Welkom op het Pelgrimspad

Voor het volgen van het Pad…begin bij Begin…
en stap het volgende hoofdstuk in…

Posted in Welkom! | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Vraag en antwoord sprookje

Het pelgrimspad spitst zich opnieuw toe op gedachten. Zoals het beekje het ervaart, moet het elfje wel wonderbaarlijk oceaniek zijn nu er zulke Elf.en vragen van oceaandiepte afgevuurd zijn. Het nodigt hem uit om eveneens in de diepte de antwoorden op te duiken.

Daar is heel veel over te zeggen, in feite is daar een dik blauw boek over geschreven. Uit die materie zijn de vragen heel uitgebreid te beantwoorden. Maar nu kiest Paulus, het bos-denkertje, ervoor om spontaan antwoord te geven op de vragen, op basis van gedachten van dit moment.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen meningen en overtuigingen van een persoon?

Dat is redelijk eenvoudig waar te nemen. Wanneer de gedachte ook maar iets van een ik-vorm heeft, over mij gaat, kortom iets van doen heeft met de ‘denker’, dan is het persoonlijk. Vrijwel alle gedachten komen voort uit de database van alles wat de persoon ooit gehoord, gezien, gelezen of in zijn leven ervaren heeft. Want ook dat gelezene en ervarene is door een persoonlijk waarnemingsfilter gegaan en dus gekleurd opgeslagen. Als men de ogen en oren sluit, of zoals de Bijbel zegt: ‘ga in uw binnenkamer’, en op die manier van de buitenwereld afgesloten is, dan kan men de gedachten ‘voorbij zien komen’ tegen de achtergrond van stilte. En met de aandacht tevens in het lichaam tegelijkertijd de lading van de gedachten voelen. Vrijwel alle gedachten van de persoon hebben iets van een emotionele lading en die voelt men in het lichaam. Ook gaan die gedachten altijd over iets uit het verleden of de toekomst en een bepaalde locatie. Je zou kunnen zeggen; ze gaan over dingen binnen ruimte en tijd, en in het nu is er vaak afwijzing.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen gedachten Gods?

Dat is alles wat in tegenstelling staat met het voorgaande. Het zijn eigenlijk geen gedachten in de vorm van data’s. Ze liggen als een inzicht erboven. Ze voegen niets toe aan het ‘ik’, aan de persoon. En ze gaan gepaard met een vredig gevoel in het lichaam. Het is een soort inkijk in het geheel, in de non-dualiteit. Het gevoel van exacte gelijkheid met ieder mens is dan zo vanzelfsprekend en het idee van ‘er is iemand anders’ wordt gezien als niet juist. De Cursus noemt het de stem van de Heilige Geest, die spreekt namens God.

Wat maakt of zorgt ervoor dat iets wat gezegd wordt niet als een mening of overtuiging van een persoon gezien dan wel ervaren wordt?

Of men het zelf zegt of dat ‘iemand anders’ het zegt maakt niet uit. Wanneer men waakzaam is, kan men bij zichzelf ook ‘de persoon’ oftewel het ego horen spreken. De mate van vrede die men ervaart als men zelf spreekt, geeft aan of er onpersoonlijk wordt gesproken. Als iemand anders spreekt kan men ook wel of niet vrede voelen. Maar wanneer men zelf nog sterk in de persoon verankerd is, dan kunnen andermans woorden behoorlijke onvrede brengen als bijvoorbeeld de eigen opvattingen niet ondersteund worden. En dan zal die ander altijd gezien worden als iemand met een persoonlijke mening. Dat is nu juist de projectie. Onvrede is altijd van het ego.

Of staat alleen al de wetenschap of de ‘gedachte’ wetenschap dat zoiets zelden voorkomt je in de weg om de waarheid te horen dan wel te ervaren in dat wat gezegd wordt of waar het gezegde naar verwijst?

Dat zou kunnen. Iemand die onbewust is neemt zijn eigen database als de waarheid en uitgangspunt. Dus men denkt ‘in verschillen’…‘mijn mening’… ‘ik vind dit of dat’. Zelfs als iemand zegt: ‘ik houd van iedereen’, dan rijzen bedenkingen. Meer bewuste mensen zullen die mogelijkheid wel openhouden en ook aanvoelen wanneer er op puur onpersoonlijk wijze gesproken wordt. Eigenlijk is dat ook heel gemakkelijk. Er zijn oprecht bescheiden mensen die weinig zeggen, zich hulpvaardig opstellen, die ongevraagd geen enkele mening geven en veel kalmte uitstralen. Zij hebben geen enkele behoefte hun persoon te etaleren, ze hebben weinig ego. En wanneer ze iets zeggen, en de ander neemt dat niet aan als waarheid, dan zijn ze niet aangedaan. Dat is nu juist de persoon. Het maakt niet uit of boodschappen aankomen. Men geeft uit liefde en daar wordt niets voor terugverlangd, zeker geen bevestiging.

Nogmaals, in de Cursus wordt daar veel over gezegd. En dan vooral, net als in de Advaita, wat ‘Gods gedachten’ niet zijn, zoals hier genoemd wordt: de ‘privé gedachten’. Nou, als je alle gedachten wegstreept die over mij gaan en dus niet over alle andere mensen, wat blijft er dan over? Gods gedachten zijn te vinden op een veel dieper niveau dan wat we doorgaans ervaren. ‘Zoekt en gij zult vinden’.

God is de denkgeest waarmee ik denk

Het idee van vandaag bevat de sleutel tot wat jouw werkelijke gedachten zijn. Ze hebben niets gemeen met wat jij denkt te denken, net zoals niets wat jij denkt te zien ook maar iets met visie te maken heeft. Er is geen verband tussen wat werkelijk is en wat jij denkt dat werkelijk is. Niets wat jij denkt dat het je werkelijke gedachten zijn, lijkt ook maar enigszins op jouw werkelijke gedachten. Niets wat jij denkt te zien, vertoont enige gelijkenis met wat visie jou zal tonen.

