiep, en sinds bewaarde. 

Hoe vaak in vroeger tijden heeft JJ dit lied wel niet gehoord tijdens de wekelijkse kerkgang. Het brengt hem terug in de tijd bij de gedenkwaardige dag waarop hij op een zondag ter wereld kwam.

En de pelgrims stappen in het beeld dat vanuit het verleden nu te kijk wordt gezet door JJ.

Op het moment dat te dien dage, kort na de oorlog, de straten in zijn geboorteplaats gevuld waren met overwegend zwart geklede kerkgangers die zich gebukt onder zonde en schuld ter kerke begaven…in die entourage werd het kindje geboren.

Terwijl de klokken luidden en hij hoogstwaarschijnlijk als een surfer op een geweldige golf vruchtwater het daglicht aanschouwde, wist hij al: ‘dit wordt een bijzonder leven’. Al dat water maakte hem een waterman, gaf hem de naam ‘van Beek’, en was kennelijk ook de oorzaak dat hij zo gemakkelijk al die zwemdiploma’s  haalde en later graag snorkelde in subtropische wateren.

En dan ook die hang naar de oceaan, hij werd ervoor geboren. Omdat hij bij zijn geboorte al vele zussen en broers aantrof, werd hij al snel ingewijd in de sprookjesverhalen met allerlei wezentjes die zich te land, ter zee en in de lucht plegen voort te bewegen. Dat komt dan zovele jaren later weer goed van pas, nu hij zelfs regelmatig een sprookjesbos betreedt. Ook kwamen al snel die andere sprookjesverhalen die in de Bijbel stonden, en de theatervoorstellingen die daarmee samenhingen werden twee keer per zondag opgevoerd in de kerk.

In die kerk werd hij dus ook gedoopt, daar was wederom het water. Dat alles is nu lang geleden, zoals hij ook geleden heeft onder het menszijn, net als miljarden anderen. Wat doet hij hier, waartoe is hij hier? Maar daar lijkt nu duidelijkheid in te komen, hij kwam hier om weer weg te gaan. Hij moest op reis, beter gezegd ‘op pad’, hij werd een pelgrim. Na vele jaren van lezen in avonturenboeken en reisgidsen, daalde in een windvlaag plotseling een elfje bij hem neer. En ze zei: come on…let’s go…en daar gingen ze… the sky is the limit…but heaven is unlimited!

2015-08-02 19.40.23

Ademloos heeft het elfje aan de oever van de beek geluisterd naar het geboorteverhaal van de ene water-lander. Voor haar is dit het moment om hem te vertellen wat ze onlangs beleefde toen ze haar geboortedag vierde in het Gentse, alwaar ze een kerk binnenfladdert. Of het nu komt doordat het beekje evenals het vissertje ooit ook in een kerk met water in aanraking is gekomen, maar halverwege de geestelijke rondgang komt het vissertje oog in oog te staan met de taal van het water. Het raakt haar. Ze voelt zich aangeraakt en als water-lander voelt ze de andere water-lander. Dit is waar de pelgrims naar op weg zijn.

Gent 2013 042De ene water-lander vindt de tekst een mooi geschenk op haar geboortedag en het Vrolijke Vissertje neemt het Vaste Voornemen het de andere water-lander te schenken voor zijn geboortedag. Nu de waterman op verheven wijze heeft beschreven dat hij geboren is voor de oceaan, zal dit geschenk vast en zeker niet in het water vallen. Met de wens van Elfehart tot Zelfhart: Hij Leve Hoog, Hij Leve Hoog, in de Liefde van de Vader.

Water is van levensbelang. Levend Water is van Eeuwigheidsbelang.

Het beekje kan dit volledig be-Amen. Het Levende Water wordt hen aangereikt waarin ze zullen ondergaan en opstaan. En hij kan de gedachte die door ‘hem’ heenstroomt niet onderdrukken dat de pelgrims hiermee een duik in de diepte nemen. JJ dankt de TV zieneres voor hetgeen hij vanmiddag mag zien… en horen. De water-landers varen op koers.

2015-08-02 16.24.20

Yaweh look now on me
Clouded the sky I see
Make my eyes crystal clear
Walk with me to the water

Yaweh You gave me love
Cradle this flame above
Rest Your hands upon my head
Lead me down to the water

Yaweh make me Your stream
Place me inside Your dream
Touch my mouth, softly call
Take me out to the water

(Give me Your hand
Give me Your Hand
Give me Your hand)

(Máire Brennan)

Terwijl de pelgrim in de grot hoopte dat de tijd nog even zou duren zodat hij de Kerst zou halen, zo lijkt hij inmiddels al op weg naar Pasen. Opstanding in het nieuwe leven. De al eerder genoemde Sneeuwwitje staat op uit haar glazen kistje. Het ontwaken tot de ware natuur is de opstanding. Zo bezien is op weg naar je ware natuur gaat via het Pad van de Pelgrims wel heel symbolisch in het licht van Hans en Grietje die hand in hand, van hart tot hart, als één ziel het pelgrimspad gaan.

De pelgrims geven elkaar een hand, ze zijn niet alleen, en vol vertrouwen gaan ze in het spoor van Jezus. Zoals de Liefde niemand is vergeten, zo is het elfje Paulus vandaag niet vergeten. Want, om met de woorden van Paulus te spreken: ‘met in de andere hand een andere hand keren zij aan de Ene Hand Huiswaarts’. Met duizend en één vragen zal het onderweg een onvergetelijke reis worden omdat het ENE antwoord in alles doorklinkt. En hoe het is en hoe het zal zijn….het elfje eindigt deze pelgrimsdag met de wijsheid van Heer Bommel: Het is alles hupsafladder. Daarmee wenst ze de kabouter toe dat hij een hemelhoge nacht mag beleven.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 176 - De taal van het water | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Een Ierse Blessing

De Elfel die vanaf haar verheven plek toekijkt, ziet hoe de zeer ‘wellecome’ kabouter het daglicht betreedt en zoals het een goed kabouter betaamt, stipt op de weliswaar niet bestaande tijd. Ze verwelkomt hem met een zonnige kus voor op zijn bolletje, zodat hij morgen zonnig de dag in kan gaan. Blij vooruitzicht dat hem streelt.

Zonnige kusTot zijn vreugde wordt het blij vooruitzicht nog extra bevestigd als hij zachtjes hoort zeggen: Goedendag, my beloved pilgrim brother, ik las dat het morgen tussen 9 en 11 graden wordt. Het lijkt mij de most fairy weersomstandigheid om elkaar weer te ontmoeten. 

Als er op dit moment gevraagd zou worden:

Hoe voelt het elfje zich?

dan is het antwoord:

Het elfje voelt zich top!

≈ 

Als er op dit moment gevraagd zou worden:

Waar staat het elfje?

dan is het antwoord:

Het elfje staat op één in de top elf!

≈ 

En dan is de vraag van het elfje aan Paulus die zoals bekend met stip op één staat:

Kom je morgen bij mij op één staan?

En dan is het antwoord van Paulus aan het elfje:

De kabouter zal pogen de top te beklimmen.

Maar op één staan ligt hem niet zo, hij staat toch liever op nul.

Daar waar het onderbewustzijn volkomen geleegd is.

 ≈

En Jezus zei: Als jullie de twee tot één maken… Of het je nu wel of niet ligt, of waar je nu liever wel of niet staat:  Je wordt geleid van twee naar één naar nul. Dat is de volgorde.

Terwijl de duisternis zich ontfermt over het daglicht, besluit de niet langer grot.eske kabouter de dag met het openslaan van het blauwe boek.

Waar duisternis was, zie ik het licht

Vader, onze ogen gaan ten langen leste open. Uw heilige wereld wacht ons, nu ons zicht eindelijk is hersteld en we kunnen zien. We dachten dat we pijn leden. Maar we waren de Zoon die U geschapen hebt vergeten. Nu zien we dat de duisternis onze eigen inbeelding is, en dat er licht is dat we kunnen aanschouwen. De visie van Christus verandert duisternis in licht, want angst moet wel verdwijnen wanneer liefde is gekomen. Laat me vandaag Uw heilige wereld vergeven, opdat ik haar heiligheid kan zien en begrijpen dat ze slechts de mijne weerspiegelt.

Onze Liefde wacht ons nu we naar Hem toegaan, en vergezelt ons om ons de weg te wijzen. Hij schiet in niets tekort. Hij het Einddoel dat we zoeken, en Hij het Middel waardoor we tot Hem gaan.(les 302)

Als Paulus na het lezen van deze blauwe woorden het boek dichtslaat, klinkt in de nachtelijke verte een bekende Ierse blessing. Op de tonen van het aloude pelgrimslied May the road rise up to meet you… wordt de voorbije dag gezegend en spoeden de pelgrims zich vol verlangen voort naar de nabije dag.

2015-08-09 15.20.28May the road rise up to meet you.

May the wind be always at your back.

May the rain falls soft upon you

and the sun shine warm upon your face.

And true be the hearts that love you

Peace ever with you and until we meet again –

May the path light up before you

and the clouds forsake the skies above.

May the warmth of sun surround you

and the stars shine bright to guide you home.

And true be the hearts that love you

peace ever with you and until we meet again –

May God hold you in the palm of His hand

May He hold you evermore.

wordt vervolgd…tot NU…  

Posted in 175 - Een Ierse Blessing | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Stof uit de ogen wrijven

Ondertussen heeft de kabouter, sinds hij zich in de grot in de stilte ging begeven, al een heel pelgrimssprookje bij elkaar gesprokkeld. Daarin heeft de heel zoete droom die hij ooit als een soort Goed Heilig Man kreeg een niet onbelangrijke rol gespeeld. (58-De kiosk) Zo terugkijkend was het een soort keerpunt in de kijk van JJ op de buitenwereld. Hoewel een keerpunt wel een krasse uitdrukking is, maar het blikveld is wel een paar graden verschoven. Nog steeds is het meestal niet mogelijk om louter Liefde te voelen bij de aanblik van de medemens en de wereld om hem heen. Als dat zo was zou hij bewoner zijn van het Vredespaleis en dat is dus niet zo. Hij is een pelgrim en nog onderweg.

Na de lange wandeling door de grot laat hij door de niet langer onzichtbare spleet zijn ogen en gedachten de vrije loop. Soms zijn die twee functies verbonden en soms ook helemaal niet. Een moment waarop dat wel zo is, ziet hij de sterrenhemel waarin ook bekende sterrenbeelden helder afsteken tegen de donkerte van het achterliggende universum. En de gedachte komt op dat deze sterren, in feite zonnen, gigantisch ver buiten ons zonnestelsel liggen. Bovendien zijn ze ooit ontstaan en zullen ze ooit verdwijnen, en wie weet hoe lang al hebben mensen diezelfde sterren gezien.

Ook de voorouders van Jan, zijn eigen ouders en overleden broers en zussen, allen reeds tot stof vergaan, hebben diezelfde sterrenconstellaties gezien. Hoe verschillend is de ‘levensduur’ van planeten en organismen, waaronder de mens als lichaam. Maar het bewustzijn wat in de mens schuilt, zou eeuwig zijn, maar is dat zo? Hoe kunnen we dat weten? We hebben als mens al zoveel onzin als overtuiging gehad, en het verdween. JJ weet het niet, hij weet niets. Het ‘ik ben’ is de enige zekerheid die hij bij zichzelf meent te bespeuren. Ho, wacht eens even, er is er nog eentje, en voorwaar niet onbelangrijk…

Waar hij ook is of waar hij ook gaat,

hetzij bij dag of bij nacht.

Zij… houdt… de… wacht.

De Elfel zij geprezen.