Jij denkt met de Denkgeest van God. Zodoende deel jij jouw gedachten met Hem, zoals Hij de Zijne deelt met jou. Het zijn dezelfde gedachten, omdat ze door dezelfde Denkgeest worden gedacht. Delen is eender of één maken. En de gedachten die jij denkt met de Denkgeest van God verlaten jouw denkgeest niet, want gedachten verlaten niet hun bron. Daarom zijn jouw gedachten in de Denkgeest van God, evenals jij. Ze zijn eveneens in jouw denkgeest, waar Hij is. Zoals jij deel van Zijn Denkgeest bent, zo zijn jouw gedachten deel van Zijn Denkgeest. Les 45 

Aldus de beantwoorder in het vragensprookje van de Elf.en vragen.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 164 - Vraag en antwoord sprookje | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Elf.en vragen

Het is heel vroeg in de morgen en nog donker in het sprookjesbos. Toch kun je al horen dat de ochtend aan het ontwaken is. Daarvoor zorgen de vogels die met hun liedjes de dag tegemoet zingen. Zoals er vaak van alles door het bolletje van Paulus gaat, zo hebben de vogels de lente al een beetje in hun bolletje. Zo te horen stemt dat blije vooruitzicht hen nu al in alle toonaarden vrolijk.

Maar degene die dit allemaal hoort is ook al een Vroege Vogel. Het duurt dan ook niet lang of de deur van het baardgrashuisje gaat open en het elfje fladdert de dag in. Met een doelgerichte vleugelslag vliegt ze door het stille sprookjesbos. Langs de paddenstoel van Paulus die natuurlijk nog op één oor het laatste stukje van de reis door dromenland letterlijk en figuurlijk aan het ‘afleggen’ is. Misschien komt het daardoor dat ze nu al zo vroeg op pad is om het beekje te gaan verrassen.

Ondertussen hebben deze gedachten haar snel op de plaats gebracht waar ze wil zijn. Terwijl het eerste daglicht het sprookjesbos beschijnt, ligt het beekje in alle stilte te wachten op wat komen zal. En daar ziet hij het elfje naderen, die heel zachtjes op haar plekje aan de oever gaat zitten.

Goedemorgen beekje, zegt het elfje zacht. Het beekje glimlacht stil en is benieuwd wat het elfje al zo vroeg heeft bewogen om naar hem toe te komen.

Beekje, ik heb een paar vragen, hoort hij het elfje zeggen. Het beekje begint zacht te rimpelen. Ah, vragen, daar houdt hij van. Terwijl hij altijd zegt: Ik weet niets, geeft hij ondertussen maar al te graag antwoord. De rimpeling van het beekje moedigt het elfje aan om verder te praten.

Weet je nog, beekje, dat ik hier gisteren ook naast jou heb gezeten? Ja, nou en of, het beekje herinnert het zich nog als de dag van gisteren. Dat was een bewogen en sprankelend bij-één-zijn geweest, waar de waterdruppels zo nu en dan in het rond hadden gespetterd. Zelfs het strand had het daar niet droog bij kunnen houden.

Ja, nou en of, het beekje herinnert het zich nog als de dag van gisteren. Dat was een bewogen en sprankelend bij-één-zijn geweest, waar de waterdruppels zo nu en dan in het rond hadden gespetterd. Zelfs het strand had het daar niet droog bij kunnen houden. 

Beekje, gaat het elfje verder, toen ik veel later weer in mijn huisje op mijn werkplek zat, zat ik toch nog na te denken over de woordjes die uit jou gestroomd waren. Die woordjes hebben zich nu bij mij omgevormd tot vragen. Ik heb ze hier bij mij en ik weet zeker dat jij een antwoord op die vragen wilt geven. Want het beekje houdt van Elf.en vragen net zoals Paulus met zijn puntmuts wel raad weet met puntige vragen. Als ik nu die vragen in het water gooi, en jij gaat ze voelen, wil je dan kijken wat er in jou omhoog borrelt. En als er dan antwoorden beginnen te stromen wil je ze dan laten doorstromen naar mijn lichtschriftje?

Het beekje beweegt zich niet waardoor in het stille water tot grote diepte gezien kan worden. Het is alsof het beekje zich zo voorbereidt op wat komen zal. Het elfje vraagt zich even af of het feit dat zij van mening is dat het beekje antwoord zal willen geven wellicht een aanname is waarvan ze hoopt dat het beekje die zal aannemen.

Het zijn maar Vier Vragen, zegt het elfje er gauw achteraan, in de hoop dat het niet te veel gevraagd zal zijn. En…eigenlijk zijn het pelgrimsvragen. Bij dat vooruitzicht komen er bij het beekje al luchtbelletjes tevoorschijn en het elfje hoort tot haar grote opluchting het beekje alias Paulus zeggen: Gooi er maar in, gooi het maar in mijn puntmuts, ik neem de vier vragen aan.

Varens (3)Eén voor één haalt het elfje de vragen tevoorschijn, die ze onder haar vleugeltjes behoedzaam met zich meegedragen heeft en ze gooit ze in het beekje.

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen meningen en overtuigingen van een persoon?

Wanneer zijn ‘gedachten’ die opkomen gedachten Gods?

Wat maakt of zorgt ervoor dat iets wat gezegd wordt niet als een mening of overtuiging van een persoon gezien dan wel ervaren wordt?

Of staat alleen al de wetenschap of de ‘gedachte’ wetenschap dat zoiets zelden voorkomt je in de weg om de waarheid te horen dan wel te ervaren in dat wat gezegd wordt of waar het gezegde naar verwijst?

Nadat de laatste vraag door het water opgenomen is, staat het elfje letterlijk en figuurlijk op. Want in de tijd dat dit verhaal zich afspeelt en het lijkt alsof ze naast de oever van het beekje zit, heeft ze slechts half zittend in haar bedje, zo rond de klok van zeven, al schrijvend met haar ganzenveertje dit verhaal laten ontstaan en beeldend tot leven gebracht. Het brengt het elfje weer terug in het leven van alledag wat nooit alledaags zal zijn. Want een beekje en een elfje, een elfje en een kabouter, en de ene en de andere pelgrim brengen het alledaagse onder ogen en doorzien het alledaagse, waardoor er niet alleen een sprookje tot leven kan komen, maar door die sprookjes heen, die werkelijk onwerkelijk zijn, de Werkelijkheid tot leven kan komen zodat ze de Werkelijkheid in elkaars ogen gaan zien.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 163 - Elf.en vragen | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Licht en schaduw

Nu het lijkt dat Paulus zijn gedachten op een rijtje heeft gezet en zowel het beekje als het elfje daarmee overspoeld zijn, denkt het elfje: het is wel klaar met het denken over gedachten. Maar de gedachten-tsunami laat nog een beeld in JJ opdoemen. 