In gedachten aan het vrolijke vissende elfje dat met een enkel ganzenveertje een meeslepende waterstroom  creëert, en wel dusdanig dat zelfs de grote oceaan er zijn voordeel mee wil doen om zijn nivo te verhogen, verhoogt Paulus zijn tred. Moet je je voorstellen, een veertje verandert een oceaan, wat een wonder. Dat wil hij meemaken, daar wil hij bij zijn. Paulus hoopt zich dan op te stellen als een volkomen leeg en ontvankelijk strand, terwijl vanuit de oceaan een tsunami van wijsheid op hem afkomt. En dat, wanneer het water tot rust gekomen is en langzaam terugstroomt vanwaar het kwam, er prachtige vormen van inzicht op het strand achterblijven.

Dat wordt dan weer een pelgrimsdag van welkom en welzijn voor de grot.eske kabouter. Heerlijk om weer te praten over de Werkelijke dingen. Daarbij stuiteren de jantjes en tetjes wel eens even heen en weer, maar zo gaat dat nu eenmaal. Als de energie er langzaamaan uit verdwijnt, komen ze tot stilstand. De enige ‘choice’ is toch steeds weer de keuze voor vrede, is Liefde.

De observer oftewel Jerfaas staat als een huis in de ervaring van JJ en dat de jantjes gezien worden is doorslaggevend voor de weg naar Huis. Ze dienen eerst gezien en dan ‘gepasseerd’ worden.

Het is de ontpersoonlijking, het ‘entwerden’. De Leegte binnengaan, waar Gods woorden geschreven worden, zo zegt Jezus in de Cursus. Gedachten en overtuigingen, met name over mij, het zogenaamde ik, zijn de illusie. Het hoort bij het ‘naar binnen’ kijken, samen met de H.G. Wanneer de pelgrims zich laten leiden door de Hoogste Geestelijke ondersteuning die ooit mogelijk was en is, dan zal zich dat wat nu nog onvoorstelbaar lijkt een ervaring gaan worden. Daartoe zullen de PGB’s, de persoonsgebondenblokkades, opgeruimd moeten worden met behulp van de therapie zoals de Cursus die verschaft. Voor het ego is dat een harde lijn, maar er is maar één lijn die naar de Waarheid zal leiden. Dus laten de pelgrims kijken in hoeverre ze voetje voor voetje in de sporen van hun Leidsman kunnen gaan. Er zal nog veel gestruikeld en gevallen worden, maar ook weer opgekrabbeld. En voor een onbeperkte visie wrijft Paulus zich het stof uit de ogen.

Na de voorstellingen in de donkere grot van de afgelopen tijd mag het licht nu weer aan. Het is als in de ‘Grotta Azzurra’ aan de Italiaanse kust vlakbij het eiland Capri, waar hij ooit was. In een bootje door een smalle donker lijkende opening binnengekomen, blijkt er een hemelsblauw licht uit het water te komen. Dat is in wezen ook zo, het zonlicht van buiten komt via het water naar binnen. Onvoorstelbaar mooi. Het verlangen naar Hemelsblauw doet hem daaraan denken.

Hij sluit zijn wandeling door de grot af met een vers uit het Ho’oponopono lied van Kirtana.

Knowing peace begins with me,

I stand before your mirror.

And bowing to my Self in you,

I invite Love,

I invite Love here

Want dat is de verbondenheid en de Leiding die de pelgrims ontvangen. Al zijn Gods wegen verbazingwekkend, zij laten zich daardoor gidsen.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 174 - Stof uit de ogen wrijven | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Pelgrimskerstlied

Is het een beeldenstroom of een beeldenstorm? Voorstellingsbeelden volgen elkaar op en lopen door elkaar heen. Opnieuw verschijnt voor de grotkabouter het sprookje van twee spirituele zoekers die een Heilige relatie opbouwen, en dat weer binnen het sprookje van een leven als man c.q. vrouw op aarde, enzovoort…enzovoort….

Ieders leven is een rondwandeling over de aarde. Je kunt heel wat kanten op. Maar alleen het vertrekpunt is duidelijk en concreet en niets of niemand leidt je stap voor stap door het leven. Het lijkt of je zelf je weg moet zoeken. Maar het is hoe je het bekijkt. Als je op een bepaalde manier, die van Jerfaas, kijkt dan gaat het eigenlijk vanzelf. Er lijkt wel van alles te gebeuren, maar dat gebeurt eigenlijk zonder jouw inspanning of keuze daarvoor. Als er inspanning van jouw kant lijkt te zijn, dan is het die inspanning die gewoon gebeurt. De enige ´verrichting´ die er lijkt te zijn is de acceptatie oftewel de ´vergeving´ en op basis daarvan gebeuren weer andere onvoorspelbare dingen.

De CIW legt het vaak uit; boven tijd en ruimte is onze denkgeest, zeg maar ziel, die ons als zogenaamd mensje een soort film laat zien waar we van kunnen leren of niet. En alles wat we zien van wat ons lichaam doet of wat de lichamen van anderen doen en zeggen, dus alles wat er lijkt te gebeuren, is die film die onze eigen denkgeest laat zien. Dat gaat door totdat we geen verschillen meer zien, tot we geen enkele kritiek meer hebben op wie of wat dan ook. Als we alleen nog maar Eenheid zien dan is de film niet meer nodig. De wandeling is volbracht, we mogen naar Huis.

Daarna komen gedachten in de vorm van het zich afvragen in hoeverre er een schrede op het pelgrimspad is gezet. Is er een aanwijzing dat zij beiden iets geleerd hebben, of beter gezegd, iets afgeleerd hebben. Zijn de persoonlijkheden afgenomen in betekenis? En is er ook niets wat de pelgrims kan tegenhouden te doen wat pelgrims nu eenmaal doen? Op weg gaan, alles achterlaten, en toch als de verloren zoon Thuiskomen.

Pelgrims bewegen zich voort in een onvoorspelbaar tempo, dat geldt zowel voor hun lichaam als geest. Ze dromen van aankomst en soms van hun vertrek, dat in het verleden lijkt te liggen. Soms vallen ze stil of duiken onderweg een grot of een holletje in, al dan niet gedwongen door obstakels op hun pad of omdat het pad even onbegaanbaar is. Dat lijkt dan zo, want het pad is dan de grot of het holletje. Daarnaast is het ook nog zo dat de pelgrims in vergelijking met vroeger tijden nog al wat binding met de seculiere wereld meetorsen. Wanneer ze in vroeger tijden grote afstanden aflegden in eenzaamheid, vaak onder barre omstandigheden en behalve de natuur slechts hun gedachten als metgezel hadden, dan is het in de huidige tijd wel anders. Ze hebben hun iPhone bij zich, kunnen allerhande informatie oproepen over de te nemen route, de weersverwachting, en kunnen zich met dierbaren die achterbleven onderhouden en verder op talloze manieren ‘afleiding’ zoeken. Het valt niet mee om in deze tijd een pelgrim te zijn.

De pelgrim in de grot voelt ineens dat hij haast heeft, want de tijd die niet bestaat begint te dringen. Zou de eeuwigheid aanstaande zijn? En wil de quasi-tijd zich nog even laten gelden als een van de laatste illusies voor Paulus Jan? Als mens heeft hij na de warme gesprekken van pelgrim tot pelgrim ook het gevoel alsof een koude mantel hem plots omhult. Maar misschien duurt de tijd nog even en haalt hij de Kerst nog en kan hij nog een liedje zingen met haar die hem zijn pad verlicht en hem ook nog vol wijsheid begeleid. In gedachten ziet hij hen samen in de kerstnacht zitten, bij het kampvuur, terwijl zij zingen:

De pelgrimmetjes lagen bij nachte.

Zij lagen bij nacht in het veld.

Zij hielden vast aan de gedachte

dat hun ego bijna was afgepeld.

Daar hoorden zij engelen zingen.

Hun liederen klonken zo waar.

De pelgrims naar Bethlehem gingen,

‘t was on..voor..stel..baar

Door een onzichtbare spleet in de grot, dringt het lied door tot het elfenoor en ze glimlacht bij de voorstelling van de Onvoorstelbare Paulus Jan. Wonderlijk dat juist deze pelgrimsvariant op ‘de herdertjes lagen bij nachte’ hem nu invalt. Er is onlangs bekend gemaakt dat kerstliedjes als ‘Stille Nacht’ en ‘De herdertjes lagen bij nachte’ volgens de R.K. kerk niet langer thuishoren in de mis en daarom niet langer opgenomen zijn in de liedboekjes. Dit besluit is op voorspraak van de Nederlandse bisschoppen genomen, die kennelijk ook niet weten waar ze zich anders mee bezig moeten houden en zich zorgen maken over de kwaliteit van de teksten die meer in het teken van de verering van God moeten staan.

En dan verschijnt nu het door PJ met veel verve gecomponeerde lied over de pelgrims. Hoeveel meer heilig wil je het hebben. Op voorspraak van de Elfel, die weet waar ze zich mee bezighoudt, zal dit lied met stip op één van de top elf binnenkomen. En het zal niet alleen deze Kerst halen en overleven, maar als overlevering te boek staan voor 365 Kerstdagen in het jaar. Het zal thuishoren op de plek waar de pelgrims Thuis horen. Waar de Liefde als een warme mantel om hen heen geslagen is, in Al Eeuwigheid. Amen.

Kerst 003Met fairy lovely greetings van de Elfel die de Kerstweg van de pelgrim siert, brengt zij zichzelf in beeld, waarbij geschreven staat:

En als alle mensen slapen

Dan hou ik bij jou de wacht.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 173 - Pelgrimskerstlied | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Het ‘Love Divine’ lied

Na de ‘treden’ treden de pelgrims opnieuw op in een voorstelling voor de grotkabouter. Te zien is hoe de pelgrims, die besloten hebben om samen ‘de weg’ te gaan, gaandeweg van alles tegenkomen. Landschappen zijn het symbool van omstandigheden, omstandigheden zijn de innerlijke roerselen en daarbij behoren ook de ontberingen. Ook dat woord is wederom een symbool van een gemis!

Zij kunnen bijna niet anders dan communiceren in symbolen totdat zij tot hun bestemming gekomen zijn. Op die bestemming zijn de landschappen… de innerlijke roerselen… verstild! In die Stilte is louter ZIJN. Dan is er EENHEID, woorden en symbolen zijn niet meer van node. Die eenheid van Geest, zoals de CIW dat noemt, is het Koninkrijk, het laatste symbool.

En al deze dingen zijn van deze wereld van dualiteit, al die verschillen, al die meningen die in wezen oordelen zijn en waar deze wereld haar bestaan aan dankt. De af-pelgrims zijn op weg om via dit soort ontberingen, die noodzakelijk zijn, hun bestemming te bereiken. Pas wanneer zij zich volledig herkennen in ‘ik ben’ zijn er geen verschillen meer. En kan niemand meer een gemis voelen, ook al lijken die heel echt, maar de CIW benoemt ze toch als projecties. Iets om te vergeven.

I’m sorry

Please forgive me

Thank you

I love you

(Ho’oponopono Prayer)

En de ene ‘ik ben’ herkent de ander; alle meningen, verschillen en projecties vallen weg. ALLES wat er LIJKT te gebeuren is een deel van het pad van af-pelgrims. Ze pellen hun persoontje af en gaan verder en verder, het pad af. Tot er één pelgrim aankomt, en die zegt:  IK BEN.

Zo schrijden de Oceandreamers, met Hem die onze broederhand grijpt, vol wonderbereidheid  verlangend voort naar de WonderbovenWonder kust waar God hen wacht, zoals gezongen wordt in het aloude gezang 116 oftewel lied 459, waarboven geschreven staat Love Divine.

 Door de nacht van strijd en zorgen

schrijdt de stoet der pelgrims voort,

vol verlangen naar de morgen

waar de hemel hen verhoort.

 ≈

Lied’ren zingend vol vertrouwen

tot in het voltooide licht

broeder broeder zal aanschouwen

staande voor Gods aangezicht.

≈ 

Door de nacht leidt ons ten leven

licht dat weerlicht overal,

dat ons blinkend zal omgeven,

als ons God ontvangen zal.