De mensheid zou je kunnen zien als een kring van identieke zielen die hand in hand staan. Ze vormen als het ware de Tempel van de Ziel waarin alles gebeurt. Iedere ziel heeft een schaduw binnen de cirkel, en de meeste zielen hebben als het ware die ‘eigen schaduw’ benoemd als hun ware zelf.  

Zij zien zichzelf niet hand in hand in die kring staan, nee, ze zien zichzelf als een losstaande schaduw binnen die kring en er is veel hinder van die andere schaduwen. En de analogie en holografie volgend kan men binnen het eigen waarnemingsvermogen ook weer schaduwen zien van zichzelf; de gedachten die vrijwel altijd gezien worden als ‘mijn gedachten’. Het zijn er veel en niet altijd liefdevol, vooral niet over die andere schaduwen in de cirkel, de personen. Soms flitsen die gedachten zo snel voorbij dat ze niet eens te zien zijn, maar ze laten wel iets van een gevoel achter, dus ze zijn er wel geweest. Ook pelgrims hebben daar soms mee te kampen, daarom zijn ze pelgrims. 

Dat is een mooi beeld, JJ, wat in je opdoemt. Ter illustratie is er dit TV-beeld uit het Hoge Noorden.

deel1- (169)

Opmerkelijk dat er losstaande schaduwen te zien zijn. Terwijl ze als zielen dus hand in hand staan, ’zien’ ze zichzelf vanuit onbewustheid niet hand in hand staan. Gelukkig worden de pelgrims zich meer en meer bewust en de gedachten ziende zullen zij voorbij de gedachten gaan zien. Want het zal niet zomaar zijn dat binnen het grote geheel dit beeld nu in beeld komt.  

Zoals bekend gaan de pelgrims als Sneeuwwitje 9 verbonden met Hans en Grietje 6 ‘hand in hand, van hart tot hart, als één ziel, één gedachte, Liefde’.(89-Hans en Grietje) Laten ze dat vooral voor ogen en oren houden als ze op het pad iets tegenkomen waar ze ‘mee te kampen hebben’. De schaduwen reiken altijd naar de plek waar het licht niet te zoeken is. Maar het feit dat er een schaduw is komt omdat er licht valt op hij/zij die zowel het licht als de schaduw in zich heeft. En de enige manier om de schaduw niet te zien, is je daarvan af te keren. Dus ‘keer om’ en wend je gezicht naar het licht. Op het moment dat er afstand genomen wordt van de schaduwkant van het lichaam, dan wel de gedachten, zal de schaduw hen niet meer het licht ontnemen om te kijken. Dan zullen ze zien in het Licht. En zoals het beeld ook te zien geeft: hoe Hoger je komt, hoe meer Licht. Er is geen verschil meer tussen dag en nacht. Zelfs om middernacht is de lucht stralend blauw. Hemelsblauw!

deel1- (170)

Nou, nou, dat is me wel de pelgrimsdag voor het strand. Als de gedachten-tsunami zich terugtrekt naar haar oorsprong en daarbij niets meer begeert dat van een naaste is, blijft het strand ademloos achter. De wijsheid heeft het overspoeld en schoongewassen blijft het in Stilte achter. In een soort vacuüm van rust, stilte en Nu, waarin geen gedachten waarneembaar zijn, zweeft het Elfje op serene wijze gedachteloos rond.

De Bhakta pelgrim heeft zich aan de oever van de Stille Oceaan bij de Jnani pelgrim gevoegd en zich mee laten nemen in zijn gedachtengang en ZIJN beleving. Zij die van 9-9 is ziet op haar denkbeeldige reis de ‘routekaart’ die haar op deze dag bezorgd is. De kaart waarop duidelijk te zien is dat het pad van de zandloper met veerkracht naar de oceaan leidt. En zoals de Jnani met heldere blik ziet, is het een 11-verig pad. Het verenigt de zandloper op het Elfenpad en de meeloper op het Elfenpad.

De Zandlopers 001

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 162 - Licht en schaduw | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Gedachten-tsunami

Goedemorgen Paulus, vroeger had je de flower of power, maar als ik jou zo hoor brengt mij dat in de flow of power. En die zal zo te horen dus uitlopen in de power of Now. Ik sluit mij dan ook vol-ledig aan bij de wens om de pelgrimsdraad op te pakken.  

Maar voordat het elfje verder ook maar iets kan zeggen, stort Paulus een gedachten-tsunami over haar uit waarvan het beekje zou overstromen.

Voor elf-en heb ik mij nog verdiept in ‘verdieping zoeken aan de andere kant van de zandloper’.(131- de zandloper). Het binnengaan van de immense stilte, verloren gaan in de ultieme non-dualiteit, het oplossen in God. En dat ‘doel’ heeft niets te maken met ‘verhalen van vroeger’ van de persoon die nooit bestond. Dat klinkt eigenlijk wel een beetje wreed, maar Jezus zei het al. ‘Tenzij gij… uzelf verloochene, zult gij het koninkrijk niet zien!’ Met de Schuilplaats des Allerhoogsten voor ogen laten de pelgrims alles achter.

PelgrimspadOnder de taille van de zandloper bevinden we ons in de eenheid. Dan gaan we door die taille, we keren ons af van God, en we ‘denken’ ons een unieke identiteit naast vele anderen. Dan denken we ons een lichaam, naast vele anderen, en dan denken we ons gedachten, en die gedachten gaan ook weer over de vermeende gedachten van die anderen. De gedachten van die anderen, die we zelf bedenken, ook al worden ze uitgesproken of neergeschreven, stroken zelden of nooit met de gedachten van onszelf. Dus de gedachten van die anderen zijn niet juist, die moeten veranderen, zo denken we.