≈ 

In ons hart is dit de luister,

dit de liefde die ons leidt

op de kruistocht door het duister

naar de lichte eeuwigheid.

≈ 

Met een lied uit duizend monden

gaan wij zingend door de nacht,

door een Geest tesaam verbonden,

naar de kust waar God ons wacht.

≈ 

Een van hart en een van zinnen,

een in onze aardse strijd,

in ons hemels overwinnen,

een in tijd en eeuwigheid.

≈ 

Zo gaan wij hier met elkander

door de nacht op weg naar huis,

pelgrims die uit alle landen

samenkomen om het kruis.

Gods wil geschiede, en tot die tijd…waar de ene pelgrim ook denkt te zijn, in de grot, of waar dan ook, weet dat de medepelgrim stilzwijgend met hem is, hand in hand, van hart tot hart, als één ziel. En of hij het geloven kan of niet, maar weet…Jezus gaat ons voor als een lichtend spoor. En met de woorden van het pelgrimslied: Peace ever with you, until we meet again wordt JJ een goede nacht toegewenst. Het elfje legt een deken van Liefde over Paulus heen en houdt de wacht.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 172 - Het 'Love Divine' lied | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Alle treden van de trap

Veluwe augustus 2013 004Het donker van de grot maakt dat dag en nacht geen rol meer spelen en in elkaar opgaan. De grotkabouter weet niet of hij nu een nachtwake of een dagwake houdt, maar al mijmerend over het uitstapje van de andere pelgrim, waarin voor haar geestesoog een grot en steile trappen verschenen, bezint hij zich met voortschrijdend pelgrimsinzicht op ‘alle treden van de trap zijn onmisbaar’. Een aflevering van het ‘sprookje’ van de pelgrims welt in hem op.

Daar gaan zij, de twee pelgrims, langs het soms smalle pad omhoog. Waar het moeilijk begaanbaar is, gaan zij hand in hand. Soms overleggen zij hoe verder te gaan en staan zij even oog in oog, om dan weer verder te gaan, schouder aan schouder of arm in arm. Af en toe komt er weer een versmalling in het pad en gaan zij even niet zij aan zij. Of het pad is stoffig, hun zicht wordt wat belemmerd, en gaan zij voetje voor voetje. Maar altijd gaan zij verder, stap voor stap, dat is het pad van iedere pelgrim altijd al geweest.

Velen gingen die twee voor, zij kwamen van overal, uit alle tijden en van alle plaatsen. Zij aanbaden vele Goden en volgden Jezus, Boeddha en Mohammed. En dat gebeurde in kerken, tempels en moskeeën. Gaandeweg leerden zij dat het pad eigenlijk in zichzelf gegaan wordt, wat zij buiten zich zien is binnen in hen. Door de tijd heen zijn ook velen uit lees- en studiegroepen van de Cursus gekomen. Sommigen waren daar een zogenaamde leraar of juist niet, maar ze steunden elkaar om de woorden van Jezus te verstaan. En gezien hun geringe bewustzijn was het ego er altijd wel bij.

Die woorden van Jezus in de Cursus zijn niet altijd te begrijpen, en soms heel moeilijk, wanneer de diepste kern van hun toestand wordt uitgelegd. Over de onbewuste schuld, heel diep verborgen, maar de Werkelijke oorzaak van het ‘menszijn’ en van het hele universum. Deze schuld die dus deze hele wereld met al die ‘anderen’, al die narigheid en al die verschillen, ook tussen de pelgrims onderling, veroorzaakt, zal verdwijnen wanneer die gelegd wordt op het Altaar van vergeving, door Jezus himself geplaatst aan het einde van het pad. Iedere mening over een broeder is zelfbespiegeling, ze worden gezien en worden vergeven. Bij het Altaar zijn de meningen uitverkocht, het oordeel-magazijn is leeg en ze worden niet meer aangevoerd.

Zo gaan de twee pelgrims verder en verder, hun blik gericht naar omhoog, waar louter Liefde en Vrede heerst. Waar de Ene Werkelijkheid is. Soms blikken ze even achterom, naar het dal van illusie vanwaar zij kwamen. Daar waar broeders zijn in kerken en cursusgroepen, net als zij destijds. Ook zij worden gedreven door iets in henzelf om de eerste stappen te zetten en in des pelgrims voetsporen te treden, gelijk zij op hun beurt weer deden in die van anderen. Allen op weg naar de Poort in Zichzelf. Er is maar één pelgrim en er is maar één weg. Er is alleen Liefde, er is niemand anders en al het andere is illusie.

Wanneer dromen voorbij zijn, de tijd de deur gesloten heeft achter alle dingen die voorbijgaan en wonderen doelloos zijn geworden, zal de heilige Zoon van God geen reizen meer maken. Er zal geen wens meer bestaan om liever illusie dan de waarheid te zijn. En hierheen gaan we voort, wanneer we vorderen langs de weg die de waarheid ons wijst. Dit is onze laatste reis die wij voor iedereen maken. We mogen de weg niet kwijtraken. Want zoals de waarheid ons voorgaat, zo gaat ze onze broeders die ons volgen voor.(W.d1.155.11:1-6)

Ter bezinning dansen nog meer blauwe letters als een teken aan de wand voor de ogen van hij, alias Paulus Jan, die tijdelijk in de grot verkeert.

God is in alles wat ik zie.

Achter elk beeld dat ik heb gevormd, blijft de waarheid onveranderd. Achter elke sluier die ik neergelaten heb over het gelaat van de liefde, blijft het licht daarvan ongetemperd. Achter al mijn waanzinnige wensen ligt mijn wil, verenigd met de Wil van mijn Vader. God is nog altijd en voorgoed overal en in alles. En wij die deel zijn van Hem, zullen uiteindelijk voorbijzien aan alle verschijningsvormen en de waarheid herkennen achter elk.(W.d1.h1.56.4:1-6) 

Inderdaad zijn het geweldige teksten in de CIW waarmee de pelgrims zich dagelijks voeden. Enerzijds symbolisch en dus sprookjesachtig, anderzijds zijn ze wonder.baarlijk want ze keren de zogenaamde werkelijkheid om naar illusie en omgekeerd. Ze plaatsen bij iedere pelgrim een bril op de neus, en niet zomaar een bril met dubbelfocus of varilux of wat dan ook. Nee, dit is een bril met lenzen die zichzelf steeds bijstellen, een soort zoomlenzen die reageren op Liefde en Vrede, de pelgrims-hartstochten waar zij naar hunkeren, hongeren en haasten. Bovendien zijn die lenzen zowel naar buiten als naar binnen gericht, ze zien buiten wat ze binnen zien en omgekeerd. Dat is het Wonder.

Het is alsof het advies van de Keuzemaker (154-Het Vredespaleis) binnenkomt om alleen te blijven kijken naar wat gebeurt en wel met een bril van Liefde. Dat lijkt het enige wat zogenaamd ‘te doen’ is, wel of niet kiezen voor Liefde.

Voor het geestesoog van Paulus Jan verschijnen aan de wand van de grot de omgekeerde bloembakken die de andere pelgrim ooit te zien kreeg.(117-Op-z’n-kop waarneming)

Een beeld om je bewust te maken dat het slechts projectie is en dat daarin de keus ligt. Door te zien dat het om projectie gaat, word je bewust gemaakt van de keus die je hebt. Zoals eerder genoemd: kijk ik vanuit liefde of kijk ik vanuit angst? Deze omslag in waarnemeing kan in een flits gebeuren.

Ook al is het donker in de grot, de duistere schaduwzijde van het bestaan tekent zich scherp af op de grotwanden, in de vorm van projecties en beeldvorming van het aardse materiële leven. Ze trekken zijn aandacht, maar hij realiseert zich dat zij niet de absolute werkelijkheid zijn. Hij waakt ervoor de vergissing te begaan om zich daarmee te identificeren. Hij gaat eraan voorbij. Voorwaarts en lichtwaarts. Zichzelf openstellend voor een wijsheid die groter is dan hemzelf.

Omdat de CIW ook een pelgrimsweg is, leidt de Cursus naar het Licht, de verlichting waar ieder-EEN naar snakt. De lessen fungeren daarbij als wegwijzers. Het laatste deel van het werkboek gaat over het naderen van de einde van het pad, het ontmoeten van het Licht en het verdwijnen daarin.

Voor de ene pelgrim is het een mirakel dat de andere pelgrim in de bijna af-gelopen tijd de schoonheid en diepe betekenis van de Routeplanner uit Nazareth zo heeft leren verstaan en waarderen. Hij prijst zich zeer gelukkig met deze metgezel die zowel Elf als Engel voor hem is en die hij ooit de titel ‘Elfel’ heeft gegeven.

Zeker zullen zij elkaar in dit leven zonder woorden leren verstaan, want de woorden zijn slechts hulpmiddelen voor onbewusten die de Stilte nog niet horen. Want de Stilte zal steeds meer gaan spreken. Nu nog in elfentaal, dan in elfeltaal, maar daarna in onuitgesproken engelentaal. De taal van Eenheid, de taal die zich nooit tot een ander richt, maar altijd tot zichZelf. Het is een Wonder boven Wonder, in het sprookjesbos zegt men: ‘Beregoed’.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 171 - Alle treden van de trap | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Tekenen aan de wand

De postduif vliegt onvermoeid heen en weer. Ditmaal met een gerust bericht dat bij Paulus de rust in de ‘bovenkamer’ is weergekeerd en dat hij zonder draaiend hoofd zijn draai weer heeft gevonden. Als Paulus nog even een schrede achterwaarts doet naar de boodschap vol wijsheid die hij kreeg, waarin als een boemerang zijn eigen woorden weerkaatsten, dan kan gezegd worden:

Het is inderdaad een leerzame les en er kwamen ook inderdaad tijdens de piek des onbehagens bepaalde gedachten voorbij die als het ware vroegen: En hoe staat de identificatie met het lichaam er nu bij? En let eens op wat voor gedachten er verder nog komen? Laat het kaboutertje zichzelf hier antwoord geven: Het ging redelijk, maar er is nog geen goddelijke gelijkmoedigheid. Het leerproces is nog gaande, maar Jerfaas is er altijd bij, en de jantjes lijken inderdaad kleiner te worden en weer terug te vallen in de rol van de kinderjaren.

Voor de rest taal nog teken van de ene pelgrim. Heeft hij tijdens de pelgrimsreis de pauzeknop ingedrukt? Zit hij nog steeds in zijn bovenkamer? Wat tekent zich nog meer af in het genoemde leerproces? Het elfje wacht voor onbepaalde tijd aan de oever van de vriend-elijke beek of er iets langsdrijft of overdrijft. Na enige tijd krijgt ze gezelschap van degene die door Paulus wel Kees Koer.ierDuif genoemd wordt en wordt haar een inkijkje overgebriefd.

Ik heb zojuist nog met mijn snaveltje op het raam van het bovenkamertje in de paddenstoel getikt om te vragen of er een berichtje weg te brengen is, maar Paulus en zijn alter-ego JJ reageren niet. Daarom breng ik zelf maar even een briefje, lief Elfje.

Die Paulus zit bijna alleen maar in zijn bovenkamer en wat hij precies doet, kan ik niet zien. Terwijl ik voor het raam zat, zag ik dat de gordijnen gesloten waren, maar door een plotselinge lichtstraal kon ik door een kier naar binnen kijken en zag ik hem. Hij stond bij de muur waar een groot stuk papier hing waarop hij dingen tekende. Je zou kunnen zeggen… ‘tekenen aan de wand’.