De Cursus noemt dat de ‘verkeerd gerichte gedachten’. Dat impliceert dat er juistgerichte gedachten zijn. Dat zijn volgens de Cursus de gedachten van de H.G., die hebben alleen onschuld in zich jegens anderen, alleen liefde en begrip. Ze zien dat alle persoonsgerichte gedachten in wezen volkomen onbelangrijk zijn; er is geen gelijk, er is geen ongelijk. Het is zoals het is. Iemand heeft een gedachte en spreekt die uit. So what! Hij of zij zegt dat ik een sukkel ben, so what. Als alleen Liefde bestaat, dan bestaat de rest niet, dus heb ik die zelf bedacht. Zo simpel is het. God Is. De rest niet. Als er geen persoon is, dan kan die niets verkeerd doen of denken, en ook niet beledigd worden. Wat heerlijk. De meeste van ‘mijn’ gedachten zijn dus helemaal niet waar, het waren onbeduidende wolkjes. En de ‘mind’ wil graag iets bedenken, daarvoor is die onstaan. Het is de kern van het ego, het wil overal iets van vinden, liefst afkeuren. Dat is de wereld boven de taille. Daar regeert de persoon die bestaat bij de gratie van verschillen.

De pelgrims maken nu een cruciale periode door met betrekking tot de ontpersoonlijking, let maar op. En de gedachtenwereld is de indicator. Wat komen er voor gedachten? Hoe zijn ze gericht? Daaraan is te zien of de persoonlijkheid aan het wijken is. Maar zo gemakkelijk geeft die zich niet gewonnen. Vanochtend was het eerste lied dat JJ hoorde eentje van Jacques Brel, en wel het aangrijpende ‘Ne me quitte pas’. De eerste gedachte was over de persoonlijkheid die niet wenst los te laten, of omgekeerd gezegd, wij willen die vasthouden. Onze gedachten willen we blijven zien als ‘die van mij’. Daar zit de waan.

Merkwaardig dat wij en alle mensen zo overtuigd zijn van onze mening, al dan niet gebaseerd op andermans mening. Ook wanneer we verwijzen naar bepaalde bronnen. Dan is dat ook weer een geadopteerde mening, hoe plausibel die ook kan lijken te zijn. Het ging weer door me heen dat het allemaal gedachten zijn, ‘mijn gedachten’, authentiek of niet.

Dan zie ik de les van vandaag. Niets kan mij pijn doen  behalve mijn gedachten. En ietsje verderop: Alleen de Gedachten die ik met U denk zijn waar. Dan vraagt JJ zich af: hoe weet je wanneer dat zo is? Dan komt er snel een gedachte: ‘Als die gedachten vanuit een diep gevoel van Vrede komen’. Want wanneer een gedachte als het ware een reactie op een uitlating of opmerking van een ander is, dan ontbreekt die vrede, die stilte, als achtergrond. Het is heel subtiel, maar toch voelbaar.

Er komt vroeg of laat een moment dat wanneer we dingen bespreken en dus een mening uiten, dat de ander zegt: ‘Oh’, zo van: ‘Kreeg jij die gedachte in je hoofd?’ Althans, dat ging door me heen, ook weer zo’n gedachte. Wij doen aan gedachten-uitwisseling TV, en dat is wat gebeurt. Wat zal het bijzonder zijn als men, iemand anders aanhorende of diens schrijven lezende, geen enkele neiging heeft om te reageren. Gewoon slechts luisteren of lezen…hmm…oh…

Vandaar de steeds weer herhaalde oproep in het CIW Werkboek: Word stil, ga voorbij je gedachten en wacht maar eens wat daar gebeurt. Het is het zakken door de taille van de zandloper, maar dat zal pas gaan lukken als de zogenaamde eigen gedachten gezien zijn, en daarna terzijde geschoven worden, want zij zijn de sluiers die het zicht benemen.

Zo zie je maar wat onze ‘denkgeest’ allemaal produceert. Het kan mooi of lelijk zijn daar boven in de zandloper, maar het is niet echt.

Onze Vader, Uw ideeën weerspiegelen de waarheid, en de mijne verzinnen los van die van U slechts dromen. Laat me zien wat alleen de Uwe weerspiegelen, want de Uwe en alleen de Uwe vestigen de waarheid.

Dus zowel binnen ons gezien als buiten ons, als de zogenaamde werkelijkheid, het is dezelfde droom volgens de Cursus. Onze dromen kunnen wel een prachtige opstap vormen en dat noemt de Cursus dan de gelukkige droom, en die beleven we dan ook continu, zowel dag en nacht als ik het goed begrijp. Dat zal dan de verlichting zijn. Laten we hopen en bidden dat het onze permanente ervaring mag zijn. Kijken met de ogen van vergeving en liefde naar alles in deze wereld.

wordt vervolgd…tot NU… 

Posted in 161 - Gedachten-tsunami | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Power of Now mijmering


Ierland 2016 067
Een nieuwe dag ziet het daglicht en zo vrij als een vogel ziet Paulus dat er geen wolkje aan de lucht is. Komt dat even goed uit nu de pelgrims het ‘hogerop’ gaan zoeken. Hij is al vroeg uit de veren om de draad van de pelgrimsdag op te nemen. Ondertussen gaan zijn dagelijkse oefeningen door. Vredig uit bed stappen, ‘ik ben liefde’, en dan de dag in met Jerfaas op de schouder, want die kijkt mee wat Jan gaat doen, wanneer er meer of minder liefde is, en heel interessant…welke gedachten komen voorbij? Jerfaas, als observeerder van de gedachten, ziet ze regelmatig op een afstandje voorbij komen en soms ineens veel dichterbij. Ze zijn er nog steeds. JJ realiseert zich dat hij nog behoorlijk in de ego-modus verkeert. De jantjes benemen hem nog nadrukkelijk het uitzicht.

Er zijn heel vaak gedachten die al dan niet subtiel enige aanmerking hebben op de dingen die gebeuren, die er dus al zijn. Het bewustzijn oftewel het universum heeft een situatie gecreëerd, en dat wordt afgekeurd. Er wordt over geoordeeld. Maar dat gaat veranderen! The power of Now komt eraan. In het Nu is nooit een probleem.

Eigenlijk snakken de jantjes ook wel naar Liefde, om ieder ander mens te zien als een Liefdeswezen, wat ze ook lijken te doen of te zeggen. Ze snakken naar de Vrede die ieder jantje te boven gaat. Ze willen voorgoed met pensioen… klaar… zou het elfje zeggen.

Aangezien het pelgrimspad de ontpersoonlijking dient, is het verklaarbaar dat de ene pelgrim daar op gericht is. Voorlopig zal dat uiteraard nog via het ‘denken’ moeten gebeuren, en heel graag in volledige afstemming met de andere pelgrim. Alle mogelijke verschillen van mening of interpretatie, of ervaringen of wat dan ook, zijn allemaal van de persoon. Want wie de pelgrims werkelijk zijn oftewel worden, daar is geen enkel verschil tussen beiden. In wezen zijn ze één, en daar zit geen spatje verschil in.

Volgens de CIW is alles in deze wereld een symbool van iets anders en holografische symbolen kunnen je voorstellingsvermogen een acceleratie geven van jewelste. De symbolen waar het hele aardse bestaan uit bestaat, zullen blijven komen tot de pelgrims de Leegte bereiken. Want ook die pelgrims zijn weer een symbool. Over holografie gesproken. Wanneer ze niet meer de pelgrim menen te zijn, maar echt helemaal WORDEN, dan zal er wat gebeuren. Nu hebben ze hun wereldse bestaan nog bij zich, op sleeptouw, maar ook weer binnen handbereik om op ‘terug te vallen’. Dat zal veranderen of zijn betekenis verliezen, zeker op lange termijn.

Het ‘loslaten’ van de persoon brengt mee, dat niets meer een zogenaamde terugvaller of tegenvaller kan zijn, want alleen het toeziende bewustzijn zijnde, is er niets meer aan te merken, er zijn alleen de dingen die gebeuren. Die zijn zoals ze zijn, neutraal, zonder ‘tweedracht’ in zich. Niets is goed en niets is slecht. En sommige dingen zijn geweldig, zoals praten met het Elfje en vertoeven in haar aanwezigheid, zo besluit Paulus zijn ochtendmijmering als hij haar in het vizier krijgt.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 160 - Power of Now mijmering | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Kost-gangers

De uitgesproken wens van JJ om met het oranje boek in de ene hand en in de andere hand een andere hand, zij het in spiegelbeeld, het pad te vervolgen krijgt op deze pelgrimsdag een vervolg, als hij begroet wordt door Hemelsblauw… 

…met Oranje Boven…

HerfstHey Koffiemaatje. Met jouw mijmerend koffiepraatje nog geregeld in mijn gedachten pakte ik vanochtend het blauwe boek voor het lezen van de dagelijkse les, en het zal toch niet zomaar zijn dat het boek openviel op ‘zomaar’ een bladzijde waarbij mijn oog gelijk viel op een tekst die mij raakte.

Je hebt maar zwakjes in het stof rondgetast en je broeders hand gevonden, onzeker of je die zou loslaten of het leven vast zou grijpen dat zo lang vergeten was. Verstevig je greep en sla je ogen op naar je sterke metgezel, in wie de betekenis van jouw vrijheid schuilt. Hij leek naast jou gekruisigd. En toch is zijn heiligheid onaangetast en volmaakt gebleven, en met hem aan je zijde zul je heden met hem het Paradijs betreden en de vrede van God kennen.(T.20.III.9:3-6)

Ah, dit is mooi, Tetty!

En verder lezend nog een paar stukjes ‘kost’ voor onderweg voor de pelgrims.

Dit is mijn wil voor jou en je broeder, en voor elk van jullie voor elkaar en voor zichzelf. Hier is alleen heiligheid, en verbondenheid zonder beperking. Want wat is de Hemel anders dan vereniging, rechtstreeks en volmaakt, en zonder de sluier van angst erover?

Hier zijn we één, en bezien we met volmaakte zachtmoedigheid elkaar en onszelf. Hier worden alle gedachten van enige afscheiding tussen ons onmogelijk. Jij die in de afscheiding een gevangene was, bent nu in het Paradijs bevrijd. En hier wil ik me met jou verenigen, mijn vriend, mijn broeder en mijn Zelf.(T,20.III,10:1-7)  

En de bladzijde omslaande las ik heel toepasselijk: 

En waar zouden ze anders heengaan dan daar waar ze willen zijn? Jij en je broeder zullen elkaar nu even zeker naar de Vader leiden als God Zijn Zoon heilig geschapen heeft, en hem zo heeft bewaard. In jouw broeder schijnt het licht van Gods eeuwige belofte van jouw onsterfelijkheid. Zie hem als zondeloos, en er kan in jou geen angst zijn.(T.20.III.11:6-9)

Ja, laten de pelgrims zo op pad ZIJN.

Tot slot ging ik nog even terug naar de bladzijde waarmee ik begon en las:

Ben jij je broeder met vreugde tegemoet getreden om Gods Zoon te zegenen, en hem dank te zeggen voor al het geluk dat hij jou heeft aangereikt?

JA!

Heb jij je broeder herkend als de eeuwige gave van God aan jou?

JA!

Heb jij de heiligheid gezien die zowel in jou als in jouw broeder schijnt, om de ander daarmee te zegenen?

JA!

Dat is het doel van je heilige relatie.

AMEN!

Het doet deze pelgrim veel genoegen dat je zulke mooie passages uit de Cursus toegewezen kreeg. De CIW is een dusdanig veelzijdig boek dat het een heel leven lang inspiratie kan geven. Niet alleen is het een studieboek en een handleiding voor een dagelijkse training van een jaar, het is ook een literair Meesterwerk met veel poëzie in zich. Zo’n boek is geen mensenwerk, dat is wel duidelijk vanwege de consistentie. JJ heeft de diepe overtuiging dat we Leiding krijgen op het pad van ontpersoonlijking. Zo zullen we nog wel meer jantjes tegenkomen die in eenieder zitten, dat is het proces. Ontpersoonlijken gaat niet vanzelf en ongemerkt.

Tetty, je gebruikt het woord ‘kost’ en dat is wat de hele Reis eigenlijk ook is. Alles wat we tegenkomen met behulp van het oranje en blauwe boek is geen babyvoeding meer, het is vast voedsel. Stevige kost en voor de persoon is het zeer zware kost, die zal er vroeg of laat van moeten overgeven, en letterlijk zichzelf overgeven aan het Licht wat vanuit het Vredespaleis op alle deelpersoontjes gaat schijnen. Voorwaar enerzijds een heftige zaak, anderzijds het mooiste wat er kan gebeuren. Alle belemmeringen voor de Totale Vrede, TV, zullen worden weggenomen. In alles wordt een prachtig vooruitzicht beschreven. De Werkelijke Wereld. Het Santiago de Compostella in de Geest. Hosanna in den Hooge. Geweldig Hemelsblauw.