Ik zag een voorstelling van een deel van het pelgrimspad. Het liep langs een bergwand en een deel van het smalle pad was weggezakt zodat hij daar niet verder kon. Er was nog een mogelijkheid om verder te komen en dat was ook de Enige mogelijkheid. Ietsje voor de plek waar het pad verdwenen was, bevindt zich een grot met een kleine opening. Dat is de toegang tot een heel stelsel van grotten die een soort tunnel vormen. De uitgang is een stuk verder op het pelgrimspad, daar waar het weer begaanbaar is en ook nog eens heel gemakkelijk te gaan is, want er zijn vrijwel geen obstakels meer.

Als ik het nu goed gezien heb, Elfje, dan is hij de grot binnengegaan. Het is daar heel erg stil en er is niemand anders, er is er maar één. Ook dient hij diep te buigen, zich heel klein te maken, anders blijft hij steken. Hij hoort niemand anders, alleen zijn eigen voetstappen en zijn eigen ademhaling, alleen zichzelf. Alleen zijn gedachten vergezellen hem, ze zijn nu duidelijker te zien omdat er verder niets te zien is. De ogen zien niets in het duister, niets om goed te keuren en niets om af te keuren, voor de oren geldt hetzelfde. Hij is alleen met zichzelf. Hij is, en verder is er alleen stilte.

De rotswanden zwijgen, hoewel ze soms een echo geven van de voetstappen van de ene pelgrim. Dat geeft de illusie van een andere plaats en tijd waar iemand loopt. Maar er is geen ander. Het klinkt vervormd, het is niet echt. Maar hij weet dat de tunnel een einde heeft, dat ergens het licht zich zal manifesteren.

Het lijkt erop dat hij nog wel even bezig is daar in de stilte, vermoedelijk moet hij zich de stilte zo eigen maken dat hij die ook blijft horen wanneer hij het pad buiten weer betreedt. Opdat hij niet alleen deze grot, maar ook die van Plato, voorgoed mag verlaten.

Ja, als ik het goed gehoord heb, meende ik hem te horen mompelen over de grot van Plato. Dat is een bekende metafoor. Plato beschrijft mensen die in een grot zitten. Ze zitten vastgeketend op hun plek en kunnen alleen maar kijken naar de achterwand van de grot, waar ze schimmen zien bewegen. Ze zijn van mening dat die schimmen de echte wereld zijn. Maar één persoon ontdekt dat de schimmen op de wand ontstaan doordat er licht schijnt op figuren die vóór de opening van de grot in de zon langslopen en zo hun schaduwen werpen. Deze persoon wijst dat daarbuiten de echte wereld is. Maar niemend wil hem geloven. Iedereen blijft kijken naar wat hij al jaren gewend is. Deze metafoor beschrijft de menselijke situatie: we dromen en weigeren te ontwaken. Dit leven is een droom, een afschaduwing van het echte leven.

Hij hoopt dus de grot van Plato te verlaten. En dat hij honderd procent verantwoordelijkheid kan nemen voor alles wat in de gewone wereld lijkt te gebeuren. Zodat alles, maar dan ook alles wat hem ook maar in het minst beroert, door de uitlatingen, toestand of wat voor hoedanigheid dan ook en van wie dan ook, louter en alleen in hemzelf zijn oorsprong vindt.

Daarom loopt hij nu in het duister, om eerst alleen met zichzelf die vrede te voelen, en als dat gelukt is kan hij weer geleidelijk aan prikkels toe gaan laten uit de zogenaamde wereld, die louter zijn eigen droom is. En dat iedere vorm van reactie gelijk staat met najagen van wind.

Wel beste Elf, dat is wat ik meende te zien daar vlak onder de witte stippen.

De lading die het postduifje met zich meevoert, wordt met grote dankbaarheid in ontvangst genomen. Het elfje met de ganzenveer veert ervan op en op haar gezichtje verschijnt een vrolijke glimlach. Zoals een CIW les zegt:

Vandaag zullen we onze vereniging met elkaar en onze Bron aanvaarden, 

zo wordt er gehoopt dat de pelgrims zich ook weer verenigen in een ontmoeting. Zolang de ene pelgrim zich naar binnen keert, houdt het elfje de wacht.

Tuin 007

 wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 170 - Tekenen aan de wand | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Pelgrimsvirus


Natuur 050
De eerste groen gelukkige tekenen van nieuw leven zijn zichtbaar. Maar van Paulus geen teken van leven. De wijze raad van Paulus aan het elfje om het hoofdje ter ruste te leggen, kon hij zelf niet in praktijk brengen. Niet alleen bleek de avond in duizelingwekkende vaart voorbij te zijn gegaan, maar Paulus is ook enigszins duizelig achtergebleven. Hij had een rommelend buikje bij thuiskomst en werd even daarna enorm duizelig, waarna het gevoel ontstond dat er een centrifuge in zijn maag zat. Onderwijl rilde hij als een juffershondje, dus dat was niet goed, zo concludeerde hij. Het zal het ´pelgrimsvirus´ wel zijn. Snel naar bed, zo besloot hij, maar zo ver kwam hij niet, want de maag werd letterlijk omgekeerd. Alles kwam eruit.

Dit heeft hij nog nooit meegemaakt. Sinds de kinderjaren heeft hij nooit meer overgegeven en misselijkheid kent hij al helemaal niet. Het was absurd, waar dat nu van komt? Ah, dacht hij… het ego vraagt aandacht, dat is het. Maar de Cursustekst ´ik ben niet mijn lichaam, ik ben vrij´, danste JJ blauw voor de ogen. En ´ik ben een Waterman en ga onder een hete douche´. Dus moeizaam heeft het lichaam zich nadien in bed laten vallen. En ook vandaag zoekt JJ als een slappe vaatdoek de lakens weer op. Hij gaat eerst mediteren, en dat zal wel overgaan in een soort slaap.

Aldus het weinig veerkrachtige nieuws dat het elfje via de gevederde boodschapper bereikt.

Paulus heeft vrijwel de gehele dag doorgebracht in zijn bovenkamer onder de stippen. Deels slapende en deels in zijn meest geliefde waaktoestand, dat is de meditatieve toestand waarbij het lichaam niet of nauwelijks waarneembaar is en waar Jerfaas de hoofdrol speelt.