Herfst 2012 046Ja, en wat we onderweg ook voorgeschoteld krijgen, de ‘klare wijn en stevige kost’ blijkt vanuit het Vredespaleis juist ‘Licht’ verteerbaar en smaakt naar meer. Er wordt wel gezegd dat Onze Lieve Heer rare kostgangers heeft. Als dat zo is en TV en JJ binnen dat ‘kader’ als zo’n kostganger gezien kunnen worden, dan vind ik het helemaal niet erg om raar te zijn. In naam van Onze Lieve Heer wil ik wel zo’n kostganger zijn. En dat het ons dan ‘Lieve Heer’lijk zal smaken. Proost, mede‘kostganger’.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 159 - Kost-gangers | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Een ge’filter’d koffiepraatje

Zoals bekend volgt de Jnani zoeker doorgaans het pad van het denken, de filosofische redeneringen. Jnani wil het vooral eerst begrijpen. Misschien komt het daardoor dat hij de afgelopen nacht niet in een oceaan van rust en stilte heeft gedobberd, hoewel…het hoofd was wel bijna zonder gedachten, maar hij werd vaak heel alert wakker. 

Bij het ochtendgloren bespeurt hij meer en meer gedachten over de afgelopen pelgrimsdagen en dan met name over de stenen des aanstoots. Het maakt dat hij al vroeg in de ochtend met een kopje koffie voor zich uit zit te staren en iets zegt hem om het een en ander aan woorden op het TV scherm te laten verschijnen. Maar terwijl de zogenaamde tijd verstrijkt laat dat ‘iets’ hem nog even wachten om het daadwerkelijk ten uitvoer te brengen. En al starend mijmert hij voor zich uit. 

Het is dat ‘iets’ dat zijn leven lijkt te sturen. JJ is kennelijk niet zo autonoom als hij wel eens denkt. En de koffie die hij nu drinkt is door een filter gegaan, dat houdt iets tegen waardoor de koffie beter te drinken is. Zo gaat het ook met de contacten tussen mensen onderling, zoals tussen JJ en TV. Ze geven elkaar informatie, hetzij al pelgrimerend mondeling of schriftelijk via de postduif. Maar wat er binnenkomt kan anders zijn dan de zender het bedoelde. Het filter heeft een deel tegengehouden en mogelijk ook nog van ‘smaak’ veranderd. De pelgrims hebben de H.G. hard nodig om door het filter heen te breken.

Al koffiedrinkend heeft hij het idee dat met name de laatste pelgrimsdagen klare wijn is geschonken. Die term dateert uit het verleden toen de Gereformeerde Kerken een rapport uitbracht over ‘De aard van het schriftgezag’, zo ongeveer van: Wat betekent het nu wat er in de Bijbel staat. De pelgrims hebben zich in ieder geval goed uitgesproken en zijn weer een stapje in de goede richting, zo voelt het voor JJ. En zijns inziens zal die goede richting betekenen dat ze meer eensgezind het pad gaan en dat er minder irritaties, of hoe je het noemt, opduiken. Ze raken meer vertrouwd met elkaars opvattingen en de termen die ze gebruiken. JJ heeft een jaar of tien tamelijk intensief de CIW bestudeerd en dat ook met anderen doorgesproken. Dan worden bepaalde opvattingen, zo noemt hij het maar, op basis van de CIW een vast patroon in het taalgebruik en de beleving. En of de pelgrims in de goede richting lopen is af te lezen op de thermometer van innerlijke rust. Hoe vrediger het gemoed, des te beter loopt het pad in de goede richting. Het is overduidelijk het ego, de persoon met alle jantjes die de rust verstoort. Afijn, het elfje weet dat net zo goed en wil ook gelukkig zijn en liefde uitstralen. Laten JJ en TV met het oranje boek in de ene hand en in de andere hand een andere hand, zij het in spiegelbeeld, het pad vervolgen.

Als ze elkaar weer treffen zullen zij weer woorden gebruiken om te trachten klaarheid te scheppen. En de filters zullen weer proberen hun werk te doen, maar ze gaan bewust proberen aan de hand van Jezus te gaan. Uiteraard is dat een symbool, wel een heel mooi symbool, van de Heilige Geest. Laten JJ en TV hopen dat de filters ditmaal door hen gezien en uitgeschakeld kunnen worden. Zij kennen natuurlijk de structuur van het filter, het zijn de ‘ikjes’ die als afweer bepaalde blinde vlekken veroorzaken in hun geest.

Als deze bloemrijke mijmering uiteindelijk door de postduif voor TV ontvangst is bezorgd, klinkt het per omgaand: Aangezien JJ van mening is dat zowel TV als JJ in hetzelfde schuitje zitten, kan er overgegaan worden tot schuitje varen, theetje (koffie) drinken, varen we naar de oceaan.

DSC_5268

En wat dat ‘iets’ is wat JJ liet wachten… Tetty wordt door iemand wel eens ‘iets’ie pietsie genoemd. Maar ‘iets’ie pietsie zal JJ niet laten wachten, maar zal hem opwachten. Tot het onverbloemde, dan wel ongefilterde koffiepraatje. En wat het tijdstip betreft; tot ÉÉN!  

Ook dat tijdstip laat niet lang op zich wachten.

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 158 - Een ge'filter'd koffiepraatje | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Denkbeeldige reis

Vanuit de Vredespaleis-dagdroom droomt JJ zich in gedachten als Jnani pelgrim naar de oceaan.

Hij zit aan de oever van de Stille Oceaan. Hij is een tijdloze en vormloze pelgrim, hoewel hij in sommige opzichten een bepaalde mensenleeftijd en menselijke vorm lijkt te hebben.

Ook voelt hij zich als een vis in het water, hoewel hij in het verleden dacht dat hij een beekje was. Maar dat begreep hij toen niet echt, hij zocht en zocht als een voortzwemmende vis naar water. Niet beseffende dat hij het al was en nota bene voortgekomen was uit de geschriftjes van het elfje. Haar gevoelige woorden hadden zovelen diep geraakt dat die woorden als het ware vervloeiden en als tranen zich uitstortten in het sprookjesbos en daar de bron van het beekje vormden. Hoewel hij zijn oorsprong dus voelde, begreep hij het niet, en zocht er dus naar.

De pelgrim kijkt naar links en ziet het verleden weer voor zich, hoe hij als beekje murmelend en dan weer stil, soms kolkend en dan weer roerloos, zich een weg zocht naar de oceaan. Hij ziet het elfje, vaak kwam ze vrolijk en lachend naar hem toe, en heel soms kwam ze stilletjes naderbij om gewoon aan zijn oever te zitten en zachtjes fluisterend haar diepere roerselen te vertellen. En hij ziet zich in de gedaante van Paulus de secret garden betreden, terwijl het elfje om hem heen fladdert.

Ierland 2016 005Nu kijkt hij naar rechts en ziet hij de grote Stille Oceaan, de vloeibare liefde en immense vreugde van onvoorstelbare diepte. En hij weet dat hij daar ook is, samen met het elfje. Ze zijn er bij ‘vol bewustzijn’ naar toe gestroomd en er volledig in opgegaan. Maar soms lijkt het niet zo. Zou het zijn net als de grote Amazone die uitstroomt in de Atlantische Oceaan en daarin opgaat, hoewel toch vele tientallen kilometers in zee het water nog zoet is. Het rivierwater is oceaan geworden, maar heeft nog niet helemaal alle eigenschappen daarvan.

Al deze dingen overdenkt de pelgrim, daar zittend aan de kust, en hij vraagt zich af wat hij nog meer gaat beleven in deze denkbeeldige reis die hij maakt met het elfje. De Cursus zegt: ‘Je maakt een reis die reeds lang voorbij is’, dus hij hoeft in wezen niets meer te doen. Het lijkt alleen maar zo. Dus enkel en alleen schouwen, met verwondering kijken naar wat gebeurt, en de vreugde voelen van het Zijn. 

Plotseling wordt zijn aandacht getrokken door een vrolijk geluid. Hi Hi, ha ha ha, daar komt het vrolijke vissertje, met een ganzenveertje achter haar oortje. Kennelijk van plan om weer mooie dingen te gaan schrijven, en hij mag ze lezen. Laat ze maar komen!

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 157 - Denkbeeldige reis | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Diepere roerselen

Het sprookjesbos ligt in de avond van de dag die door zachte nevels is omfloerst. De zon heeft amper kans gezien om daar doorheen te breken, terwijl ze juist zo graag een zonnestraal had willen laten schijnen op het elfje. Want ze heeft gezien dat het elfje ook omfloerst is door iets, wat moeilijk naam te geven is, maar waar het doorbreken nauwelijks doorheen kan breken. 

Juist als de zon in de avond haar nauwelijks zonnige taak achter de bewolkte horizon laat zinken, schijnt het haar toe dat er lichtjes iets begint te schijnen. Maar ze moet het overlaten aan de invallende schemer die juist om de hoek komt kijken.  

De schemer kijkt toe en ziet in de avondstilte de gestalte van het elfje aan de oever van de beek zitten. In het elfje is, op de plek van haar hart, een zwak schijnsel waarneembaar dat zich een weg naar buiten probeert te banen. Geen geluid is hoorbaar, het bos ademt stilte en de schemer weet dat ook hij straks onhoorbaar zal opgaan in het donker. Tot die tijd omhult hij stilzwijgend alles wat er is en laat het zijn zoals het is.  

Roerloos zit het elfje daar en ook het beekje vertoont geen rimpeling. Hij wacht niet op wat er komen zal of niet zal komen. Het maakt niet uit. Het komt zoals het komt en het gaat zoals het gaat. Daar doet geen rimpeling of vleugelslag iets aan af. Dat het beekje daar is en dat het elfje daar zit is genoeg. Het is zonder taal het teken dat ze op de plek zijn waar ze zijn.

Terwijl de stilte bewegingloos in vrede voortgaat en alles aanraakt op zijn pad, wordt de lichtstraal uit het hart van het elfje krachtiger en schijnt op het beekje die daardoor oplicht. En heel lichtjes ontstaan er woorden die uitgesproken worden zonder ‘uitgesproken’ te willen zijn.  

‘Dag beekje’, zegt het elfje zacht.

Het beekje zegt niets, maar de glinstering van het water zegt genoeg.

‘Ik ben er weer’, gaat het elfje verder.

Het beekje knikt een rimpeling en het moedigt het elfje aan om verder te gaan. 

‘Ik moet je wat vertellen’, klinkt het fluisterend, ‘ik weet het allemaal niet meer en nu lijkt het alsof ik een poosje ben weggeweest. Weet je, beekje, in het sprookjesbos vertoeven en daar zijn gaat eigenlijk als van Zelf. Op deze plek is alles goed en fijn en licht. In mijn eentje op mijn grijze ros, in mijn eentje in het boshutje, zittend aan de oever van het beekje, lijkt alles een natuurlijk verloop te hebben en kan ik volkomen van-Zelf-sprekend het elfje zijn. Maar nu ik mijn intrek heb genomen in mijn baardgrashuisje te midden van de zogenaamde buitenwereld in het sprookjesbos lijkt er ineens een einde te zijn gekomen aan de natuurlijke wereld van het sprookjesbos. Terwijl ik de oneindigheid ervaar in het sprookjesbos dat oneindig is, voelt het alsof ik in die buitenwereld een einde heb bereikt en het spoor bijster ben hoe verder te gaan. In het sprookjesbos kan ik alle kanten uit en in de buitenwereld lijkt het alsof ik niet weet welke kant ik uit zal gaan. Alles is daar zo anders. Er zijn daar zo veel verhalen en voor ik het weet raak ik daar verstrikt  in ‘vind’-ingen, raak ik verzeild op een knopenpad, of ‘denk’beeld ik mij iets in. Een overweldigend gevoel dat ik niets meer weet, maakt zich dan van mij meester en doet mij met slaphangende vleugeltjes verward in het rond kijken. Terwijl ik weet dat ik een elfje ben, lijk ik hier geen elfje te kunnen zijn, omdat ik niet weet hoe ik hier een elfje moet zijn. En dan voel het soms net alsof mijn hartje zich sluit en het zich alleen nog maar in tranen kan luchten’, besluit het elfje met een diepe zucht. 