Dierbare Elf, uw veertje is me bij nacht en bij dag bijgebleven. Regelmatig even concentreren op ´de veer´ was gewenst en daarnaast nog effectief ook. Het feit dat het elfje de veer gezien heeft zal uiteraard symbolisch zijn, en daar heeft het elfje al een serie mogelijke interpretaties van gegeven. Maar misschien is het ook een aanwijzing dat zij wel een pluim, plume is veer, verdiend heeft vanwege de stappen die zij nu op het pelgrimspad zet. 

JJ ziet de buikklachten wel weer als een test, want de grootste verleiding die het ego in zijn repertoire heeft is om ons, Gods zoon, te laten denken dat we een lichaam zijn en dat er met dat lichaam iets te bereiken is of andersom, dat het helemaal fout kan gaan. Maar daar trappen wij niet in, wij doorzien deze list en gaan verder op ons pad, met of zonder buikpijn. Toch komen als vanzelf gedachten op hoe heerlijk het zal zijn om zonder lichaam te vertoeven in het Koninkrijk en dan liefst voor altijd.

Na dit beekse spraakwater gaat JJ zijn slaapplaats weer opzoeken. Ditmaal eerst de veer op het nachtkastje leggen, dan wat moois lezen, en vervolgens het lichaam tot volledige rust brengen en even spelen met de gedachte dat deze wereld met al zijn fratsen nu verlaten gaat worden. Het LICHT visualiseren en dan het sublieme gevoel er als het ware naar toe gezogen worden.

Ondertussen staat het trouwe duifje al weer met zijn pootjes te trappelen, of beter gezegd met de vleugels te klapperen om via de lichtboogroute dit boodschapje elfwaarts te brengen. Mogelijk vliegt het duifje dat dit bericht brengt een beetje lager dan anders, maar dat is vanwege de lading bloemen die met dit bericht meegevoerd worden. Want hoewel alle treden van de trap onmisbaar zijn; JJ wenst TV veel bloemen op de Stairway to Heaven.

Stairway To HeavenNa deze bloemrijke bezorging keert het duifje met een onbezorgd en onverbloemd bericht terug.

Goedemorgen, hopelijk uitgeslapen bloemenman. Hoe de persoonlijke illusoire toestand ook mag zijn, hoofd-zakelijk gezien misschien nog niet in orde, maar er is vanmorgen een bericht waargenomen dat mogelijk weer een andere draai aan de toestand zal geven. Op de voorpagina van de krant stond: Vredesduiven willen hun vleugels weer uitslaan. Mogelijk draagt de positieve inhoud van deze weinige woorden die het duifje nu brengt bij tot één-ig welzijn van Paulus.

Zo te lezen raakt Paulus weer aardig boven Jan en wellicht is het zuiveringsproces door het beekje weer tot rust gekomen. Het loslaten werd wel heel aanschouwelijk gemaakt. Ik hoorde het je onlangs nog zeggen, JJ: Ja, overgave is belangrijk voor mij. Nou, kijk eens aan, het lichaam helpt daar gelijk een handje bij. Zowel letterlijk door over te geven, en figuurlijk doordat je je dient over te geven, ongeacht hoe het is, aan dat wat is. En het forse pelgrimstempo wordt een halt toegeroepen.

Het proces dat op zo’n moment plaatsvindt, is gewoon inherent aan de weg die je gaat. Het lichaam voldoet aan de behoefte die jij hebt om meer en meer bewust te zijn wie jij bent. Zoals gezegd, via ervaring beseffen en inzien dat deze wereld een illusie is, inclusief de persoon die men denkt te zijn, kan soms gaan via de ervaring een slappe vaatdoek te zijn.

Het feit dat je sinds je kinderjaren niet meer gespuugd hebt, komt natuurlijk door wat je laatst ook nog zei: ‘Word als een kind’. Bovendien had je dit gebeuren al in een eerder stadium aangekondigd: ‘Ontpersoonlijken gaat niet vanzelf en ongemerkt. Tetty, je gebruikt het woord ‘kost’ en dat is wat de hele Reis eigenlijk ook is. Alles wat we tegenkomen met behulp van het oranje en blauwe boek is geen babyvoeding meer, het is vast voedsel. Stevige kost en voor de persoon is het zeer zware kost, die er vroeg of laat van zal moeten overgeven, en letterlijk zichzelf overgeven aan het Licht wat vanuit het Vredespaleis op alle deelpersoontjes gaat schijnen. Voorwaar enerzijds een heftige zaak, anderzijds het mooiste wat er kan gebeuren. Alle belemmeringen voor de Totale Vrede, TV, zullen worden weggenomen. In alles wordt een prachtig vooruitzicht beschreven. De Werkelijke Wereld. Het Santiago de Compostella in de Geest. Hosanna in den Hooge. Geweldig Hemelsblauw.’ (159-Kost-gangers)

En kijk eens…aan de oever van de beek bloemt het ook al…

Warnsborn 2013 049Nu er op deze pelgrimsdag tot nu toe geen postduifje is aan komen vliegen, zou dat er mogelijk op kunnen duiden dat Paulus nog hoog in de paddenstoel in zijn bedje ligt. En ook al zijn er nu door de bewolking geen witte stippen zichtbaar, ze zijn er wel. Evenzo is het Zelf er, ook al zou dat wat versluierd kunnen voelen door enkele pijnwolkjes. Het elfje hoopt dat die wolkjes ook weer snel voorbijdrijven. Maar wat je ook voelt en hoe je je ook voelt; er is maar één ding: alles gaat voorbij. OOK DIT GAAT VOORBIJ.

Met deze boodschap wordt er nog een duif op losgelaten. Het elfje weet niet of 1paulus dit nog leest voor de nacht, misschien is het morgen pas of daarna, of wanneer dan ook, Het maakt niet uit. Wat geschreven staat, geldt voor iedere dag en nacht.

Het elfje houdt met Liefde de wacht bij de paddenstoel aan de oever van het beekje.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 169 - Pelgrimsvirus | Leave a comment