Het beekje luistert stil en rimpelt begrijpend. Hij heeft haar traantjes al lang gezien en opgevangen en is onverstoorbaar door haar heen blijven stromen. ‘Maar je bent er weer’, murmelt hij zachtjes.  

‘Ja’, knikt het elfje verheugd, ‘ik heb vanmiddag Paulus ontmoet. Eerst hebben we ergens lekker van de appeltaart gesnoept. Maar ik moet je eerlijk zeggen dat het leek, dat ik naast die appeltaart ook nog heel wat meer op zijn bordje heb neergelegd. Als hij niet zou weten dat hij Paulus is, zou hij het daarvan zwaar voor zijn kiezen krijgen. Daarna hebben we een wandeling door het kabouterbos gemaakt. Daar liep het pad omhoog, maar daar had ik niet zoveel oog voor. Ik was nog druk doende om, zoals het leek, Paulus van alles voor de voeten te gooien. En als hij niet zou weten dat hij Paulus is, zou hij daar vast en zeker over gestruikeld zijn. Weet je, beekje, zoiets kan ik ook alleen maar doen omdat Paulus als ÉÉN-ige weet dat wij in Liefde elkaars onpersoonlijke ‘trusty friend’ zijn. Maar al gaande door de buitenlucht, waar ik mijn hartje kon luchten, voelde ik dat de binnenlucht ook begon op te knappen. Ik voel dat mijn hartje zich weer heeft geopend en dat ik weer oog heb voor het pad dat omhoog loopt’, zo besluit het elfje nu met een opgeluchte zucht. 

De schemer heeft het inmiddels aan het donker overgelaten om de laatste woorden van het elfje op te vangen. En het donker ziet dat de lichtstraal uit het hart van het elfje zo’n helder licht begint te weerspiegelen op het beekje dat hij oeverloos begint te glinsteren.

‘En weet je wat Paulus mij later nog via een postduifje heeft laten weten?’, vervolgt het elfje. Het beekje is nu vol ongerimpelde aandacht om de woorden die komen tot op de bodem van zijn bestaan op te nemen. Terwijl de vleugeltjes van het elfje zich beginnen te spreiden, zegt ze: ‘Als je gewoon het leven ervaart, volg je het pad van je eigen vreugde’. En in de stilte die volgt op de woorden hoort het elfje hoe het beekje antwoordt met het zachte kabbelende geluid van vreugdevol genieten. 

‘Het pad van vreugde ontstaat door te laten horen, zien en voelen waar de ziel van zingt en datgene waarin de ziel misschien niet het hoogste lied laat horen, gewoon te ervaren als de melodie van het leven’, voegt het elfje er opgewekt met blije oogjes aan toe.  

‘Lief beekje’, gaat het elfje verder, ‘ik wil niets liever dan al spelend de snaren van de zonneharp beroeren om te laten zien, horen en voelen waar mijn ziel van zingt, om zo te kunnen stralen in de wereld die dat nodig heeft. En als ik jou vertel waar mijn ziel van zingt, neem jij mijn lied dan mee in de stroom? Dan zijn we als vloeibare Liefde op weg naar de oceaan’. 

Het beekje heeft niet alleen gezien en geweten dat het elfje weer op haar plek zit, maar heeft het nu ook gehoord, want anders zou het elfje niet kunnen vertellen wat ze hem nu verteld heeft. 

Het elfje zwijgt en luistert in het donker naar het rustige kabbelen van het beekje. In de verte hoort ze het zachte geruis van de oceaan en ze verlangt om verder te gaan. En de tijdloosheid die een rol speelt in de tijd ziet dat de tijd aangebroken is voor een zonnige nieuwe dag.

DSC_4751

wordt vervolgd…tot NU…

 

Posted in 156 - Diepere roerselen | Leave a comment

Het Pad van de Pelgrims – Gedachtekronkels

Na een hart en ziel verwarmende rooskleurige nacht kabbelt het beekje er vrolijk en lustig op los met een: ‘Welkom op deze elf-de dag’. Maar in geen velden of wegen vangt het beekje een glimp op van het elfje. Langzaam verstrijkt de tijd. Vanuit zijn paddenstoelhuisje probeert Paulus op dusdanige wijze in te zoomen zodat het huisje tussen de baardgrasjes precies in het brandpunt komt te liggen. Maar geen gevleugeld wezen valt er te bespeuren. Zelfs geen postduif die zijn vleugels uitslaat. Is de keuze maaltijd haar toch niet goed bekomen? Of zijn er nog wat stenen des aanstoots op haar pad waaraan ze zich heeft gestoten? Of is het elfje nu al de stilte binnengevlogen? Die bovenaardse sereniteit waar stilte zich manifesteert als het opperste geluk. En waar geen mens kan binnentreden tenzij hij bij de ingang zijn ‘ik’ heeft ingeleverd.

Zijn gedachten zijn vaak bij het elfje, en wat er voor gedachten in haar voorbijkomen. Het zal te maken hebben met het pad, zo veronderstelt hij, en dat is niet altijd gemakkelijk. Vanwaar ze vertrokken is, en alles wat ze tijdens de reis heeft meegemaakt, ze weet dat er voor de pelgrim geen weg terug is. Of ze halverwege een verblijfplaats zoekt voor de rest van haar leven of niet, ze kan niet terugkeren naar waar ze begon. En het besef dat het bereiken van het eindpunt betekent dat de pelgrim plots verdwijnt, geeft zowel een gevoel van vreugde als verdriet. Maar het is niet haar verdriet, het komt vanuit haar denken, er komen gedachten die ze niet wil. Gelukkig weet ze hoe ze er vanaf kan komen. Zoals ze een kaarsje uitblaast, zo kan ze ook die gedachten en gevoelens wegblazen. En ook hier mag ze haar vleugeltjes bij gebruiken, zodat er een windvlaag ontstaat. Blaas ze maar naar het beekje, die spoelt ze dan wel weg, zo besluit Paulus zijn gedachtekronkels.

2015-08-08 16.19.20

wordt vervolgd…tot NU…

Posted in 155 - Gedachtekronkels | Leave a comment